GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.118.158/01 Zaaknummer rechtbank : 128882/11-37294 arrest van 11 februari 2014 inzake [appellant], wonende te Den Haag, appellant, hierna te noemen: [appellant], advocaat: mr. M.Y. van Oel, tegen de vennootschap naar Duits recht Volkswagen Bank GmbH, mede gevestigd te Amersfoort, geïntimeerde, hierna te noemen: Volkswagen, advocaat: mr. R. van Kessel. 1Het geding 1.1 Bij exploot van 22 november 2012 is [appellant] in hoger beroep gekomen van het door de rechtbank ’s-Gravenhage, sector kanton, locatie Den Haag, tussen partijen gewezen vonnis van 23 augustus 2012 en heeft hij Volkswagen doen dagvaarden om op 19 februari 2013 ter zitting van dit hof te verschijnen. Bij exploot van 3 december 2012 heeft Volkswagen [appellant] een eerdere roldatum doen aanzeggen en hem opgeroepen op 11 december 2012 ter zitting van dit hof te verschijnen. Bij memorie van grieven (met producties) heeft [appellant] vervolgens drie grieven tegen het vonnis aangevoerd. Bij memorie van antwoord (met producties) heeft Volkswagen de grieven bestreden. 1.2 Vervolgens is arrest gevraagd. 2Beoordeling van het hoger beroep 2.1 De door de rechtbank in het vonnis van 23 augustus 2012 vastgestelde feiten zijn niet in geschil. Ook het hof zal daar van uitgaan. 2.2 Het gaat in deze zaak om het volgende. a. [appellant] is tot 28 april 2011 enig bestuurder en enig aandeelhouder geweest van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Advies Bouw Haaglanden B.V. (hierna: ABH). b. In zijn hoedanigheid van bestuurder van ABH heeft [appellant] een drietal financial leaseovereenkomsten gesloten met Volkswagen, betreffende: - een Volkswagen Polo, met kenteken [kenteken 1], contractnummer 5827383, d.d. 15 april 2011, met een leasebedrag van € 289,90, te voldoen in zestig maandelijkse termijnen, alsmede één slottermijn (tezamen te voldoen met de laatste termijn) van € 1,-. - een Volkswagen Polo, met kenteken [kenteken 2], contractnummer 5827394, d.d. 15 april 2011, met een leasebedrag van € 299,57, te voldoen in zestig maandelijkse termijnen, alsmede één slottermijn (tezamen te voldoen met de laatste termijn) van € 1,-. - een BMW met kenteken[kenteken 3], contractnummer 5817608, d.d. 17 maart 2011, met een leasebedrag van € 1.415,66, te voldoen in zestig maandelijkse termijnen, alsmede één slottermijn (tezamen te voldoen met de laatste termijn) van € 1,-. Deze overeenkomsten worden hierna gezamenlijk aangeduid als: de leaseovereenkomsten, en de voertuigen die het onderwerp zijn van de leaseovereenkomsten als: de auto’s. c. De eerste leasetermijnen voor de contracten met nummers 5827383 en 5827394 (de Volkswagens (Polo)) dienden op 1 juni 2011 voldaan te zijn. De eerste leasetermijn voor het contract met nummer 5817608 (de BMW) diende op 1 mei 2011 voldaan te zijn. Geen enkele leasetermijn is betaald. d. Op de leaseovereenkomsten zijn de voorwaarden van Volkswagen van toepassing. e. Bij brief van 22 juni 2012 heeft de RDW onder meer de volgende voertuiginformatie verstrekt: “Wanneer en door wie zijn duplicaat kentekenbewijzen aangevraagd? Kenteken Datum aanvraag Naam aanvrager [kenteken 1] 14-04-2011 [appellant] [kenteken 2] 14-04-2011 [appellant] [kenteken 3] 17-03-2011 [appellant] Hoe is het mogelijk dat duplicaatkentekenbewijs niet naar de leasemaatschappij is verzonden? Indien er geen melding in de registratie tenaamstelling leasemaatschappij (RTL) is geplaatst, wordt het duplicaatkenteken, naar de geregistreerde in het kentekenregister verzonden. Kenteken Aanmelding in RTL [kenteken 1] 22-04-2011 [kenteken 2] 22-04-2011 [kenteken 3] 23-03-2011” f. Op 21 april 2011 heeft [appellant] de aandelen in het kapitaal van ABH verkocht aan [betrokkene] (hierna: [betrokkene]), welke overeenkomst is geëffectueerd bij notariële akte van levering van aandelen van 28 april 2011. De akte van levering bevat onder meer de volgende bepaling: “7. LOPENDE LEASECONTRACTEN De lopende leasecontracten van de vennootschap (vermeld in een aan deze akte gehecht overzicht) zijn koper bekend; koper verklaart de bijbehorende voertuigen met sleutels, reserve sleutels, pasjes, administratieve bescheiden zoals schriftelijke leasecontracten en eigendomspapieren te hebben ontvangen en verkoper te vrijwaren voor alle aansprakelijkheden en verplichtingen voortvloeiende uit bedoelde overeenkomsten. Koper is ermee bekend dat hij verplicht is de leasemaatschappijen schriftelijk in te lichten over de overname en de ontvangsten.” g. De auto’s zijn op naam van drie natuurlijke personen gesteld door wijzigingen van de tenaamstelling op respectievelijk 28 april 2011, 29 april 2011 en 4 mei 2011. h. Een brief van 29 juni 2011 van [betrokkene] gericht aan Jongejan Wisseborn Gerechtsdeurwaarders bevat de volgende passage: “(…) Wat ik wel begrijp van uw cliente, en wat ik ook zeer vervelend vind, is het feit dat er leasewagens zijn verdwenen c.q. zijn doorverkocht. Ik ben hier zelf slachtoffer in. Ik heb de kwestie aangekaart bij Notaris Matzinger te Den Haag, waarom er geen contracten, sleutels en boekhouding is overgedragen bij het verlijden van de akte. Zijn rol is mij niet geheel duidelijk in het geheel, maar het feit blijft dat ik volmacht heb verleend om de zaken te regelen zoals het hoort. De heer [appellant], de vorige eigenaar, blijkt al nieuwe kentekens te hebben verkregen lang voordat er sprake was dat ik de b.v. Haaglanden zelfs maar zou overnemen. Hoe het mogelijk is dat deze kentekenbewijzen in zijn bezit zijn geraakt is mij volstrekt onduidelijk, wat wel duidelijk is [is, toevoeging hof] dat [appellant] en consorten de voertuigen daags na de overdacht hebben doorgestoten met een kopie van mijn identiteitsbewijs dat ze naar mijns inziens enkel via de notaris hebben kunnen bekomen. (…) Mij moet wel van het hart, dat het mij volstrekt onduidelijk is hoe uw cliënte voor € 143.704,89 , een bedrijf leasecontracten kan aanbieden, terwijl ik het als een lege b.v. heb aangeschaft voor de symbolische euro.” 2.3 Bij exploot van dagvaarding van 29 augustus 2011 heeft Volkswagen zowel ABH als [appellant] gedagvaard voor de rechtbank ’s-Gravenhage, sector kanton, locatie ’s-Gravenhage (hierna te noemen: de kantonrechter). 2.4 In deze procedure vordert Volkswagen om ABH en [appellant] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 42.590,81, vermeerderd met wettelijke rente, ter zake van de contracten met de nummers 5827383 & 5827394, alsmede een bedrag van € 102.280,70, vermeerderd met wettelijke rente, ter zake het contract met nummer 5817608. 2.5 Aan het gevorderde heeft Volkswagen het toerekenbaar tekortschieten in de nakoming van de leaseovereenkomsten door ABH, respectievelijk onrechtmatig handelen van [appellant] als bestuurder van ABH jegens Volkswagen, ten grondslag gelegd. 2.6 Bij verstekvonnis van 18 oktober 2011 heeft de kantonrechter, ABH en [appellant] hoofdelijk veroordeeld om tegen bewijs van kwijting aan Volkswagen te betalen een bedrag van € 37.467,23 vermeerderd met de overeengekomen rente over € 35.370,20 vanaf 18 juli 2011 tot de dag der voldoening, inzake de leaseovereenkomsten met de contractnummers 5827383 en 5827394, en een bedrag van € 88.903,80 vermeerderd met de overeengekomen rente over € 84.940,60 vanaf 18 juli 2011 tot de dag der voldoening, inzake de leaseovereenkomst met contractnummer 5817608, alsmede ABH en [appellant] veroordeeld in de kosten van het geding. 2.7 Bij exploot van dagvaarding van 2 december 2011 is [appellant] in verzet gekomen van het verstekvonnis van 18 oktober 2011. 2.8 Bij vonnis van 23 augustus 2012 heeft de kantonrechter het verzet van [appellant] ongegrond verklaard en [appellant] veroordeeld in de kosten van de procedure. 2.9 In hoger beroep vordert [appellant] het tussen partijen gewezen vonnis van 23 augustus 2012 van de kantonrechter te vernietigen en opnieuw rechtdoende de vorderingen van Volkswagen alsnog af te wijzen, met veroordeling van Volkswagen in de kosten van beide instanties. 2.10 In de onderhavige procedure is de vraag aan de orde of [appellant] als bestuurder van ABH onrechtmatig heeft gehandeld jegens Volkswagen in verband met de niet-nakoming door ABH van de leaseovereenkomsten. De grieven richten zich tegen het oordeel van de kantonrechter dat [appellant] als bestuurder van ABH namens deze vennootschap verplichtingen is aangegaan die door deze vennootschap niet konden worden nagekomen. Het hof zal eerst deze grieven beoordelen. Uitsluitend wanneer een of meer grieven slagen, komen de overige door Volkswagen in eerste aanleg aangevoerde gronden voor aansprakelijkheid van [appellant] aan de orde. 2.11 Volgens Volkswagen heeft [appellant] als bestuurder van ABH geweten of moeten weten dat ABH de leaseovereenkomsten niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden, aangezien [appellant] de aandelen ABH kort na het aangaan van de leaseovereenkomsten heeft verkocht voor € 1,-, er nimmer één leasetermijn is betaald en ABH kort na het sluiten van de leaseovereenkomsten al niet meer actief was. Voorts heeft Volkswagen aangevoerd dat [appellant] jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld door te bewerkstelligen dat de auto’s zonder haar toestemming aan derden zijn overgedragen. Daarbij heeft Volkswagen onder meer erop gewezen dat [appellant] direct bij het aangaan van de leaseovereenkomsten duplicaatkentekenbewijzen bij de RDW heeft aangevraagd, dat de auto’s kort na de levering van de aandelen ABH aan [betrokkene] op naam van derden zijn gesteld en dat door [betrokkene] wordt ontkend dat hem de auto’s en bijbehorende bescheiden ter hand zijn gesteld. 2.12 [appellant] heeft betwist dat hij wist dan wel had moeten weten dat ABH bij het aangaan van de leaseovereenkomsten niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen. De verkoopprijs van € 1,- voor de aandelen ABH correspondeert niet met de werkelijke waarde van ABH. Volgens [appellant] blijkt uit de overgelegde jaarcijfers dat ABH wel in staat was om aan haar betalingsverplichtingen te voldoen. Daarbij wijst [appellant] erop dat de omvang van de maandelijkse leasetermijnen van € 2.005,13 voor een onderneming met een gemiddelde jaaromzet van € 500.000,- niet significant is. Volgens [appellant] heeft ABH bij het aangaan van de leaseovereenkomsten een verantwoord risico genomen, dat ongelukkig is uitgepakt, hetgeen niet kan leiden tot aansprakelijkheid van de bestuurder. Uit de omstandigheid dat ABH voor één euro is verkocht – een prijs die door partijen om voor hen moverende redenen is gekozen – volgt nog niet dat ABH niet over vermogensbestanddelen beschikte en geen verhaal zou kunnen bieden. [appellant] ontkent als bestuurder van ABH te hebben bewerkstelligd dat de auto’s op naam van derden zijn gesteld. [appellant] heeft erop gewezen dat in de notariële akte van levering van de aandelen ABH van 28 april 2011 [betrokkene] heeft verklaard de auto’s en bijbehorende bescheiden te hebben ontvangen. [appellant] is op 28 april 2011 als bestuurder van ABH uitgetreden. Aangezien de tenaamstelling van de auto’s is gewijzigd na het moment van levering van de aandelen ABH, vermoedt [appellant] dat [betrokkene] hierin de hand heeft gehad. [appellant] kan slechts worden verweten de verplichtingen jegens ABH over de periode 17 maart tot en met 28 april 2011 niet te zijn nagekomen. Vanaf 28 april 2011 was het aan [betrokkene] om als bestuurder van ABH voor de betalingen zorg te dragen. 2.13 Bij de beoordeling stelt het hof het volgende voorop. Blijkens jurisprudentie van de Hoge Raad (bijvoorbeeld Hoge Raad 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758) kan, bij benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaald blijven van diens vordering, naast de aansprakelijkheid van de vennootschap mogelijk ook, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, grond zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.