ECLI:NL:GHARN:2011:BT8677
Arrest d.d. 18 oktober 2011 Zaaknummer 107.001.520/01 HET GERECHTSHOF TE ARNHEM Nevenzittingsplaats Leeuwarden Arrest van de derde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:
Vitelec B.V., gevestigd te Breda, appellante, in eerste aanleg: eiseres, hierna te noemen: Vitelec, advocaat: A.P. van Knippenbergh, kantoorhoudende te Best, tegen Micronic B.V., gevestigd te Lelystad, geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde, hierna te noemen: Micronic, advocaat: J.V. van Ophem, kantoorhoudende te Leeuwarden.
De inhoud van het tussenarrest d.d. 18 augustus 2009 wordt hier overgenomen.
Het verdere procesverloop Micronic heeft een akte na tussenarrest tevens verzoek tot verbetering kennelijke fout genomen.
Vitelec heeft hierop een antwoordakte genomen.
Vervolgens hebben partijen de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.
De verdere beoordeling Met betrekking tot het verzoek tot verbetering van een kennelijke fout 1. Micronic heeft er terecht in haar akte op gewezen dat ten tijde van het wijzen van het tussenarrest van 18 augustus 2009 mr. Van Ophem zich reeds als haar advocaat had gesteld. Het hof verstaat dat dit in de aanhef van het genoemde tussenarrest moet worden gelezen, alsmede dat rechtsoverweging 10.1 en de woorden "zo mogelijk" in rechtsoverweging 10.2 van het tussenarrest als niet geschreven moeten worden beschouwd.
Wederom met betrekking tot de grieven 2, 3 en 4 2. Het hof stelt vast dat Micronic in de paragrafen 2 en 3 van haar akte na tussenarrest tevens verzoek tot verbetering kennelijke fout een aantal inhoudelijke opmerkingen heeft gemaakt. Vitelec heeft hiertegen bezwaar gemaakt en zich het recht voorbehouden om daarop, indien nodig, later te kunnen reageren. Het hof acht zich desondanks vrij om hierna op bedoelde opmerkingen in te gaan, omdat het de daarin door Micronic verwoorde opvattingen niet deelt en duidelijkheid daarover in dit stadium van de procedure is gewenst. Dit laat onverlet dat Vitelec hierop desgewenst in een later stadium van de procedure nog kan reageren.
8.1. Vitelec heeft verklaard zich met deze vragen te kunnen verenigen.
8.2. Micronic heeft wederom gesteld dat zij van oordeel is dat het non-concurrentiebeding nietig is en dat een deskundigenonderzoek daarom niet nodig is. In het licht van hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen alsmede in het licht van het tussenarrest van 18 augustus 2009 gaat het hof hieraan voorbij.
8.3. Micronic heeft met betrekking tot de als a. door het hof voorgestelde vraagstelling allereerst gesteld dat deze, voor zover het gaat om overtreding van artikel 6 Mw., ook de markt in Nederland moet betreffen.
8.4. Het hof zal de vraagstelling dienaangaande aanpassen.
8.5. Micronic heeft met betrekking tot de als a. door het hof voorgestelde vraagstelling voorts gesteld dat bij de bepaling van de relevante markt tevens gelet moet worden op de markt voor visiesystemen ten behoeve van de medische en laboratoriumwereld en de markt voor de assemblage en omkasting van deze systemen.
8.6. Het hof zal ook dit aspect in de vraagstelling betrekken, zodat de onder a. te stellen vraag komt te luiden: a. Wat is de relevante productmarkt - in Nederland en in de EU - voor readers en scanners ten behoeve van monsteropslag aan eindgebruikers in de medische en laboratoriumwereld, waarbij de volgende subvragen aan de orde dienen te komen:
8.7. Micronic heeft voorts met betrekking tot de als b. door het hof voorgestelde vraagstelling aangevoerd dat het van belang is op te nemen over welke periode(n) het marktaandeel van Micronic moet worden vastgesteld, met name ook omdat de tripartiete overeenkomst in 2006 een einde heeft genomen.
8.8. In verband hiermede zal het hof de vraagstelling onder b. zodanig aanpassen dat deze komt te luiden: b. Wat is - rekening houdend met het antwoord op vraag a. - zowel in 2000 als in de periode 2001 tot en met 2006 per kalenderjaar het marktaandeel van Micronic in de respectieve productmarkt(en)?
De beslissing Het gerechtshof: alvorens verder te beslissen: bepaalt dat de NMa zal worden uitgenodigd om zich als amicus curiae in dit geding te voegen; bepaalt dat de NMa zal worden gevraagd een voorstel zal doen over een te benoemen deskundige; beveelt een verschijning van partijen deugdelijk vertegenwoordigd tot het geven van inlichtingen en het beproeven van een schikking; verstaat dat de NMa zal worden uitgenodigd om bij deze verschijning aanwezig te zijn voor het geven van inlichtingen; bepaalt dat deze verschijning van partijen zal worden gehouden in het Paleis van Justitie, Wilhelminaplein 1 te Leeuwarden, op een nog nader te bepalen dag en uur; verwijst de zaak naar de rolzitting van 15 november 2011 voor opgave van de verhinderdata van partijen zelf en – zonodig – van hun raadslieden voor de periode van drie maanden na bovengenoemde rolzitting, waarna de raadsheer-commissaris dag en uur van de verschijning zal vaststellen; verstaat, voor het geval één van partijen zich tijdens vorenbedoelde comparitie wenst te beroepen op de inhoud van schriftelijke bescheiden, dat deze bescheiden ter comparitie bij akte in het geding moeten worden gebracht, alsmede dat een kopie van die akte uiterlijk veertien dagen voor de datum van de comparitie moeten worden gezonden aan de griffie van het hof en aan de wederpartij; verstaat dat de advocaat van Vitelec uiterlijk twee weken voor de verschijning zal plaatsvinden een kopie van het volledige procesdossier ter griffie van het hof doet bezorgen, bij gebreke waarvan de advocaat van Micronic alsnog de gelegenheid heeft uiterlijk één week voor de vastgestelde datum een kopie van de processtukken over te leggen.
Aldus gewezen door mrs. D.J. Keur, J.H. Kuiper en R.Ch. Verschuur, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 18 oktober 2011 in bijzijn van de griffier.