GERECHTSHOF ARNHEM Sector civiel recht zaaknummer 200.004.613 arrest van de tweede civiele kamer van 27 januari 2009 inzake [appellante], wonende te [woonplaats], appellante, advocaat: mr. F.J. Boom, tegen: de naamloze vennootschap AXA Schade N.V., als rechtsopvolger van de naamloze vennootschap Guardian Verzekeringen N.V., gevestigd te Utrecht, geïntimeerde, advocaat: mr. W.A.J. Hagen. 1 Het geding in eerste aanleg Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 24 fe-bruari 2000, 26 juli 2001, 10 oktober 2002, 7 mei 2003 en 27 februari 2008, die de rechtbank Zutphen tussen appellante (hierna ook te noemen: [appellante]) als eiseres en geïntimeerde (hierna ook te noemen: AXA) als gedaagde heeft gewezen. Van alle vonnissen is een fotoko-pie aan dit arrest gehecht. 2 Het geding in hoger beroep 2.1 [appellante] heeft bij exploot van 3 april 2008 AXA aangezegd van deze vonnissen in hoger beroep te komen, met dagvaarding van AXA voor dit hof. 2.2 Bij memorie van grieven heeft [appellante] negen grieven tegen de vonnissen van 10 ok-tober 2002, 7 mei 2003 en 27 februari 2008 aangevoerd en toegelicht, bewijs aangeboden en een aantal producties in het geding gebracht. Zij heeft geconcludeerd dat het hof de vonnissen van 24 februari 2000, 26 juli 2001, 10 oktober 2002, 7 mei 2003 en 27 februari 2008 zal vernietigen en, opnieuw recht doende, bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, de vordering van [appellante] zoals verwoord in de inleidende dagvaarding alsmede bij vermeerdering van eis bij conclusie van 15 juni 2000 en vermeerdering van eis ter gelegenheid van het pleidooi op 5 september 2002 alsnog zal toewijzen, met veroordeling van AXA in de kosten van beide in-stanties. 2.3 Bij memorie van antwoord heeft AXA de grieven bestreden. Zij heeft geconcludeerd dat het hof, bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden vonnissen, zonodig onder verbetering of aanvulling van de gebezigde gronden, zal bekrachtigen en die bedragen zal toewijzen die volgens de bestreden vonnissen toewijsbaar zijn en voor zover er nog beslissingen genomen moeten worden deze beslissingen zal nemen, een en ander onder veroordeling van [appellante] in de kosten van beide instanties. 2.4 Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald. 3 De motivering van de beslissing in hoger beroep 3.1 Het hof stelt vast dat de vonnissen van 24 februari 2000, 26 juli 2001, 10 oktober 2002, 7 mei 2003 en 27 februari 2008 alle tussenvonnissen zijn, waarin in het dictum geen einde wordt gemaakt aan het geding omtrent een deel van het gevorderde. Evenmin houden de vonnissen een voorlopige voorziening in. 3.2 In rechtsoverweging 2.17 van het vonnis van 27 februari 2008 heeft de rechtbank het volgende overwogen: “[appellante] heeft verzocht om te bepalen dat van dit tussenvonnis tussentijds hoger beroep mag wor-den ingesteld. Nu de onderhavige procedure is aangevangen vóór inwerkingtreding van het huidige Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), is op grond van artikel VII lid 1 van de overgangsbepaling van de op 1 januari 2002 in werking getreden wet van 6 december 2001, Stb. 2001, 580 tot herziening van het procesrecht in burgerlijke zaken, het vóór 1 januari 2002 geldende procesrecht van toepassing. Op grond van artikel 337 Rv (oud) kan van een tussenvonnis in hoger beroep worden gegaan voordat het eindvonnis is gewezen, tenzij de rechter bepaalt dat het hoger beroep daarvan niet dan tegelijk met het eindvonnis zal kunnen worden ingesteld. Om die reden heeft [appellante] er geen belang bij dat de rechtbank haar expliciet toestaat om van dit tussenvonnis tussentijds in hoger beroep te gaan. In hetgeen Guardian heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding om tussentijds hoger beroep uit te sluiten.” 3.3 Het hof neemt het volgende tot uitgangspunt. Op grond van artikel VII lid 1 van de overgangsbepalingen van de op 1 januari 2002 in werking getreden wet van 6 december 2001, Stb. 2001, 580 tot herziening van het procesrecht in burgerlijke zaken (het overgangsrecht) blijft het recht (Rv oud) zoals dat gold vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet van toepassing. Lid 2 van dit artikel VII bepaalt dat ten aanzien van de mogelijkheid van het aanwenden van rechtsmiddelen tegen een beslissing van onder meer een rechtbank die vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet is tot stand gekomen en de termijn waarbinnen dat rechtsmiddel kan worden aangewend, het recht zoals het gold voor de datum van inwerkingtreding van deze wet van toepassing blijft. 3.4 [appellante] heeft grieven gericht tegen de vonnissen van 10 oktober 2002, 7 mei 2003 en 27 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.