← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2014:85

GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel Recht Zaaknummer : 200.128.787/01 Zaak-/rolnummer rechtbank : 305480 CV EXPL 12-1320 Arrest van 21 januari 2014 In de zaak van [appellant], wonende te Gorinchem, appellant, hierna te noemen: [appellant], advocaat: mr. H. Folkers te Gorinchem, tegen [geïntimeerde], wonende te Sleeuwijk, geïntimeerde, hierna te noemen: [geïntimeerde], advocaat: mr. A.A.S. Wiesmeier-[geïntimeerde] te ’s-Gravenhage. Het verdere verloop van het geding Verwezen wordt naar het tussenarrest van 3 september 2013 waarin een comparitie na aanbrengen is bevolen. Ter comparitie, die heeft plaatsvonden op 6 december 2013, is namens beide partijen toelating tot de Second Opinion-procedure verzocht. Daartoe hebben de behandelend advocaten ieder een SO-formulier als bedoeld in de artikel 3.2 van het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald op heden. Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure

  1. Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). Zoals in het SO-formulier van [appellant] staat vermeld, luidt zijn enige grief dat de rechtbank Dordrecht (sector kanton, locatie Gorinchem)/de rechtbank Rotterdam (kantonrechter, zittinghoudende te Gorinchem) – hierna ook: de kantonrechter – in het tussenvonnis van 10 december 2012 en het eindvonnis van 11 maart 2013 niet heeft beslist overeenkomstig hetgeen hij in eerste aanleg had geconcludeerd.
  2. Het hof – dat kennis heeft genomen van de stukken van de eerste aanleg – neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zullen de bestreden vonnissen worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering. Onder deze omstandigheden komt het hof niet toe aan de door [appellant] in zijn appeldagvaarding ingestelde terugbetalingsvordering.
  3. Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal [appellant] worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door [geïntimeerde] betaalde griffiegeld van € 683,- en, nu een comparitie heeft plaatsgevonden, één punt volgens het toepasselijke liquidatietarief (€ 1.158,-) Beslissing Het gerechtshof: - bekrachtigt de tussen partijen gewezen vonnissen van de rechtbank Dordrecht (sector kanton, locatie Gorinchem)/de rechtbank Rotterdam (kantonrechter, zittinghoudende te Gorinchem) van 10 december 2012 en 11 maart 2013; - veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 1.841,-, waarvan € 683,- voor verschotten en € 1.158,- voor salaris. Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, M.J. van der Ven en M.Y. Bonneur; het is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 januari 2014 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.