Parketnummer: 21-001331-06 Uitspraak d.d.: 23 januari 2007 TEGENSPRAAK Gerechtshof te Arnhem meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank te Arnhem van 27 maart 2006 in de strafzaak tegen verdachte, geboren te (geboorteplaats) op (datum), wonende te (adres). Het hoger beroep De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 9 januari 2007 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I), na voorlezing aan het hof overgelegd, en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep, vernietigen nu het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd, zoals deze tenlastelegging in eerste aanleg en in hoger beroep is gewijzigd, dat: 1 primair: hij op of omstreeks 22 juli 2005 te Nijmegen en/of te Groesbeek en/of te Driebergen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen deelnemers en/of organisatoren en/of bezoekers van en/of aan de Nijmeegse Vierdaagse, telefonisch met een terroristisch misdrijf heeft bedreigd, immers heeft verdachte het alarmnummer 112 gebeld en vervolgens de tekst "Met de Hofstadgroep, we leggen een bom onder de vierdaagse" uitgesproken; art 285 lid 3 Wetboek van Strafrecht 1 subsidiair: hij op of omstreeks 22 juli 2005 te Nijmegen en/of te Groesbeek en/of te Driebergen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, deelnemers en/of organisatoren en/of bezoekers van en/of aan de Nijmeegse Vierdaagse te bedreigen met een terroristisch misdrijf, het alarmnummer 112 heeft gebeld en vervolgens de tekst "Met de Hofstadgroep, we leggen een bom onder de vierdaagse" heeft uitgesproken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 285 lid 3 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht 1 meer subsidiair: hij op of omstreeks 22 juli 2005 te Nijmegen en/of te Groesbeek en/of te Driebergen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, deelnemers en/of organisatoren en/of bezoekers van en/of aan de Nijmeegse Vierdaagse, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend het alarmnummer 112 gebeld en vervolgens de tekst "Met de Hofstadgroep, we leggen een bom onder de vierdaagse" uitgesproken; art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht 2: hij op of omstreeks 22 juli 2005 te Nijmegen en/of te Groesbeek en/of te Driebergen, opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was, gebruik heeft gemaakt van een alarmnummer voor publieke diensten, namelijk van het nummer 112; art 142 lid 2 Wetboek van Strafrecht Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Geldigheid van de dagvaarding Namens de verdachte is, zakelijk weergegeven, betoogd dat de tenlastelegging van feit 1 primair en feit 1 subsidiair nietig is, omdat daarin niet is omschreven met welk van de misdrijven als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht is gedreigd. Het hof verwerpt dit verweer. Naar het oordeel van het hof is de tenlastelegging op dit onderdeel voldoende duidelijk en concreet. Er kan geen enkel misverstand bestaan over welk verwijt aan de verdachte wordt gemaakt. Het enkele toevoegen van één van de artikelen uit artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht maakt de tenlastelegging overigens niet (nog) duidelijker en/of concreter. Het gaat er naar het oordeel van het hof om, dat de in de tenlastelegging omschreven gedraging onder één van de in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijven kan worden gebracht. De in het feitelijk deel van de tenlastelegging omschreven gedraging slaat onmiskenbaar op één van die misdrijven, te weten artikel 157, onder 3º, van het Wetboek van Strafrecht. Namens de verdachte is voorts, zakelijk weergegeven, betoogd dat de tenlastelegging van feit 1 primair en feit 1 subsidiair nietig is, omdat daarin niet is opgenomen dat sprake moet zijn van een terroristisch oogmerk en omdat daardoor niet nader omschreven is waaruit het terroristisch oogmerk heeft bestaan. Het hof verwerpt dit verweer. Zo al tot het oordeel zou moeten worden gekomen, dat in de tenlastelegging verzuimd is op te nemen dat het misdrijf is begaan met een terroristisch oogmerk, dan zou dit niet leiden tot een nietige tenlastelegging op dit onderdeel, doch zou het hooguit - na een bewezenverklaring - leiden tot niet-strafbaarheid van het feit. Vrijspraak Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen, dat verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair en 1 meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Het hof heeft hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De feiten Op 22 juli 2005, omstreeks 22:30 uur, is er bij de 112 alarmcentrale te Driebergen een telefonische melding binnengekomen. De tekst van de melding was als volgt: “Met de Hofstadgroep. We leggen een bom onder de vierdaagse”. Door nummerherkenning bleek met welk nummer de beller had gebeld. Het ging om een prepaid nummer. Vervolgens is er geen onmiddellijke actie ondernomen daar de melding te algemeen was, aldus de verbalisant. In het onderzoek dat volgde, is gezocht in de BPS bestanden van de politie. Daaruit bleek dat het bewuste telefoonnummer stond vermeld in een mutatie en dat het was gekoppeld aan verdachte. Door de 112 alarmcentrale te Driebergen is vervolgens een CD-ROM ter beschikking gesteld met daarop de opgenomen melding van 22 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.