Parketnummer: 24-000678-08 Parketnummer eerste aanleg: 07-995381-06 Arrest van 30 oktober 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, economische kamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 20 maart 2007 in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren op [1946] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [adres] BO, niet ter terechtzitting verschenen. Het vonnis waarvan beroep De economische politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een overtreding veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven. Gebruik van het rechtsmiddel De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte. Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. De vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen ter zake het hem ten laste gelegde tot een geldboete van € 750,--, subsidiair 15 dagen hechtenis. De beslissing op het hoger beroep Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat: hij in of omstreeks de periode van 1 juni t/m 14 september 2006 in de gemeente [gemeente] al dan niet opzettelijk, zonder daartoe verleende vergunning, een aan of nabij de [straat] te [plaats] gelegen inrichting (bestemd voor het karten, darten, paintball, volleybal en/of het nuttigen van dranken) zijnde een inrichting als bedoeld in Categorie 18 en/of 19 van de bij het "Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer" behorende Bijlage I, heeft opgericht en/of in werking heeft gehad. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat: hij in de periode van 1 juni t/m 14 september 2006 in de gemeente [gemeente] opzettelijk, zonder daartoe verleende vergunning, een aan of nabij de [straat] te [plaats] gelegen inrichting (bestemd voor het karten, darten, paintball, volleybal en/of het nuttigen van dranken) zijnde een inrichting als bedoeld in Categorie 18 en/of 19 van de bij het "Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer" behorende Bijlage I, heeft opgericht en in werking heeft gehad. Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen. Kwalificatie Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf: overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan. Strafbaarheid Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft een evenementeninrichting in werking gehad, terwijl hij wist dat hiervoor een vergunning ingevolge de Wet milieubeheer was vereist. Door niet aan zijn vergunningsplicht te voldoen heeft verdachte het bij de Wet milieubeheer betrokken belang van bescherming van het milieu ondermijnd. Tevens werkt het handelen van verdachte concurrentievervalsend ten opzichte van ondernemers die zich wel aan deze voorschriften houden. Het hof houdt rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 15 juli 2009, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld wegens het plegen van een economisch delict. Het hof acht de door de rechter in eerste aanleg en de door de advocaat-generaal gevorderde geldboete passend en geboden. Toepassing van wetsartikelen Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en artikel 8.1 van de Wet milieubeheer, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde. De uitspraak HET HOF, RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek: vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende: verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar; verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij; veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van zevenhonderdvijftig euro; beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vijftien dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt. Dit arrest is aldus gewezen door mr. S. Zwerwer, voorzitter, mr. O. Anjewierden en mr. J.A. Wiarda, in tegenwoordigheid van mr. L. Keekstra als griffier, zijnde mr. Wiarda voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.