Gerechtshof Arnhem, Nevenzittingsplaats Leeuwarden Sector strafrecht Parketnummer: 24-002432-10 Uitspraak d.d.: 4 mei 2011 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 7 oktober 2010 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 13-421680-07, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1972], wonende te [woonplaats], [adres], thans verblijvende in [verblijfplaats]. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 21 april 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ten aanzien van de ten laste gelegde verkrachting tot 24 maanden gevangenisstraf en toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van tien maanden. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. J.A.C. van den Brink, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte wegens verkrachting veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf. Voorts heeft de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk geacht in haar vordering en de vordering tot tenuitvoerlegging toegewezen. Overwegingen van het hof Het hof is van oordeel dat de eerste rechter juist heeft geoordeeld voor zover het de bewezenverklaring, de kwalificatie en de strafbaarheid van feit en dader, alsmede voor zover het de beslissing inzake de vordering tenuitvoerlegging betreft. Daarom dient het vonnis waarvan beroep in zoverre met overneming en aanvulling van gronden te worden bevestigd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat haar vordering in eerste aanleg niet-ontvankelijk is verklaard en dat zij zich in het geding in hoger beroep niet opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep niet voort en kan het hof niet op die vordering beslissen. Ten aanzien van de strafoplegging zal het vonnis waarvan beroep worden vernietigd, om hierna te noemen redenen. In zoverre zal opnieuw recht worden gedaan. Aanvulling van gronden - bewijsmiddelen De verklaring van [slachtoffer]1, zakelijk weergegeven, inhoudende: Ik woon in [plaats]. Oplegging van straf en/of maatregel De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van zijn schoonzus, [slachtoffer]. Hij is op een avond naar haar huis gegaan en heeft aangebeld. Toen zij daarop opendeed voor haar zwager, is hij naar binnen gegaan en heeft hij haar op de bank in haar woonkamer verkracht. Een dergelijke gebeurtenis wordt in het algemeen door slachtoffers als zeer ingrijpend ervaren en brengt nadelige psychische gevolgen met zich. Dat dit ook voor aangeefster geldt blijkt uit haar ter zitting van het hof als getuige afgelegde verklaring en ook uit haar door de voorzitter ter zitting voorgelezen schriftelijke slachtofferverklaring d.d. 8 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.