GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Uitspraak : 9 oktober 2013 Zaaknummer : 200.125.762/01 Rekestnummer rechtbank : FA RK 12-6705 Zaaknummer rechtbank : C/09/426619 [appellant], wonende te [woonplaats], verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: de vader, advocaat mr. H. Brouwer te Utrecht, tegen [geïntimeerde], wonende te [woonplaats], verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: de moeder, advocaat mr. S. Bhulai te Den Haag. In verband met het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de raad voor de kinderbescherming te Den Haag, hierna te noemen: de raad. PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP De vader is op 16 april 2013 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 20 februari 2013 van de kinderrechter in de rechtbank Den Haag. De moeder heeft op 13 juni 2013 een verweerschrift ingediend. Bij het hof is voorts van de zijde van de vader op 8 mei 2013 een brief van 6 mei 2013 met bijlage ingekomen De zaak is op 11 september 2013 mondeling behandeld. Ter zitting waren aanwezig: mr. A.E.M.C. Koudijs, kantoorgenoot van de advocaat van de vader; de moeder, bijgestaan door haar advocaat en de heer N.Al-Wandawi, tolk in de Arabische taal. De vader en de raad zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking heeft de rechtbank bepaald dat voortaan alleen aan de moeder het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (hierna te noemen: de minderjarige). Voorts is de door de vader te betalen bijdrage voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige aan de moeder op nihil bepaald en is bepaald dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. Deze beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders verzochte is afgewezen. Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP 1. In geschil is het gezag ten aanzien van de minderjarige. 2. De vader verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, te bepalen dat gezamenlijk gezag over de minderjarige dient te worden uitgeoefend. 3. De moeder verweert zich daartegen en verzoekt het hof de bestreden beschikking te bevestigen en het verzoek van de vader af te wijzen, kosten rechtens. 4. De vader voert het volgende aan. Er zijn onvoldoende gronden om het eenhoofdig gezag aan de moeder toe te wijzen. De vader stelt dat hij – op het laatste kwartaal van 2012 na – dagelijks bereikbaar is en dat de moeder haar telefoon niet opneemt als hij belt. De vader wil graag zijn verantwoordelijkheid nemen voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige en leeft de zorg- en gezagregelingen wel degelijk na. 5. De moeder verweert zich daartegen als volgt. De uitoefening van het gezamenlijk gezag verloopt zeer moeizaam. Zij noemt enige voorbeelden. Er waren problemen bij een behandeling van de minderjarige in het ziekenhuis. De vader was niet beschikbaar om zijn toestemming te geven. Dit is toen opgelost met behulp van de advocaat. Ook de inschrijving op de basisschool leverde problemen op. Het is de vader in het verleden niet gelukt om mee te beslissen over de minderjarige nu de vader slecht bereikbaar is. Er is ook nimmer sprake geweest van structurele omgang tussen de vader en de minderjarige. In een eerder gesprek heeft de vader aangekondigd te zullen verhuizen naar Engeland. Volgens de moeder heeft de man aan de minderjarige verteld dat hij naar Canada wil emigreren. Voor de moeder is het uiterst lastig gebleken om beslissingen te nemen waarbij de toestemming van de vader is vereist. Zij vreest in dat opzicht voor zaken die zich in de toekomst zullen aandienen als er sprake is van gezamenlijk gezag. 6. Het hof overweegt als volgt. Op grond van artikel 1:253n lid 2 BW in verbinding met artikel 1:251a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek kan het bestaande gezamenlijk gezag worden gewijzigd in gezag van een ouder alleen indien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.