GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK-13/00400 Uitspraak van 27 augustus 2013 in het geding - na verwijzing - tussen: [X] B.V., statutair gevestigd te [Z], belanghebbende, en de heffingsambtenaar van de gemeente Hilversum, de Inspecteur, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2010, nummer AWB 10/3886, betreffende de hierna vermelde beschikking en aanslag. Beschikking, aanslag, bezwaar en geding in eerste aanleg 1.1. Bij in één geschrift opgenomen beschikkingen als bedoeld in artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) zijn de waarden van de onroerende zaken, plaatselijk bekend als [a-straat 1], [b-straat 1], [b-straat 2] en [b-straat 3] te [Q] (hierna: de woningen) voor het kalenderjaar 2010 vastgesteld. Voorts zijn daarbij aan belanghebbende voor het jaar 2010, wegens het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van de woningen, aanslagen opgelegd in de onroerendezaakbelasting van de gemeente Hilversum. 1.2. Belanghebbende heeft tegen de beschikkingen en de aanslagen bezwaar gemaakt. Bij in één geschrift vervatte uitspraken heeft de Inspecteur het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, de waarden van de woningen op een lager bedrag vastgesteld en daarbij een vergoeding van kosten in verband met de behandeling van het bezwaar toegekend. 1.3. Belanghebbende heeft tegen de uitspraken van de Inspecteur beroep bij de rechtbank ingesteld. Een griffierecht van € 298 is geheven. De rechtbank heeft - het beroep gegrond verklaard; - de uitspraken van de Inspecteur vernietigd voor zover deze betrekking hebben op de aan belanghebbende toekomende proceskostenvergoeding, - de proceskosten voor de bezwaarfase vastgesteld op € 303 en voor de beroepsfase op € 874 en - gelast dat de Inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 298 vergoedt. Verdere loop van het geding 2.1. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam. Een griffierecht van € 448 is geheven. 2.2. Bij uitspraak van 19 april 2012, nummer 11/00025, LJN BW3801, heeft het Gerechtshof Amsterdam de uitspraak van de rechtbank bevestigd. 2.3. De Hoge Raad heeft bij arrest van 12 april 2013, nummer 12/02674, LJN BZ6822 (hierna: het verwijzingsarrest) het door belanghebbende tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam ingestelde beroep in cassatie gegrond verklaard, de hofuitspraak vernietigd en het geding verwezen naar het Gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van het arrest. 2.4. Partijen hebben zich over het verwijzingsarrest uitgelaten, belanghebbende bij brief van 31 mei 2013, de Inspecteur bij brief van 23 mei 2013. Zij hebben van elkaars geschriften kunnen kennisnemen. 2.5. Partijen hebben afgezien van een mondelinge behandeling. Verwijzingsopdracht en na verwijzing vaststaande feiten 3. In het verwijzingsarrest is voor zover hier relevant overwogen: "(…) 3.2. Middel 1 komt terecht op tegen ’s Hofs beslissing om geen vergoeding toe te kennen voor de taxatiekosten. De enkele omstandigheid dat belanghebbende met de taxateur een overeenkomst op basis van “no cure no pay” heeft gesloten op grond waarvan de vergoeding die zij aan de taxateur moet betalen wordt gesteld op het bedrag dat ter zake wordt toegekend als kostenvergoeding, staat aan een vergoeding van de kosten van taxatie niet in de weg (vgl. HR 13 juli 2012, nr. 11/02035, LJN BX0904 , BNB 2012/256). (…) 3.4. Het derde middel komt terecht op tegen ’s Hofs beslissing dat in de bezwaarfase sprake is van vier samenhangende zaken. Het middel verbindt daaraan evenwel ten onrechte het gevolg dat sprake was van vier afzonderlijke zaken. Voor de toepassing van artikel 7:15, lid 2 , Awb en het Bpb is sprake van één bezwaar indien dit is gericht tegen meerdere op één aanslagbiljet vermelde besluiten; een andersluidende uitleg van deze bepalingen en het Bpb zou te veel afbreuk doen aan de door de wetgever om dit verband beoogde eenvoud (zie HR 13 juli 2012, nr. 11/01222, LJN BX0892 , BNB 2012/292, onderdeel 3.3.3). Hetzelfde geldt voor het bezwaar tegen in één geschrift opgenomen WOZ-beschikkingen. Wel kan de omstandigheid dat het bezwaar op meer dan één besluit betrekking heeft een rol spelen bij het bepalen van de wegingsfactor voor het gewicht van de zaak. 3.5. Gelet op hetgeen hiervoor onder 3.2 en 3.4 is overwogen kan ’s Hofs uitspraak niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen. (…)" Geschil in hoger beroep na verwijzing en standpunten van partijen 4.1. Het geschil tussen partijen spitst zich nog slechts toe op de kostenvergoeding in de bezwaarfase en met name op de vragen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.