GERECHTSHOF ARNHEM Sector belastingrecht nummer 11/00029 uitspraakdatum: 30 augustus 2011 Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van Stichting X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 16 december 2010, nummer AWB 09/1183, in het geding tussen belanghebbende en de inspecteur van de Belastingdienst te P (hierna: de Inspecteur).
(2006), grote bedragen aan loonkosten, afschrijvingen en overige bedrijfslasten voor haar rekening heeft genomen ten behoeve van de Stichting B, en derhalve ten behoeve van de zorg, en, in geringe mate, ten behoeve van de Woonstichting. Aldus is sprake van bijdragen aan de zorg in natura. De Inspecteur heeft dit betwist. Hij stelt dat uit de door belanghebbende overgelegde bijlage op geen enkele wijze de juistheid van haar standpunt kan worden afgeleid dat het niet gaat om kosten van haarzelf, en dat thans iedere mogelijkheid om het gestelde te controleren, ontbreekt. Tegenover de betwisting door de Inspecteur heeft belanghebbende haar stelling niet aannemelijk gemaakt. 4.6 Naar het oordeel van het Hof maakt belanghebbende, tegenover de gemotiveerde betwisting door de Inspecteur, niet aannemelijk dat zij het algemeen belang heeft gediend door meer dan 50 percent van haar opbrengst te besteden aan het ondersteunen van de Stichting B en de Woonstichting. In het midden kan dan blijven of belanghebbende met haar werkzaamheden op die grond primair het algemeen belang heeft gediend. 4.7 Het door belanghebbende overgelegde beleidsplan voor de periode 2008 - 2012 dat in dit verband in aanmerking moet worden genomen, leidt het Hof niet tot een ander oordeel. Met name kan niet worden geconcludeerd dat belanghebbende de in haar beleidsplan vermelde doelstellingen, behoudens het beheer van haar eigen vermogen, heeft gerealiseerd. Dat geldt evenzeer voor hetgeen is opgenomen onder "5 Besteding van het vermogen". In dit geding is op geen enkele wijze aannemelijk geworden dat, en hoe, belanghebbende haar vermogen, dat in de afgelopen jaren slechts is toegenomen, in het algemeen belang zal besteden aan natuurlijke personen en instellingen als genoemd in het beleidsplan. 4.8 Gelet op het vorenstaande kan naar het oordeel van het Hof belanghebbende niet worden aangemerkt als een anbi. slotsom Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep ongegrond.
- Kosten Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
- Beslissing Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank Deze uitspraak is gedaan door mr. J.P.M. Kooijmans, voorzitter, mr. J. van de Merwe en mr. J.B.H. Röben, in tegenwoordigheid van drs. S. Darwinkel als griffier. De beslissing is op 30 augustus 2011 in het openbaar uitgesproken. De griffier, De voorzitter, (S. Darwinkel) (J.P.M. Kooijmans) Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 30 augustus 2011 Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer) Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen: 1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd; 2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht; d. de gronden van het beroep in cassatie. Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.