Gerechtshof Arnhem eerste meervoudige belastingkamer nr. 06/00528 Proces-verbaal mondelinge uitspraak belanghebbende : X te : Z verweerder : de heffingsambtenaar van de gemeente Boarnsterhim aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaarschrift tegen aanslag nr. 1 soort belasting : forensenbelasting jaar : 2001 onderzoek ter zitting : na cassatie door de Hoge Raad bij arrest van 22 december 2006, nr. 40 609, van de uitspraak van het gerechtshof te Leeuwarden van 9 januari 2004, nr.1339/02, en verwijzing van de zaak naar dit Hof: op 24 juli 2007 te Arnhem door mr. Röben, voorzitter, mr. De Kroon en mr. De Groot in tegenwoordigheid van mr. Snoijink als griffier waarbij verschenen : belanghebbende waarbij niet verschenen : de verweerder, met schriftelijke kennisgeving aan het Hof gronden: 1. Voor dit geding staat vast: 1.1. Belanghebbende heeft zijn hoofdverblijf buiten de gemeente Boarnsterhim. 1.2. Hij is eigenaar en gebruiker van de gemeubileerde recreatiewoning plaatselijk bekend a-straat 1 te P (hierna: het object). Daarvoor is hem de bestreden aanslag in de forensenbe-lasting opgelegd ten bedrage van ƒ 809,– (€ 367,11). 1.3. Een aantal eigenaren van in het recreatiepark gelegen gemeubileerde woningen verhu-ren hun woning op basis van een met de exploitant van het park gesloten ‘verhuurovereen-komst’ (hierna: de overeenkomst). Artikel 1 daarvan luidt – voor zover van belang – als volgt: 1.1 Recreatiepark a-straat verkrijgt het recht om de bungalow op eigen naam, doch voor re-kening en risico van eigenaar, te verhuren met ingang van: Indien de eigenaar de bungalow bepaalde perioden voor onderhoud wil reserveren, is het wenselijk deze perioden bij het aangaan van deze overeenkomst, doch in elk geval ieder ka-lenderjaar uiterlijk voor 1 november voorafgaande aan het jaar van de verhuur, schriftelijk op te geven aan a-straat, zulks in verband met lopende huurreserveringen. 1.2 Reserveren van zogenaamd “spontaan gebruik” van de bungalow/chalet door de eige-naars is mogelijk van 9.00 tot 17.00 uur op de maandag voorafgaand aan de aankomstdatum in de week daaraanvolgend. Deze reservering kan uitsluitend tot stand komen indien de bungalows door a-straat niet aan derden is verhuurd, of in optie is gegeven. 1.3 Eigenaar staat er, met uitzondering van het in art. 1.4 gestelde, tegenover Recreatiepark a-straat voor in dat de bungalow/chalet niet door derden wordt gebruikt of gehuurd dan krachtens een door Recreatiepark a-straat met de gebruiker of huurder afgesloten overeen-komst. Eigenaar dient de ligplaats beschikbaar te stellen voor de huurder. In geval van overtreding van deze bepaling is eigenaar aan Recreatiepark a-straat verschul-digd een bedrag gelijk aan hetgeen Recreatiepark a-straat zou toekomen in geval van ver-huur van de desbetreffende bungalow over de periode door Recreatiepark a-straat zelve. 1.4 Indien de eigenaar voornemens is de bungalow/chalet zelf commercieel te verhuren dient hij hierover met Recreatiepark a-straat te overleggen. Eigen verhuur kan uitsluitend tot stand komen indien a-straat de bungalow niet aan derden heeft verhuurd of in optie is gege-ven. Eigenaar dient over het te verhuurde bedrag provisie af te dragen gelijk aan wanneer de woning verhuurd is door Recreatiepark a-straat. 1.4. De verweerder heeft aan de eigenaren die met de exploitant een overeenkomst zijn aangegaan geen aanslag in de forensenbelasting opgelegd, omdat volgens hem in die geval-len, anders dan in het geval van belanghebbende die niet een verhuurafspraak met de exploi-tant heeft gemaakt, niet kan worden gezegd dat de betreffende eigenaar zijn woning voor meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of zijn gezin beschikbaar houdt. 2. Na cassatie en verwijzing als voormeld is in geschil of de aanslag is opgelegd in strijd met het gelijkheidsbeginsel. 3.1. Uit hetgeen de verweerder in zijn conclusie na verwijzing aanvoert, leidt het Hof af dat de verweerder de opvatting huldigt dat de voorwaarden die zijn opgenomen in de bij die conclusie overgelegde blanco ‘Verhuurovereenkomst’ de eigenaren die met de exploitant van het park een verhuurovereenkomst zijn aangegaan buiten het bereik van de Verordening forensenbelasting 1998 (hierna: de Verordening) brengen, daar die eigenaren de verhuurde woning niet meer dan negentig dagen voor zich of hun gezin beschikbaar houden. Op grond van die opvatting heeft de verweerder een beleid gevoerd dat erop neerkomt dat hij heffing van forensenbelasting achterwege heeft gelaten in alle gevallen waarin de eigenaar zijn recreatiewoning op het voormelde park via de exploitant van het caravanpark heeft ver-huurd. 3.2. Belanghebbende heeft ter zitting van het gerechtshof te Leeuwarden onder meer aangevoerd, dat de in het park gelegen woningen waarvan de eigenaren met de exploitant van het park een verhuurovereenkomst hebben gesloten, in de praktijk maar voor 40% van het jaar zijn verhuurd. 3.3. In het verwijzingsarrest heeft de Hoge Raad onder meer overwogen: Indien een gemeubileerde woning weliswaar is bestemd voor verhuur maar ook in enige ma-te door de eigenaar zelf wordt gebruikt, anders dan nodig is om deze voor verhuur gereed te maken en te houden, moet worden aangenomen dat die woning door de eigenaar voor zich of zijn gezin beschikbaar wordt gehouden voor het gedeelte van het jaar dat eigen gebruik niet in verband met verhuur of aan derden toegekende rechten tot verhuur is uitgesloten (vgl. HR 24 juli 1995, nr. 30 470, BNB 1995/272). Dit brengt mede dat het Hoofd in het onderhavige jaar slechts dan geen aanslag in de foren-senbelasting mocht opleggen aan een eigenaar die zijn woning voor (vrijwel) het gehele jaar aan een derde ter beschikking stelt voor verhuur, (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.