← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2014:4278

Rolnummer: 22-004117-14 Parketnummer: 09-818685-13 (TUL) Datum uitspraak: 3 december 2014 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen beslissing na voorwaardelijke veroordeling van de rechtbank Den Haag van 19 juni 2014, in de zaak tegen de veroordeelde, genaamd: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1988, [adres], ten tijde van de behandeling ter terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde gedetineerd in Forensische Verslavingskliniek Bouman GGZ te Rotterdam. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 3 december

  1. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de veroordeelde niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep. Procesgang De rechtbank Den Haag heeft bij beslissing van 19 juni 2014 de tenuitvoerlegging gelast van de aan de veroordeelde bij vonnis van de rechtbank Den Haag d.d. 6 februari 2014 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, in verband met de niet-naleving van een aan deze straf verbonden bijzondere voorwaarde. Namens de veroordeelde is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Ontvankelijkheid van het hoger beroep Gebleken is dat de beslissing, waarvan beroep, is gegeven op grond van niet-naleving van een bijzondere voorwaarde. De raadsvrouw heeft ter terechtzitting van het hof bepleit dat veroordeelde in zijn beroep dient te worden ontvangen. Hiertoe heeft zij aangevoerd dat door het afwijzen van haar gemotiveerde verzoek tot aanhouding van de zaak door de rechtbank, nadat de veroordeelde niet ter terechtzitting was verschenen, er een fundamenteel rechtsbeginsel, te weten het beginsel van hoor- en wederhoor, is geschonden, waardoor geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling. Gelet op de na de terechtzitting bekend geworden informatie is het aannemelijk dat de veroordeelde niet ter terechtzitting is verschenen omdat hij ten tijde van de terechtzitting in een psychose verkeerde. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. De wet bepaalt in welke gevallen tegen een rechterlijke uitspraak een rechtsmiddel kan worden ingesteld. Ingevolge artikel 14j van het Wetboek van Strafrecht staat tegen een beslissing omtrent een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder, voorwaardelijk opgelegde straf, die geen deel uitmaakt van een uitspraak ter zake van andere strafbare feiten, geen rechtsmiddel open. Deze regeling is van openbare orde. Hetgeen de raadsvrouw heeft aangevoerd om een doorbreking van het gesloten stelsel van rechtsmiddelen te bepleiten doet hier niet aan af. Het voorgaande brengt mee, dat de veroordeelde niet in zijn hoger beroep kan worden ontvangen. Derhalve zal het hof de veroordeelde niet-ontvankelijk verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep. BESLISSING Het hof: Verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit arrest is gewezen door mr. J.M. van de Poll, mr. M. Moussault en mr. A.W.M. Bijloos, in bijzijn van de griffier mr. L.A.M. Karels. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 3 december
  2. Mr. M. Moussault en mr. A.W.M. Bijloos zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.