← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2013:2301

PROMIS Rolnummer: 22-002179-11 Parketnummer: 11-059433-11 Datum uitspraak: 6 juni 2013 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag Meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Dordrecht van 22 april 2011 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982, zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 23 mei

  1. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, dat de verdachte van het primair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken en dat hij ter zake van het subsidiair ten laste gelegde (schuldheling) zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één week. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte van het primair ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het subsidiair ten laste gelegde, gekwalificeerd als schuldheling, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één week. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 26 februari 2011 te Papendrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (merk Gazelle), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; Subsidiair: hij in of omstreeks de periode van 26 februari 2011 tot en met 28 februari 2011 te Papendrecht, in elk geval in Nederland, een fiets (merk Gazelle) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die fiets wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Vrijspraak Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken. Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde overweegt het hof in het bijzonder dat niet is komen vast te staan dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de fiets wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door mr. M.J. de Haan-Boerdijk, mr. R.M. Bouritius en mr. P.J. Wurzer, in bijzijn van de griffier mr. W.R. van Hattum. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 6 juni
  2. Mr. Wurzer en de griffier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.