← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2013:3687

GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Uitspraak : 27 maart 2013 Zaaknummer : 200.118.115/01 Rekestnummer rechtbank : JE RK 12-769

  1. [appellant 1], hierna te noemen: de moeder, en
  2. [appellant 2], hierna te noemen: de vader, beiden wonende te [woonplaats], verzoekers in hoger beroep, hierna gezamenlijk te noemen: de ouders, advocaat mr. P. van Tour te Rotterdam, tegen de raad voor de kinderbescherming te Rotterdam, verweerder in hoger beroep, hierna te noemen: de raad. Als belanghebbende is aangemerkt: de Stichting Bureau Jeugdzorg te Rotterdam, hierna te noemen: Jeugdzorg. PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP De ouders zijn op 7 december 2012 in hoger beroep gekomen van een op 26 november 2012 gedateerde beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Rotterdam. Op 4 februari 2013 is een aanvullend beroepschrift van de ouders ingekomen. Jeugdzorg heeft op 6 februari 2013 een verweerschrift ingediend. Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen: van de zijde van de ouders: op 15 januari 2013 een brief van 11 januari (2012 het hof leest:) 2013 met bijlagen; op 5 februari 2013 een brief van diezelfde datum met bijlagen. De zaak is op 13 februari 2013 mondeling behandeld, Ter zitting waren aanwezig: de moeder, bijgestaan door de advocaat van de ouders; de heer [A] namens de raad; mevrouw [B] en mevrouw[C] namens Jeugdzorg. De vader is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking is de duur van de machtiging tot plaatsing van [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (hierna te noemen:[minderjarige 1]) in een vorm van pleegzorg verlengd van 27 november 2012 tot 27 februari
  3. Voorts is de duur van de machtiging tot plaatsing van [minderjarige 2], geboren op[geboortedatum] te [geboorteplaats] (hierna te noemen: [minderjarige 2]) in een accommodatie van een zorgaanbieder verlengd van 27 november 2013 tot 27 februari
  4. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het hof gaat uit van de door de kinderrechter vastgestelde feiten, voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. BEOORDELING VAN HOGER BEROEP
  5. In geschil is de verlenging van de machtigingen uithuisplaatsing van de minderjarigen voor de periode van 27 november 2012 tot 27 februari
  6. De ouders verzoeken het hof: te bepalen dat de raad niet-ontvankelijk is in zijn verzoek tot het verlengen van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen; de bestreden beschikking ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen te vernietigen; het inleidend verzoek van de raad tot verlenging van de machtiging uithuisplaatsing van de minderjarigen af te wijzen; te bepalen dat de uithuisplaatsing van de minderjarigen wordt opgeheven met gelijktijdige last aan de raad om de minderjarigen te laten terugkeren naar en toe te vertrouwen aan de ouders; de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
  7. De raad en Jeugdzorg hebben ter zitting verweer gevoerd. Aanvullend beroepschrift
  8. Het hof stelt vast dat het beroepschrift is ingekomen op 7 december
  9. De ouders hadden toen nog geen beschikking over de bestreden beschikking en over het proces-verbaal van 26 november
  10. In hun beroepschrift hebben de ouders zich om die reden het recht voorbehouden om na indiening van het beroepschrift de grieven nader uit te werken. Uit de zinsnede “voor fotocopie conform” leidt het hof af dat de bestreden beschikking en het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting van 26 november 2012 aan de ouders is verstrekt op 8 januari
  11. Volgens vaste jurisprudentie dient een aanvullend beroepschrift met bekwame spoed te worden ingediend, waarbij een termijn van veertien dagen - of een zoveel kortere termijn als overeenstemt met de wettelijke beroepstermijn - na de dag van verstrekking of verzending heeft te gelden. Nu het aanvullend beroepschrift eerst is ontvangen op 4 februari 2013, ofwel na het verstrijken van voormelde termijn, zal het hof dit buiten beschouwing laten. Uitspraakdatum bestreden beschikking
  12. De ouders betogen dat de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen niet langer kon worden verlengd. Zij voeren daartoe het volgende aan. De termijn van de machtiging was op het moment dat de beschikking werd gegeven - naar stellen van de ouders omstreeks 30 november 2012 - reeds verstreken. Hoewel in de bestreden beschikking als uitspraakdatum staat vermeld 26 november 2012, is pas later uitspraak gedaan.
  13. Het hof overweegt als volgt. Bij beschikking van 27 augustus 2012 is machtiging verleend tot plaatsing van [minderjarige 2] in een accommodatie van een zorgaanbieder en is de machtiging tot plaatsing van [minderjarige 1] in een vorm van pleegzorg verlengd tot 27 november
  14. Op 26 november 2012 heeft de mondelinge behandeling voor het overige door de raad verzochte bij de kinderrechter plaatsgevonden. In het proces-verbaal van die mondelinge behandeling staat vermeld dat de beslissing per beschikking over twee weken zal volgen.
  15. Het hof stelt voorop dat op grond van artikel 287 in verbinding met artikel 230 Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering (Rv) de beschikking, onder meer, de dag van de uitspraak dient te vermelden en dat de uitspraak ingevolge artikel 28, eerste lid, Rv, in het openbaar geschiedt.
  16. Naar aanleiding van de stellingen van betrokkenen is bij het hof twijfel gerezen over de vraag of de op de beschikking vermelde datum van uitspraak (26 november 2012) in overeenstemming is met de datum waarop de beslissing openbaar is gemaakt. Die twijfel is gerezen door de navolgende omstandigheden: De ouders en Jeugdzorg hebben beiden verklaard dat tijdens de mondelinge behandeling op 26 november 2012 geen uitspraak is gedaan. In het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting van 26 november 2012 staat ook vermeld dat de beslissing per beschikking over twee weken zal volgen. De advocaat van de ouders heeft meegedeeld dat hij op 27 november 2012 contact heeft opgenomen met een medewerker van de griffie van de rechtbank Rotterdam en dat hem is meegedeeld dat er op dat moment nog geen uitspraak was gedaan. Jeugdzorg heeft, omdat voor haar onduidelijk bleef wat de uitspraak van de kinderrechter was, eveneens nadien telefonisch contact gehad met een medewerker van de griffie van de rechtbank Rotterdam. Aan Jeugdzorg is telefonisch meegedeeld dat weliswaar op 26 november 2012 mondeling uitspraak is gedaan, maar dat verzuimd is dit telefonisch aan betrokkenen mee te delen. De bestreden beschikking is pas op 8 januari 2013 (ofwel meer dan zes weken na de uitspraak) in fotokopie verzonden naar de advocaat van de ouders.
  17. Het hof stelt voorop dat een machtiging uithuisplaatsing van rechtswege eindigt na afloop van de termijn waarvoor de machtiging is verstrekt als op een verlengingsverzoek niet is beslist voor de afloop van deze termijn. Dat het verzoek voor het einde van de termijn is ingediend, doet daar niet aan af. In dat licht bezien acht het hof het noodzakelijk dat duidelijkheid ontstaat over de datum waarop de bestreden beschikking is gegeven alsmede over de wijze waarop aan het bepaalde in artikel 28 Rv is voldaan. Het hof heeft om die reden aanleiding gezien een nadere toelichting te vragen van de rechtbank Rotterdam. Het hof zal in afwachting van de schriftelijke reactie van de rechtbank Rotterdam de behandeling van de zaak vier maanden pro forma aanhouden en wel tot 27 juli
  18. Het hof stelt partijen in de gelegenheid om voor voormelde pro formadatum kort schriftelijk te reageren op de reactie van de rechtbank Rotterdam. Het hof zal nadien, behoudens bijzondere omstandigheden, een beschikking geven. BESLISSING OP HET HOGER BEROEP Het hof: alvorens verder te beslissen: houdt de behandeling van de zaak aan tot 27 juli 2013 pro forma; bepaalt dat partijen het hof vóór de na te melden pro-formadatum kort schriftelijk berichten omtrent hun reactie op de reactie van de rechtbank Rotterdam; houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mrs. Kamminga, Van Kempen en Burgerhart, bijgestaan door mr. De Klerk als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 maart 2013.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.