PROMIS Rolnummer: 22-001470-14 Parketnummers: 09-900540-12 en 09-112198-11 (TUL) Datum uitspraak: 5 augustus 2014 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 21 maart 2014 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1991, [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 22 juli
(4). Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het subsidiair bewezen verklaarde. Gelet op de hoogte van de ter zake gevorderde bedragen kan de gestelde omvang van de schade ook zonder nadere onderbouwing met facturen in redelijkheid worden aangenomen. De vordering van de ter zake geleden materiële schade zal derhalve volledig worden toegewezen. Het hof is, gelet op de nadere uitleg van de benadeelde partij ter terechtzitting in hoger beroep, voorts van oordeel dat aannemelijk is geworden dat immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het subsidiair bewezen verklaarde. De vordering ter zake van geleden immateriële schade leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot het gevorderde bedrag. Het voorgaande brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij] Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 409,90 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij]. Vordering tot tenuitvoerlegging Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 22 juli 2011 onder parketnummer 09-112198-11 is de verdachte – voor zover hier van belang - onder meer veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, met bevel dat die werkstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet ten uitvoer gelegde straf, op grond dat de verdachte de hiervoor bedoelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezen verklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken. De vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet ten uitvoer gelegde straf is derhalve gegrond en het hof acht termen aanwezig de gevorderde tenuitvoerlegging te gelasten. Beslag Onder de verdachte is, blijkens de zich in het dossier bevindende beslaglijst, een trainingsjas in beslag genomen. De advocaat-generaal en de raadsvrouw hebben zich niet over de in beslag genomen trainingsjas uitgelaten. Nu op grond van de zich in het dossier bevindende stukken en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep geen persoon als rechthebbende kan worden aangemerkt, zal het hof de bewaring van dit voorwerp ten behoeve van de rechthebbende gelasten. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 45 en 302 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het subsidiair bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 31 (eenendertig) weken. Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 26 ( zesentwintig) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis. Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: - een trainingsjas, op de beslaglijst genummerd als
- Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het subsidiair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 409,90 (vierhonderdnegen euro en negentig cent) bestaande uit € 159,90 (honderdnegenenvijftig euro en negentig cent) materiële schade en € 250,- (tweehonderdvijftig euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij. Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij], een bedrag te betalen van € 409,90 (vierhonderdnegen euro en negentig cent) bestaande uit € 159,90 (honderdnegenenvijftig euro en negentig cent) materiële schade en € 250,- (tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft. Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen. Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 22 juli 2011, parketnummer 09-112198-11, te weten: werkstraf voor de duur van 30 ( dertig) uren, subsidiair 15 (vijftien) dagen hechtenis. Dit arrest is gewezen door mr. W.J. van Boven, mr. M.M. van der Nat en mr. C. Klomp, in bijzijn van de griffier mr. R.W. van Zanten. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 5 augustus
- Mr. W.J. van Boven is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1535 2012108382, van de regiopolitie Haaglanden, met bijlagen (doorgenummerd blz. 2 t/m 256). Proces-verbaal van aanhouding verdachte d.d. 23 mei 2012, p.
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 mei 2012, p.
- Proces-verbaal van aangifte [benadeelde partij] d.d. 23 mei 2012, p.
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 mei 2012, p.
- Proces-verbaal van aangifte [benadeelde partij] d.d. 23 mei 2012, p.
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 mei 2012, p.
- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 augustus 2012, p.
- Proces-verbaal van aanhouding verdachte d.d. 23 mei 2012, p. 12-
- Proces-verbaal van verhoor verdachtes d.d. 23 mei 2012, p.
- Proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg d.d. 7 maart
- Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 4] d.d. 24 mei 2012, p. 68, 70 en
- Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] door de rechter-commissaris in de Rechtbank Den Haag d.d. 26 november
- Losbladig proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 mei 2012 met nummer PL1535 2012108382-51, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 4 juni 2012, p.
- Rapport van het NFI d.d. 24 juli 2012, opgemaakt door ing. M.J.W. Pouwels, p.
- Rapport van het NFI d.d. 16 augustus 2012, opgemaakt door ing. J.A.C. van Velzen, p. 232 en
- Rapport van het NFI d.d. 7 oktober 2013, opgemaakt door ing. J.A.C. van Velzen, p.
- Rapport van het NFI d.d. 7 oktober 2013, opgemaakt door ing. J.A.C. van Velzen, p. 7.