GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.125.880/01 Rolnummer rechtbank : 1311454 CV EXPL 12-2285 arrest d.d. 26 augustus 2014 inzake [appellant], wonende te Rotterdam, appellant, hierna te noemen: [appellant], advocaat: mr. J.N. van der Graaff te Rotterdam, tegen Santander Consumer Finance Benelux B.V., gevestigd te Utrecht, geïntimeerde, hierna te noemen: Santander, advocaat: mr. A. Robustella te Ede. Het geding Bij exploot van 19 april 2013 is [appellant] in hoger beroep gekomen van een door de rechtbank Rotterdam, sector kanton, locatie Rotterdam tussen partijen gewezen vonnis van 25 januari 2013. In de memorie van grieven (met producties) heeft [appellant] drie grieven aangevoerd. Bij memorie van antwoord heeft Santander de grieven bestreden. Hierna hebben partijen schriftelijk gepleit aan de hand van overgelegde pleitnota's. Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd. Beoordeling van het hoger beroep 1. Het gaat in deze zaak om het volgende. 1.1 Partijen hebben op 4 februari 2010 een overeenkomst gesloten, waarbij Santander aan [appellant] een doorlopend krediet heeft verstrekt tot een maximum van € 15.000,-- (verder: de kredietovereenkomst). 1.2 Partijen hebben voorts een "protectieplan certificaat" (verder: het Protectieplan) ondertekend waarin het volgende is vermeld: "De Client(…) uit hoofde van de Overeenkomst doorlopend geldkrediet (…), geniet(…) met betrekking tot die kredietovereenkomst de volgende bescherming op basis van het Comfort Protectieplan: 1. arbeidsongeschiktheid en onvrijwillige werkloosheid 2. ziekenhuisopname en ernstige aandoeningen (…) Welke bescherming van toepassing is, wordt bepaald aan de hand van de situatie op de dag voordat een van bovenstaande gevallen zich voordoet. Indien u geen bescherming geniet op grond van arbeidsongeschiktheid en onvrijwillige werkloosheid, dan geniet bescherming op grond van ziekenhuisopname en ernstige aandoeningen. VERKLARING CLIENT Ondergetekende(…) verklaart 1. kennis te hebben genomen en een exemplaar te hebben ontvangen van de Algemene Voorwaarden Comfort Servicepakket en Projectieplan (verder: de Algemene Voorwaarden) en deze voorwaarden ook te accepteren. (…) 5. dat hij/zij voor bescherming in verband met onvrijwillige werkloosheid en/of arbeidsongeschiktheid in Nederland woonachtig is en tenminste voor 16 uur per week op basis van een dienstverband of aanstelling in Nederland werkzaam is en volledig arbeidsgeschikt dient te zijn. 6. dat hij/zij er mee bekend is dat hij/zij de bescherming in geval van arbeidsongeschiktheid of werkloosheid slechts geniet indien direct voorafgaand daaraan ook wordt voldaan aan het onder punt 5 gestelde. (…)" De kredietovereenkomst was herfinanciering van een eerdere overeenkomst, waarvoor op 31 oktober 2009 een protectieplan was afgesloten. 1.3 [appellant] was op het moment van het afsluiten van de kredietovereenkomst als chauffeur (voltijds) in dienstbetrekking werkzaam voor Kruitrans B.V. Aan dit dienstverband is per 1 augustus 2010 een einde gekomen. Van 1 tot 15 september 2010 is [appellant] werkzaam geweest als oproepkracht. Op 27 september 2010 is [appellant] betrokken geraakt bij een ernstig auto-ongeval, waarbij hij zijn nek op drie plaatsen heeft gebroken. Nadien heeft zich een posttraumatische stress-stoornis ontwikkeld. Als gevolg van het ongeval is [appellant] volledig arbeidsongeschikt geworden. 1.4 Aan [appellant] is per 2 augustus 2010 een WW-uitkering toegekend. Zijn WW-uitkering is tijdens de eerste drie maanden van ziekte doorbetaald, vervolgens is hij in aanmerking gebracht voor ziekengeld ingevolge de ziektewet en per einde wachttijd (24 september 2012) is hij in aanmerking gebracht voor een WIA-uitkering berekend naar volledige arbeidsongeschiktheid. 1.5 [appellant] heeft in verband met zijn werkloosheid per 1 augustus 2010 een beroep gedaan op het Protectieplan, welk beroep (uiteindelijk, in november 2010) door Santander is gehonoreerd voor de maand augustus 2010. Het hernieuwde beroep van [appellant] op het Protectieplan is door Santander afgewezen. 1.6 In deze procedure vordert Santander – zakelijk weergegeven – de veroordeling van [appellant] tot betaling van een bedrag van € 17.145,62, vermeerderd met de overeengekomen rente, met als maximum de ten hoogste toegelaten kredietvergoeding krachtens artikel 35 van de Wet op het consumentenkrediet, alsmede veroordeling van [appellant] in de kosten. Santander stelt hiertoe dat [appellant] een achterstand heeft laten ontstaan van tenminste twee maanden in de betaling van de maandelijkse termijnen van de kredietovereenkomst, als gevolg waarvan het saldo van het krediet in het geheel opeisbaar is geworden. 1.7 [appellant] heeft zich verweerd met een beroep op het Protectieplan. 1.8 Bij het bestreden vonnis heeft de kantonrechter de vordering van Santander toegewezen. De kantonrechter overwoog daartoe dat [appellant] niet voldeed aan de gestelde voorwaarden voor een geslaagd beroep op het Protectieplan in verband met arbeidsongeschiktheid, omdat vaststaat dat [appellant] ten tijde van het ontstaan van de arbeidsongeschiktheid niet voldeed aan de voorwaarde dat hij voor tenminste 16 uur per week in dienstbetrekking werkzaam was. Ook het beroep op het Protectieplan in verband met onvrijwillige werkloosheid werd door de kantonrechter verworpen, omdat [appellant] ter onderbouwing van dat beroep te weinig had gesteld. Omdat [appellant] zich evenmin had uitgelaten over de vraag over welke periodes hij opgenomen is geweest in het ziekenhuis, en zich niet heeft uitgelaten over de vraag of al dan niet sprake is van een ernstige aandoening, ging de kantonrechter ook aan deze punten voorbij. 2.1 In hoger beroep vordert [appellant] – zakelijk weergegeven – de vernietiging van het bestreden vonnis en opnieuw rechtdoende
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.