4 maart 2008 tweede civiele kamer zaaknummer 104.002.549 rolnummer (oud) 2006/859 G E R E C H T S H O F T E A R N H E M Arrest in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Elmarc B.V., gevestigd te Ridderkerk, appellante, procureur: mr. F.J. Boom, tegen: mr. H.C. Brandsma en mr. A.J.P.M. de Bruyn, in hun hoedanigheid van curatoren in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Megapool B.V., kantoorhoudende te Apeldoorn, respectievelijk Zutphen, geïntimeerden, procureur: mr. L. Paulus. 1 Het geding in eerste aanleg Voor de procedure in eerste aanleg wordt verwezen naar de vonnissen van de rechtbank Zutphen van 19 januari 2005 (tussenvonnis tot comparitie) en van 28 december 2005 (eindvonnis), gewezen tussen appellante (hierna ook te noemen: Elmarc) als eiseres en geïntimeerden (hierna ook te noemen: de curatoren) als gedaagden. Een fotokopie van het eindvonnis is aan dit arrest gehecht. 2 Het geding in hoger beroep 2.1 Elmarc heeft bij exploot van 28 maart 2006, gerectificeerd bij exploot van 18 juli 2006, de curatoren aangezegd van beide vonnissen in hoger beroep te komen, met dagvaarding van de curatoren voor dit hof. 2.2 Bij memorie van grieven, tevens houdende akte vermeerdering van eis, heeft Elmarc vier grieven tegen het bestreden eindvonnis aangevoerd en toegelicht en, onder vermeerdering van eis, gevorderd dat het hof het bestreden eindvonnis zal vernietigen en, opnieuw recht doende, de vorderingen van Elmarc in eerste aanleg zal toewijzen dan wel bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, de curatoren zal veroordelen om aan Elmarc tegen behoorlijk bewijs van kwijting als boedelschuld de schade te vergoeden welke het gevolg is van de vervreemding van de in de memorie van grieven sub 12 gespecificeerde zaken, ten aanzien waarvan Elmarc een beroep op (haar) eigendomsvoorbehoud heeft gedaan, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met veroordeling van de curatoren in de kosten van beide instanties. 2.3 Bij memorie van antwoord hebben de curatoren de grieven en de vermeerderde eis bestreden, bewijs aangeboden en geconcludeerd dat het hof bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Elmarc in haar hoger beroep niet-ontvankelijk zal verklaren, althans haar hoger beroep ongegrond zal verklaren dan wel zal verwerpen, met veroordeling van Elmarc in de kosten van, naar het hof begrijpt, het hoger beroep. 2.4 Ter zitting van 22 januari 2008 hebben partijen de zaak doen bepleiten, Elmarc door mr. R.A.D. Blaauw, advocaat te Rotterdam, en de curatoren door mr. R. Klein, advocaat te Apeldoorn, beiden overeenkomstig hun daarbij overgelegde pleitnota’s. 2.5 Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd. 3 De vaststaande feiten 3 Tussen partijen staan in hoger beroep de volgende feiten vast. 3.1 Vanaf 2000 heeft Elmarc regelmatig aan Megapool (B.V.) consumenten elektronica (van de merken Akai, Nikkei en Nicholson) verkocht en geleverd, onder toepasselijkheid van haar algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (productie 1 bij de inleidende dagvaarding). Deze algemene voorwaarden (gedeponeerd op 10 mei 2002) bepalen onder meer: “Toepasselijkheid 1a. Deze voorwaarden zijn van toepassing op al onze aanbiedingen, overeenkomsten en leveringen.” en: “Eigendomsvoorbehoud 7a. Levering vindt plaats onder eigendomsvoorbehoud. Dit voorbehoud geldt ter zake van vorderingen tot betaling wegens het tekortschieten van de wederpartij in nakoming van deze overeenkomsten alsmede ter zake van door ons c.q. ten behoeve van de wederpartij verleende diensten en verrichte werkzaamheden. 7b. Wij zijn bevoegd om indien de wederpartij met betaling te laat is dan wel indien er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat hij niet of te laat zal betalen, de door ons geleverde producten die overeenkomstig het hiervoor sub 7a bepaalde eigendom zijn gebleven terug te nemen. (…) Terugneming heeft te gelden als ontbinding van de met de wederpartij gesloten overeenkomsten.” 3.2 Bij vonnis van 8 april 2004 heeft de rechtbank Zutphen Megapool B.V. in staat van faillissement verklaard met aanstelling van de geïntimeerden tot curatoren. 3.3 Bij brief van 19 april 2004 (productie 3 bij conclusie van antwoord) heeft Elmarc voor € 73.006,15 aan vorderingen bij de curatoren ingediend en daarbij haar eigendomsvoorbehoud ingeroepen. De curatoren hebben op 11 mei 2004 (productie 2 bij de inleidende dagvaarding) een vordering van € 43.135,87 exclusief BTW erkend. 3.4 Alle in de faillissementsvoorraden aangetroffen producten van voormelde merken (zie de memorie van grieven sub 12) heeft Elmarc aan Megapool verkocht en geleverd. Ondanks diverse daartoe door de curatoren geboden mogelijkheden heeft Elmarc niet getraceerd welke producten daarvan wel en niet zijn betaald. Vervolgens hebben de curatoren afgifte van de van Elmarc afkomstige producten definitief geweigerd en deze na 30 september nog in 2004 aan een derde vervreemd. 4 De motivering van de beslissing in hoger beroep 4.1 Aangezien Elmarc geen grieven heeft aangevoerd tegen het tussenvonnis, zal zij in zoverre in het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. 4.2 Na vermeerdering van eis vordert Elmarc in hoger beroep: dat het hof bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad: (primair) de curatoren zal veroordelen om aan Elmarc binnen tien dagen na betekening van het te wijzen arrest de in de memorie van grieven sub 12 gespecificeerde zaken, toebehorend aan Elmarc, althans vergelijkbare zaken, zonder nadere voorwaarden aan Elmarc “vrij te stellen”, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat de curatoren daarmee in gebreke blijven, zo nodig onder bepaling van een zodanige onkostenvergoeding voor de werkzaamheden van de curatoren zoals het hof zal vermenen te behoren, dan wel (subsidiair) de curatoren zal veroordelen om aan Elmarc tegen behoorlijk bewijs van kwijting als boedelschuld de schade te vergoeden welke het gevolg is van de vervreemding van de in de memorie van grieven sub 12 gespecificeerde zaken, ten aanzien waarvan Elmarc een beroep op (haar) eigendomsvoorbehoud heeft gedaan, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, alles met veroordeling van de curatoren in de kosten van beide instanties. 4.3 In haar eindvonnis heeft de rechtbank de (in appel primaire, in eerste aanleg enige) vordering afgewezen. Daartoe heeft zij, samengevat, overwogen dat het eigendomsvoorbehoud is beperkt tot enkel de nog niet betaalde zaken (rov. 5.4) en dat Elmarc het uit de artikelen 3:109 en 3:119 lid 1 BW voortvloeiende vermoeden van eigendom van Megapool niet, door tracering c.q. identificatie van de onbetaalde producten, heeft weerlegd (rov. 5.6 en 5.7), zodat de curatoren deze eigendommen van de failliete boedel niet behoeven af te staan (rov. 5.8). Tegen rov. 5.4 richt Elmarc haar grief I, tegen rov 5.7 haar grief II. Aan het beroep van Elmarc op een onrechtmatige weigering van de curatoren om de aan haar in eigendom toebehorende zaken af te geven, is de rechtbank voorbijgegaan op de grond dat Elmarc aan die stelling geen consequenties heeft verbonden (rov. 5.9). Daartegen richt Elmarc haar grief III. 4.4 Naar aanleiding van grief I oordeelt het hof als volgt. Zoals curatoren voorstaan, moet in het licht van het arrest van de Hoge Raad van 20 februari 2004, NJ 2005, 493 (Pensioenfonds DSM/Fox) voor de uitleg van het eigendomsvoorbehoud eerder aansluiting worden gezocht bij de zogenaamde CAO-norm nu het eigendomsvoorbehoud uit zijn aard er in belangrijke mate toe strekt om de rechtspositie van de eigenaar (ten opzichte) van derden te beïnvloeden. Ook bij deze uitleg naar objectieve maatstaven kan onder meer acht worden geslagen op de elders in de algemene voorwaarden gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. Uitleg op grond van het zogenaamde Haviltexcriterium zou overigens in dit geval niet tot een ander resultaat leiden. 4.5 De gebruiker van de algemene voorwaarden, Elmarc, was en is exclusief importeur van Akai voor de Benelux en heeft onder de marktnamen Nikkei en Nicholson producten in de markt. Megapool was een detailhandelsketen met 3 distributiecentra en meer dan 100 vestigingen in Nederland en België en meer dan 700 personeelsleden. Van haar mocht Elmarc redelijkerwijze verwachten dat zij het door haar gemaakte eigendomsvoorbehoud begreep in het licht van onder meer artikel 3:92 BW. 4.6 Na een aanvankelijke forse inperking in het ontwerpartikel 3.4.2.5b heeft de wetgever (Parl. Gesch. Inv. Boek 3, MvA II Inv., p. 1239 en 1240) besloten tot een verruiming van de mogelijkheden tot het bedingen van eigendomsvoorbehoud ten opzichte van dat ontwerpartikel, mits het eigendomsvoorbehoud verband bleef houden met het leverancierskrediet. Daartoe heeft de wetgever die verruiming vorm gegeven in het tweede lid van het nu geldende artikel 3:92 BW. Volgens dat tweede lid kan een eigendomsvoorbehoud slechts geldig worden bedongen ter zake van vorderingen betreffende de tegenprestatie (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.