Parketnummer: 21-006156-04 Uitspraak d.d.: 31 januari 2007 TEGENSPRAAK Gerechtshof te Arnhem meervoudige kamer voor strafzaken Tussenarrest gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te Almelo van 8 oktober 2004 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1971], thans verblijvende in [verblijfplaats]. Het hoger beroep De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 24 november 2005, 13 februari 2006, 1 mei 2006, 10 oktober 2006, 12 december 2006 en 17 januari 2007 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I), na voorlezing aan het hof overgelegd, en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Bij de beraadslaging in raadkamer heeft het hof uitgebreid kennis genomen van de in november 2005 gemaakte video-opnamen van verhoren van verdachte. Tijdens die verhoren heeft verdachte bekend zijn vader met pistoolschoten om het leven te hebben gebracht. Dat materiaal kreeg het hof pas zeer kort voor de zitting ter beschikking, te kort tevoren om het voor de zitting volledig te kunnen bekijken. Naar aanleiding van die video-opnamen zijn nadere vragen bij het hof gerezen. In verband daarmee moet het onderzoek worden heropend. Met het oog op de voortzetting van de behandeling is het wenselijk dat - de advocaat-generaal alsnog een verbatim, woordelijk, verslag laat opmaken van de verhoren van verdachte van 15 en 16 november 2005, waarbij in de marge de in de video-opnamen geprojecteerde tijdstippen worden vermeld. - de tekst van deze verhoren uiterlijk twee weken voor de volgende zitting beschikbaar is. Gelet op, enerzijds, de tijd die het opstellen van een dergelijke schriftelijke uitwerking van die verhoren zal vergen en, anderzijds, het belang dat deze al lang lopende strafzaak zo voortvarend mogelijk wordt afgehandeld, zal worden gestreefd naar een voortzetting van de behandeling in de tweede helft van maart of de eerste helft van april 2007 De indeling van de werkzaamheden van het hof laat niet toe dat het onderzoek wordt voortgezet binnen één maand na heden. Het hof merkt die omstandigheid, in combinatie met het gegeven dat niet verwacht kan worden dat binnen veertien dagen de hiervoor woordelijke tekst van de videoverhoren beschikbaar zal zijn aan als een klemmende reden als bedoeld in het tweede lid van artikel 282 van het Wetboek van Strafvordering. Aldus moet als volgt worden beslist: BESLISSING Het hof: Het hof heropent het onderzoek en schorst dit voor onbepaalde tijd doch niet langer dan voor de duur van negentig dagen. Bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting. Beveelt de oproeping van de verdachte, tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsvrouw van verdachte en aan de benadeelde partij. Verzoekt de advocaat-generaal uit te doen voeren hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot de verhoren 15 en 16 november 2005. Aldus gewezen door mr B.P.J.A.M. van der Pol, voorzitter, mr C.G. Nunnikhoven en mr H.W. Koksma, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr J.H.D. van Onna, griffier, en op 31 januari 2007 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.