Arrest d.d. 6 september 2011 Zaaknummer 200.028.779/01 HET GERECHTSHOF TE ARNHEM Nevenzittingsplaats Leeuwarden Arrest van de vierde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van: 1. K.C.F. Ondersteuning V.O.F., gevestigd te Zwartsluis, 2. [appellant sub 2], wonende te [woonplaats], 3. [appellant sub 3], wonende te [woonplaats], appellanten, in eerste aanleg: gedaagden, hierna gezamenlijk in enkelvoud te noemen: KCF, advocaat: mr. B. Korvemaker, kantoorhoudende te Leeuwarden, tegen [geïntimeerde], gevestigd te Assen, geïntimeerde, in eerste aanleg: eiseres, hierna te noemen: [geïntimeerde], advocaat: mr. J.M. Pol, kantoorhoudende te Assen. De inhoud van het tussenarrest d.d. 12 april 2011 wordt hier overgenomen. Het verdere procesverloop Ter uitvoering van voormeld tussenarrest hebben partijen ieder een akte genomen, waarna opnieuw de stukken zijn overgelegd voor het wijzen van arrest. De verdere beoordeling 1. In het tussenarrest van 12 april 2011 heeft het hof geoordeeld dat het beroep van KCF op ontbinding van de overeenkomst slaagt en dat de vordering van [geïntimeerde], voor zover deze is gegrond op nakoming van de overeenkomst daarom niet toewijsbaar is. Voor zover [geïntimeerde] haar vordering (subsidiair) grondt op nakoming van de uit de ontbinding voortvloeiende ongedaanmakingsverbintenis aan de zijde van KCF, heeft het hof geoordeeld dat het beslag op het schip, de voorbereiding van de eerste en de tweede veiling en alle daarmee verband houdende werkzaamheden voor KCF uiteindelijk van onwaarde zijn geweest. De daaraan verbonden kosten (inclusief die van de notaris) behoeft KCF dan ook niet te voldoen. Voor wat betreft de eventuele resterende door [geïntimeerde] verrichte werkzaamheden en gemaakte kosten heeft het hof overwogen dat die door KCF dienen te worden vergoed, waarbij het hof geen aanleiding ziet deze anders te waarderen dan overeenkomstig de bedragen die door [geïntimeerde] op grond van de overeenkomst in rekening hadden mogen worden gebracht. Omdat de omvang daarvan zich, zonder nadere uitlating door partijen, niet liet vaststellen heeft het hof de zaak naar de rol verwezen teneinde [geïntimeerde] in de gelegenheid te stellen zich hierover uit te laten,waarna KCF hierop zou mogen reageren. Vervolgens hebben beide partijen zich daarover bij akte uitgelaten. Naar aanleiding daarvan overweegt het hof thans als volgt. 2. Door [geïntimeerde] is aan KCF in rekening gebracht een bedrag van € 6.885,97 inclusief B.T.W. (zie prod. 1 bij inleidende dagvaarding), waarop zij vervolgens een bedrag van € 2.171,81 in mindering heeft gebracht (zie prod. 3 bij inleidende dagvaarding), zodat resteert € 4.714,16. Het bedrag van € 2.171,81 betreft een korting op de nota van de notaris. Aangezien echter de werkzaamheden van de notaris toch al niet voor vergoeding in aanmerking komen (zij hebben immers betrekking op het beslag en de niet doorgegane veilingen) is deze korting verder niet relevant. Voornoemde productie 1 bevat naast de doorbelaste werkzaamheden van de notaris de posten (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.