← Nederland

ECLI:NL:GHARN:2009:BJ9284

GERECHTSHOF ARNHEM Nevenzittingsplaats Leeuwarden Rekestnummer: 000302-09 Parketnummer hoger beroep: 24-000102-08 Parketnummer eerste aanleg: 07-581807-07 Beschikking d.d. 2 oktober 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, enkelvoudige raadkamer, op het verzoek ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering van: [verzoeker], geboren op [1948] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [adres]. Verzoeker is ingelicht omtrent de behandeling van het verzoekschrift ter openbare raadkamer van het gerechtshof d.d. 18 september 2009. Hierbij is meegedeeld dat de advocaat-generaal te kennen heeft gegeven gedeeltelijk bezwaren te zien tegen het door verzoeker verzochte en dat, indien verzoeker zich kan vinden in het standpunt van de advocaat-generaal, zijn verschijnen niet vereist is omdat het verzoek voldoende gemotiveerd is. Verzoeker is niet in openbare raadkamer verschenen. Het verzoek Verzoeker vraagt vergoeding uit 's Rijks kas voor gemaakte kosten en/of geleden schade in een strafzaak tegen verzoeker ten bedrage van € 48,30, zoals nader in het verzoekschrift aangegeven. De behandeling in raadkamer Het hof heeft in openbare raadkamer van 18 september 2009 gezien de stukken, waaronder het verzoekschrift en de op de strafzaak betrekking hebbende stukken. Het hof heeft voorts de advocaat-generaal gehoord. De beoordeling van het verzoek Uit het onderzoek in openbare raadkamer is - voor zover hier van belang - het hof het navolgende gebleken: - tegen verzoeker is een strafzaak aanhangig geweest, behandeld in eerste aanleg onder parketnummer 07-581807-07 door de kantonrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad en vervolgens in hoger beroep onder parketnummer 24-000102-08 door dit hof op 23 januari 2009; - het arrest van het hof d.d. 23 januari 2009 is onherroepelijk geworden op 7 februari 2009; - de strafzaak tegen verzoeker is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel, en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht; - verzoeker heeft het verzoek op de voorgeschreven wijze en tijdig ingediend; - verzoeker heeft in het verzoekschrift aangevoerd dat hij tengevolge van de strafzaak kosten heeft gemaakt en/of schade heeft geleden, te weten: a. Reiskosten € 42,10 b. Parkeerkosten € 6,20 Totaal € 48,30 Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig om verzoeker de navolgende vergoeding toe te kennen: Reiskosten De verzochte vergoeding is op de voet van het bepaalde in de Wet tarieven in strafzaken gebaseerd op de reiskosten per openbaar vervoer, laagste klasse. Het hof zal de reiskosten zoals verzocht vergoeden. € 42,10 Parkeerkosten De parkeerkosten worden niet aangemerkt als zijnde reis- of verblijfkosten op grond van het bepaalde in artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering. Derhalve komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking. Beslissing kent aan verzoeker [verzoeker] toe een vergoeding uit 's Rijks kas ten bedrage van € 42,10; wijst af het meer of anders verzochte. Aldus gewezen en ondertekend door mr. de voorzitter, zijnde de griffier buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen. Griffier Voorzitter De voorzitter beveelt de tenuitvoerlegging ten aanzien van dit bedrag door overmaking van dat bedrag op bankrekening nr. 4176123 ten name van [verzoeker]. Voorzitter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.