parketnummer: 24-001294-10 parketnummers eerste aanleg: 07-620429-08 en 07-607347-09 Tussenarrest van 7 november 2011 van het gerechtshof Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 6 mei 2010 in de oorspronkelijk onder de parketnummers 07-620429-08 en 07-607347-09 afzonderlijk aangebrachte, maar ter terechtzitting in eerste aanleg gevoegde strafzaken, hierna te noemen respectievelijk zaak A en zaak B, tegen: [verdachte], geboren op [1961] te [geboorteplaats], zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande, thans verblijvende in de penitentiaire inrichting Utrecht - Huis van Bewaring locatie Nieuwegein te Nieuwegein, verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. Weening, advocaat te Maastricht. Het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het hierboven genoemde vonnis, in de gevoegde zaken, wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en heeft beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen, zoals in dat vonnis is omschreven. Gebruik van het rechtsmiddel De officier van justitie en de verdachte zijn op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. De officier van justitie heeft het hoger beroep van het openbaar ministerie aan de verdachte doen betekenen. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep Dit tussenarrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 24 oktober 2011, welk onderzoek is aangewend voor het houden van een nadere regiezitting. Verzoek van de verdediging De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting van het hof van 24 oktober 2011 verzocht [getuige 1] als getuige te horen. Standpunt van de advocaat-generaal ten aanzien van het verzoek van de verdediging De advocaat-generaal heeft zich niet verzet tegen het horen van [getuige 1] als getuige. Beoordeling Het hof heeft eerder, bij tussenarrest van 4 november 2010, gelast dat [getuige 2] ter terechtzitting van het hof als getuige wordt gehoord in de strafzaak van de verdachte. Uit het door de verbalisant [verbalisant] op 23 maart 2011 opgemaakte proces-verbaal is het hof nadien gebleken dat deze getuige op 27 oktober 2010 is overleden. Op grond van deze omstandigheid kan aan de opdracht van het hof, strekkende tot het oproepen en horen ter terechtzitting van deze getuige, feitelijk geen uitvoering worden gegeven. Het hof heeft bij tussenarrest van 4 november 2010 eveneens gelast dat [getuige 1] ter terechtzitting van het hof als getuige wordt gehoord in de strafzaak van de verdachte. De rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken, in de rechtbank Zwolle-Lelystad, heeft naar aanleiding van de tussenarresten van het hof van 4 november 2010 in de strafzaken van de verdachte en van de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] onderzocht of [getuige 1] in die strafzaken kon worden gehoord als getuige bij de rechter-commissaris. Bedoelde rechter-commissaris heeft vervolgens in de toentertijd aangenomen proceshouding van bedoelde getuige, die in Suriname verblijft, niet naar Nederland wil komen en toentertijd had laten weten zich te zullen beroepen op zijn verschoningsrecht, aanleiding gezien geen aanvraag tot het instellen van een rogatoire commissie in te dienen. De rechter-commissaris heeft - op praktische gronden - het hof in overweging gegeven bedoelde getuige te horen ter terechtzitting van het hof. Dit laatste in verband met de omstandigheid dat het hof reeds bij tussenarrest van 4 november 2010 in de strafzaak van de verdachte heeft gelast dat [getuige 1] ter terechtzitting van het hof dient te worden gehoord als getuige. Gelet op de kennelijk gewijzigde proceshouding van deze getuige, zoals aangekondigd in de brief van diens raadsman, mr. G.I. Roos, van 20 oktober 2011, bestaat thans - anders dan voorheen werd geoordeeld door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Zwolle-Lelystad - geen belemmering meer voor het horen van deze getuige door genoemde rechter-commissaris. Het hof verwijst de zaak naar genoemde rechter-commissaris ten behoeve van het horen van de hierboven genoemde getuige. Daarnaast overweegt het hof het volgende. Het hof heeft bij tussenarrest van 7 november 2011 in de strafzaak van de medeverdachte [medeverdachte 1] gelast dat [medeverdachte 1] als verdachte in zijn strafzaak wordt gehoord door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Zwolle-Lelystad. Dit in verband met de kennelijk gewijzigde proceshouding van de medeverdachte [medeverdachte 1], zoals aangekondigd in de brief van diens raadsman, mr. R. Malevicz, van 19 oktober 2011 en zoals bevestigd door de medeverdachte [medeverdachte 1] ter terechtzitting van het hof van 24 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.