GERECHTSHOF DEN HAAG afdeling civiel recht Uitspraakdatum : 24 december 2013 Zaaknummer : 200.067.334/01 Zaak-/rolnummer rechtbank : 234162 / HA ZA 05-711 Arrest in de zaak van: WEMARO S.A., gevestigd te Luxemburg, appellante, hierna te noemen: Wemaro, advocaat: mr. J.M.K.P. Cornegoor (Amsterdam) tegen Mr. R.J.R.M. de Bok, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [X] , wonende te Rotterdam, geïntimeerde, hierna te noemen: de curator, advocaat: mr. J.G.M. Roijers (Rotterdam) Het geding Wemaro is bij exploot van 22 december 2009 in hoger beroep gekomen van het vonnis van 30 september 2009, door de Rechtbank Rotterdam gewezen tussen de curator als eiser en Wemaro als gedaagde. Bij memorie van grieven heeft zij een aantal grieven tegen het vonnis aangevoerd, welke door de curator bij memorie van antwoord zijn bestreden. Vervolgens hebben partijen hun standpunten doen bepleiten, Wemaro door haar hiervoor genoemde advocaat en de curator door mr. Chr. Groenewoud. Beiden hebben een pleitnota overgelegd. Vervolgens is de zaak enige tijd aangehouden in verband met schikkingsonderhandelingen. Daarna is arrest gevraagd. De beoordeling van het hoger beroep inleiding 1. Wemaro heeft op 15 juli 2004 vorderingen gekocht van de op 24 augustus 2004 gefailleerde [X] . Het geschil gaat over de vraag of zij de daarvoor verschuldigde koopsom ad € 920.938,- nog moet voldoen. enkele feiten 2. Hieronder volgen eerst enkele feiten, deels als herhaling van de feitenweergave in het vonnis. Die feitenweergave is niet bestreden en vormt daarom ook in hoger beroep het uitgangspunt van de beoordeling. 2.1 [X] was onderdeel van het [...concern] . Dit concern was vooral actief op het gebied van import, verhuur, verkoop, onderhoud en reparatie van grondverzetmachines en kranen. Bestuurder en indirect aandeelhouder van [X] was [Y] , waarvan bestuurders waren: [A] en [B] . 2.2 Bij [X] waren het administratief personeel en de verkoopafdeling ondergebracht. De belangrijkste werkmaatschappij binnen het concern was […] C.V. (B&N). B&N beschikte over een leverancierskrediet van ca. € 6 mln., verstrekt door de Japanse financieringsmaatschappij [S] . Daarnaast had het concern een krediet bij Fortis (Bank) Nederland N.V. (hierna: Fortis). 2.3 In 2003 leed het concern grote verliezen. Het jaar werd afgesloten met een verlies van € 2,5 mln. voor belasting. 2.4 In het najaar van 2003 is Wemaro opgericht. Oprichters waren [A] en diens echtgenote. Als statutair bestuurders zijn benoemd de aan een Luxemburgs trustkantoor verbonden heren […] , […] en […] . Door Wemaro als uitlener en [Y] als lener is een geldleningsovereenkomst gedateerd 11 februari 2004 getekend waarin staat: ‘The aforementioned amount (€ 1mln., Hof) had been transferred to bank account number […] in the name of [Y] at Fortis Bank [..].’ Fortis, die in het kader van de kredietverstrekking een achterstelling van de vordering van Wemaro had bedongen, heeft erop gewezen dat debiteur van deze door Wemaro verstrekte lening niet [Y] maar [X] was, op wier naam ook de in de geldleningsovereenkomst genoemde bankrekening stond. Overeenkomstig het verzoek van Fortis is daarop eenzelfde, door [Y] medeondertekende, ‘subordinated loan agreement’ opgemaakt tussen Wemaro en [X] , waarin staat dat de eerdere vermelding van [Y] als lener op een vergissing berustte. De overeenkomst begint met: ‘Whereas: - With effect of August 1 2003, Lender has lent Borrower an amount of EUR 1,000,000 […].’ [de controller] , de controller binnen het […] concern, schrijft daar later over aan mevrouw [de belastingadviseur] van Pereira, Van Vliet & Partners, de belastingadviseur van het concern (e-mailbericht van 2 juli 2004): ‘6. De lening van Wemaro ad 1.000.000 staat in H.INT omdat: -de leningovk is gemaakt op [Y] (gemaakt in 2004) [en] de storting is gedaan op de [Y] rekening (gedaan in 2003). De lening moest op […] staan conform de kredietovk Fortis bank. De lening is aangepast in 2004 conform de kredietovk. Afgesproken is dat de lening per 31-12-2003 in […] komt te staan in R/C met [Y] .’ In de geconsolideerde jaarrekening over 2003 wordt melding gemaakt (pag. 19) van een ‘achterstelling door Wemaro S.A. van haar vordering van € 1.000.000,- op [X] ’. 2.5 In februari 2004 heeft [A] aan [H] opdracht gegeven om het concern te reorganiseren / op zoek te gaan naar bezuinigingsmogelijkheden. [H] heeft voor [A] een memo gedateerd 14 mei 2004 opgesteld met als onderwerp: ‘Overleg over reorganisatie Zutphen (B&N, opm. Hof)’. In dit memo worden twee scenario’s genoemd. Scenario 1 is: ‘Doorgaan op de ingeslagen weg (eruit komen in overleg met de Ondernemingsraad). Dit houdt in dat per 1 juni het voorgenomen besluit kan worden uitgevoerd. Daarna kan de Ondernemingsraad wel in beroep bij de Ondernemingskamer. Maar dat beroep heeft geen opschortende werking. [..].’ Als problemen worden bij dit scenario genoemd, o.a.: ‘1: verliessituatie loopt door en wordt erger. In de zomer wordt een liquiditeitsprobleem verwacht [..]’. Het tweede scenario is dat van een faillissement van B&N. Het memo meldt verder dat de volgende route zal worden gevolgd: ‘1: […] stuurt een fax aan de advocaat van de ondernemingsraad met een laatste oproep om zich niet te verzetten tegen het voorgenomen besluit. 2: Bij een negatieve reactie gaat […] over tot uitvoering van scenario twee.’ Als voorbereiding op het tweede, faillissementsscenario noemt het memo o.a.: ‘Spreken met […] (vlak voor aanvraag surceance) [;] [S] (als […])’. In vervolg op dit memo heeft [H] - bij faxbrief van 17 mei 2004 gericht aan de advocaat van de ondernemingsraad - een klemmend beroep op de ondernemingsraad gedaan om zich niet te verzetten tegen het voorgenomen besluit. Onder verwijzing naar de verslechterende financiële situatie heeft hij daarbij opgemerkt dat een wezenlijk ander aanbod in het kader van het sociaal plan er niet in zat. 2.6 De ondernemingsraad van B&N heeft daarop een procedure aanhangig gemaakt bij de Ondernemingskamer. Die heeft B&N bij wege van voorlopige voorziening op 1 juli 2004 verboden om uitvoering te geven aan het reorganisatiebesluit (sluiting vestiging). De eindbeschikking van de Ondernemingskamer volgde op 16 juli 2004. Daarin is B&N geboden om het betreffende besluit in te trekken. De motivering luidt kort weergegeven dat B&N bij afweging van de betrokken belangen het besluit niet in redelijkheid had kunnen nemen. 2.7 Bij een op 15 juli 2004 gedateerde overeenkomst heeft [X] haar vorderingen op [A] (€ 471.435) [B] (€ 295.645), […] (€40.117) en […] (113.641) - bij elkaar: € 920.938 - ‘with effect of December 31, 2003’ verkocht / gecedeerd aan Wemaro, zulks voor een bedrag van € 920.938,-. De overeenkomst meldt dat deze koopsom zal worden voldaan door verrekening met de geldlening van € 1 mln. die Wemaro ‘with effect of August 1, 2003’ aan [X] heeft verstrekt. 2.8 Bij e-mailbericht van 13 juli 2004 schrijft mevrouw [de belastingadviseur] voornoemd aan […] (controller van het [...concern] ) en [H] : ‘[..] hierbij de overeenkomsten [..]. Met […] , opm. Hof) heb ik afgesproken dat als jullie je er in kunnen vinden, jullie voor datering en ondertekening zorgen door de Nederlandse partijen ( […] , […] , […] en […] ). De overeenkomsten met Wemaro SA en Omega SA als partijen moeten vervolgens ook naar Luxemburg. We gaan ervan uit dat wij dan even contact opnemen met […] en de situatie uitleggen. [..]’. Een volgend e-mailbericht van [de belastingadviseur] , van 19 juli 2004, gericht aan [de controller] en […] , luidt: ‘Zoals afgesproken heb ik vijf rekeningen-courant (alsnog) vastgelegd in een overeenkomst. Vervolgens worden deze overeenkomsten gecedeerd. Allereerst: De RC-en tussen […] en […] , […] , […] en […] , die gecedeerd worden aan Wemaro. [..] Willen jullie als jullie ze akkoord vinden voor ondertekening en datering zorgdragen? Ik zie de stukken graag tegemoet. Vervolgens neem ik contact op met […] van Wemaro.’ Op deze e-mail is even later, diezelfde 19e juli 2004, door [de controller] als volgt gereageerd: ‘Beste […] , Volgens mij is document “Cessie Wemaro […] .doc” niet goed, want de oude bedragen staan hier nog in. Volgens mij is er in dit document niks veranderd tov de nu getekende exemplaren (bij […] ).’ [de belastingadviseur] antwoordt daarop bij e-mailbericht van 20 juli 2004 (09.04 uur): ‘Klopt, ik had de bedragen nog niet veranderd. Excuses. De tekst is wel anders, die verwijst nu naar aangehechte overeenkomsten i.p.v. RC’ en bij e-mailbericht van 20 juli 2004 (12:05 uur): ‘En nu met de juiste optelling!’. Beide e-mailberichten vermelden onder de ondertekening: ‘(See attached file: Cessie Wemaro […] .doc)’. 2.9 Begin augustus 2004 is surseance van betaling aangevraagd voor en verleend aan B&N en haar beherend vennoot. [X] is op 24 augustus 2004 in staat van faillissement verklaard; B&N op 27 augustus 2004. de vordering en de beslissing van de rechtbank 3. De curator vordert betaling van het bedrag waarvoor Wemaro de vorderingen van [X] op [A] , [B] en […] en […] (hierna: [A c.s] ) heeft gekocht (€ 920.938). De primaire grondslag is dat de geldlening, waarmee de koopsom zou zijn verrekend, niet aan [X] maar aan [Y] is verstrekt, waardoor er in werkelijkheid geen verrekening heeft plaatsgevonden en er nog moet worden nagekomen. Subsidiair, voor het geval er wel verrekend is, stelt de curator zich op het standpunt dat deze verrekening in strijd is met art. 54 Fw. De rechtbank wees de vordering toe op de subsidiaire grondslag. de grieven 4. Wemaro voert twee grieven aan. Die worden hierna besproken. Vooraf wordt geconstateerd dat geen grief is gericht tegen de overwegingen van de rechtbank dat onvoldoende betwist is dat [A] feitelijk leidinggever van Wemaro was (5.4 slot), dat hij wetenschap had van het bestaan van de financiële problemen en dat via hem die wetenschap ook bij Wemaro aanwezig was (5.6). 5. Met grief I klaagt Wemaro er over dat de rechtbank buiten het toepassingsbereik van art. 54 Fw is getreden. De rechtbank heeft miskend dat dit artikel niet ziet op een transactie als de onderhavige en niet kan afdoen aan een tussen partijen overeengekomen verrekening, aldus Wemaro. De grief faalt. Dit wordt als volgt toegelicht. 6. Er met Wemaro van uitgaande dat haar uiteindelijke wederpartij bij de geldlening [X] en niet [Y] was, gaat het er om of de door Wemaro - voor de overgenomen vorderingen van [X] - aan [X] verschuldigde koopprijs geldig is verrekend met [X] ’s schuld uit hoofde van die geldlening. Het gevolg van deze, aan de vooravond van het faillissement uitgevoerde, verrekening was dat het actief van [X] afnam - met de (koopprijs voor
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.