GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.133.792/01 Zaaknummer rechtbank : 357249 / HA ZA 10-1962 arrest van 9 juni 2015 inzake WinPlus B.V., gevestigd te 's-Hertogenbosch, appellante, hierna te noemen: Winplus, advocaat: mr. G.J. Schras te Spijkenisse, tegen Imtech Building Services B.V., h.o.d.n. Imtech Utiliteit West, gevestigd te Capelle aan den IJssel, geïntimeerde, hierna te noemen: Imtech, advocaat: mr. D.J. Bakker te Zoetermeer. 1Het geding Bij exploot van 12 september 2013 is Winplus in hoger beroep gekomen van een door de rechtbank Rotterdam, sector civiel recht, tussen partijen gewezen tussenvonnis van 19 juni 2013. De rechtbank heeft de zaak verwezen naar de parkeerrol en bepaald dat het instellen van hoger beroep tegen dit tussenvonnis is toegestaan.Bij dagvaarding in hoger beroep, met producties, heeft Winplus zeven grieven aangevoerd. Bij memorie van antwoord met een productie heeft Imtech de grieven bestreden.Vervolgens hebben partijen de zaak op 2 december 2014 doen bepleiten, Winplus door mr. G.J. Schras en Imtech door mr. D.J. Bakker, beiden aan de hand van overgelegde pleitnotities. Het hof zal arrest wijzen op de kopiestukken die zijn overgelegd bij het vragen van pleidooi. 2Beoordeling van het hoger beroep 2.1. De door de rechtbank in het tussenvonnis van 25 juli 2012 vastgestelde feiten zijn niet in geschil. Ook het hof zal van die feiten uitgaan.Het gaat in deze zaak – beknopt weergegeven – om het volgende.Winplus vordert veroordeling van Imtech tot betaling van € 227.877,--, te verhogen met rente en kosten. Deze vordering op Imtech heeft Winplus, zo stelt zij, verkregen van Montage Service Sliedrecht BV (MSS), een vennootschap die Winplus financierde en in dat kader vorderingen van MSS op haar debiteuren bevoorschotte. MSS verrichtte diensten voor en leveranties aan Imtech. In het kader van een overeenkomst van onderaanneming die in 2008 tot stand is gekomen tussen MSS (onderaannemer) en Imtech (opdrachtgever/aannemer) heeft MSS in de periode van 9 maart tot en met 23 april 2010 zes facturen gestuurd aan Imtech tot een totaalbedrag van € 227.877,--. Onderaan elk van de facturen was de overdracht van de vordering van MSS op Imtech aan Winplus vermeld en werd verlangd dat betaling door Imtech plaats zou vinden door overmaking op de bankrekening van Winplus. Het zijn deze facturen waarvan Winplus in dit geding betaling vordert.Nadat onder Imtech door anderen, waaronder de Belastingdienst, derdenbeslagen waren gelegd ten laste van MSS, is MSS op 27 april 2010 failliet verklaard. De curator in het faillissement van MSS (de curator) heeft jegens Imtech (ook) aanspraak gemaakt op voldoening van (vrijwel) het volledige bedrag dat Winplus van Imtech vordert.De curator heeft Winplus (alsmede de toenmalig bestuurder en aandeelhouder in MSS, [bestuurder] ) gedagvaard voor de rechtbank Rotterdam op 10 januari 2013. In die procedure vordert de curator (samengevat en voor zover van belang) de veroordeling van Winplus en [bestuurder] tot betaling van schadevergoeding ter hoogte van het boedeltekort.Imtech voert verweer tegen de vordering van Winplus. Zij stelt zich – onder meer – op het standpunt dat de vordering van MSS op haar niet toekomt aan Winplus omdat de vorderingen bedoeld in de zes facturen niet rechtsgeldig zijn overgedragen (of verpand) aan Winplus en zij heeft (subsidiair) een beroep gedaan op verrekening. Voorts heeft zij een vordering in reconventie ingesteld. 2.2. Nadat een bij vonnis van 25 juli 2012 door de rechtbank bevolen comparitie van partijen had plaatsgevonden heeft ieder van partijen een akte genomen. Vervolgens heeft de rechtbank op 19 juni 2013 een tussenvonnis gewezen. Daarin heeft de rechtbank het beroep van Imtech op het ontbreken van cessie-(of pand-)akten behandeld en is zij ingegaan op de stelling van Imtech dat de curator in de procedure tegen Winplus het standpunt inneemt dat een overdracht van vorderingen aan Winplus door MSS getroffen wordt door het fiduciaverbod (artikel 3:84 lid 3 BW). De rechtbank heeft overwogen dat ze de uitkomst van de inmiddels door de curator tegen Winplus en [bestuurder] gestarte procedure voor de beoordeling van het onderhavige geschil van belang achtte. Zij overwoog daartoe er vanuit te gaan dat in de zaak van de curator tegen Winplus en [bestuurder] onderzoek zou plaatsvinden naar de authenticiteit en geldigheid van de akten (tot cessie althans verpanding door MSS aan Winplus), en dat de proceseconomie gebood dat dit onderzoek slechts eenmaal zou plaatsvinden, en wel in de procedure tussen de curator en Winplus (alsmede [bestuurder] ). De rechtbank heeft vervolgens, in overeenstemming met de suggestie van Imtech, beslist de zaak naar de parkeerrol te verwijzen. Omdat Winplus zich verzette tegen aanhouding van de zaak heeft de rechtbank toegestaan dat Winplus hoger beroep kan instellen tegen dit tussenvonnis. 2.3. Het tussenvonnis waartegen Winplus appelleert heeft naar het oordeel van het hof als een interlocutoir vonnis te gelden. De rechtbank heeft weliswaar geen oordeel geveld over de toe- of afwijzing van (enig deel van) de vordering van Winplus, maar zij heeft wel een processuele beslissing genomen, en in een dictum vastgelegd, die ertoe strekt dat op termijn aan de rechtbank nadere inlichtingen zullen worden verstrekt die naar het oordeel van de rechtbank van invloed (kunnen) zijn op de beslissing in het geschil tussen Winplus en Imtech. Het hof verwijst naar HR 24 januari 1986, NJ 1986/490, welk arrest voor dit oordeel een aanknopingspunt biedt.Winplus kan daarom in haar hoger beroep ontvangen worden. 2.4. Alle grieven van Winplus richten zich tegen het oordeel van de rechtbank de zaak naar de parkeerrol te verwijzen en de daaraan ten grondslag liggende motivering. De grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling. 2.5. Uit de dagvaarding in de procedure die de curator is gestart tegen Winplus en MSS-bestuurder [bestuurder] blijkt dat de curator zich op het standpunt stelt dat de “financieringsconstructie” tussen MSS en Winplus de oorzaak is van het faillissement. De curator verwijt Winplus dat zij door tussenkomst van [bestuurder] met MSS “wurgcontracten” heeft gesloten die leidden tot “onredelijk hoge kosten en lasten voor MSS”. Deze verplichtingen waren naar het oordeel van de curator “bedrijfseconomisch (…) volstrekt onverantwoord”. In zijn, door Imtech bij memorie van antwoord in extenso overgelegde, dagvaarding (nr 16 sub
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.