Arrest d.d. 4 december 2012 Zaaknummers 200.082.992/01 en 200.097.404/01 (zaaknummer rechtbank 494362 CV 10-2096) HET GERECHTSHOF TE ARNHEM Nevenzittingsplaats Leeuwarden Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de gevoegde zaken van: I zaak 200.082.992 [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiser in reconventie, hierna te noemen: [appellant], advocaat: mr. H. Eijer, kantoorhoudende te Zoetermeer, tegen 1. Ventilex B.V., 2. Ventilex Filtertechnologie B.V., 3. Ventilex Droogtechnologie B.V., alle gevestigd te Heerde, hierna gezamenlijk te noemen: Ventilex c.s., geïntimeerden, in eerste aanleg: eiseressen in conventie en verweersters in reconventie, advocaat: mr. O.J. Praamstra, kantoorhoudende te Zoetermeer, alsmede II zaak 200.097.404 1. Ventilex B.V., 2. Ventilex Filtertechnologie B.V., 3. Ventilex Droogtechnologie B.V., alle gevestigd te Heerde, hierna gezamenlijk te noemen: Ventilex c.s. appellanten in principaal appel, tevens geïntimeerden in het incidenteel appel, in eerste aanleg: eiseressen in conventie en verweersters in reconventie, advocaat: mr. O.J. Praamstra, kantoorhoudende te Zoetermeer, tegen [appellant], wonende te [woonplaats], geïntimeerde in het principaal appel, tevens appellant in incidenteel appel, in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiser in reconventie, hierna te noemen: [appellant], advocaat: mr. H. Eijer, kantoorhoudende te Zoetermeer, Het verdere verloop van de procedure Bij arresten van 24 januari 2012 heeft het hof de voeging van deze appellen gelast, die beide opkomen tegen hetzelfde vonnis van 23 november 2010 van de rechtbank Zwolle-Lelystad, sector kanton, locatie Zwolle (hierna: de kantonrechter). Voorts heeft het hof beide zaken weer naar de rol verwezen. In zaak II heeft [appellant] vervolgens een memorie van antwoord genomen, tevens memorie van grieven in incidenteel appel, met als conclusie: "bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Ventilex niet ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, dan wel haar deze te ontzeggen, met veroordeling van Ventilex in de proceskosten in beide instanties, te vermeerderen met de nakosten ten belope van € 131,00, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na betekening van het arrest, en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaats vindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn van voldoening. In incidenteel appel: Het Uw Gerechtshof moge behagen bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te vernietigen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad, sector kanton, locatie Zwolle d.d. 23 november 2010, bekend onder zaaknummer 494362 CV 10-2096 en, opnieuw rechtdoende, aan [appellant] toe te wijzen zijn vordering tot betaling, zulks tegen behoorlijk bewijs van kwijting, ten laste van Ventilex het bedrag van € 124.217,= zijnde zijn bonus over het jaar 2009, dan wel een bedrag aan bonus door Uw Gerechtshof in goede justitie te bepalen, en voorts Ventilex te veroordelen in de proceskosten in beide instanties, te vermeerderen met de nakosten ten belope van € 131,00, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na betekening van het arrest en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaats vindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn van voldoening." Ventilex c.s. hebben een memorie van antwoord in incidenteel appel genomen. Ten slotte hebben partijen in de gevoegde procedures arrest verzocht. Het procesdossier van Ventilex c.s. bestaat uit een 16 cm grote stapel kopieën zonder tabbladen. Het hof heeft zijn oordeel daarom uitsluitend gebaseerd op het door [appellant] overgelegde procesdossier. De ontvankelijkheid van het incidenteel appel in zaak II Tegen hetzelfde vonnis kan door een partij maar een keer worden geappelleerd. Aangezien [appellant] reeds in zaak I appel tegen het bestreden vonnis van 23 november 2010 heeft ingesteld en grieven tegen dat vonnis had geformuleerd, kon hij daartegen niet andermaal appelleren door in de parallelle zaak incidenteel appel in te stellen. Ventilex c.s. hebben zich dan ook terecht tegen de ontvankelijkheid van dit appel verzet. Het hof zal [appellant] daarin niet-ontvankelijk verklaren, aangezien de door [appellant] aangegeven gronden waarom in dit geval hem een kans moet worden geboden zijn oorspronkelijke appel verder te ontwikkelen, geen opgeld doen. Zulks nog daargelaten dat [appellant] er niet voor heeft gekozen om in zaak I, zijn eigen appel, zijn eis te wijzigen. De beoordeling in beide gevoegde zaken Ten aanzien van de feiten 1. Tegen de feitenvaststelling van de kantonrechter in rechtsoverweging 4 (4.1 tot en met 4.15) zijn geen grieven gericht. Het hof zal dan ook van die feiten uitgaan, aangevuld met enige feiten die in hoger beroep tevens als vaststaand hebben te gelden. 1.1. Ventilex B.V., Ventilex Droogtechnologie B.V. en Ventilex Filtertechnologie B.V. voeren gezamenlijk een onderneming die zich bezig houdt met het ontwerpen, fabriceren, monteren en verkopen van installaties betreffende industriële drogers en koelers. Deze vennootschappen zijn (volledige) dochtermaatschappijen van de naamloze vennootschap Imtech N.V. Statutaire bestuurder van die maatschappijen is de besloten vennootschap Imtech B.V. die een (volledige) dochtermaatschappij is van Imtech N.V. 1.2. [appellant], geboren in 1958, is op 21 februari 1983 in dienst getreden bij een rechtsvoorgangster van Ventilex B.V. Per 1 november 1991 is hij binnen Ventilex B.V. aangesteld als (titulair) bedrijfsdirecteur. 1.3. Aan [appellant] zijn volmachten verleend om de belangen van Ventilex c.s. waar te nemen en hun zaken te drijven, die vennootschappen te verbinden en voor hen te tekenen, een en ander conform op 1 juni 2004 respectievelijk 1 mei 1997 tussen voormelde statutaire bestuurder Imtech B.V. en [appellant] vastgelegde beperkingen. 1.4. Ventilex B.V. heeft in de Verenigde Staten van Amerika (Ohio) een dochtermaatschappij genaamd Ventilex USA Inc. Via deze dochtermaatschappij richt Ventilex B.V. zich op de Noord-Amerikaanse markt. In 2005 maakte onder meer [appellant] deel uit van de Board of Directors van Ventilex USA Inc. De heer [S.] was destijds President of the Board of Directors. 1.5. De voorwaarden van de arbeidsovereenkomst tussen Ventilex B.V. en [appellant] zijn met ingang van 1 januari 2000 opnieuw vastgelegd. Het artikel aangaande ‘Salaris, winstuitkering en onkostenvergoeding’ luidt voor zover relevant: 4. Naast het (...) salaris heeft Werknemer jaarlijks recht op een winstuitkering ad 5% van de winst na belastingen van Ventilex. De betaling van voornoemde (eventuele) winstuitkering geschiedt binnen 6 weken na openbaarmaking door [Imtech] van haar jaarcijfers 5. In dit kader zal de jaarlijks vast te stellen winst van Ventilex wordt bepaald conform de wettelijke regelingen en de binnen [Imtech] geldende en gehanteerde bestendige regels dienaangaande. 7. Jaarlijks komt werknemer in aanmerking voor een op, op tijdsevenredige basis berekende, variabele beloning over het voorafgaande boekjaar van maximaal 4 maanden vast salaris, zoals dat voor werknemer heeft gegolden in de maand december van het betreffende boekjaar. Bij de vaststelling van het variabele inkomen conform de bij Imtech gebruikelijke methodiek zal niet alleen rekening worden gehouden met de door werknemer gerealiseerde doelstellingen maar ook met de omstandigheden waaronder deze resultaten zijn bereikt, alsmede met de naar het oordeel van werkgever door werknemer geleverde inzet en prestatie. Herhaalde toekenning van een variabel inkomen zal geen enkel recht op de toekenning daarvan in navolgende jaren kunnen doen ontstaan. (...)’ 1.6. Het in lid 1 van dit artikel bedoelde salaris van [appellant] bedroeg laatstelijk € 12.215,83 bruto per maand, inclusief vakantietoeslag. 1.7. Bij brief van 16 juni 2000 heeft Imtech aan [appellant] medegedeeld: ‘Hierbij bevestigen wij dat de variabele beloning zoals genoemd in paragraaf 4.7 van uw arbeidsovereenkomst voor u een vast karakter heeft. Alleen indien uw onderneming Ventilex B.V. een negatief resultaat behaalt, komt deze variabele beloning te vervallen.’ 1.8. Op 9 november 2005 heeft Ventilex USA Inc. een overeenkomst gesloten met Paramount Farms Inc. (hierna: Paramount) aangaande de bouw en levering van een droger voor amandelen. Het document dienaangaande is ondertekend door [S.]. Op deze overeenkomst zijn de inkoopvoorwaarden van Paramount van toepassing verklaard. [S.] heeft een garantie afgegeven dat deze machine een Technical Expert Review Panel (TERP) Approval zou krijgen van de California Almond Board. Deze goedkeuring ziet op reductie van ziektekiemen, met name salmonella. Rond dezelfde dag had een andere drooginstallatie van Ventilex, door Ventilex USA Inc. voor $ 600.000,- geleverd aan California Nut Inc., een dergelijke TERP Approval verkregen. Deze approval is evenwel in 2007 ongeldig verklaard omdat het laboratorium waarin de testen waren gedaan (Falkenberg) met de uitslagen had geknoeid. 1.9. Paramount heeft in februari 2008 in de Verenigde Staten bij het Construction Industry Arbitration Tribunal een arbitrageprocedure aanhangig gemaakt tegen zowel Ventilex USA Inc. als Ventilex B.V. betreffende haar klachten over voormelde installatie. In die procedure claimde Paramount een vergoeding voor met name gevolgschade, gesteld op een totaalbedrag van -uiteindelijk- $ 13.870.000,- 1.10. Bij uitspraak van 25 februari 2010 heeft het in punt 1.9 bedoelde arbitrage-instituut aan Paramount ten laste van Ventilex USA Inc. een vergoeding toegekend ten bedrage van $ 4.989.387,- te vermeerderen met een vergoeding voor kosten ad $ 263.000,-. De claim tegen Ventilex B.V. is afgewezen. Paramount heeft tegen dit oordeel voor zover het betreft de afwijzing van haar vordering op Ventilex B.V. hoger beroep ingesteld. 1.11. Bij brief van 9 april 2009 heeft Imtech B.V. aan [appellant] meegedeeld dat diens variabele beloning over 2008 conform de regeling in zijn arbeidsovereenkomst is vastgesteld op 4 bruto maandsalarissen, ofwel op € 42.285,- bruto, en dat hij tevens in aanmerking komt voor de 5%-regeling, waarbij die variabele beloning is vastgesteld op basis van het door [appellant] opgegeven resultaat, ofwel voor een 5%-beloning van € 145.400,- bruto. In die brief is voorts vermeld: "In de resultaten 2008 is een voorziening van 2 mio opgenomen voor een mogelijke claim in de Verenigde Staten. Indien blijkt in 2009 of later dat de claim veel hoger is zal dit verlies in mindering worden gebracht op uw variabele beloning 2009 en 2010." 1.12. In mei 2009 is [S.] voormeld op non-actief gesteld. Ventilex USA Inc. is in september 2010 failliet verklaard. 1.13. [appellant] is op 12 juni 2009 door Imtech B.V. op non-actief gesteld. Hij heeft zich op die datum arbeidsongeschikt gemeld en hij heeft nadien geen arbeid meer voor Ventilex verricht. 1.14. Op 30 juni 2009 zijn de jaarstukken 2008 van Ventilex B.V. vastgesteld. In de van die jaarstukken deel uitmakende winst- en verliesrekening over 2008 is weergegeven dat een positief resultaat na belastingen is behaald van € 5.494.000,-. In de ‘Toelichting behorende tot de jaarrekening 2008’ is onder het kopje ‘Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen’ onder meer weergegeven: "Claims In de loop van 2008 zijn drie claims ingediend door twee afnemers in de Verenigde Staten - twee tegen Ventilex USA Inc. en één tegen Ventilex B.V. - in verband met de vermeende ondeugdelijkheid van twee verkochte pasteuriseermachines respectievelijk het ontbreken van de vereiste validatiecertificaten voor deze machines. De claims omvatten de directe schade en gevolgschade (…) Gelet op de onzekerheden, de status, de looptijd, en voortgang van de betreffende procedures is thans geen betrouwbare schatting te maken van de mogelijke uistroom van geldmiddelen bij Ventilex USA Inc. en/of Ventilex B.V. Derhalve is geen voorziening getroffen in de balans per 31 december 2008 van Ventilex B.V." 1.15. Bij beschikking van de kantonrechter te Apeldoorn van 12 oktober 2009 is de arbeidsovereenkomst tussen Ventilex B.V. en [appellant] ontbonden per 16 november 2009 onder toekenning aan [appellant] ten laste van Ventilex B.V. van een vergoeding van € 570.000,- bruto. Ventilex heeft driemaal, vergeefs, getracht deze ontbindingsuitspraak aan te tasten. 1.16. Ter gelegenheid van het pleidooi bij het hof van 3 november 2011 hebben Ventilex c.s. een balans en een verlies- en winstrekening over 2009 van Ventilex B.V. bij het hof gedeponeerd. De verlies- en winstrekening van deze in het Engels opgemaakte jaarrekening laat een verlies voor belastingen van € 1.757.000,- zien en na belastingen een verlies van € 2.375.000,-. Deze jaarrekening is ongetekend. Wel is daaraan gehecht een accountantsverklaring opgesteld op 31 maart 2011 door KPMG accountants, ondertekend door [accountant]. 1.17. Mr. Eijer heeft op 6 maart 2012 aangifte wegens 336 Wetboek van Strafrecht (als bestuurder opzettelijk opmaken van valse jaarstukken dan wel valsheid in geschrift (art. 225 Sr) gedaan tegen [bestuurder Y] en [bestuurder Z] in hun hoedanigheid van, als bestuurder van Imtech B.V., middellijk bestuurders van Ventilex B.V. 1.18. [appellant] heeft op 11 januari 2010 Tema Process B.V. opgericht. Tema Process B.V. is gevestigd op 100 meter afstand van Ventilex en verkoopt dezelfde soort producten als Ventilex B.V. Bij Tema werken een groot aantal ex-werknemers van Ventilex c.s. Ventilex c.s. betichten Tema Process B.V. in en buiten rechte van oneerlijke concurrentiepraktijken. De beslissing in eerste aanleg en de aanduiding van de grieven 2. Ventilex c.s. hebben in eerste aanleg gevorderd dat [appellant] wordt veroordeeld tot betaling van de schade, nader op te maken bij staat, die voor Ventilex c.s. ontstaat door de procedure met ondermeer Paramount in de VS. Voorts heeft zij terugbetaling van de variabele beloning van [appellant] over 2008 gevorderd, stellende dat [appellant] laakbaar ten opzichte van Ventilex c.s. heeft gehandeld. 2.1. [appellant] heeft zijnerzijds zijn bonus van 4 bruto maandsalarissen en 5% van de winst van Ventilex B.V. over 2008 (voor zover niet uitbetaald) en 2009 gevorderd, waarmee in totaal volgens hem € 305.885,- was gemoeid, alsmede uitbetaling van nog niet opgenomen vakantiedagen, door hem gesteld op 26,1 dagen. 2.2. De kantonrechter heeft, nadat hij Ventilex Filter- en Ventilex Droogtechnologie niet-ontvankelijk had verklaard in hun vordering, de claim van Ventilex B.V. afgewezen omdat de claim van Paramount ziet op een tekortschieten van Ventilex USA Inc. voordat [appellant] blijkens de stellingen van Ventilex c.s. iets te verwijten viel. Ook de claim betreffende de Russische firma Minudobreniya heeft de kantonrechter afgewezen. In dat laatste oordeel berusten Ventilex c.s. Tegen de beslissing aangaande de Amerikaanse claim richten zich haar grieven III tot en met V in zaak II. 2.3. De kantonrechter heeft de vordering tot terugbetaling van het variabele loon over 2008 afgewezen. Ventilex c.s. berusten in dat oordeel. 2.4. De kantonrechter heeft voorts de vordering van [appellant] tot een aanvullende winstuitkering over 2008 afgewezen. De kantonrechter achtte wel redelijk dat Ventilex B.V. bij de bepaling van de winst rekening hield met de claim van Paramount. Tegen dit oordeel richten zich de grieven I tot en met V in zaak I. 2.5. De door [appellant] over 2009 gevorderde bonus en winstuitkering heeft de kantonrechter pro rata (aan de hand van de werkelijk door [appellant] gewerkte tijd) toegewezen. Hiertegen richten zich de grieven I en II in zaak II, waar Ventilex c.s. betogen dat [appellant] nergens recht op heeft, terwijl [appellant] in grief VI in zaak I betoogt dat de kantonrechter van een verkeerde correctiefactor is uitgegaan. 2.6. De kantonrechter heeft de vordering betreffende de niet opgenomen vakantiedagen toegewezen. Daartegen is geen grief gericht. Grief VII in zaak I, ten slotte, richt zich tegen de compensatie van de proceskosten. De positie van Ventilex Filtertechnologie B.V. en Ventilex Droogtechnologie B.V. 3. De kantonrechter heeft vastgesteld dat deze vennootschappen, kort samengevat, niets met het voorliggende conflict te maken hebben. Zij hebben geen vordering op [appellant] noch heeft [appellant] een vordering op hen. Dit heeft geresulteerd in niet-ontvankelijkverklaringen over en weer. 3.1. Hoewel in beide procedures ook deze vennootschappen weer in rechte optreden, zijn tegen die niet-ontvankelijkheidsbeslissingen van de kantonrechter geen grieven gericht. Dit betekent dat het hof in zaak I [appellant] niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn appel voor zover gericht tegen Ventilex Filtertechnologie B.V. en Ventilex Droogtechnologie B.V. en in zaak II Ventilex Filtertechnologie B.V. en Ventilex Droogtechnologie B.V niet-ontvankelijk zal verklaren in hun appel. 3.2. In zaak I zal het hof de vorderingen van [appellant], voor zover die zien op voornoemde vennootschappen, afwijzen wegens gebrek aan procesbelang. 3.3. Het hof ziet aanleiding om de kosten van de appellen tussen deze partijen over en weer te compenseren in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt. De beoordeling van de grieven Ten aanzien van de Paramount claim 4. In vergelijking met de eerste aanleg heeft Ventilex B.V. haar stellingen op het punt van de vraag waarom [appellant] jegens haar privé aansprakelijk zou moeten zijn voor de gevolgen van de claim van Paramount, aanzienlijk aangepast. Niet langer wordt gehandhaafd dat [appellant] heeft ingestemd met de door [S.] gesloten overeenkomst met Paramount of hem daartoe heeft geïnstrueerd (MvG zaak II sub 78) of dat [appellant] het bereiken van een technische en/of juridische oplossing met Paramount heeft gefrustreerd (MvG zaak II sub 86). 5. Het verwijt dat Ventilex B.V. nu aan [appellant] maakt is dat hij wist dat [S.] als onbevoegde mede namens Ventilex B.V. de garantie heeft gegeven aan Paramount dat de TERP-Approval kon worden verkregen en dat hij niet, met gebruikmaking van de klokkenluidersregeling,Ventilex c.s. en Imtech over deze onregelmatigheid heeft geïnformeerd, doch, sterker nog, zich zelf achter die garantie heeft gesteld. 6. Het hof stelt vast dat de [appellant] geen directe bemoeienis heeft gehad bij de totstandkoming van de overeenkomst tussen Ventilex USA Inc. en Paramount. Uit de stellingen van partijen leidt het hof af dat de claim van Paramount betrekking heeft op het bij levering van de drooginstallatie niet beschikken over een geldige TERP-Approval omdat het eerder verleende certificaat was ingetrokken, Zonder dit certificaat mogen de met deze installatie gedroogde amandelen niet op de Amerikaanse markt verhandeld worden. Daarnaast waren er ook problemen waren met de werking van de droger (door Ventilex c.s. aan Ventilex USA Inc. geleverd) en met name de bijbehorende boiler (door Ventilex USA Inc. elders betrokken). Van een werkelijk aansprakelijkheid van Ventilex B.V. jegens Paramount tot op heden is niet gebleken. De door Paramount in de Verenigde Staten jegens Ventilex ingestelde claim is in eerste aanleg afgewezen en van een andere beslissing in hoger beroep is in deze procedure niet gebleken. De tot op heden geleden schade door Ventilex B.V. bestaat uit proceskosten in Amerika en een lening aan Ventilex USA Inc. die ten gevolge van het Amerikaanse faillissement oninbaar is geworden. 7. Ventilex B.V. heeft niet bestreden dat [appellant] niet wist dat onder de inkoopvoorwaarden van Paramount was gecontracteerd, in plaats van onder de gebruikelijke "Orgalime conditions" die een uitsluiting van aansprakelijkheid voor gevolgschade inhielden. Evenmin heeft Ventilex bestreden dat de TERP-Approval was verkregen voor eenzelfde drooginstallatie die aan California Nut Inc. was geleverd. Dat [appellant] in november 2005, toen hij aangaf dat hij achter de te leveren machine stond, wist van problemen rond deze validatie in het laboratorium van Falkenberg, is gesteld noch gebleken. Uit de in het geding gebrachte getuigenverklaring van [appellant], afgelegd in de Amerikaanse procedure, kan het hof niet afleiden dat hijzelf jegens Paramount een garantie namens Ventilex B.V. heeft afgegeven (stelling Ventilex c.s. MvG zaak II sub 79-80) danwel dat Ventilex B.V. instond voor de verplichting van Ventilex USA Inc. (MvG zaak II sub 63-64). Ventilex B.V. is, ten onrechte, weinig helder in de precieze aard van hun verwijt jegens [appellant]. Volgens [appellant] heeft hij uitsluitend aangegeven dat Ventilex B.V. jegens Ventilex USA Inc. heeft gegarandeerd dat de TERP-Approval kon worden verkregen, hetgeen het hof juist voorkomt. 8. Volgens Ventilex c.s. heeft [appellant] met name artikel 1 sub k van de hem verleende volmacht overschreden. Dit artikel luidt: "Gevolmachtigde is niet bevoegd tot (…) het verstrekken van zekerheden, zowel ten aanzien [van, hof] roerende als onroerende zaken, alsmede het aangaan van borgtochten en in het algemeen van verbintenissen waaruit een aansprakelijkheid voor verplichtingen van derden voortvloeit". Dit artikel kan naar 's hofs oordeel in dit verband uitsluitend zien op het geval [appellant] namens Ventilex B.V. heeft verklaard in te staan voor de verplichtingen van Ventilex USA Inc. jegens Paramount. Dat [appellant] dat heeft gedaan, acht het hof door Ventilex B.V. niet aangetoond. 9. Ten aanzien van de stelling van Ventilex B.V. dat [appellant] op grond van de klokkenluidersregeling gehouden was geweest melding te doen van de ten onrechte door [S.] mede namens Ventilex B.V. verstrekte garantie, overweegt het hof dat Ventilex B.V. deze stelling volstrekt onvoldoende heeft toegelicht. De overgelegde Klokkenluidersregeling Imtech BV heeft betrekking op onregelmatigheden, die omschreven worden als een dreigend strafbaar feit, een dreigende schending van wet- en regelgeving etc. Het is bepaald niet helder, zonder toelichting die evenwel ontbreekt, dat ook wetenschap over een verleende garantie - waarvan [appellant] de inhoud op dat moment niet behoefde te betwijfelen - daaronder vielen. 10. Doch zelfs als al zou worden aangenomen dat [appellant] aan Imtech B.V. had moeten rapporteren dat [S.] een te vergaande garantie had verstrekt, dan nog valt niet in te zien dat alsdan de (kans
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.