GERECHTSHOF ARNHEM Sector civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.103.000 (zaaknummer rechtbank 223727) arrest in kort geding van de zesde kamer van 7 augustus 2012 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Océ-Nederland B.V., gevestigd te ‘s-Hertogenbosch, appellante, advocaat: mr. T.H. Chen, tegen: 1. de naamloze vennootschap Alliander N.V., gevestigd te Arnhem, geïntimeerde, advocaat: mr. A. Stellingwerff Beintema, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Ricoh Nederland B.V., gevestigd te ‘s-Hertogenbosch, geïntimeerde, advocaat: mr. M.J. Mutsaers. Appellante zal hierna Océ worden genoemd. Geïntimeerde sub 1 zal hierna Alliander en geïntimeerde sub 2 zal hierna Ricoh worden genoemd. 1. Het geding in eerste aanleg Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 24 januari 2012 dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Arnhem tussen Océ als eiseres, Alliander als gedaagde en Ricoh als eiseres in het incident tot tussenkomst, subsidiair tot voeging, in kort geding heeft gewezen. Van dat vonnis is een fotokopie aan dit arrest gehecht. 2. Het geding in hoger beroep 2.1 Océ heeft bij exploot van 21 februari 2012 Alliander en Ricoh aangezegd van voornoemd vonnis van 24 januari 2012 in hoger beroep te komen, met dagvaarding van Alliander en Ricoh voor dit hof. 2.2 In genoemd exploot heeft Océ zes grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd en heeft zij een nieuwe productie in het geding gebracht. Océ heeft aangekondigd te zullen vorderen dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog haar vorderingen zal toewijzen als hierna vermeld: 1. primair (cumulatief) A. Alliander zal verbieden de Opdracht van de aanbestedingsprocedure “Multifunctionele printapparatuur + papier”, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie onder nummer 2011/S 154-256553 definitief te gunnen aan Ricoh; B. Alliander zal gebieden de aanbestedingsprocedure “Multifunctionele printapparatuur + papier” te staken en gestaakt te houden; C. de vorderingen van Ricoh alsnog zal afwijzen, althans Ricoh niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen; D. Alliander zal gelasten, indien zij de Opdracht van de aanbestedingsprocedure “Multifunctionele printapparatuur + papier” alsnog wenst te gunnen, hiervoor een heraanbesteding uit te voeren waarbij gunningscriteria worden gehanteerd die in een redelijke verhouding staan tot de aard en de omvang van de Opdracht; E. Ricoh zal veroordelen om al hetgeen Océ ter uitvoering van het bestreden vonnis aan Ricoh heeft voldaan aan Ricoh terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot de dag van terugbetaling; F. Alliander zal veroordelen om al hetgeen Océ ter uitvoering van het bestreden vonnis aan Alliander heeft voldaan aan Océ terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot de dag van terugbetaling; G. Alliander en Ricoh zal veroordelen in de kosten van beide instanties, te vermeerderen met de nakosten ten belope van € 131, -, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening; subsidiair onder de opschortende voorwaarde van het sluiten van de overeenkomst die is aanbesteed tussen Alliander en Ricoh zal gebieden dat Alliander en Ricoh de uitvoering van de overeenkomst staken en gestaakt houden totdat in een alsdan, binnen 30 dagen nadat aan Océ is meegedeeld dat de overeenkomst is gesloten, aanhangig gemaakte bodemprocedure vonnis is gewezen; meer subsidiair die voorzieningen in het voordeel van Océ zal treffen die het hof in goede justitie geraden acht; primair, subsidiair en meer subsidiair Alliander zal veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 1000,- per dag, met een maximum van € 200.000,- voor iedere dag dat Alliander na betekening van het arrest handelt in strijd met hetgeen het hof verboden of bevolen heeft. 2.3 Op de rol van 6 maart 2012 heeft Océ schriftelijk voor eis geconcludeerd overeenkomstig het hiervoor vermelde exploot. 2.4 Bij memorie van antwoord heeft Alliander verweer gevoerd en heeft zij bewijs aangeboden. Zij heeft geconcludeerd dat het hof bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: - Océ niet-ontvankelijk zal verklaren in het door haar ingestelde hoger beroep tegen het bestreden vonnis, althans de grieven en het hoger beroep van Océ zal afwijzen; - Océ zal veroordelen tot betaling van de kosten van [bedoeld zal zijn:] het hoger beroep, met de bepaling als deze kosten niet binnen zeven dagen na de dagtekening van het in deze zaak te wijzen arrest worden voldaan, daarover vanaf de achtste dag na dagtekening van het arrest wettelijke rente is verschuldigd. - Océ zal veroordelen tot betaling van de nakosten ad € 131, - zonder betekening, dan wel € 199, - in het geval van betekening, te voldoen binnen zeven dagen na dagtekening van het in deze zaak te wijzen arrest en - voor het geval voldoening van de nakosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening. 2.5 Ook Ricoh heeft bij memorie van antwoord verweer gevoerd en heeft zij bewijs aangeboden. Zij heeft geconcludeerd dat het hof bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, op de minuut en alle dagen en uren: 1. Océ niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen, althans die vorderingen zal afwijzen, althans het door Océ bij dagvaarding van 21 februari 2012 ingestelde (spoed-) appel en de daarin geformuleerde grieven (integraal) zal afwijzen; 2. het vonnis waarvan beroep zal bekrachtigen, voor zover nodig met verbetering van de gronden waarop het berust; 3. Océ zal veroordelen in de kosten van [bedoeld zal zijn:] het hoger beroep, met de bepaling dat daarover de wettelijke rente verschuldigd is vanaf 14 dagen na de datum van het in deze zaak te wijzen arrest; 4. Océ zal veroordelen tot betaling van de nakosten van € 131, - (zonder betekening) dan wel € 199, - (in geval van betekening), met de bepaling dat daarover de wettelijke rente is verschuldigd vanaf 14 dagen na de datum van het in deze zaak te wijzen arrest. 2.6 Ter zitting van 12 juni 2012 hebben partijen de zaak doen bepleiten, Océ door mrs. T.H. Chen en J.W. Fanoy, advocaten te ’s-Gravenhage, Alliander door mr. A. Stellingwerff Beintema, advocaat te Amsterdam en Ricoh door mr. M.J. Mutsaers, advocaat te Zwolle. Voornoemde advocaten hebben daarbij pleitnotities in het geding gebracht. 2.7 Mr. Chen voornoemd heeft voorafgaand aan de zitting aan Alliander en Ricoh en het hof - in verband met het feit dat inmiddels bovenvermelde opdracht definitief aan Ricoh is gegund en de overeenkomst op 16 maart 2012 tussen Alliander en Ricoh tot stand is gekomen - een akte van eiswijziging gezonden. Océ heeft haar eis aldus gewijzigd dat zij thans vordert dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en alsnog haar vorderingen zal toewijzen als hierna vermeld: primair Alliander en Ricoh zal gebieden de uitvoering van de Overeenkomst welke zij hebben gesloten naar aanleiding van de aanbestedingsprocedure “Multifunctionele printapparatuur + papier”, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie onder nummer 2011/S 154-256553, te staken en gestaakt te houden uiterlijk zes maanden nadat het arrest aan hen betekend is; subsidiair Alliander en Ricoh zal gebieden de Overeenkomst welke zij hebben gesloten naar aanleiding van de aanbestedingsprocedure “Multifunctionele printapparatuur + papier”, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie onder nummer 2011/S 154-256553, op te zeggen dan wel te beëindigen uiterlijk zes maanden nadat het arrest aan hen betekend is; primair en subsidiair (cumulatief) A. Alliander zal gebieden, voor zover zij de opdracht die bij de aanbestedingsprocedure “Multifunctionele printapparatuur + papier” is aanbesteed alsnog wenst te gunnen, hiervoor een aanbestedingsprocedure te houden waarbij gunningscriteria worden gehanteerd die in een redelijke verhouding staan tot de aard en omvang van de Opdracht; B. De vorderingen van Ricoh alsnog zal afwijzen, althans Ricoh niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen; C. Ricoh zal veroordelen om al hetgeen Océ ter uitvoering van het bestreden vonnis aan Ricoh heeft voldaan aan Ricoh terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot de dag van terugbetaling; D. Alliander zal veroordelen om al hetgeen Océ ter uitvoering van het bestreden vonnis aan Alliander heeft voldaan aan Océ terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot de dag van terugbetaling; E. Alliander en Ricoh zal veroordelen in de kosten van beide instanties, te vermeerderen met de nakosten ten belope van € 131, -, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening; meer subsidiair die voorzieningen in het voordeel van Océ zal treffen die het hof in goede justitie gerade acht; primair, subsidiair en meer subsidiair Alliander zal veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 1000,- per dag, met een maximum van € 200.000,- voor iedere dag dat Alliander na betekening van het arrest handelt in strijd met hetgeen het hof verboden of bevolen heeft. Mrs. Stellingwerff Beintema en Mutsaers hebben verklaard tegen deze eiswijziging geen bezwaar te hebben, waarna het hof aan mr. Chen akte daarvan heeft verleend. 2.8 Na afloop van de pleidooien heeft het hof arrest bepaald. 3. De vaststaande feiten Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.8 van het bestreden vonnis. Aan die feiten kan worden toegevoegd dat Alliander en Ricoh inmiddels op 16 maart 2012 de raamovereenkomst tot levering van “Multifunctionele printapparatuur + papier” hebben gesloten. 4. De motivering van de beslissing in hoger beroep 4.1 In deze aanbestedingsprocedure gaat het, in de kern genomen, om de vraag of Alliander in strijd met de regels van het aanbestedingsrecht heeft gehandeld omdat zij de inschrijvers in de gelegenheid heeft gesteld hun inschrijvingsbiljet opnieuw in te dienen. Alliander heeft, nadat alle inschrijvingen waren geopend, via internet aan de inschrijvers (te weten Xerox, Océ en Ricoh) het volgende bericht: “vraag 67 Inschrijvingsbiljet: Inschrijvers worden in de gelegenheid gesteld het ingediende inschrijvingsbiljet opnieuw in te dienen. In hoofdstuk 5.4 van de Uitnodiging tot inschrijving staat beschreven op welke wijze het inschrijvingsbiljet ingevuld dient te worden. Indien hier niet aan wordt voldaan leidt dit tot uitsluiting. In het bijzonder worden inschrijvers op het volgende gewezen: ? In het inschrijvingsbiljet dient duidelijk te worden vermeld welk type printer en welk aantal per type er aangeboden wordt. In totaal dienen er 162 mfp’s (multifunctionals, toevoeging hof) te worden aangeboden (conform de 3e Nota van Inlichtingen); ? De aangeboden prijzen dienen een realistische weergave van de werkelijke kosten te zijn (prijzen dienen realistisch en marktconform te zijn)”. 4.2 Océ stelt zich op het standpunt dat Alliander in strijd met het aanbestedingsrecht heeft gehandeld en vordert - na wijziging van haar eis - (onder meer) heraanbesteding van de opdracht. Volgens Océ heeft Alliander - voor zover in hoger beroep nog van belang - aan de inschrijvers (waaronder dus ook aan Ricoh) enerzijds de mogelijkheid geboden hun aanvankelijk niet marktconforme en niet realistische prijzen te wijzigen en anderzijds heeft Alliander aan Ricoh de mogelijkheid geboden (welke mogelijkheid Ricoh ook heeft benut) zowel haar aantal mfp’s te wijzigen als de prijs van een van de dozen papier aan te passen. Zo heeft Ricoh het aantal mfp’s in haar tweede inschrijving gewijzigd van 175 naar 162 en heeft zij de prijs van een pak van 2500 vel papier vervijfvoudigd. Bovendien heeft, zo heeft Océ bij het pleidooi toegevoegd, Alliander onrechtmatig (te weten in strijd met het gelijkheidsbeginsel) jegens Océ gehandeld door informatie over de contractswaarde van het (inmiddels geëindigde) contract met haar openbaar te maken, terwijl Alliander informatie over de hoogte van de door Ricoh geboden prijzen vertrouwelijk heeft behandeld. 4.3 Alliander voert hiertegen, kort weergegeven, aan dat alle inschrijvers met marktconforme en realistische prijzen hebben ingeschreven zodat Alliander geen der inschrijvers in staat heeft gesteld hun (zoals Océ ten onrechte stelt) niet-marktconforme en niet-realistische prijzen aan te passen. Wat betreft de aanpassingen die Ricoh heeft aangebracht, voert Alliander aan dat zij Ricoh slechts in staat heeft gesteld fouten in haar inschrijving te herstellen en zij hiermee Ricoh niet de gelegenheid heeft gegeven om haar inschrijving inhoudelijk te wijzigen. Ook Océ heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt haar inschrijving met ontbrekende informatie aan te vullen. Ook Ricoh betwist dat zij niet-marktconforme en/of niet-realistische prijzen zou hebben aangeboden. Verder voert Ricoh aan dat er zowel bij het aantal mfp’s waarvan zij in haar oorspronkelijke inschrijving is uitgegaan (te weten 175 in plaats van 162) als bij het invullen van de post “A4 wit 80 grams pak 2500 vel” overduidelijk sprake is van een vergissing (in plaats van de prijs voor een pak met 2500 vel heeft Ricoh de prijs voor een pak met 500 vel geoffreerd). Gelet hierop heeft Alliander, aldus Ricoh, haar terecht de gelegenheid geboden om deze fouten/vergissingen recht te zetten. 4.4 Het hof stelt voorop dat volgens vaste rechtspraak (HvJ 29 april 2004, zaak C-496/99 (Succhi di Frutta) en HR 4 november 2005, NJ 2006, 204) het aanbestedingsrecht twee centrale beginselen kent: het beginsel van gelijke behandeling van inschrijvers en het daarvan afgeleide transparantiebeginsel. Het beginsel van gelijke behandeling van inschrijvers beoogt de ontwikkeling van een gezonde en daadwerkelijke mededinging tussen de aan de aanbestedingsprocedure voor een overheidsopdracht deelnemende ondernemingen te bevorderen en vereist dat alle inschrijvers bij het opstellen van het in hun offerte gedane voorstel dezelfde kansen krijgen: voor alle mededingers moeten dezelfde voorwaarden gelden. Het transparantie beginsel strekt, in samenhang daarmee, ertoe te waarborgen dat elk risico van favoritisme en willekeur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen en impliceert dat alle voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure in het aanbestedingsbericht of in het bestek worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, opdat enerzijds alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde wijze kunnen interpreteren, en anderzijds de aanbestedende dienst in staat is om metterdaad na te gaan of de offertes van de inschrijvers beantwoorden aan de criteria die op de betrokken opdracht van toepassing zijn. Dat brengt niet alleen mee dat alle aanbieders gelijk worden behandeld, maar ook dat zij in gelijke mate, mede met het oog op een goede controle achteraf, een duidelijk inzicht moet hebben in de voorwaarden waaronder de aanbesteding plaatsvindt, zoals de selectiecriteria. 4.5 Algemeen uitgangspunt is verder dat de aanbestedende dienst bij de beoordeling van de inschrijving(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.