Gerechtshof Arnhem nevenzittingsplaats Leeuwarden Sector strafrecht Parketnummer: 24-003050-07 Uitspraak d.d.: 30 mei 2011 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 30 november 2007 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1989], wonende te [woonplaats], [adres]. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 8 januari 2009 en 16 mei 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een werkstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis, en voorts tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 343,60, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en niet-ontvankelijk-verklaring van de benadeelde partij in het overige deel van zijn vordering. De vordering van de advocaat-generaal is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. A.S. ten Doesschate, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 19 augustus 2007 in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde]), één of meermalen in het gezicht, althans tegen het hoofd heeft gestompt en/of geslagen en/of één of meermalen tegen het lichaam heeft gestompt en/of geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 19 augustus 2007 in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [benadeelde], meermalen in het gezicht heeft gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde het bewezenverklaarde levert op: mishandeling. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling in het uitgaansleven. Het incident vond plaats op de dansvloer van een discotheek, kennelijk onder invloed van alcoholhoudende drank. Verdachte heeft aangever enige malen met de vuist in het gezicht geslagen en daarmee diens lichamelijke integriteit geschonden. Aangever heeft door toedoen van verdachte een bloedneus en gebitschade opgelopen. Ook in psychisch opzicht - zo blijkt uit de vordering van aangever als benadeelde partij - is er sprake geweest van nadelige gevolgen. Voorts is een dergelijk geweldsincident een onaangename ervaring voor degenen die daarvan ongewild getuige zijn. Het hof heeft tevens gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 21 maart 2011, waaruit niet blijkt van eerdere justitiecontacten. Verdachte is derhalve aan te merken als "first offender". Het hof stelt vast dat het thans ter beoordeling staande incident reeds geruime tijd geleden - op 19 augustus 2007, tevens aanvangsdatum van de redelijke termijn - heeft plaatsgevonden. Op 5 december 2007 is hoger beroep ingesteld tegen het door de politierechter op 30 november 2007 gewezen vonnis. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is aangevangen op 8 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.