GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.126.729/01 Rekestnummer rechtbank : 1228241 RP VERZ 12-51190 Beschikking van 18 maart 2014 in de zaak van [appellant], wonende te [woonplaats], verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: [appellant], advocaat: mr. E. van Riet te Arnhem, tegen VERENIGING VAN EIGENAARS "PARK OUD WASSENAAR" TE WASSENAAR, gevestigd te Wassenaar, verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: de VVE, advocaat: mr. J.P. Pelle te Den Haag. De verdere loop van het geding Bij tussenbeschikking van 8 oktober 2013 heeft het hof de overlegging van een aantal stukken en voortzetting van de mondelinge behandeling gelast. De VVE heeft vervolgens de gevraagde ledenlijst en bouwtekeningen overgelegd. Ten behoeve van de voortzetting van de mondelinge behandeling hebben beide partijen voorts een nadere toelichting, met bijlagen, als bedoeld in rechtsoverweging 3.6 van voornoemde tussenbeschikking aan het hof en de wederpartij toegezonden. De voortgezette mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 27 januari 2014. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt. Hierna is opnieuw uitspraak bepaald. Beoordeling van het hoger beroep 1. Het gaat in dit geding – zakelijk weergegeven – om de vraag of de rookkanalen in het appartementencomplex "Park Oud Wassenaar" behoren tot de gemeenschappelijke delen als bedoeld in het Splitsingsreglement. Tussen partijen staat (inmiddels) vast (en dat strookt met de bouwtekeningen), dat ieder appartement een eigen rookkanaal heeft en dat telkens 5 naast elkaar gelegen, van elkaar gescheiden, rookkanalen van de boven elkaar gelegen appartementen, met elk een aparte pijp op het dak uitmonden, in één schoorsteen. Dit betekent dat ieder rookkanaal slechts door één eigenaar wordt gebruikt. 2. Zoals het hof in zijn tussenbeschikking heeft overwogen blijkt naar zijn oordeel uit de notulen van de vergadering van de VVE van 21 november 2012 onmiskenbaar, dat de vergadering een besluit heeft genomen over het al dan niet gemeenschappelijk zijn van de rookkanalen. In de notulen is een en ander als volgt verwoord: "Voor zover nog onduidelijk wordt er door de ALV nogmaals vastgesteld dat de open haard kanalen een verantwoordelijkheid zijn van de individuele eigenaren." 3. [appellant] is primair van mening dat dit besluit nietig is, omdat de rookkanalen van de open haard tot de gemeenschappelijke delen als bedoeld in artikel 2 van het Splitsingsreglement moeten worden gerekend. Het feit dat in de opsomming van artikel 2, "rookkanalen" niet met zoveel woorden worden genoemd doet daaraan naar zijn oordeel niet af, schoorstenen zijn in die opsomming immers wel genoemd. Bovendien is die opsomming niet limitatief. Onder schoorsteen wordt niet alleen het deel dat boven het dak uitsteekt verstaan, maar het gehele rookkanaal vanaf een stookplaats tot het gedeelte dat boven het dak uitsteekt. De rookkanalen zijn dus aan te merken als schoorsteen, dan wel zijn onderdeel van de schoorsteen; zij moeten tezamen met de schoorsteen bovendaks als één geheel worden beschouwd. Dit volgt ook uit de systematiek van de splitsingsakte en het Splitsingsreglement. De kanalen lopen van onder tot boven dwars door het gebouw heen en bevinden zich dus niet uitsluitend in de privégedeelten; grote delen van de rookkanalen van de appartementen kunnen niet via de het privé gedeelte worden bereikt, aldus nog steeds [appellant]. 4. De VVE is van oordeel dat uit de enkele omstandigheid dat rookkanalen in de opsomming van artikel 2 van het Splitsingsreglement niet worden genoemd voortvloeit dat rookkanalen niet gemeenschappelijk zijn. Hiernaar heeft de VVE ook altijd gehandeld. 5. Het hof overweegt als volgt. In zijn uitspraak van 1 november 2013, ECLI:NL:2013:1078 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat voor de thans aan de orde zijnde vraag bepalend is hetgeen daaromtrent is vastgelegd in de op de splitsing betrekking hebbende splitsingsstukken (de notariële akte van splitsing en de aan de minuut van die akte gehechte tekening) en dat het bij de uitleg daarvan aankomt op de daarin tot uitdrukking gebrachte bedoeling van degene die tot splitsing is overgegaan. Deze bedoeling moet naar objectieve maatstaven worden afgeleid uit de omschrijving in die akte van de onderscheiden gedeelten van het gebouw en uit de daaraan gehechte tekening, bezien in het licht van de gehele inhoud van de akte en de tekening. De rechtszekerheid vergt dat voor de vaststelling van hetgeen tot de privégedeelten, respectievelijk tot de gemeenschappelijke gedeelten behoort, slechts acht mag worden geslagen op de gegevens die voor derden uit of aan de hand van de in de openbare registers ingeschreven splitsingsstukken kenbaar zijn. 6. Voor het onderhavige geval betekent dit dat voor de vraag of de rookkanalen behoren tot de gemeenschappelijke of de privé gedeelten slechts acht mag worden geslagen op hetgeen daarover in de splitsingsakte waaronder het Splitsingsreglement en de splitsingstekening staat vermeld. Blijkens artikel 1 van het Splitsingsreglement zijn gemeenschappelijke gedeelten: die gedeelten van het gebouw alsmede de daarbij behorende grond die blijkens de akte niet bestemd zijn of worden om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; gemeenschappelijke zaken zijn alle zaken die bestemd zijn of worden om door alle eigenaars of een bepaalde groep van eigenaars gebruikt te worden voor zover niet vallende onder gemeenschappelijke gedeelten. In artikel 2 is bepaald dat tot de gemeenschappelijke gedeelten onder meer worden gerekend; schoorstenen en ventilatiekanalen. 7. Vaststaat dat de rookkanalen niet zijn bestemd om door alle eigenaars of een bepaalde groep van eigenaars gebruikt te worden. Rookkanalen worden in de opsomming van artikel 2 van het Splitsingsreglement ook niet met zoveel woorden als gemeenschappelijke gedeelten aangeduid, schoorstenen daarentegen wel. Wat in dit kader onder "schoorstenen" moet worden verstaan, is niet aanstonds duidelijk, omdat schoorsteen in het spraakgebruik meerdere betekenissen heeft en blijkens "Van Dale" zowel staat voor
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.