← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2013:CA0817

GERECHTSHOF DEN HAAG Zaaknummer : 200.120.979/01 Rekestnummer hoofdzaak : 200.112.748/01 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken van 20 maart 2013 inzake het verzoek tot wraking, als bedoeld in artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in de zaak van:

  1. [verzoeker sub 1],
  2. [verzoekster sub 2], beiden wonende te [woonplaats], verzoekers, advocaat: mr. F.I. Piternella te Dongen, Het geding
  3. In de procedure onder zaaknummer 200.112.748/01 tussen [verzoeker sub 1] en [verzoekster sub 2] als verzoekers in hoger beroep en [X] en [Y] (hierna: [X c.s.]) als verweerders heeft op 10 december 2012 een mondelinge behandeling plaatsgevonden, alwaar zitting hadden mr. M.J. van der Ven, voorzitter, mr. S.J. Schaafsma en mr. G.R.B. van Peursem, leden. Vervolgens is op 15 januari 2013 door deze raadsheren een eindbeschikking gegeven.
  4. Bij verzoekschrift (met bijlagen) van 21 januari 2013 hebben verzoekers verzocht om wraking van de voornoemde raadsheren. Dit verzoek is zonder tussenkomst van een advocaat ingediend. Verzoekers zijn bij brief van 22 januari 2013 in de gelegenheid gesteld deze omissie te herstellen. Hierna heeft mr. Piternella bij brief van 25 januari 2013, ingekomen ter griffie van het hof op 28 januari 2013, het (enigszins gewijzigde) verzoek namens verzoekers ingediend.
  5. De raadsheren van wie wraking is verzocht hebben niet in de wraking berust. Zij hebben bij brief van 4 februari 2013 hun standpunt schriftelijk weergegeven.
  6. De wrakingskamer heeft het verzoek op 6 maart 2013 ter terechtzitting behandeld, alwaar verzoekers, bijgestaan door mr. P.M.A.C. van de Laak, advocaat te Moergestel, zijn verschenen en gehoord. Door (de advocaat van) verzoekers is ter zitting een pleitnota overgelegd.
  7. [X c.s.] en hun advocaat zijn, zoals aangekondigd bij faxbericht van 11 februari 2013 2013, niet ter zitting verschenen. Ook de raadsheren van wie de wraking is verzocht zijn niet verschenen. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek
  8. Het verzoek tot wraking is gedaan nadat in de hoofdzaak de einduitspraak is gedaan. Nu de wet niet voorziet in de mogelijkheid van wraking nadat in een zaak einduitspraak is gedaan, dienen verzoekers in hun verzoek niet-ontvankelijk te worden verklaard.
  9. Aan het voorgaande doet niet af dat het wrakingsverzoek ter griffie van het hof is binnengekomen voor de tijdens de mondelinge behandeling in de hoofdzaak aangezegde uitspraakdatum (volgens het proces-verbaal van de mondelinge behandeling is door de voorzitter verklaard dat het hof ernaar streeft op 29 januari 2013 uitspraak te doen), nu de beschikking op 15 januari 2013 is gegeven en de inhoud daarvan verzoekers op 17 of 18 januari 2013, dan wel volgens hun daartoe strekkende stellingen in het verzoekschrift na de ontvangst van het proces-verbaal op 22 januari 2013, bekend is geworden en het wrakingsverzoek uitsluitend is gebaseerd op gronden die ontleend zijn aan de inhoud van die als einduitspraak gegeven beschikking. Beslissing Het hof: - verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek; - bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan (de advocaat van) verzoekers, alsmede aan de (de advocaat van) [X c.s.] en de genoemde raadsheren. Deze beslissing is gegeven door mrs. J.W. van Rijkom, R.M. Bouritius en Chr.Th.P.M. Zandhuis en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 maart 2013 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.