GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummers BK-12/00015 tot en met BK-12/00019 Uitspraak d.d. 26 juni 2013 in het geding tussen: [X] te [Z], belanghebbende, en de directeur van de Belastingdienst Haaglanden, de Inspecteur, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage (thans: Den Haag) van 28 november 2011, nr. AWB 09/5725 IB/PVV, AWB 09/5726 IB/PVV, AWB 09/5727 IB/PVV, AWB 09/5729 IB/PVV en AWB 09/5730 IB/ PVV, betreffende de hierna vermelde aanslagen en beschikkingen. Aanslagen, beschikkingen, bezwaar en geding in eerste aanleg 2001 (09/5725; BK-12/00015) 1.1. De Inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2001 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummer [aanslagnummer]) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 45.336. 1.2. De Inspecteur heeft vervolgens aan belanghebbende voor het jaar 2001 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummer [aanslagnummer]) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 92.099. Tevens is bij beschikking € 4.250 aan heffingsrente in rekening gebracht. 1.3. De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 28 juli 2009 de navorderingsaanslag gehandhaafd. 2002 (09/5726; BK-12/00016) 1.4. De Inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2002 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummer [aanslagnummer]) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 82.347. 1.5. De Inspecteur heeft vervolgens aan belanghebbende voor het jaar 2002 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummer [aanslagnummer]) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 123.720. Tevens is bij beschikking € 3.065 aan heffingsrente in rekening gebracht. 1.6. De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 28 juli 2009 de navorderingsaanslag gehandhaafd. 2003 (09/5727; BK-12/00017) 1.7. De Inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2003 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummer [aanslagnummer]) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 60.495. 1.8. De Inspecteur heeft vervolgens aan belanghebbende voor het jaar 2003 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummer [aanslagnummer]) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 105.176. Tevens is bij beschikking € 2.680 aan heffingsrente in rekening gebracht. 1.9. De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 28 juli 2009 de navorderingsaanslag verminderd tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 94.721. De beschikking heffingsrente is dienovereenkomstig verminderd. 2004 (09/5729; BK-12/00018) 1.10. De Inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2004 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummer [aanslagnummer]) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 111.327. Tevens is bij beschikking € 2.018 aan heffingsrente in rekening gebracht. 1.11. De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 28 juli 2009 de aanslag verminderd tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 93.393. De beschikking heffingsrente is verminderd tot € 1.264. 2005 (09/5730; BK-12/00019) 1.12. De Inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2005 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummer [aanslagnummer]) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 195.502. Tevens is bij beschikking € 2.794 aan heffingsrente in rekening gebracht. 1.13. De Inspecteur heeft vervolgens aan belanghebbende voor het jaar 2005 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummer [aanslagnummer]) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 164.152. Tevens is bij beschikking € 9.911 aan heffingsrente in rekening gebracht. 1.14. De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 28 juli 2009 de aanslag verminderd tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 149.374. De beschikking heffingsrente is verminderd tot € 8.904. 1.15. De rechtbank heeft als volgt beslist, waarbij belanghebbende als eiser en de Inspecteur als verweerder zijn aangeduid: ”(…) verklaart het beroep gegrond; vernietigt de uitspraken op bezwaar; vermindert de navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2001 tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 56.698; vermindert de navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2002 tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 89.771; vermindert de navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2003 tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 70.984; vermindert de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2004 tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 76.385; vermindert de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2005 tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 107.060; vermindert de beschikkingen heffingsrente dienovereenkomstig; bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten; en - veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 966 aan eiser te voldoen.” Loop van het geding in hoger beroep 2.1. Belanghebbende is van de uitspraken van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. In verband daarmee is door de griffier een griffierecht geheven van € 115. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. 2.2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 15 mei 2013, gehouden te Den Haag. Partijen zijn verschenen. Ter zitting heeft tevens de mondelinge behandeling plaatsgevonden van het hoger beroep van belanghebbende betreffende aan hem opgelegde naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen over het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2005, BK-12/00015 tot en met BK-12/00019. Al hetgeen in die zaak is aangevoerd en overgelegd wordt ook geacht te zijn aangevoerd en overgelegd in de onderhavige zaken. Van het verhandelde ter zitting is door de griffier één proces-verbaal opgemaakt. Vaststaande feiten 3.1. Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde gaat het Hof in hoger beroep uit van de door de rechtbank onder 2.1 tot en met 2.11 van haar uitspraak vermelde feiten, waarbij de rechtbank belanghebbende als eiser en de Inspecteur als verweerder heeft aangeduid: “2.1. Eiser was in de onderhavige jaren als zelfstandige werkzaam in de glazenwasserijbranche. De activiteiten van zijn onderneming bestonden uit het wassen van ramen van particulieren en bedrijven. 2.2. Eiser heeft aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van: voor het jaar 2001: € 45.336; hierin is begrepen een bedrag van € 63.212 winst uit onderneming; voor het jaar 2002: € 82.347; hierin is begrepen een bedrag van € 91.974 winst uit onderneming; voor het jaar 2003: € 60.495; hierin is begrepen een bedrag van € 86.178 winst uit onderneming; voor het jaar 2004: € 63.034; hierin is begrepen een bedrag van € 89.099 winst uit onderneming; voor het jaar 2005: € 64.547; hierin is begrepen een bedrag van € 95.897 winst uit onderneming. 2.3. In het kader van de door de FIOD/ECD gevoerde actie “Glashelder’ is tegen eiser een strafrechtelijk onderzoek ingesteld. De FIOD/ECD heeft in het kader van dat onderzoek verscheidene verdachten en getuigen gehoord en daarvan proces-verbaal opgemaakt. 2.4. Bij een huiszoeking bij eiser op 3 april 2006 is een tas met onder meer 81 enveloppen aangetroffen. Op een groot deel van de enveloppen staan de namen ‘[A]’ en ‘[eiser]’ geschreven. 2.5. In het kader van het onder 2.3 vermelde onderzoek zijn onder meer de volgende verklaringen afgelegd: Door eiser: ‘nadat hem is gevraagd waaruit zijn inkomsten bestonden in de jaren 2000 tot en met 2006: “de rekening van [eisers echtgenote] ben ik gaan gebruiken vanaf 2001 of 2002 of zo. (…) Jullie vragen mij hoeveel geld ik niet in mijn administratie heb verwerkt. Dat is € 1.500 tot € 1.600 per maand. (…) Ik doe niet alles zwart. (…) Jullie vragen mij of ik pachtinkomsten heb. Daar geef ik geen commentaar op. (…)”.’ PV/[...] blz. 1 “Jullie vragen mij naar de waskaarten van 2000 t/m 2005. Als ze niet in mijn huis zijn aangetroffen dan ga ik er vanuit dat ik ze heb weggegooid, (…)” PV/[...] blz. 2, tweede alinea ‘En nadat hem is gevraagd of hij het door hem behaalde omzet particulier zeemwerk juist en volledig heeft doorgegeven aan zijn boekhouder (…):“De omzet die binnenkomt op [echtgenotes] bankrekening is buiten de boeken gehouden. Als een klant per bank wil betalen uit een straat die niet in de boeken staat dan geef ik de bankrekening van [echtgenote] door. (…) Ik heb te weinig doorgegeven aan [de boekhouder] en daardoor konden zij geen juiste aangiften inkomstenbelasting- en omzetbelasting indienen.”.’ PV/[...] blz. 2, vierde alinea Door [B]: “Vanaf het begin in 2003 werd door mij de maandelijkse pacht in een enveloppe gedaan van wat ik tegen kwam. De ene keer een enveloppe van de [bank] en de andere keer in witte enveloppen zonder opschrift. Ik schreef meestal het bedrag op de enveloppe. Per werk maakte ik een enveloppe pacht. Op die enveloppe schreef ik [A] [X] en het bedrag. Ik gaf de enveloppen vaak aan [X], maar ook wel eens aan [A]. (…)” PV/[...] blz. 3, vijfde alinea Door [A]: “Het is toch bekend, de enveloppen die jullie gevonden hebben, zijn van de groep (…) Ik verpacht wijken en straten samen met anderen, meestal met een man of zeven, (…)Samen met de anderen uit de groep van acht hebben wij werk in allerlei wijken. (…) al dit werk wordt door ons verpacht en wij vangen daar dertig procent van. Al dit geld wordt door ons met zijn achten verdeeld. Ieder van ons krijgt daar een evenredig deel van.” PV/[...] blz. 2, eerste alinea ‘Nadat aan [A] [...], zijnde handgeschreven aantekeningen welke vermoedelijk betrekking hebben op de glazenwasserij zijn getoond en is gevraagd of dit zijn handschrift is: “Ja, maar verder zeg ik hier niets over. Ik heb gewoon wat dingen bijgehouden. Hier wordt door mij de pacht van de bende bijgehouden”.’ PV/[...] blz. 2, vijfde alinea [A] heeft voorts verklaard dat het geld dat in de enveloppen bij een huiszoeking bij hem is gevonden, onder andere pacht betrof voor hemzelf en eiser of voor hemzelf, eiser en anderen (blz. 3 PV/[...]). Door [C]: “Die hoort niet bij de oude garde. [D], [E], [eiser], [A] en ik horen bij de oude garde.” PV/[...] blz. 2, laatste alinea ‘Nadat aan [C] is gevraagd wat hij kan verklaren over de bijeenkomst op 23-02-2006 bij de Mac Donald’s waar onder meer [A], [eiser] en [E] aanwezig waren: “Ik maak deel uit van een groep die straten in beheer heeft. Wij verpachten die straten aan derden. De pachters betalen 30% van de wasopbrengst aan de groep. Dat geld wordt verdeeld in de groep. (…) ieder krijgt één achtste deel.(…) sinds 1996 heb ik een rol in de groep”.’ PV/[...] blz. 3, eerste, tweede en vierde alinea Door [D]: “Wat [C] zegt over ons, dat zeg ik precies hetzelfde.” PV/[...] blz. 3, voorlaatste alinea Door [F]: ‘Op 5 april 2006 is aan [F] nadat hem twee foto’s van een bijeenkomst op 23-02-2006 bij de Mac Donalds zijn getoond gevraagd wie er op de foto’s staan en wat hij over de bijeenkomst kan vertellen:“Ik herken nummer twee als [eiser]”.’PV/[...] blz. 4, vijfde alinea Door [G]: “[eiser] heeft naast het verpachten van particulier glazenwasserswerk” PV/[...] blz. 4, alinea onderaan De door verweerder berekende inkomsten uit de groep van acht 2.6.1. De FIOD/ECD heeft bij [A] een document gevonden met daarop een aantal wijknamen, namen van personen en bedragen. Dit document is door de FIOD/ECD gemerkt [...]. Het document luidt als volgt: “[..] Juni Juli aug sept okt [naam 1] [naam 2] € 25 25 25 25 25 M [naam 3] 20 20 20 20 _ M [naam 4] [naam 5] 80 80 80 80 80 M [naam 6] 45 45 45 45 45 M [naam 7] 57 57 57 57 57 M [naam 8] 76 76 76 76 76 M [naam 9] 56 56 56 56 56 [naam 10] 250 250 250 250 250 M [naam 11] 69 69 69 Bet Bet [naam 12] 12 12 12 12 12 [naam 13] 18 18 18 18 18 [naam 14] 29 29 29 29 29 [naam 15] [naam 16] 20 20 20 20 20 M [naam 17] 45 45 45 45 45 M [naam 18] 29 29 29 29 29 [naam 19] 67 67 67 67 67 M [naam 20] 39 39 39 39 39 M [naam 21] 54 54 54 54 54 [naam 22] 55 55 55 55 55 M [naam 23] 29,50 17,50 29,50 17,50 _ M [naam 24] 10 10 10 10 _ M [naam 25] 55 55 55 55 55 [naam 26] [naam 27] 122 122 122 122 122 M [naam 28] 195 195 195 195 195 [naam 29] 56 56 56 56 56 M [naam 30] [naam 31] 109 109 109 109 109 M [naam 32] 160 160 160 160 160 M [naam 33] 14 14 14 14 14 De som van de hierboven in de kolom “Juni” vermelde bedragen is volgens verweerder vermoedelijk € 1.694 (de bedragen zijn handgeschreven niet altijd duidelijk). Verweerder is er vanuit gegaan dat dit bedrag de ontvangen pacht per maand per verpachter betreft. Dit betekent dat elke verpachter van de groep van 8, en dus ook eiser, in de jaren 2001 tot en met 2003 per jaar een bedrag van € 20.328 (12 x € 1.694) aan pacht heeft ontvangen. 2.6.2. De FIOD/ECD heeft een soortgelijk document als onder 2.6.1 bij [A] gevonden, (gemerkt [...]). Op dit document staat vermeld ‘[kopje 1]’, ‘2004’. en ‘[kopje 3]’. 2.6.3. De FIOD/ECD heeft een soortgelijk document als onder 2.6.1 bij eiser gevonden (gemerkt [...]). Op dit document staat vermeld ‘[kopje 3]’ en het jaartal 2005. 2.6.4. De som van de in het onder 2.6.3 vermelde document voor de maand augustus 2005 vermelde bedragen is € 2.093. Verweerder is op grond daarvan er vanuit gegaan dat eiser in de jaren 2004 en 2005 per jaar een bedrag van € 25.116 (12 x € 2.093) aan pacht heeft ontvangen. De door verweerder berekende inkomsten uit de groep van vier 2.7.1. De FIOD/ECD heeft bij eiser twee documenten gevonden (gemerkt [...] en [...]) met daarop een aantal wijknamen, namen van personen en bedragen. Voorts staat op deze documenten ‘Pers’ met daaronder het cijfer 3 of 4 of ‘delen door’ met daaronder vermeld 3 of 4 man. 2.7.2. De som van de de in het document [...] vermelde bedragen voor de maand maart, is € 4.095. Verweerder is op grond daarvan ervan uitgegaan dat eiser in de jaren 2001 tot en met 2005 per maand € 1.023 (€ 4.095/4 personen) aan pacht heeft ontvangen. In totaal is verweerder van een door eiser jaarlijks ontvangen pacht van € 12.276 (12 x € 1.023) uitgegaan. De door verweerder berekende inkomsten uit de groep van twee 2.8. De FIOD/ECD heeft op 3 april 2006 bij [A] een aantal documenten gevonden (gemerkt [...] t/m [...]). Hieruit heeft verweerder afgeleid dat eiser in totaal € 43.632 aan pacht heeft ontvangen in de jaren 2001 tot en met 2005. 2.9. In een rapport, gedateerd 20 oktober 2006, heeft verweerder op basis van de conclusies uit het onder 2.3 vermelde strafrechtelijk onderzoek een berekening gemaakt van het belastingnadeel dat de Staat volgens verweerder over de belastingjaren 2000 tot en met 2004 (inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen) en over het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 maart 2006 (loonheffing) zou hebben geleden, indien de onder 1 vermelde (navorderings) aanslagen en de daarnaast opgelegde naheffingsaanslag loonheffing niet zouden zijn opgelegd. Voorts heeft verweerder een berekening gemaakt van het voor het jaar 2005 vast te stellen belastbare inkomen uit werk en woning. Verweerder heeft op grond van dit rapport de onder 1 vermelde (navorderings) aanslagen aan eiser opgelegd. In het rapport zijn de volgende correcties vermeld: De winstcorrecties: EURO's 2001 2002 2003 2004 2005 Door eiser aangegeven omzet (eigen zeemwerk incl. BTW) 147.304 173.751 170.442 173.549 - Door eiser aangegeven omzet (eigen zeemwerk ex. BTW) 123.785 146.010 143.229 145.840 - (blz. 5 bovenaan rapport) correctie pacht groep 8 20.328 20.328 20.328 25.116 25.116 correctie pacht groep 4 12.276 12.276 12.276 12.276 12.276 correctie pacht groep 2 43.632 43.632 43.632 43.632 43.632 totaal pacht incl. BTW 76.236 76.236 76.236 81.024 81.024 totaal correctie pacht excl. BTW 64.063 64.063 64.063 68.087 68.087 (blz. 5 bovenaan rapport) correctie eigen zeemwerk incl BTW (blz. 4 onderaan rapport) 44.116 44.116 44.116 44.116 44.116 correctie eigen zeemwerk excl BTW 37.072 37.072 37.072 37.072 37.072 Door verweerder vastgestelde omzet 224.920 247.144 244.363 250.998 250.329 aangegeven omzet (eigen zeemwerk ex. BTW) 123.784 146.010 143.229 145.840 - Meer omzet 101.135 101.134 101.134 105.158 250.329 vastgesteld extra betaald netto loon 54.372 59.761 56.453 56.865 54.827 (blz. 8 rapport 20 oktober 2006) Correctie meer winst 46.763 41.373 44.681 48.293 195.502 De vaststelling van de belastingaanslagen: 2001 2002 2003 2004 2005 b.i. uit werk en woning volgens aangifte € 45.336 € 82.347 € 60.495 € 63.034 - correctie ondernemingswinst 46.763 41.373 44.681 48.293 € 195.502 (Gecorrigeerd) b.i. uit werk en woning € 92.099 € 123.720 € 105.176 € 111.327 € 195.502 (zie1.13) 2.10. Op 21 mei 2008 heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage eiser vrijgesproken van het opzettelijk onjuist en/of onvolledig doen van de aangiften inkomstenbelasting 2000 tot en met 2004. 2.11. Verweerder heeft bij brief van 27 april 2010 aangegeven de aanslagen als volgt te verminderen: Euro’s 2001 2002 2003 2004 2005 gecorrigeerd b.i. uit werk en woning € 92.099 € 123.720 € 105.176 € 111.327 € 195.502 Af: zwart zeemwerk 37.072 37.072 37.072 37.072 37.072 Bij: netto gerelateerd zwart loon 13.172 12.732 12.489 12.343 12.135 Af: 15% pacht 9.609 9.609 9.609 10.213 10.213 Minder winstcorrectie - 33.509 - 33.949 - 34.192 - 34.942 - 35.150 20012002200320042005 Winstcorrectie 46.763 41.373 44.681 48.293 195.502 (oud) Winstcorrectie 33.509- 33.949- 34.192- 34.942- 35.150- (nieuw) 13.254 7.424 10.489 13.351 160.352 2001 2002 2003 2004 2005 belastbaar inkomen uit werk en woning volgens aangifte € 45.336 € 82.347 € 60.495 € 63.034 - Correctie winst € 13.254 € 7.424 € 10.489 € 13.351 € 160.352 Nader vastgesteld belastbaar inkomen € 58.590 € 89.771 € 70.984 € 76.385 € 160.352” uit werk en woning 3.2. Voorts heeft het Hof in hoger beroep op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde, als tussen partijen niet in geschil dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, nog de volgende feiten en omstandigheden vastgesteld als zijn niet dan wel onvoldoende weersproken. 3.3. In de tot de gedingstukken behorende processen-verbaal zijn de navolgende verklaringen opgenomen: a. [H], werknemer van belanghebbende, verklaart tegen een opsporingsambtenaar het volgende (bladzijde 6, [...], bijlage 8): “Zolang ik bij [X] heb gewerkt, heb ik hem nog nooit zien lappen. Hij kan niks, ja de mooie jongen uithangen.” b. [I], een verdachte, verklaart tegen een opsporingsambtenaar (bladzijde 2, [...], bijlage 8): “Ik weet niet of hij voor andere mensen werkte. Ik heb hem zelf nooit zien ramen zien wassen en heeft daar nooit wat over gezegd.” c. De dochter van belanghebbende verklaart in 2006 tegenover een opsporingsambtenaar (bladzijde 3, [...], bijlage 10): “Voor zover ik weet staat mijn vader niet meer op de ladder zoals vroeger.” d. Belanghebbende verklaart zelf tegen een opsporingsambtenaar dat hij geen ramen lapt omdat zijn personeel dat doet (bladzijde 1, [...], bijlage 7): “Jullie vragen mij wie die straten heeft gewassen. Mijn personeel.” Omschrijving geschil in hoger beroep en standpunten van partijen 4.1. Partijen houdt verdeeld het antwoord op de vraag: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.