GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Team belastingrecht meervoudige kamer nummers BK-12/00110 tot en met BK-12/00124 Uitspraak d.d. 26 juni 2013 in het geding tussen: [X] te [Z], belanghebbende, en de directeur van de Belastingdienst/Rijnmond, de Inspecteur, inzake het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraken van de rechtbank Den Haag van 26 januari 2012, nummers AWB 11/1140, AWB 11/1142 t/m AWB 11/1148 en AWB 11/1150 t/m AWB 11/1152, AWB 11/1767 t/m AWB 11/1770, betreffende de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de loonheffing voor de jaartijdvakken 2004 tot en met 2008, de (navorderings)aanslagen in de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen over de jaren 2004 tot en met 2007, de naheffingsaanslagen in de omzetbelasting over de jaartijdvakken 2004 en 2005, de navorderingsaanslagen premie Ziekenfondswet voor de jaren 2004 en 2005, de (navorderings)aanslagen premie Zorgverzekeringswet voor de jaren 2006 en 2007 en de bij de naheffingsaanslagen loonheffing en omzetbelasting alsmede navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en navorderingsaanslagen premie Ziekenfondswet opgelegde vergrijpboeten en de gegeven beschikkingen heffingsrente. Naheffingsaanslagen, (navorderings)aanslagen, beschikkingen, bezwaar en geding in eerste aanleg 1.1. De rechtbank heeft in haar uitspraak het procesverloop als volgt vastgesteld, waarbij de rechtbank belanghebbende als eiser en de Inspecteur al verweerder heeft aangeduid: “Naheffingsaanslagen Loonheffingen 1.1. Verweerder heeft met dagtekening 16 december 2009 aan eiser over het tijdvak 1 januari 2004 tot en met 31 december 2004 een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummer [aanslagnummer]) opgelegd ten bedrage van € 50.000, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van € 25.000 (50% van de nageheven belasting). De naheffingsaanslag is bij beschikking van 26 maart 2010 ambtshalve verminderd tot een bedrag van € 32.425 aan loonbelasting/premie volksverzekeringen. De boete is verminderd tot op € 8.106 (25% van de nageheven belasting). 1.2. Verweerder heeft aan eiser met dagtekening 31 maart 2010 over het tijdvak 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005 een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummer [aanslagnummer]) opgelegd ten bedrage van € 38.024, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van € 9.506. 1.3. Verweerder heeft aan eiser met dagtekening 7 juli 2010 over het tijdvak 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006 een naheffingsaanslag loonheffingen (aanslagnummer [aanslagnummer]) opgelegd ten bedrage van € 67.257, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van € 16.814. 1.4. Verweerder heeft aan eiser met dagtekening 7 juli 2010 over het tijdvak 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007 een naheffingsaanslag loonheffingen (aanslagnummer [aanslagnummer]) opgelegd ten bedrage van € 62.779, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van € 15.694. 1.5. Verweerder heeft aan eiser met dagtekening 7 juli 2010 over het tijdvak 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008 een naheffingsaanslag loonheffingen (aanslagnummer [aanslagnummer]) opgelegd ten bedrage van € 54.869, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van € 13.717. 1.6. Voorts is bij alle naheffingsaanslagen (hierna tezamen aangeduid als: naheffingsaanslagen loonheffingen) heffingsrente in rekening gebracht. Naheffingsaanslagen omzetbelasting 1.7. Verweerder heeft met dagtekening 24 december 2009 aan eiser over het tijdvak 1 januari 2004 tot en met 31 december 2004 een naheffingsaanslag omzetbelasting (aanslagnummer [aanslagnummer]) opgelegd ten bedrage van € 10.000, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van € 5.000 (50% van de nageheven belasting). Voorts is een bedrag van € 2.249 aan heffingsrente in rekening gebracht. 1.8. Verweerder heeft met dagtekening 31 maart 2010 aan eiser over het tijdvak 1 januari 2005 tot en met 31 december 2007 een naheffingsaanslag omzetbelasting (aanslagnummer [aanslagnummer]) opgelegd ten bedrage van € 9.754, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van € 2.438 (25% van de nageheven belasting). Voorts is een bedrag van € 1.290 aan heffingsrente in rekening gebracht. (Navorderings)aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1.9. Verweerder heeft met dagtekening 31 maart 2010 aan eiser navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummers [aanslagnummer] en [aanslagnummer]) over de jaren 2004 en 2005 opgelegd. De navorderingsaanslagen zijn opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van respectievelijk € 30.364 en € 33.656. Tevens zijn bij beschikkingen vergrijpboeten opgelegd van respectievelijk € 1.332 en € 1.739. 1.10. Verweerder heeft met dagtekening 24 april 2010 aan eiser een navorderingaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2006 (aanslagnummer [aanslagnummer]) opgelegd berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 50.149. Tevens is bij beschikking een vergrijpboete opgelegd van € 2.937. 1.11. Verweerder heeft met dagtekening 9 april 2010 aan eiser ambtshalve een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummer [aanslagnummer]) over het jaar 2007 opgelegd berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 60.314 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 3.768. Tevens is bij beschikking een verzuimboete opgelegd van € 113. 1.12. Voorts is bij alle (navorderings)aanslagen heffingsrente in rekening gebracht. (Navorderings)aanslagen premie ziekenfondswet en zorgverzekeringswet 1.13. Verweerder heeft met dagtekening 31 maart 2010 aan eiser navorderingsaanslagen ziekenfondswet over de jaren 2004 en 2005 opgelegd naar een te betalen bedrag van respectievelijk € 394 en € 437. Tevens zijn bij beschikkingen vergrijpboeten opgelegd van respectievelijk € 98 en € 109. Voorts is bij beide aanslagen heffingsrente in rekening gebracht. 1.14. Verweerder heeft met dagtekening 14 april 2010 aan eiser een navorderingsaanslag zorgverzekeringswet over het jaar 2006 opgelegd en met dagtekening 9 april 2010 een definitieve aanslag zorgverzekeringswet over het jaar 2007 opgelegd naar te betalen bedragen van respectievelijk € 117 en € 514. Er zijn geen boetes opgelegd. Voorts is bij beide aanslagen heffingsrente in rekening gebracht. Alle aanslagen 1.15. Na het tegen voornoemde aanslagen gemaakte bezwaar heeft verweerder bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van 29 december 2010 de navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2005 en de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2007 gehandhaafd. De bij beschikking opgelegde vergrijpboete over het jaar 2005 is verminderd tot nihil. De opgelegde verzuimboete over het jaar 2007 is gehandhaafd. Tevens zijn de opgelegde (navorderings)aanslagen premie ziekenfondswet 2004 en 2005 en zorgverzekeringswet 2006 en 2007 gehandhaafd. De bij beschikking bij de navorderingsaanslagen premie ziekenfondswet 2004 en 2005 opgelegde vergrijpboetes zijn daarbij verminderd tot nihil. De navolgende aanslagen en boeten zijn verminderd tot de volgende bedragen: Naheffingsaanslagen loonheffingen Tijdvak Nageheven LB/PVV Vergrijpboete Heffingsrente 2004 € 15.804 € 0 € 3.545 2005 € 15.889 € 3.972 € 2.885 2006 € 25.544 € 6.386 € 3.821 2007 € 24.958 € 6.239 € 2.463 2008 € 23.664 € 5.916 € 1.113 Naheffingsaanslagen omzetbelasting Tijdvak Nageheven OB Vergrijpboete Heffingsrente 2004 € 279 € 0 € 62 2005 t/m 2007 € 3.573 € 0 € 683 (Navorderings)aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen Jaar Belastbaar inkomen Bedrag IB/PVV Vergrijpboete Heffingsrente 2004 € 25.259 € 3.249 € 0 € 753 2006 € 43.149 € 8.811 € 0 € 1.455 1.16. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar bij brief van 3 februari 2011, ontvangen bij de rechtbank op dezelfde datum, beroep ingesteld. Bij brief van 15 februari 2011 heeft eiser bericht dat het beroep zich ook richt tegen de navorderingsaanslagen premie ziekenfondswet 2004 en 2005 en de (navorderingsaanslagen) zorgverzekeringswet 2006 en 2007. De gronden van het beroep heeft eiser aangevuld bij brief van 4 maart 2011. Verder heeft eiser bij brief van 27 mei 2011, ontvangen bij de rechtbank op 1 juni 2011, nog een aanvulling op het beroepschrift ingestuurd. 1.17. Bij uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 3 mei 2011 heeft de rechtbank de beroepen voor zover gericht tegen de navorderingsaanslagen premie ziekenfondswet 2004 en 2005 en de (navorderingsaanslagen) zorgverzekeringswet 2006 en 2007 wegens overschrijding van de beroepstermijn (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard. 1.18. Eiser heeft daartegen verzet gedaan. Bij uitspraak op verzet van de rechtbank ’s-Gravenhage van 29 juli 2011 is het verzet gegrond verklaard.” 1.2. De rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard. Loop van het geding in hoger beroep 2.1. Belanghebbende is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. In verband daarmee is door de griffier een griffierecht geheven van € 451 in totaal voor alle zaken. De Inspecteur heeft verweerschriften ingediend. 2.2. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft het Hof op 11 december 2012 nadere stukken ontvangen van belanghebbende, waarvan een afschrift is gezonden aan de Inspecteur. De mondelinge behandeling van de zaken heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 29 mei 2013, gehouden te Den Haag. Partijen zijn verschenen. Ter zitting zijn de hoger beroepen van belanghebbende met kenmerknummers BK-12/00110 tot en met BK-12/00124 gezamenlijk behandeld. Al hetgeen in die zaken is aangevoerd en overgelegd wordt ook geacht te zijn aangevoerd en overgelegd in alle zaken. Van het verhandelde ter zitting is door de griffier één proces-verbaal opgemaakt. 2.3. Het Hof heeft op 10 juni 2013 een brief van de Inspecteur ontvangen dat partijen geen compromis hebben bereikt en dat zij het Hof verzoeken schriftelijk uitspraak te doen. Vaststaande feiten Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde gaat het Hof in hoger beroep uit van de door de rechtbank in haar uitspraken vastgestelde feiten, warbij belanghebbende als eiser en de Inspecteur als verweerder is aangeduid. “Algemeen 2.1. Eiser drijft sinds 2001 een onderneming, [A], te [Z] in de vorm van een eenmanszaak. De ondernemersactiviteiten bestaan uit het exploiteren van een Italiaans restaurant. Tevens bestaat de mogelijkheid om maaltijden af te halen of om maaltijden te laten bezorgen. De pizzeria is geopend op zondag tot en met donderdag van 16.00 tot 22.00 uur en op vrijdag en zaterdag van 16.00 tot en met 23.00 uur. 2.2. Op 5 november 2008 heeft verweerder een bedrijfsbezoek afgelegd bij eiser in verband met het waarnemen van de actuele bedrijfsactiviteiten en het verzamelen van actuele informatie over relevante ontwikkelingen binnen het bedrijf. De bevindingen zijn neergelegd in een rapport van 28 november 2008. Het rapport vermeldt dat er 5 werknemers in loondienst zijn, te weten twee oproepkrachten werkzaam in de bediening, de kok werkzaam in vaste dienstbetrekking en twee oproepkrachten voor de bezorging. Verder zijn nog een tweetal bedrijfsbezoeken afgelegd op 1 april 2009 en 17 mei 2009. 2.3. Tijdens het bedrijfsbezoek op 1 april 2009 zijn de volgende personen werkend aangetroffen: Naam Functie/locatie Geb.datum In dienst vanaf Aantal uren per week/dagen BSN [B] Keuken (…) 2de week van mrt 2009 Werkt elke dag 6 uur per dag (…) [C] Bezorger (…) 15 mrt 2009 Ca. 15 uur pw ma, wo, zo. (…) [D] Alg. Medew. (…) 1st week van mrt 2009 Ca. 11 uur pw do, vr. (…) [E] Bediening (…) Febr/mrt 2008 Ca. 16 uur pw zo, ma, do. (…) Mevr. [Y] Echtgenote eigenaar (…) Vanaf oprichting Elke dag 4 uur (…) (…) Mevrouw [D] werkt normaal donderdag en vrijdag. Zij werkt vandaag ook op een woensdag, een verklaring hiervoor heeft zij niet kunnen geven. Mevrouw [E] werkt normaal zondag, maandag en donderdag. Vandaag (woensdag) is zij gebeld om in te vallen. Verder verklaarde zij dat zij gisteren, dinsdag, ook nog heeft gewerkt.” 2.4. Tijdens het bedrijfsbezoek van 17 mei 2009 zijn de volgende personen werkend aangetroffen: Naam Functie Geb. datum In dienst vanaf Aantal uren per week BSN [Y] echtgenote eigenaar (…) 8 jaar 38 (…) [C] bezorger (…) 15-03-2009 10 (…) [F] bediening (…) okt. 2008 min. 20 (…) [G] bezorger (…) 3 jaar 10 (…) [H] keukenhulp (…) 2001 24 (…) (…) 2.5. Op 17 december 2008 heeft verweerder aangekondigd een boekenonderzoek te zullen instellen over de jaren 2004 tot en met 2007 voor de inkomstenbelasting en de omzetbelasting. Tijdens het onderzoek is eiser bij brief van 2 februari 2009 meegedeeld dat het onderzoek zal worden uitgebreid naar de loonbelasting over de jaren 2004 tot en met 2007. Mondeling is tijdens de controle het onderzoek voor wat betreft de loonheffingen nog uitgebreid naar het jaar 2008. 2.6. Toen de afwikkeling van het onderzoek nog niet geheel afgerond was zijn ter behoud van rechten de naheffingsaanslagen loonbelasting/premie volksverzekeringen en omzetbelasting over het jaar 2004 opgelegd. Na afronding van het boekenonderzoek zijn de overige naheffings- en (navorderings)aanslagen opgelegd. De opgelegde naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2004 is naar aanleiding van het rapport verminderd tot het bedrag zoals weergegeven in het controlerapport. 2.7. In het controlerapport van het boekenonderzoek met dagtekening 15 maart 2010 valt – voor zover hier van belang – het volgende te lezen: “6 Niet voldoen aan administratieplicht Samengevat zijn de volgende gebreken vastgesteld: lnkoopfacturen van leverancier [I] B.V. zijn niet in de administratie verantwoord. Facturen van leverancier [J] B.V. zijn niet in de administratie verantwoord. De voorraad goederen is nimmer opgenomen. De brutowinstpercentages omzet laag zijn sterk wisselend. De brutowinstpercentages omzet dranken hoog zijn sterk wisselend. Het brutowinstpercentage dranken hoog over 2005 is onverklaarbaar laag. Er zijn een groot aantal uren van het personeel niet opgenomen in de loonadministratie. Zie onderdeel 8.7 van dit rapport. De aanschaf van een CV installatie van het woonhuis is onder de zakelijke kosten verantwoord. Er is zijn grote verschillen tussen de aangeven omzetten laag en de theoretische berekening van de omzetten laag. Er is een verschil tussen de aangeven omzetten dranken hoog en de theoretische berekening van de omzetten dranken hoog. Er zijn grote verschillen in de inkopen pizzameel 2004 tot en met 2007 terwijl de omzetten Laag nauwelijks wijzigen. Belastingplichtige heeft geen werkroosters bijgehouden van de gewerkte uren van het personeel. Bij een waarneming ter plaatse op 17 mei 2009 bleek dat een op dat moment werkzaam personeelslid niet in het werkrooster is vermeld. Deze werkroosters is belastingplichtige na het bedrijfsbezoek gaan bijhouden. De loonadministratie over het jaar 2004 ontbreekt. (…) 7.1 Voorraad Goederen De voorraad goederen is nimmer opgenomen en er zijn nimmer voorraadlijsten opgemaakt. De voorraad is geschat. (…) 8Winstberekening 8.1 Omzet Aan de hand van de inkopen dranken hoog en laag, lasagne, penne rigate, pizzameel, spaghetti en tortelini is een theoretische omzetberekening opgesteld. Omzet dranken en goederen laag: De omzetten volgens de theoretische omzetberekening zijn in de jaren 2006 en 2007 aanzienlijk hoger dan de aangegeven omzetten. Merkwaardigerwijze is het resultaat in de jaren 2004 en 2005 exact andersom. De aangegeven omzetten zijn hoger dan de geanalyseerde omzetten. Dit ziet er als volgt uit: 2004 2005 2006 2007 Omzet Laag Pizzameel 88.450 151.794 170.554 221.250 Aangegeven 147.229 155.429 155.396 158.496 Verschil -58.779 -3.635 15.158 62.754 De theoretische omzetberekeningen zijn bij dit rapport gevoegd onder bijlage 1. Opgemerkt dient te worden dat een slechts een gedeelte van de restaurantgoederen in de analyse is betrokken. Het is ondoenlijk om een totale theoretische omzetberekening voor een bedrijf als dit op te stellen. De verschillen in de jaren 2004 en 2005 zullen dus aanzienlijk kleiner en de verschillen in de jaren 2006 en 2007 zullen aanzienlijk groter worden. Bovendien is geconstateerd dat er verschillen zitten in de inkopen omdat deze niet zijn verantwoord in de administratie. Ik wijs met name op het verschil tussen de inkopen pizzameel in de jaren 2004 tot en met 2007. Als men dan hiernaast nog eens de aangegeven omzetten zet dan roept dit grote vraagtekens op. Dit ziet er als volgt uit: 2004 2005 2006 2007 Inkopen kg meel 1.675 3.475 3.625 5.250 Omzet laag excl OB € 147.229 € 155.429 € 155.396 € 158.496 Volgens belastingplichtige zijn deze verschillen als volgt te verklaren. In het jaar 2004 zou hij 1.000 kg meel gratis hebben ontvangen van [K] bvba te [Q]. Dit meel heeft belastingplichtige ontvangen op proef. (…) In deze verklaring heeft belastingplichtige het over meel dat hij samen in de markt wil gooien (?). Een ander punt is dat belastingplichtige van mening is dat hij geen 200 gram pizzameel nodig heeft voor het maken van een pizza maar 285 gram. De door mij gehanteerde norm van 200 gram voor één pizza is ontleent aan een door de belastingdienst ingesteld branche-onderzoek bij soortgelijke bedrijven als het bedrijf dat door de belastingplichtige wordt gedreven. Tevens geeft belastingplichtige aan dat er van af 2005, 2006 ( in geringe mate) en 2007 (aanzienlijk meer) pizzameel gebruikt wordt voor het maken van stokbrood voor klanten. (…) De door belastingplichtige afgelegde verklaringen komen mij niet aannemelijk voor. Het is niet aannemelijk dat belastingplichtige van iemand of van een bedrijf gratis 1.000 kg meel ontvangt om dit uit te testen voor het maken van pizza’s. Daarnaast is niet aannemelijk dat klanten plotseling eisen dat zij gratis brood ontvangen bij hun bestelling en dat er dan zoveel brood wordt gebakken dat dit door derden als oud brood wordt afgehaald bij de pizzeria. Ik stel mij op het standpunt dat de omzetten in de jaren 2006 en 2007 te laag dan wel onjuist zijn verantwoord. Ik wijs u op het aantal kg ingekocht meel in de jaren 2004 tot en met 2007. Ik corrigeer de aangegeven omzetten in de jaren 2006 en 2007 als volgt: Correctie 1 meer omzet laag exclusief omzetbelasting: 2006 € 14.000 2007 € 60.000 (…) Omzet dranken hoog: De uitkomsten van de theoretische omzetberekening zien er als volgt uit: 2004 2005 2006 2007 Omzet dranken hoog 13.817 20.084 24.193 17.383 Aangegeven 13.567 7.318 15.073 15.403 Verschil 250 12.766 9.120 1.980 Belastingplichtige heeft geen passende verklaring voor de verschillen tussen de aangegeven omzet dranken Hoog en de aangegeven omzet dranken hoog. Ik wil ook wijzen op de brutowinstpercentages. (…) Ik corrigeer de omzet dranken hoog exclusief omzetbelasting als volgt: Correctie 2 meer omzet dranken hoog exclusief omzetbelasting: 2005 € 10.000 2006 € 8.000 (…) 8.2 Brutowinstpercentages De behaalde brutowinstpercentages volgens de gevoerde administratie zien er als volgt uit: 2004 2005 2006 2007 Omzet totaal 160.796 162.747 170.469 173.899 Inkopen totaal 51.567 57.617 65.713 65.401 Brutowinst totaal 109.229 105.130 104.756 108.498 Brutowinstpercentage totaal 212% 182% 159% 166% Omzet hoog 13.567 7.318 15.073 15.403 Inkopen hoog 5.492 5.000 3.957 4.043 Brutowinst 8.075 2.318 11.116 11.360 Brutowinstpercentage 147% 46% 281% 281% Omzet 6% 147.229 155.429 155.396 158.496 Inkopen 6% 42.886 52.617 51.167 54.153 Brutowinst2 104.343 102.812 104.229 104.343 Brutowinstpercentage 243% 195% 204% 193% De brutowinstpercentages zijn sterk afwijkend en de brutowinstpercentages dranken Hoog 2004 en 2005 zijn onaanvaardbaar. (…) Belastingplichtige verklaart hierover dat er facturen foutief zouden zijn ingeboekt en dat er facturen in andere jaren zijn betaald en geboekt dan het jaar waarop deze betrekking hebben. Ik heb gevraagd aan de boekhouder om een en ander nader aan te geven maar dat is niet gebeurd. Hierdoor kunnen er verschuivingen zijn ontstaan in de inkopen en zijn de brutowinstpercentages eveneens afwijkend. (…) Ik corrigeer het brutowinstpercentage dranken hoog 2004 als volgt: (…) Correctie 3 meer omzet dranken hoog 2004 exclusief omzetbelasting: (…) Naar aanleiding van de overige aangetroffen brutowinstpercentages heb ik geen correcties aangebracht, of er zijn reeds correcties aangebracht op grond van de theoretische omzetberekening. 8.3 Omzet sigaretten Er is door de boekhouder in het jaar 2004 een bedrag van € 4.000 exclusief omzetbelasting van de verantwoorde omzet afgehaald i.v.m. inkoop sigaretten. Het betreft een onjuiste boeking. (…) Correctie 4 meer omzet 2004 exclusief omzetbelasting 100/106 x € 4.000 = € 3.773 8.4 Privé-gebruik (…) Correctie 5 privé-gebruik telefoon: 2004 € 300 2005 € 500 2006 € 500 2007 € 500 (…) Correctie 6 privé-gebruik goederen: 2004 € 555 2005 € 1.200 2006 € 1.200 2007 € 1.200 (…) Voor de bezorging van maaltijden e.d. wordt gebruik gemaakt van zowel zakelijke als prive-auto’s. Er wordt geen kilometeradministratie bijgehouden. (…) Correctie 7 privé-gebruik auto: 2004 € 4.168 2005 € 4.168 (…) 2006 € 4.469 2007 € 4.469 (…) 8.5 Inkopen (…) Bij deze leverancier is een derdenonderzoek ingesteld. Hieruit is gebleken dat er een aantal inkoopfacturen van deze leverancier niet zijn geboekt in de administratie van belastingplichtige. (…) Correctie 8 meer inkopen dranken exclusief omzetbelasting: 2004 € 273 2006 € 1.328 2007 € 374 (…) Correctie 9 meer inkopen dranken exclusief omzetbelasting 2007 € 1.479. 8.6 Onkosten Blijkens een factuur van 30-03-2005 is er een CV-installatie geïnstalleerd in het woonhuis van belastingplichtige (…). Correctie 10 minder onkosten exclusief omzetbelasting 2005 € 713 De overige onkosten zijn steekproefsgewijs beoordeeld. Deze zijn van zakelijke aard. 8.7 Lonen (…) Over het jaar 2004 is er geen loonadministratie aanwezig dus is het aantal uren niet bekend. Zowel de boekhouder als belastingplichtige kunnen hier geen verklaring voor geven. Hierover zijn aan belastingplichtige vragen gesteld en uiteindelijk heb ik een opstelling ontvangen van de personeelsbezetting in uren die is opgesteld door de belastingplichtige. Dat ziet er als volgt uit: Dag Keuken Bediening Bezorging Maandag 0 0 4 Dinsdag 0 0 5 Woensdag 0 0 5 Donderdag 5 4 6 Vrijdag 5 5 6 Zaterdag 5 6 7 Zondag 5 5 7 Totaal per week 20 20 40 Op jaarbasis worden er dan 52 x 80 uur verloond is totaal 4.160 uur. Het aantal te verlonen uren bedraagt dan aanzienlijk meer als de aangegeven verloonde uren. (…) Ondanks deze verschillen lijkt het mij niet aannemelijk dat dat alle in de onderneming gewerkte uren zijn. Het is ondoenlijk voor belastingplichtige en zijn echtgenote om op maandag, dinsdag en woensdag alle in de onderneming voorkomende werkzaamheden zonder personeel te verrichten. (…) Naar aanleiding van de bevindingen tijdens de waarneming ter plaatse en de door belastingplichtige verstrekte opstelling van de personeelsbezetting heb ik een opstelling gemaakt van de mijns inziens noodzakelijke personeelsbezetting in de onderneming. (…) Dat ziet er als volgt uit: Dag Keuken Bediening Bezorging (…) (…) (…) (…) Totaal 48 48 44 140 Aantal weken 52 X Uren per jaar 7.280 2004 2005 2006 2007 2008 Uren volgens loonadm. onbekend 1.448 527 478 1.498 Volgens onze opstelling 7.280 7.280 7.280 7.280 7.280 Verschil (stel 2004 5.000 uur) 5.000 5.832 6.753 6.802 5.782 30.169 Stel het uurloon op gemiddeld netto € 5,- per uur wat een gebruikelijk loon is in dit soort horecagelegenheden. Correctie 11 meer uitbetaald nettoloon: 2004: € 5.000 x € 5 = € 25.000 2005: € 5.832 x € 5 = € 29.160 2006: € 6.753 x € 5 = € 33.765 2007: € 6.802 x € 5 = € 34.010 2008: € 5.782 x € 5 = € 28.910 De niet geboekte lonen zullen worden belast met anoniementarief omdat niet meer is na te gaan welke bedragen aan welke personen zijn uitbetaald. (…) Belastingplichtige heeft mij 10 verklaringen overhandigd van personen die bij hem in het restaurant werkzaam zouden zijn geweest zonder beloning. Het betreft om familie, vrienden en de vorige eigenaar van de pizzeria. (…) Dat de betreffende personen die deze verklaringen hebben afgelegd uren kosteloos in de onderneming hebben gewerkt is niet aannemelijk omdat: (…) 10Verwerping Administratie Op grond van een aantal van de hiervoor genoemde aandachtspunten, ben ik van mening dat de administratie van de eenmanszaak niet voldoet aan de eisen die in artikel 52 van de AWR zijn gesteld. De administratie vertoont dusdanige gebreken dat hieruit de “rechten en verplichtingen alsmede de voor de heffing van belasting overigens van belang zijnde gegevens” niet duidelijk blijken. (…) Boete (…) 15.3 Boete Loonbelasting Op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) art. 67 letter f, en het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998 (BBBB 1998) paragraaf 25 lid 3 en paragraaf 28 lid 1, wordt een boete opgelegd van 25%. Door belastingplichtige zijn lonen niet dan wel te laag verantwoord, waardoor er onjuiste aangiften loonbelasting zijn ingediend. Uit de hierna vermelde feiten blijkt dat er sprake is van grove schuld. Het is aan belastingplichtige te wijten dat er een groot aantal gewerkte uren van het personeel niet opgenomen zijn in de loonadministratie. Het is aan belastingplichtige te wijten dat bij een waarneming ter plaatse op 17 mei 2009 bleek dat een op dat moment werkzaam personeelslid niet in het werkrooster is vermeld. 15.4 Kennisgeving ex artikel 67k AWR De kennisgeving van de boete is op 26 februari 2010 verzonden naar de belastingplichtige en de boekhouder. (…)” 2.8. In de onderdelen 11 tot en met 13 van het controlerapport zijn de op te leggen naheffings- en (navorderings)aanslagen aangekondigd. 2.9. Na daartegen gemaakt bezwaar heeft verweerder bij uitspraak op bezwaar de aanslagen verminderd zoals hiervoor in 1.15 is vermeld. De uitspraak op bezwaar vermeldt daarover onder meer het volgende: “4.3. Omzetanalyse (…) De nageheven omzet is berekend aan de hand van de inkopen pizzameel en betreft een minimumpositie. Daarnaast zijn echter nog allerlei andere opbrengstcategorieën (…) niet meegenomen in de bepaling van deze minimumomzetpositie. U geeft in uw bezwaar aan dat u gratis brood serveerder bij dicerse gerechten en oud brood werd opgehaald voor veevoer. U geeft aan dat hier geen rekening mee is gehouden bij deze theoretische omzetberekening. Dit is juist, maar er was ook nog geen rekening gehouden met andere opbrengsten. Om u toch enigszins tegemoet te komen, ben ik wel bereid de omzetbijtelling te matigen. De omzetbijtelling (correctie 1 uit het rapport) wordt dan: 2006: € 7.000 2007: € 30.000 De omzet bijtelling over dranken hoog (correctie 2 uit het rapport) handhaaf ik wel volledig, daar belastingplichtige geen verklaring had voor de uitkomst van de theoretische omzetberekening: 2005: € 10.000 2006: € 8.000 De omzetbijtelling over het jaar 2004 op basis van het brutowinstpercentage over dranken hoog, (correctie 3 uit het rapport) zal ik verminderen tot nihil, daar over dit jaar de theoretische omzetberekening nagenoeg geen afwijking te zien gaf. De omzetbijtelling over het jaar 2004 over sigaretten (correctie 4 uit het rapport) handhaaf ik volledig, (…). 4.4. Personeel (…) Uw cliënt heeft geen primaire vastleggingen, zoals uitschrijflijsten en werkroosters over de periode voor april 2009. Hierdoor is de loonboekhouding over het controletijdvak van 2004 tot april 2009 oncontroleerbaar gebleken. Uw cliënt heeft hiermee de voorschriften van artikel 52 AWR geschonden. Vervolgens hebben de controlemedewerkers zelf een berekening gemaakt van de verschuldigde loonheffing. De controlemedewerkers hebben hun berekeningen met name gebaseerd op de opstelling van adviseur [L] (brief d.d. 8 juni 2009), omzetgegevens van de afgelopen jaren, op de roosters vanaf april 2009, op de openingstijden, op de aanwezigheid van diverse bezorgauto’s, de informatie op de website en op verklaringen van uw cliënt. Hierbij heeft uw cliënt geen afdoende verklaring kunnen geven voor de substantiële capaciteitsuitbreiding met ingang van het april 2009, behalve de verklaringen die eerder waren verstrekt. (…) Nu inde gecontroleerde jaren ten opzichte van de jaren 2009 en 2010 de omzetten nauwelijks verschillen, kan een eventuele omzettoename ook geen verklaring zijn voor de grote verschillen in de verloonde uren tussen de periode voordat een werkrooster kon worden overgelegd (april 2009) en de jaren daarvoor. Bij de berekening van de naheffing is met deze aspecten rekening gehouden. Ik ben wel van mening dat de overlegde verklaringen tot matiging van de nageheven uren aanleiding geven. Voorts heb ik in de bezwaarfase geconstateerd dat de vermelde uren volgens de loonaangiften afwijken van hetgeen op basis van de aangiften loonheffingen bij de Belastingdienst is vermeld. (…) Ik ben dan ook van plan om de naheffing van de uren als volgt aan te passen: Als uitgangspunt heb ik genomen het aantal verloonde uren vanaf april 2009, te weten 2914 uur. Op jaarbasis had er dan tenminste 3885 uur verloond moeten worden. Dit aantal uren is ook in de lijn met de brief van [L] van 8 juni 2009, waarin uitgegaan werd van een bezetting, exclusief de arbeidsinspanningen van zowel de heer [X] als zijn echtgenote van 4160 uur netto per jaar. Het bijbehorende salaris heb ik overgenomen van de berekening van de controlerend ambtenaar, namelijk € 5 euro netto per uur. (…) Het uitgangspunt van € 5 euro netto per uur is lager dan de van toepassing zijnde Horeca CAO. De berekening acht ik daarom alleszins redelijk. jaar verloonde uren* totaal aantal te verlonen uren na beoordeling bezwaar na te heffen aantal uren prijs per uur netto netto totaal tarief Naheffing LH 2004 1448 3885 2437 € 5 € 12.185 129,7 € 15.804 2005 1448 3885 2437 € 5 € 12.185 130,4 € 15.889 2006 1322 3885 2563 € 5 € 12.815 zie spec € 32.519 2007 1182 3885 2703 € 5 € 13.515 zie spec € 31.732 2008 1428 3885 2457 € 5 € 12.285 zie spec € 28.707 € 124.651 *2005 volgens opgave adviseur; 2004 gelijk gehouden aan 2005 *2006 t/m 2008 uit aangiften LH” Omschrijving geschil en standpunten van partijen 4.1. Partijen houdt verdeeld het antwoord op de vragen of de in 1.1 tot en met 1.14 genoemde – deels bij uitspraak op bezwaar verminderde – naheffingsaanslagen, (navorderings)aanslagen en de boetes terecht en naar de juiste bedragen zijn opgelegd. In het bijzonder gaat het daarbij om de vraag of de Inspecteur terecht is uitgegaan van het aantal gewerkte en daarmee te verlonen uren van werknemers zoals hiervoor onder 2.9 vermeld. Verder is in geschil of de Inspecteur terecht de hiervoor onder 2.7 weergegeven, deels verminderd zoals weergegeven onder 2.9, correcties heeft aangebracht op de aangegeven omzet en of belanghebbende aan de administratie- en bewaarplicht heeft voldaan. 4.2. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken en hetgeen door hen daaraan ter zitting in hoger beroep is toegevoegd. Conclusies van partijen 5.1. Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van de hoger beroepen, vernietiging van de uitspraken van de rechtbank en van de uitspraken op bezwaar en tot vermindering van de aanslagen zoals in het nader door belanghebbende overgelegde stuk cijfermatig uiteengezet. 5.2. De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraken van de rechtbank. Oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft in haar uitspraken het volgende overwogen, waarbij de rechtbank belanghebbende als eiser en de Inspecteur als verweerder heeft aangeduid: “Bewijslastverdeling 4.1. Onder verwijzing naar de bevindingen tijdens het ingestelde boekenonderzoek heeft verweerder gesteld dat eiser niet heeft voldaan aan de op hem de rustende administratie- en bewaarplicht van artikel 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). 4.2. Artikel 52, eerste en zesde lid, van de AWR luidt: “1. Administratieplichtigen zijn gehouden van hun vermogenstoestand en van alles betreffende hun bedrijf, zelfstandig beroep of werkzaamheid naar de eisen van dat bedrijf, dat zelfstandig beroep of die werkzaamheid op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde hun rechten en verplichtingen alsmede de voor de heffing van belasting overigens van belang zijnde gegevens hieruit duidelijk blijken. (…) 6. De administratie dient zodanig te zijn ingericht en te worden gevoerd en de gegevensdragers dienen zodanig te worden bewaard, dat controle daarvan door de inspecteur binnen een redelijke termijn mogelijk is. Daartoe verleent de administratieplichtige de benodigde medewerking met inbegrip van het verschaffen van het benodigde inzicht in de opzet en de werking van de administratie.” 4.3. Ingevolge artikel 25, derde lid, aanhef, onderdeel b, en slot, van de AWR, wordt – voor zover hier van belang – indien het bezwaar is gericht tegen een aanslag, een navorderingsaanslag of een naheffingsaanslag, met betrekking tot welke niet volledig is voldaan aan de verplichtingen ingevolge artikel 52, bij de uitspraak op het bezwaarschrift de belastingaanslag gehandhaafd, tenzij is gebleken dat en in hoeverre de belastingaanslag onjuist is (de zogenoemde omkering van de bewijslast). Naheffingsaanslagen loonheffingen 2004 tot en met 2008 4.4. Eiser erkent dat hij in de periode vóór april 2009 geen gebruik maakte van werkroosters en/of uitschrijflijsten. Evenmin zijn andere stukken aanwezig waaruit kan worden opgemaakt op welke dagen en hoeveel uur per dag werkzaamheden door werknemers in de onderneming van eiser zijn verricht. De stelling dat een dergelijke administratie niet nodig was, omdat de bezetting in de jaren 2004 tot en met 2008 nagenoeg geheel bestond uit familie en vrienden, faalt omdat de omstandigheid dat met vrijwilligers wordt gewerkt – wat er ook zij van de juistheid van deze stelling – niet meebrengt dat voor het wel verloonde personeel een loonadministratie achterwege kan blijven. De werkroosters/uitschrijflijsten vormen immers in een onderneming als die van eiser, waarbij het personeel kennelijk geen vaste uren werkt en gebruik wordt gemaakt van oproepkrachten, een essentieel onderdeel van de administratie. Deze omstandigheden in aanmerking nemend moet kunnen worden vastgesteld wanneer, hoelang en tegen welke beloning de werknemers hebben gewerkt. 4.5. Eiser betaalde voorts, naar tussen partijen niet in geschil is, alle lonen dagelijks aan het einde van de werktijd per kas. Aldus vormt ook de kasadministratie een essentieel onderdeel van de administratie. Niet weersproken is dat het personeel niet tekende voor ontvangst van het loon en dat de uitbetaalde bedragen werden opgeschreven op een blaadje. Deze stukken zijn niet door eiser bewaard. Zonder duidelijke tegenboeking werden maandelijks de uitbetaalde lonen in het dagboek “Kas” geboekt. Voorts ontbraken in de administratie de loonbelastingverklaringen van het personeel of waren deze niet volledig ingevuld en/of ondertekend, ontbraken de WID gegevens en zijn geen getekende arbeidscontracten voorhanden. Verder heeft verweerder nog onweersproken aangevoerd dat eiser de verkeerde tabellen (de dagtabellen) op het loon van de oproepkrachten heeft toegepast. 4.6. Nu de kasadministratie niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen en voorts de werkrooster/uitschrijflijsten ontbreken, vertoont eisers administratie, naar het oordeel van de rechtbank, dusdanige ernstige gebreken, dat deze niet als basis kan dienen voor de berekening van de door hem over de bewuste jaren verschuldigde loonheffing. Ook anderszins is niet gebleken dat de verplichtingen ten aanzien van de loonheffing uit de door eiser gevoerde administratie kunnen blijken. Derhalve heeft eiser niet voldaan aan zijn administratieverplichting als bedoeld in artikel 52, eerste lid, van de AWR. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder terecht in de uitspraak op bezwaar de bewijslast op grond van artikel 25, derde lid, aanhef, letter b, en slot, van de AWR heeft omgekeerd. 4.7. Nu de bewijslast reeds als gevolg van vorengenoemde administratieve gebreken is omgekeerd, komt de rechtbank niet meer toe aan de stelling van verweerder dat eiser over het controletijdvak niet de vereiste aangiften loonheffingen heeft gedaan, zodat op die grond de bewijslast dient te worden omgekeerd. Deze stelling behoeft derhalve geen behandeling meer. Dit geldt eveneens voor hetgeen verweerder overigens heeft aangevoerd over de administratie van eiser. 4.8. Gelet op het vorenoverwogene is de rechtbank gehouden het beroep, ingevolge artikel 27e, aanhef, onderdeel b, en slot, van de AWR, ongegrond te verklaren, tenzij is gebleken dat en in hoeverre de uitspraak op bezwaar onjuist is, waarbij het op de weg van eiser ligt om overtuigend aan te tonen dat de uitspraak op bezwaar niet in stand kan blijven. 4.9. Eiser heeft aangevoerd – zo begrijpt de rechtbank – dat het aantal verloonde uren overeenkomt met het aantal daadwerkelijk door het personeel gewerkte uren. Hij heeft in de jaren nadat hij het restaurant had gekocht veel gebruik gemaakt van de diensten van vrijwilligers, te weten vrienden, familie en bekenden die hem om niet hielpen in de zaak om de kosten te drukken, aldus eiser. Hiertoe heeft hij een aantal verklaringen in het geding gebracht. Met deze verklaringen heeft eiser naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat naast de werkzaamheden die door het (betaalde) personeel werden verricht, de overige werkzaamheden volledig werden verricht door vrijwilligers. De ingebrachte verklaringen zijn van personen die bij een aantal bedrijfsbezoeken door de Belastingdienst niet zijn aangetroffen en uit de verklaringen blijkt niet welke werkzaamheden werden verricht, in welke periode(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.