ECLI:NL:GHDHA:2013:4782
GERECHTSHOF Den Haag Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.100.778 Zaak-rolnummer Rechtbank : 350269 / HA ZA 09-3553 arrest van 26 november 2013 inzake [de man], wonende te [woonplaats], appellant, tevens incidenteel geïntimeerde, hierna te noemen: de man, advocaat: aanvankelijk mr. C. de Jongh te Leiden, thans mr J.A.M. Koorn-Harkema te Leiden, tegen [de vrouw], wonende te [woonplaats], geïntimeerde, tevens incidenteel appellant, hierna te noemen: de vrouw, advocaat: mr. J. Dongelmans te Nieuwerkerk aan den IJssel.
1Het geding Bij exploot van 23 november 2011 is de man in hoger beroep gekomen van het vonnis 24 augustus 2011 van de rechtbank ’s-Gravenhage tussen de partijen gewezen.
Voor de loop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar hetgeen de rechtbank daaromtrent in het bestreden vonnis heeft vermeld.
Bij memorie van grieven heeft de man 5 grieven geformuleerd.
Bij memorie van antwoord heeft de vrouw de grieven bestreden. De vrouw heeft bij memorie van eis incidenteel hoger beroep ingesteld onder aanvoering van 3 grieven.
Bij memorie van antwoord in het incident heeft de man de grieven bestreden.
De vrouw heeft het procesdossier overgelegd en arrest gevraagd.
2Beoordeling van het hoger beroep Algemeen 1. Voor zover tegen de feiten geen grief is gericht gaat het hof uit van de feiten zoals deze in het bestreden vonnis en in het tussen[vonnis] van 2 februari 2011 onder 2.1 tot en met 2.11 zijn vastgesteld.
Dat het aan het hof mag behagen gedeeltelijk te vernietigen het vonnis op 24 augustus 2011 door de rechtbank ’s-Gravenhage tussen partijen gewezen voor zover de rechtbank heeft beslist: dat de panden [pand A] te[plaatsnaam], [pand B] te [plaatsnaam] en [pand C] te [plaatsnaam] aan de man worden toebedeeld onder de voorwaarde dat hij binnen twee maanden na het vonnis van 24 augustus 2011 aantoont de financiering van deze panden te hebben rond gekregen en opnieuw rechtdoende, te bepalen dat de panden onvoorwaardelijk aan de man worden toebedeeld; dat de rekening van de CAM aan de man wordt toebedeeld onder de verplichting de vrouw een bedrag van € 3.658,78 te betalen en opnieuw rechtdoende te bepalen dat de vrouw de man een nader aan te geven bedrag verschuldigd is nu zij het embargo dat op deze rekening rustte heeft omzeild en daarmee de man heeft benadeeld; dat de man in de gelegenheid wordt gesteld een verklaring van de CAM over te leggen waarin wordt toegelicht wat er met het bedrag van € 47.500,- is gebeurd en opnieuw rechtdoende te bepalen dat de vrouw met behulp van de CAM bank dient aan te tonen wat er met het bedrag van € 47.500,- is gebeurd nu de rekening ten tijde van de transacties op naam van de vrouw stonden; dat aan de (het hof voegt toe) aan de man toe te scheiden Mercedes Benz een waarde moet worden toegekend van € 4.000,- en opnieuw rechtdoende te bepalen dat de waarde € 2.000,- bedraagt en de vrouw dus een bedrag van € 1.000,- toekomt; dat de man de helft van de schuld aan het Nederlands Bureau voor Motorrijtuigverzekeraars van € 1.142,02 aan de vrouw dient te betalen en opnieuw rechtdoende te bepalen dat deze schuld geheel voor rekening van de vrouw komt, nu zij zonder de man daarover te informeren de verzekering heeft opgezegd en de man daarmee in een positie heeft geplaatst dat hij onverzekerd heeft rondgereden.
Kosten rechtens.
De beleggingspanden 4. De man vindt het vonnis van de rechtbank onbegrijpelijk met betrekking tot de beleggingspanden. Het hof begrijpt uit de toelichting op grief 1 onder meer dat de man het niet eens is met de termijn die de rechtbank aan de man heeft gegeven om zijn financiering rond te krijgen. Voorts heeft de man gesteld dat een bank in het algemeen geen absolute financieringstoezeggingen doet alvorens vaststaat hoe de eindafrekening er tussen de ex-echtelieden uit ziet. De man verwijst voorts naar een brief van de ABN AMRO van 2 september 2010 waarin is vermeld dat de bank bereid is de financieringsaanvraag van de man met een positief advies bij het kredietcomité voor te leggen.
CAM rekening 8. Niet bestreden is dat het saldo op de rekening bij CAM Bank op de peildatum bedroeg de somma van € 7.317,55. Aangezien het saldo aan de man is toegedeeld dient de man aan de vrouw te voldoen de somma van € 3.658,78. In de toelichting op de grief stelt de man dat de vrouw een bedrag van € 47.500,- van deze bankrekening heeft verduisterd. De man wenst dat de vrouw informatie dient te verstrekken met betrekking tot de transacties bij de CAM Bank en de Fortis Bank, althans een accountantsonderzoek te gelasten. Door de vrouw wordt gesteld dat de man het bedrag van € 47.500,- heeft verduisterd.
Mercedes 10. De man is het niet eens met de waarde die de rechtbank heeft toegekend aan de Mercedes. De man is van mening dat de waarde van de Mercedes € 4.750,- is, indien deze auto schadevrij zou zijn. De waarde met schade is slechts € 2.000,-.
Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars 13. De man is het er niet mee eens dat hij de helft van de schuld van € 2.284,04 moet betalen met betrekking tot het Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars. De auto stond op naam van de vrouw en de vrouw diende de premies te voldoen. De man was er niet van op de hoogte dat de vrouw de verzekering van de auto had beëindigd.
Woning “[naam]” in [plaatsnaam] te Spanje 16. De vrouw vraagt in haar petitum om de woning niet aan de man toe te delen voor een waarde van € 213.127,60 maar ter zake te beslissen dat deze woning dient te worden getaxeerd door drie makelaars.
Het hof verwijst naar de inleidende dagvaarding van de vrouw onder punt 3 alsmede naar het vonnis van 2 februari 2011 rechtsoverweging 4.2. De grief van de vrouw treft doel. Naar het oordeel van het hof dient de waarde van het goed per 26 augustus 2006 te worden vastgesteld. Nu er geen grief is gericht tegen het feit dat ook de hypothecaire geldlening met betrekking tot dit goed in de verrekening moet worden betrokken dient de hypotheekschuld met betrekking tot dit goed en wel per 26 augustus 2006 eveneens in de verrekening te worden betrokken. Indien er per die datum een positief verschil is tussen de waarde van het goed en de hypothecaire geldlening dient het verschil in de verrekening te worden betrokken.
Door zowel de man als de vrouw moet een taxateur worden aangewezen. Deze taxateurs wijzen gezamenlijk een derde taxateur aan. Deze drie taxateurs stellen voor beide partijen bindend de waarde vast van de hierboven vermelde onroerende zaak per de meervermelde peildatum van 26 augustus 2006. Indien één van de partijen niet zijn medewerking verleent aan de benoeming van een taxateur kan de andere partij de waarde van de hiervoor vermelde woning door één taxateur laten vaststellen.
Rekening en verantwoording 19. Het hof begrijpt uit grief 3 van de incidentele vordering van de vrouw dat de man rekening en verantwoording moet afleggen over het verloop van de hypotheekrekening [nummer] vanaf 26 augustus 2006 tot en met heden.
Proceskosten 22. Gezien het feit dat er sprake is van ex-echtgenoten dienen de proceskosten tussen partijen te worden gecompenseerd en wel in die zin dat ieder der partijen zijn eigen proceskosten draagt.
Gedeeltelijke vernietiging 23. Het bestreden vonnis moet worden vernietigd voor zover de woning “[naam]” in [plaatsnaam] te Spanje aan de man is toegedeeld voor een waarde van € 213.127,60.
3Beslissing Het hof: vernietigt het bestreden vonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage van 24 augustus 2011 voor zover de woning “[naam]” in[plaatsnaam] te Spanje aan de man is toegedeeld tegen een waarde van € 213.127,60 en, in zoverre opnieuw rechtdoende: bepaalt dat de waarde van dit in de verrekening te betrekken goed per peildatum 26 augustus 2006 bindend tussen partijen wordt vastgesteld door drie taxateurs; bepaalt dat de man en de vrouw binnen twee maanden na datum van dit arrest ieder een taxateur aanwijzen om de waarde van het hiervoor vermelde huis vast te stellen, bepaalt dat de door de man en de vrouw aangewezen taxateurs gezamenlijk een derde taxateur aanwijzen; indien één van de partijen niet zijn medewerking verleent aan de benoeming van een taxateur kan de andere partij de waarde van de hiervoor vermelde woning door één taxateur laten vaststellen; de kosten van de taxateurs moeten gezamenlijk door partijen worden gedragen; bekrachtigt het bestreden vonnis voor het overige; wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd; compenseert de kosten van het hoger beroep in die zin dat ieder der partijen zijn eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door mrs. Labohm, Van Kempen en Stollenwerck en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2013 in aanwezigheid van de griffier.