← Nederland

ECLI:NL:GHARN:2011:BT5853

Arrest d.d. 27 september 2011 Zaaknummer 200.088.693/01 HET GERECHTSHOF TE ARNHEM Nevenzittingsplaats Leeuwarden Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Garagebedrijf [X], gevestigd te [woonplaats], appellante, in eerste aanleg: eiseres, hierna te noemen: [appellante], tegen

  1. [geïntimeerde 1], wonende te [woonplaats],
  2. [geïntimeerde 2], wonende te [woonplaats], geïntimeerden, in eerste aanleg: gedaagden, hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden], advocaat: mr. R.P. de Bruin, kantoorhoudende te Gouda. Het geding in eerste instantie In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis uitgesproken op 23 februari 2011 door de rechtbank Zwolle-Lelystad, sector civiel recht, locatie Lelystad (hierna: de rechtbank). Het geding in hoger beroep Bij exploot van 23 mei 2011 is door [appellante] hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van [geïntimeerden] tegen de zitting van 4 oktober
  3. De conclusie van de dagvaarding in hoger beroep luidt: "(...) bij arrest uitvoerbaar bij voorraad, te vernietigen het vonnis dat op 23 februari 2011 door de Rechtbank te Zwolle-Lelystad onder zaaknummer/rolnummer 171104 / HA ZA 10-622 tussen partijen is gewezen en opnieuw rechtdoende, al dan niet onder verbetering van de gronden, de vordering van garagebedrijf [X], in eerste aanleg alsnog toe te wijzen en [geïntimeerden] te veroordelen in de kosten van beide instanties." [geïntimeerden] hebben de zaak bij anticipatie aangebracht tegen de zitting van 14 juni
  4. Op de eerst dienende dag heeft zich namens [appellante] geen advocaat gesteld. Aan [appellante] is daarop, conform het bepaalde in art. 123 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), de gelegenheid gegeven om binnen een door het hof gestelde termijn alsnog advocaat te stellen. De zaak is hiervoor op de rol van 28 juni 2011 geplaatst, maar op die datum heeft zich geen advocaat gesteld voor [appellante]. Ten slotte hebben [geïntimeerden] op de rol van 26 juli 2011 de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest. De beoordeling Het hof stelt vast dat [appellante] binnen de haar gegeven termijn geen gebruik heeft gemaakt van de geboden gelegenheid tot herstel van het verzuim van advocaatstelling. Ingevolge het bepaalde in art. 123 lid 2 Rv juncto art. 353 lid 1 Rv zullen [geïntimeerden] daarom van de instantie worden ontslagen. [appellante] moet in hoger beroep worden beschouwd als de in het ongelijk te stellen partij. Het hof zal [appellante] dan ook veroordelen in de kosten van het geding in hoger beroep (salaris advocaat: ½ punt in tarief I). De beslissing Het gerechtshof: ontslaat [geïntimeerden] van instantie (de procedure in hoger beroep); veroordeelt [appellante] in de kosten van het geding in hoger beroep en stelt die kosten aan de zijde van [geïntimeerden] tot aan deze uitspraak vast op € 316,00 aan geliquideerd salaris voor de advocaat en op € 368,93 aan verschotten. Aldus gewezen door mrs. K.E. Mollema, voorzitter, J.H. Kuiper, H. de Hek, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 27 september 2011 in bijzijn van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.