Sector strafrecht Parketnummer: 21-003896-09 Uitspraak d.d.: 25 maart 2010 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Almelo van 5 oktober 2009 in de strafzaak tegen VERDACHTE, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [woonplaats]. Het hoger beroep De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 11 maart 2010 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 16 augustus 2009 te [A], gemeente Hof van Twente, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens artikel 2:1 APV Hof van Twente, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift gedaan door T. Kolk, die was belast met de uitoefening van enig toezicht en/of die was belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaar hem had bevolen, althans van hem had gevorderd weg te gaan, geen gevolg gegeven aan dit bevel of die vordering. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Het hof leest de tenlastelegging in die zin verbeterd dat het er voor houdt dat de steller van de tenlastelegging met artikel 2.1.1.1 van de APV Hof van Twente heeft bedoeld ten laste te leggen artikel 2:1 van de Algemene plaatselijke verordening Hof van Twente 2009 (verder: APV Hof van Twente). De verdachte is door deze verbeterde lezing niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op of omstreeks 16 augustus 2009 te [A], gemeente Hof van Twente, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens artikel 2:1 APV Hof van Twente, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift gedaan door T. Kolk, die was belast met de uitoefening van enig toezicht en/of die was belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaar hem had bevolen, althans van hem had gevorderd weg te gaan, geen gevolg gegeven aan dit bevel of die vordering. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Het hof heeft de vraag onder ogen gezien of in dit geval de vordering (ook) krachtens enig ander wettelijk voorschrift zou kunnen worden gedaan. De advocaat-generaal heeft op dit punt niets gesteld. Evenals de politierechter heeft het hof een dergelijke bepaling niet gevonden. Artikel 185 van het Wetboek van Strafrecht is een zelfstandig strafbaar feit en de tenlastelegging is niet op dat feit toegesneden. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het proces-verbaal van aanhouding van de verbalisanten Kolk en Klein Goldewijk houdt in voor zover van belang, zakelijk weergegeven: “Ik, verbalisant T. Kolk, heb [verdachte] toen gevorderd zich te verwijderen en hem medegedeeld dat als hij nogmaals terug zou komen dat hij dan zou worden aangehouden. Deze vordering werd gedaan op grond van artikel 2.1.1.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Hof van Twente. Korte tijd later zagen wij verbalisanten Kolk en Klein Goldewijk dat [verdachte] via een andere weg wederom bij de collega’s stond die met de aanhouding bezig waren. Ik verbalisant Kolk ben naar [verdachte] toegelopen en heb hem bij zijn rechterarm gepakt en hem medegedeeld dat hij was aangehouden terzake niet voldoen aan de gegeven vordering.” Hieruit leidt het hof af dat verbalisant Kolk verdachte duidelijk te verstaan heeft gegeven dat hij zich moest verwijderen toen de verbalisanten andere politieambtenaren assisteerden bij een aanhouding bij een discotheek, en dat verdachte desalniettemin is teruggekeerd naar de plaats waar de aanhouding plaatsvond. Verdachte heeft het hof ter terechtzitting er niet van kunnen overtuigen dat er geen vordering is geweest. Het hof komt daarom tot de conclusie dat verdachte op 16 augustus 2009 te [A] opzettelijk niet heeft voldaan aan een vordering die is gedaan door de verbalisant Kolk. Verbalisant Kolk relateert in zijn proces-verbaal dat die vordering is gedaan op grond van artikel 2.1.1.1 APV Hof van Twente. Dit artikel bestond op 16 augustus 2009 niet (meer). Het hof houdt het er daarom voor dat de verbalisant beoogd heeft de vordering aan verdachte te doen op grond van artikel 2:1 van de APV Hof van Twente. Artikel 2:1, eerste en tweede lid, van de APV Hof van Twente luidde op 16 augustus 2009:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.