Parketnummer: 24-001630-08 Parketnummer eerste aanleg: 07-602461-08, 05-511213-06 (tul) en 07-400312-07 (tul) Arrest van 12 oktober 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 16 juni 2008 in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren op [1980] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [adres], verschenen in persoon, bijgestaan door haar raadsvrouw mr. C. Maat, advocaat te Amsterdam. Het vonnis waarvan beroep De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en heeft op de vordering van de benadeelde partij en op twee vorderingen tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven. Gebruik van het rechtsmiddel De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. De vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, waarvan een maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat het hof de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk zal verklaren. Ten slotte heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vorderingen tot tenuitvoerlegging zal toewijzen. De beslissing op het hoger beroep Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat: zij op of omstreeks 10 april 2008 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen drie bh's en/of drie onderbroeken, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s). Bewijsmiddelenverweer Namens verdachte heeft de raadsvrouw ter terechtzitting van het hof aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken, omdat de gehele vervolging van verdachte voortvloeit uit een onrechtmatige aanhouding van verdachte. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat er aanvankelijk slechts sprake was van CIE-informatie dat er vier zigeunervrouwen en een zigeunerkind liepen te stelen in het centrum van [plaats]. Deze informatie bereikte de meldkamer van politie Flevoland op 10 april 2008 om ongeveer 19.45 uur. Op dat moment was er van nog geen enkel feit aangifte gedaan, zodat er nog geen verdenking kon zijn van enig concreet strafbaar feit. Verdachte is vervolgens aangehouden, en naar aanleiding van haar aanhouding en de daarop volgende fouillering heeft zij een bekennende verklaring afgelegd. Omdat de aanhouding onrechtmatig was, mag het resultaat van de daaruit voortvloeiende fouillering en de daarop volgende verklaring van verdachte niet voor het bewijs worden gebruikt. Het hof overweegt ten aanzien van dit verweer als volgt. Vast staat dat op 10 april 2008 bij de Regionale Criminele Inlichtingen Eenheid van politie Flevoland informatie binnenkwam1 die inhield dat een viertal zigeunervrouwen met een zigeunerkind in het centrum van [plaats] liepen te stelen. Zij deden dit in diverse winkels waaronder de [naam]. Van die vrouwen werd tevens een signalement doorgegeven. Naar aanleiding van die informatie werden de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]2 door de meldkamer naar de [straat] te [plaats] gestuurd. Daar aangekomen zagen zij vier vrouwen en een kind die aan het signalement voldeden. Met toestemming van de officier van dienst van de politie, inspecteur [naam], hebben zij toen deze vrouwen aangehouden. Naar het oordeel van het hof was er voldoende verdenking van diefstallen gepleegd door vier vrouwen om naar aanleiding van voornoemde CIE-informatie de vier vrouwen als verdachte aan te merken en aan te houden. Nu de informatie inhield dat er gestolen was, kan niet gesteld worden - zoals de raadsvrouwe ten onrechte doet - dat er nog geen verdenking van diefstallen was nu er nog geen aangiftes waren. De bij gelegenheid van de veiligheidsfouillering aangetroffen voorwerpen die, naar later bleek, gestolen waren en de verklaring van verdachte kunnen naar het oordeel van het hof dan ook voor het bewijs van het aan verdachte ten laste gelegde worden gebezigd. Het hof verwerpt het verweer derhalve. Daar komt - ten overloede - bij dat verdacht ter terechtzitting in eerste aanleg, terwijl zij werd bijgestaan door een advocaat, op vragen van de politierechter heeft verklaard dat zij drie sets ondergoed heeft gestolen. Van deze in vrijheid afgelegde verklaring kan niet worden gesteld dat deze rechtstreeks voortvloeit uit de aanhouding van verdachte. Bewezenverklaring Het hof acht bewezen dat: zij op 10 april 2008 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomendrie bh's en drie onderbroeken, toebehorende aan het winkelbedrijf [benadeelde]. Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen. Kwalificatie Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf: diefstal. Strafbaarheid Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht. Strafmotivering Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon van de verdachte. Het hof heeft in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal. Dergelijke vermogenscriminaliteit pleegt hinder, schade en ergernis te veroorzaken voor het slachtoffer daarvan. De verdachte heeft er door haar handelen blijk van gegeven weinig respect te hebben voor de eigendomsrechten van een ander. Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens een haar betreffend Uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister d.d. 12 juni 2009 al vele malen eerder is vervolgd ter zake van soortgelijke strafbare feiten waarbij alle strafmodaliteiten de revue zijn gepasseerd. Verdachte blijft desondanks recidiveren. Ook nadat verdachte in de onderhavige zaak in hoger beroep was gegaan, heeft zij een nieuw feit gepleegd. Zij wekt aldus de indruk dat zij na contacten met politie en justitie geen noodzaak voor verandering van haar gedrag ervaart. Daarnaast heeft het hof kennisgenomen van de inhoud van een verdachte betreffend voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland d.d. 11 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.