GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.087.105/01 Zaaknummer rechtbank : 266522/ HA ZA 06-2169 arrest d.d. 3 december 2013 inzake 1Handelsmaatschappij [X] B.V., gevestigd te Nieuwegein, 2. [Y] Onions B.V., gevestigd te Kerkrade, appellanten in het principaal appel, geïntimeerden in het voorwaardelijk incidenteel appel, hierna te noemen: [X], [Y] en samen [Y] c.s., advocaat: mr. J.M. Wolfs te Maastricht, tegen 1Aon Nederland C.V., gevestigd te Rotterdam, 2. Hudig-Langeveldt Makelaardij in Assurantiën B.V., gevestigd te Rotterdam, geïntimeerden in het principaal appel, appellanten in het voorwaardelijk incidenteel appel, hierna samen te noemen: Aon, advocaat: mr. C.W.M. Lieverse te Den Haag. Het verloop van het geding 1.1 Bij exploot van 28 februari 2011 is [Y] c.s. in hoger beroep gekomen van het door de rechtbank Rotterdam tussen partijen gewezen vonnis van 1 december 2010. Bij memorie van grieven heeft zij vijfentwintig grieven tegen dat vonnis aangevoerd en toegelicht en een productie (met bijlagen) overgelegd. Vervolgens heeft zij bij akte houdende rectificatie tevens wijziging van eis een verschrijving gecorrigeerd, haar eis gewijzigd en twee producties overgelegd. Bij memorie van antwoord heeft Aon de grieven bestreden. Bij diezelfde memorie heeft zij, onder de voorwaarde dat het principale beroep geheel of gedeeltelijk slaagt, incidenteel appel ingesteld en tegen het vonnis waarvan beroep één grief aangevoerd, die door [Y] c.s. bij memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel appèl is bestreden. Daarna heeft Aon nog een akte na memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel appel genomen, waarop [Y] c.s. heeft gereageerd bij antwoordakte na memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel appel. 1.2 Vervolgens hebben partijen op 22 oktober 2013 de zaak doen bepleiten door hun procesadvocaten aan de hand van overgelegde pleitnotities. Het van de zitting opgemaakte proces-verbaal bevindt zich bij de stukken. 1.3 Ten slotte is arrest gevraagd op het voor het pleidooi ingediende kopiedossier. Beoordeling van het hoger beroep 2. Het hof gaat uit van de door de rechtbank in haar vonnis onder 2.1 tot en met 2.11 vastgestelde feiten, nu daartegen geen grieven zijn gericht of anderszins bezwaren zijn ingebracht. 3. Het gaat in deze zaak om het volgende. [Y], een handelshuis in land-en tuinbouwproducten, heeft in januari 2000 aan een Venezolaanse koper, Agro Sur 2010 C.A. (hierna: Agro Sur), 142.440 zakken uien verkocht voor $ 669.468,-. De verkoop vond plaats onder de leveringsconditie Cost, Insurance and Freight (Incoterms 2000 CIF). De koopprijs is voorafgaand aan het transport betaald. Omstreeks 19 februari 2000 is de lading verscheept in de “White Dolphin”. Op 1 maart 2000 kwam het schip aan in de haven Puerto Cabello te Venezuela. De overheid (SASA) gaf echter geen importvergunning af en weigerde toestemming te geven om het schip te lossen. Een door Agro Sur ingestelde vordering tot het verkrijgen van een machtiging voor het lossen van de uien is op 16 maart 2000 door de rechter in eerste aanleg te Venezuela niet-ontvankelijk verklaard. Dit vonnis is op 19 februari 2002 vernietigd door de Constitutionele kamer van de Venezolaanse Hoge Raad. Omstreeks 27 maart 2000 heeft [Y] aan Aon verzocht om aanvullende dekking te verlenen voor het risico van het verblijf aan boord van het schip. De verzekeraars zijn daarmee akkoord gegaan. De uien zijn uiteindelijk in mei 2000 gelost, eerst 1000 ton en vervolgens de resterende 2400 ton. Er is schade ontstaan aan de uien en [Y] heeft overliggeld (demurrage) betaald. [Y] c.s. hebben vergoeding van de schade aan de uien en van de overliggelden gevorderd onder de door [X] mede ten behoeve van [Y] en de kopers gesloten transportverzekering. De rechtbank Rotterdam heeft de vordering jegens de verzekeraars afgewezen, omdat de transportverzekering geen dekking biedt voor schade als gevolg van rejection (het niet mogen lossen). Dit hof heeft dat vonnis bekrachtigd. 4. In deze procedure vordert [Y] c.s. veroordeling van Aon tot betaling van de schade aan de uien en van de demurrage. Zij legt daaraan ten grondslag dat Aon haar erop had moeten wijzen dat de transportverzekering geen dekking bood voor het risico van rejection en haar had moeten adviseren die verzekering te sluiten. De rechtbank heeft de vordering die [Y] c.s. voor zichzelf instelde afgewezen, omdat zij zelf geen schade heeft geleden. De door [Y] c.s. ten behoeve van de koper gevorderde schadevergoeding is afgewezen omdat een rejection-verzekering niet tot dekking zou hebben geleid. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat de meest relevante oorzaak voor het niet kunnen lossen is gelegen in het ontbreken van (het aanvragen van) importvergunningen en dat die oorzaak aan Agro Sur is toe te rekenen, die voor de vergunningen moest zorgdragen. 5. De grieven 1 tot en met 6 bestrijden het oordeel van de rechtbank dat [Y] c.s. zelf geen schadevergoeding kan vorderen van Aon. 6. Zorgplicht van Aon ten opzichte van [Y] c.s. 6.1 Met de rechtbank stelt het hof voorop dat een assurantietussenpersoon als opdrachtnemer tegenover zijn opdrachtgever de zorg dient te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht. Het behoort in elk geval tot de taak van de assurantietussenpersoon om zijn opdrachtgever van advies te dienen over te sluiten verzekeringen en te waken voor de belangen van degenen die verzekerd zijn ingevolge de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen. 6.2 Bij de beoordeling of Aon aan haar zorgplicht heeft voldaan gaat het hof er vanuit, omdat dat is gesteld en onvoldoende is weersproken, dat [Y] c.s. in 1995 bij Aon een "all risks" transportverzekering heeft aangevraagd, dat die verzekering is opgesteld door Aon en dat daarin is opgenomen de clausule " TG941-021 Special Cargo Clauses", waarin onder 1.1 staat: "This insurance is against all risks of loss and/or damage to the subject-matter insured and covers also any physical loss and/or damage caused by delay (…). This insurance covers furthermore (…) the loss of and/or damage to the subject-matter insured by inherent vice resulting from - (…) - delay in connection with strike, lock-out, labour disturbance, riot or civil commotion (…)". 6.3 Het hof oordeelt als volgt. Aon prijst zichzelf aan als een toonaangevend dienstverlener op het gebied van onder meer verzekeringen. Zij betwist niet dat zij één van de grootste assurantietussenpersonen ter wereld is en ook optreedt als risk consultant. Zij ontkent ook niet dat zij standaard rejection-verzekeringen heeft. In die omstandigheden mag van Aon worden verwacht dat zij de verschillen tussen de transportverzekering en de rejectionverzekering kent en weet welke risico’s wel en niet onder de transportverzekering zijn gedekt. Vast staat verder dat [Y] c.s. om een all risks verzekering heeft gevraagd. Gelet hierop en mede in aanmerking nemende de hiervoor weergegeven clausule mocht [Y] c.s. er in redelijkheid van uit gaan dat tot de onder de verzekering gedekte risico’s ook vertraging bij het – in beginsel tot de transportfase behorende – uitladen van de lading behoorde. Het hof is van oordeel dat in het licht van de hiervoor genoemde omstandigheden van Aon bij het aangaan van de verzekering kan worden gevergd dat zij duidelijk uiteenzet welke risico's onder de "all risks" verzekering vallen en welke daar, ondanks de bewoordingen "all risks", niet toe behoren, zodat [Y] c.s. een weloverwogen besluit kan nemen om deze verzekering te sluiten dan wel in aanvulling daarop de niet gedekte risico’s mee te verzekeren. 6.4 Vast staat dat Aon [Y] c.s. niet heeft voorgelicht omtrent het niet verzekerd zijn van schade die wordt veroorzaakt door een weigering van de zijde van het importland om de lading te laten lossen (het zogeheten “rejectionrisico”). Dat betekent in beginsel dat Aon niet voldaan heeft aan de op haar jegens [Y] c.s. rustende zorgplicht (behoudens de hierna in rov. 10 te bespreken uitzonderingen). 7. Geen schade? 7.1 [Y] c.s. vordert in deze procedure schadevergoeding voor zichzelf wegens demurrage en ten behoeve van Agro Sur voor de ladingschade. 7.2 De rechtbank heeft geoordeeld dat [Y] c.s. geen schade heeft geleden in eigen vermogen, omdat ingevolge het leveringsbeding CIF de tijdens het vervoer aan de partij uien opgetreden schade en de demurrage voor rekening van de koper komen. 7.3 Tegen het tweede onderdeel van dat oordeel zijn de grieven 3 en 4 gericht. [Y] c..s betoogt dat zij het overliggeld heeft betaald en niet op de koper kan verhalen en dat het CIF-beding alleen interne werking heeft. 7.4 Het hof is van oordeel dat de omstandigheid dat [Y] c.s. de koper kan aanspreken voor de schade op zichzelf geen reden vormt om uitkering onder een verzekering te weigeren (tenzij het indemniteitsbeginsel hieraan in de weg staat). In het algemeen volstaat dat de schade onder de verzekering is gedekt en vast staat dat [Y] c.s. de kosten heeft gemaakt. Tussen partijen staat vast dat [Y] krachtens de charterparty met de vervoerder Seatrade verplicht was aan Seatrade de overliggelden te voldoen. Zij had dus ook een verzekerd belang. Aon heeft, nadat [Y] c.s. de betalingsbewijzen had overgelegd, in hoger beroep niet langer weersproken dat [Y] c.s. de demurrage ook daadwerkelijk aan Seatrade heeft voldaan. Indien de rejection-verzekering zou zijn gesloten zou deze dekking hebben geboden voor schade in de vorm van overliggeld. [Y] c.s. heeft derhalve een vordering op Aon voor de betaalde overliggelden, indien komt vast te staan dat Aon jegens [Y] c.s. haar zorgplicht niet is nagekomen (rov. 10.3) en indien wordt aangetoond dat de schade onder de rejection-verzekering zou zijn gedekt (rov. 11.5). Daarmee slagen de grieven 3 en 4. 8. Zorgplicht van Aon ten opzichte van Agro Sur 8.1 De rechtbank heeft in rov. 5.4.2. en 5.4.3 vastgesteld dat op de verhouding tussen Aon en Agro Sur het Nederlandse recht van toepassing. Daartegen zijn geen grieven gericht, zodat daarvan ook in hoger beroep wordt uitgegaan. 8.2 De rechtbank heeft verder in rov. 5.6.2 vastgesteld dat op Aon een zorgplicht rust ten opzichte van toekomstige CIF-kopers voor wie [Y] c.s. als CIF-verkoper in de toekomst verzekeringen zou gaan afsluiten. Tegen dit oordeel is geen grief gericht. Het hof verenigt zich met dit oordeel, dat strookt met de aard van de onderhavige transportverzekering die er (mede) toe strekt de belangen van CIF-kopers te verzekeren. Indien de belangen van een derde – zoals in dit geval Agro Sur – zo nauw zijn betrokken bij de behoorlijke uitvoering van een overeenkomst – zoals in dit geval de overeenkomst van opdracht tot het adviseren en sluiten van een verzekering die ook de belangen van de kopers dekt – dat hij schade of ander nadeel kan lijden als Aon in die uitvoering tekortschiet, brengen de normen van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt mee dat Aon deze belangen dient te ontzien door haar gedrag mede door die belangen te laten bepalen. Het belang van de derde, de CIF-koper, is voor Aon een concreet kenbaar belang geweest bij de te sluiten transportverzekering en er is sprake van concrete voorzienbaarheid van schade ingeval van onzorgvuldigheid in de advisering daarbij. Het heeft Aon dan ook duidelijk moeten zijn dat haar opdrachtgever, [X], haar het belang van derden bij een behoorlijke verzekering toevertrouwde, waaraan niet afdoet dat bij individuele CIF-verkopen [Y] c.s. contractueel tot het sluiten van deugdelijke verzekeringen gehouden zou zijn. 8.3 Dit betekent dat Aon ook tegenover Agro Sur de op haar rustende zorgplicht heeft geschonden, waarvan de inhoud is omschreven in rov. 6.1 tot en met 6.4 van dit arrest. 9. Lastgeving? 9.1 Nadat Aon had betwist dat [Y] c.s. bevoegd was om namens Agro Sur een vordering in te stellen, heeft [Y] c.s. bij conclusie van repliek een brief aan haar van Agro Sur overgelegd waarin zij wordt gemachtigd om alle stappen te nemen om ten behoeve van Agro Sur de vordering tegen Aon met betrekking tot de import van uien geldend te maken. 9.2 De rechtbank heeft geoordeeld dat [Y] c.s. na dagvaarding haar hoedanigheid niet meer kan wijzigen, zodat zij niet in een latere fase plotseling als gemachtigde (derhalve als onmiddellijk vertegenwoordiger) van Agro Sur kan gaan optreden. Wel kan zij worden ontvangen in haar vordering tot vergoeding van de ladingschade, die zij in eigen naam als lasthebber ten behoeve van Agro Sur heeft ingesteld. 9.3 In grief 1 in het incidenteel appel bestrijdt Aon dit oordeel. Zij voert aan dat de door [Y] c.s. overgelegde machtiging die slechts door Agro Sur is ondertekend alleen de eenzijdige rechtshandeling volmacht inhoudt en niet als een overeenkomst van lastgeving kan worden aangemerkt. 9.4 De grief stelt een kwestie van uitleg aan de orde. Aan een overeenkomst van lastgeving worden geen formele eisen gesteld, zodat zij ook tot stand kan komen zonder dat een (door beide partijen) ondertekend geschrift is opgesteld. De omstandigheid dat de "machtiging" alleen door Agro Sur is ondertekend, betekent dus nog niet dat geen lastgeving overeengekomen kan zijn. Voor het antwoord op die vraag komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan die bepaling mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. De gebruikte bewoordingen zijn daarbij niet doorslaggevend. [Y] c.s. heeft gesteld dat zij en Agro Sur (tevens) een lastgeving voor ogen hadden en zijn overeengekomen. Dit standpunt strookt met de strekking van de brief dat [Y] al datgene moet doen wat nodig is om de vordering ten behoeve van Agro Sur geldend te maken. Aon heeft ook geen bewijs aangeboden van haar andersoortige interpretatie van de machtiging. Grief 1 in incidenteel appel faalt dan ook. 10. Ongebruikelijkheid van de rejection-verzekering 10.1 De hiervoor omschreven zorgplicht van Aon gaat niet zover dat Aon ook moet wijzen op niet verzekerde risico's, indien zij er vanuit mag gaan dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.