Parketnummer(s): 10-960072-11 Datum beslissing: 25 april 2014 Gerechtshof Den Haag meervoudige raadkamer Beschikking gegeven naar aanleiding van het op 27 maart 2014 in raadkamer gedane verzoek tot opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te Mogadishu (Somalië), thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Ter Apel Gevangenis te Ter Apel. Het verzoek Bij arrest van 21 maart 2014 heeft het hof het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte opgeheven met ingang van het tijdstip waarop de duur van de ondergane voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de duur van de tenuitvoerlegging van de onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf. Namens de verdachte is een verzoek gedaan tot opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van 2 april 2014, zijnde de datum van voorwaardelijke invrijheidstelling, zulks op gronden als in het verzoekschrift genoemd. Het verzoek is op 17 april 2014 in het openbaar in raadkamer behandeld. Daar zijn gehoord de raadsvrouw van de verdachte, mr. T.M.D. Buruma en de advocaat-generaal, mr. Minks. De verdachte heeft schriftelijk aangegeven niet gehoord te willen worden. De advocaat-generaal heeft zich verzet tegen toewijzing van dat verzoek. Beoordeling van het verzoek Artikel 15 van het Wetboek van Strafrecht, dat de toepassing van de voorwaardelijke invrijheidstelling regelt, bepaalt onder meer dat veroordeelden tot een gevangenisstraf van meer dan twee jaren voorwaardelijk in vrijheid gesteld worden indien twee derde van die straf is ondergaan (artikel 15, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht) en voorts dat geen voorwaardelijke invrijheidstelling wordt toegepast indien de veroordeelde geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 (artikel 15, derde lid, onder c, van het Wetboek van Strafrecht). Het hof stelt voorop dat beantwoording van de vraag of de verdachte rechtmatig verblijf in Nederland heeft, dient plaats te vinden naar de stand van zaken op dit moment. Het ligt niet in de rede om hierbij vooruit te lopen op mogelijke komende ontwikkelingen. Tijdens de behandeling van het verzoek in raadkamer is vast komen te staan dat de verdachte een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel heeft gedaan, zoals bedoeld in 28 van de Vreemdelingenwet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.