Sector strafrecht Parketnummer: 21-001841-08 Uitspraak d.d.: 31 december 2009 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Utrecht van 14 april 2008 in de strafzaak tegen [verdachte] Het hoger beroep De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Het hof verstaat dat het hoger beroep van verdachte zich niet richt tegen de vrijspraak van het tenlastegelegde feit onder 2, derde asterisk. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 18 december 2009 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr J.P. Plasman, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is, voorzover thans van belang, tenlastegelegd dat: 1: hij op of omstreeks 29 maart 2007, in elk geval in of omstreeks de periode van 20 maart 2007 tot en met 31 maart 2007 te Breda, althans het arrondissement Breda, in elk geval in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)[slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en), die bestond(
- en)uit of mede bestond(
- en)uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte die [slachtoffer] gedwongen - te dulden dat verdachte zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer] duwde/bracht, en/of - te dulden dat verdachte de borsten van die [slachtoffer] betastte en/of - zijn, verdachtes, penis te betasten, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of die bedreiging - met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(
- en)hierin dat verdachte (met kracht) die [slachtoffer] heeft vastgegrepen en/of op een matras geduwd en/of getrokken, en/of - die [slachtoffer] in een of meer seksuele posities heeft gezet en/of - de kleding van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken, en/of - die [slachtoffer] op de billen heeft geslagen, en/of - tegen die [slachtoffer] heeft gezegd, dat zij niets mocht vertellen over wat er gebeurd was, omdat anders hij (verdachte) ervoor zou zorgen dat zij weer terug in de gevangenis zou komen, en/of - tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat zij maar gewoon moest meewerken, anders zou hij haar vader bellen, en/of - het hoofd van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of naar zijn penis heeft gebracht en/of (vervolgens) haar hoofd heeft bewogen, en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen onstaan; 2: hij in of omstreeks de periode van 5 september 2007 tot en met 10 september 2007 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, en/of elders in Nederland, meermalen althans eenmaal enig geheim waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt of beroep, te weten als brigadier van de Politie Regio Utrecht (toen werkzaam in het district Marco Polo), verplicht was te bewaren, opzettelijk heeft geschonden, immers heeft hij, verdachte, met een of meer perso(o)n(
- en)(geen van allen werkzaam bij enige politie-, of een andere opsporingsdienst) over de telefoon gesproken over een nog lopend politie-onderzoek genaamd LEHAR (betreffende een schietincident met dodelijke afloop in de gemeente Utrecht op 4 september 2007) (terwijl de verdachte van dit schietincident ná zijn aanhouding aan het politie-onderzoeksteam vertelde dat (en waar) hij zijn vuurwapen had weggegooid), te weten (zakelijk weergegeven): * (pv p 216) op 5 september 2007 met [betrokkene 1], in welk telefoongesprek verdachte aan die [betrokkene 1] vertelde - dat er een schietpartij is geweest waarbij een Marokkaanse jongen is doodgeschoten en/of - dat de verdachte van de schietpartij zijn wapen had weggegooid op de snelweg en/of - dat hij, verdachte, nu met een collega naar dat wapen aan het zoeken is; en/of * (pv p 215 en 218) (meermalen) op 5 september 2007 met [betrokkene 2], in welk(
- e)telefoongesprek(ken) hij aan die [betrokkene 2] vertelde - dat hij zo moet zoeken naar een vuurwapen en/of - dat hij en ook de speurhond het wapen niet hebben gevonden. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Verdachte heeft het tenlastegelegde (onvrijwillig seksueel contact) steeds ontkend. Als mogelijk bewijsmiddel geldt een door de politie afgeluisterd telefoongesprek tussen verdachte en een vriend van hem, waarin verdachte vertelt dat hij in de ochtend van 29 maart 2007 een vrouw heeft vastgebonden, haar heeft geslagen en seksueel heeft gepakt, nadat hij er achter was gekomen dat zij zeer waarschijnlijk geld uit zijn jasje had gestolen op het moment dat hij onder de douche stond. Evenals de rechtbank stelt het hof vast dat deze verklaring niet in directe zin als een bevestiging kan worden gezien van de verklaring van [slachtoffer], waarop de tenlastelegging is gebaseerd. Er zijn grote verschillen tussen haar lezing en hetgeen verdachte in het telefoongesprek heeft gezegd, dit zowel voor wat betreft de tijdstippen en de achtergrond als de jegens haar gepleegde handelingen. Door [slachtoffer] is in het geheel niet verklaard over een gebeurtenis in de ochtenduren . [Slachtoffer] heeft in het geheel niet verklaard over de seksuele handelingen die in de ochtend zouden hebben plaatsgevonden. Haar verklaringen worden dus niet door het afgeluisterde gesprek gesteund. De verklaringen van [slachtoffer] hebben betrekking op een eerder tijdstip en een ander feitencomplex dan het telefoongesprek van verdachte met zijn vriend. Het gegeven dat verdachte naar [slachtoffer] is toegegaan met een bepaalde seksuele intentie, zoals hij ter zitting bij het hof heeft toegegeven, is nog niet redengevend voor het bewijs dat er onvrijwillige seks heeft plaatsgevonden. Nog los van de opmerkingen die de raadsman heeft gemaakt over de totstandkoming van de verklaringen van [slachtoffer, komt het hof derhalve tot de slotsom dat overtuigend steunbewijs ontbreekt. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 2: hij op 5 september 2007 in het arrondissement Utrecht, meermalen enig geheim waarvan hij redelijkerwijs moest vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, te weten als brigadier van de Politie Regio Utrecht (toen werkzaam in het district Marco Polo), verplicht was te bewaren, opzettelijk heeft geschonden, immers heeft hij, verdachte, met personen (geen van allen werkzaam bij enige politie-, of een andere opsporingsdienst) over de telefoon gesproken over een nog lopend politie-onderzoek genaamd LEHAR (betreffende een schietincident met dodelijke afloop in de gemeente Utrecht op 4 september 2007) te weten (zakelijk weergegeven): * op 5 september 2007 met [betrokkene 1], in welk telefoongesprek verdachte aan die [betrokkene 1] vertelde - dat er een schietpartij is geweest waarbij een Marokkaanse jongen is doodgeschoten en - dat de verdachte van de schietpartij zijn wapen had weggegooid op de snelweg en - dat hij, verdachte, nu met een collega naar dat wapen aan het zoeken is; en * meermalen op 5 september 2007 met [betrokkene 2], in welk telefoongesprekken hij aan die [betrokkene 2] vertelde - dat hij zo moet zoeken naar een vuurwapen en - dat hij en ook de speurhond het wapen niet hebben gevonden. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezene levert op het misdrijf: ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde: Enig geheim, waarvan hij redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit hoofde van ambt verplicht is te bewaren, opzettelijk schenden; meermalen gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft in zijn functie als brigadier van politie, zonder enige terughoudendheid, telefonisch aan kennissen verteld dat hij bepaalde opsporingshandelingen verrichtte in een lopend onderzoek met betrekking tot een ernstig geweldsmisdrijf met dodelijke afloop. Verdachte heeft daar bepaalde informatie gegeven die in het kader van dat onderzoek nimmer met derden gedeeld mag worden. Verdachte is als ervaren politieman zeer lichtvaardig omgegaan met zijn ambtsplicht om bepaalde informatie geheim te houden. Met betrekking tot de strafoplegging is het hof van oordeel dat hier enerzijds sprake is van een ernstige schending van de integriteit van een politieman. Hier moet zwaar aan worden getild, aangezien het hele systeem van opsporing en vervolging is gebaseerd op de onkreukbaarheid van politiemensen. Anderzijds neemt het hof in overweging dat verdachte geen grens heeft overschreden door deze informatie door te verkopen dan wel door te spelen aan direct belanghebbenden. Het ging veeleer om grootdoenerij. Dat is van belang voor de strafmaat. In het bijzonder in aanmerking genomen hetgeen omtrent de persoon van verdachte is gebleken en de gevolgen die deze zaak voor verdachte heeft gehad (verdachte is ontslagen uit zijn ambt als politieman) is het hof van oordeel dat oplegging van een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van de hierna aan te geven duur, passend en geboden is. Deze is vanwege dat ontslag en de persoonlijke gevolgen daarvan, lager dan door de rechtbank opgelegd. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 10.000,--, althans een voorschot welke juist en passend wordt geacht. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering. De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 57 en 272 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 100 (éénhonderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis. Bepaalt dat bij de uitvoering van de taakstraf 70 (zeventig) uren in mindering worden gebracht wegens de tijd door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, te weten totaal 35 (vijfendertig) dagen. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]: Verklaart de benadeelde partij, [slachtoffer], in haar vordering niet-ontvankelijk. Aldus gewezen door mr P.A.H Lemaire, voorzitter, mr P.R. Wery en mr A.P. Besier, raadsheren, in tegenwoordigheid van G. Heeres, griffier, en op 31 december 2009 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Mr P.R. Wery is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.