Arrest van 6 maart 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 29 oktober 2007 in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren op [1980] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [adres], verschenen in persoon. Het vonnis waarvan beroep De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en een bijkomende straf, zoals in dat vonnis omschreven. Gebruik van het rechtsmiddel De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. De vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een geldboete van € 700,- en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 7 maanden. De beslissing op het hoger beroep Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 01 januari 2007 in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,63 milligram, in elk geval hoger dan 0,5 milligram, alcohol per milliliter bloed bleek te zijn. Overweging ten aanzien van het bewijs Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof gesteld dat hij op 1 januari 2007 geen auto heeft bestuurd. Verdachte zat die nacht samen met drie vrienden in de auto van zijn broer en één van de vrienden reed. Na een eenzijdig ongeval is verdachte op de bestuurdersplek gaan zitten om op hulp te wachten, daar hij de auto van zijn broer niet onbeheerd achter wilde laten, terwijl zijn vrienden ter voet verder zijn gegaan. Verdachte is dan ook van mening dat hij moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Nu verdachte de namen van degenen die op die bewuste nacht bij hem in de auto zaten niet kan noemen en hij zijn verklaring op generlei wijze heeft onderbouwd acht het hof zijn verklaring niet aannemelijk. Het hof verwerpt derhalve het verweer. Bewezenverklaring Het hof acht ten aanzien van verdachte bewezen dat: hij op 01 januari 2007 in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,63 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn. Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen. Kwalificatie Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf: overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.