Sector strafrecht Parketnummer: 21-004540-08 Uitspraak d.d.: 25 mei 2009 TEGENSPRAAK PROMIS Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Utrecht van 30 oktober 2008 in de strafzaak tegen [verdachte]. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 11 mei 2009 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. De officier van justitie heeft in eerste aanleg gevorderd het tenlastegelegde bewezen te verklaren en een werkstaf van 40 uren op te leggen te vervangen door 20 dagen hechtenis. De raadsvrouw heeft bepleit dat er voor het tenlastegelegde geen wettig en overtuigend bewijs is en dat vrijspraak dient te volgen. De politierechter heeft het aan verdachte tenlastegelegde bewezen verklaard en heeft conform de vordering van de officier van justitie een straf opgelegd van 40 uren werkstraf subsidiair 20 dagen hechtenis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft het hof gevorderd het aan verdachte tenlastegelegde bewezen te verklaren en een werkstraf van 40 uren voorwaardelijk op te leggen te vervangen door 20 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.J.G. Jolink, naar voren is gebracht. Verdachte en zijn raadsvrouw bepleiten vrijspraak van hetgeen aan verdachte tenlaste is gelegd. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: hij in of omstreeks de periode van 2 mei 2004 tot en met 14 november 2005 te Nieuwegein, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een geschrift, (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - te weten (telkens) een formulier van het UWV te Utrecht, waarop opgave moest worden gedaan (onder meer) van werkzaamheden - (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, immers heeft verdachte (telkens) valselijk 'Nee' aangekruist bij de vraag "Hebt u in de genoemde periode gewerkt of loon ontvangen?" en/of (telkens) dat formulier ondertekend, (telkens) met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Aan verdachte is tenlastegelegd valsheid in geschrift, meermalen gepleegd. Uit het verhandelde ter zitting is vast komen te staan dat verdachte in de periode 1 januari 2004 tot 2 mei 2004 oriënterende werkzaamheden heeft verricht voor het opstarten van een eigen onderneming. Na deze periode heeft verdachte nog diverse werkzaamheden uitgevoerd om aan de slag te kunnen gaan als zelfstandige. Tevens is komen vast te staan dat verdachte in de periode 2 mei 2004 tot 1 januari 2005 telkens op het UWV formulier ‘Nee’ heeft aangekruist bij de vraag ‘Hebt u in de genoemde periode gewerkt of loon ontvangen?’. Verdachte heeft het formulier telkens ondertekend. In de informatiefolder van het UWV voor ‘startende zelfstandigen in relatie tot WW’ staat geschreven dat zodra sprake is van een daadwerkelijke start als zelfstandige de WW-uitkering (gedeeltelijk) wordt beëindigd. De periode die vooraf gaat aan de daadwerkelijke start van het ondernemerschap wordt door het UWV de oriëntatieperiode genoemd. De afdeling Werkloosheidswet dient ingelicht te worden over de plannen om als zelfstandige aan de slag te gaan. De WW-uitkering kan gedurende de oriëntatieperiode voortgezet worden als de aanvrager zich beschikbaar blijft stellen voor de arbeidsmarkt en blijft voldoen aan de uitkeringsvoorwaarden en controlevoorschriften. Voorts staat in de folder geschreven dat indien het niet meer mogelijk is om een scheidslijn te trekken tussen de oriënterende fase en de daadwerkelijke start van de werkzaamheden, het UWV onderzoek zal doen naar de juiste datum. Het UWV kijkt altijd naar meerdere activiteiten. Uit een combinatie van factoren (bijvoorbeeld exacte plannen, moment van investeren, verwerven van orders, huur bedrijfspand) zal afgeleid worden wanneer de start van het beroep of bedrijf plaatsvindt. Aangetekend wordt dat de datum van inschrijving in de Kamer van Koophandel, niet de datum van de daadwerkelijke start van het bedrijf hoeft te betekenen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.