GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.149.915/01 Zaaknummer rechtbank : C/09/441661 / HA ZA 13-461 arrest van 16 juni 2015 inzake [bedrijf], gevestigd te[vestigingsplaats], appellante in het principaal hoger beroep, geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep, hierna te noemen: [X], advocaat: onttrokken, voorheen mr. M.O. Klaassen te Amsterdam tegen [bedrijf], gevestigd te [vestigingsplaats], geïntimeerde in het principaal hoger beroep, appellante in het incidenteel hoger beroep, hierna te noemen: [Y], advocaat: mr. P.J.B. van Deurzen te Gouda. Het geding Bij exploot van 18 december 2013, hersteld bij exploot van 2 mei 2014, is [X] in hoger beroep gekomen van een door de rechtbank Den Haag tussen partijen in conventie en in reconventie gewezen vonnis (in verzet) van 18 september 2013. Bij memorie van grieven tevens houdende wijziging van eis in reconventie (met producties) heeft [X] elf grieven aangevoerd en haar eis gewijzigd. Bij memorie van antwoord (met producties) heeft [Y] de grieven bestreden en op haar beurt één incidentele grief geformuleerd. Op de rol van 25 februari 2014 heeft mr. Klaassen zich onttrokken. Op de rol van 10 maart 2014 is akte niet-dienen voor antwoord in het incidenteel appel verleend. Ten slotte heeft [Y] de stukken overgelegd en arrest gevraagd. Beoordeling van het hoger beroep 1. De door de rechtbank als zodanig in het bestreden vonnis vastgestelde feiten zijn niet in geschil. Ook het hof zal daarvan uitgaan. Wel heeft [X] er in grief 1 over geklaagd dat de rechtbank ten onrechte bepaalde volgens haar relevante omstandigheden niet als vaststaande feiten heeft aangemerkt. Daar deze omstandigheden worden weersproken door [Y] is van vaststaande feiten echter geen sprake. Grief 1 faalt. 2. Het gaat in deze zaak om het volgende: 2.1 In opdracht van [X] heeft […] (verder: [O]) een plan vervaardigd voor de bouw van een bedrijfswoning en kantoor op het perceel gelegen aan de [adres] te [plaats]. [O] heeft op of omstreeks 15 juli 2011 namens [X] een vergunningaanvraag ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Pijnacker-Nootdorp (verder: het college) om te komen tot realisatie van genoemd bouwplan. Bij brief van 24 augustus 2011 schreef het college onder meer: "(…) De verstrekte gegevens c.q. bescheiden zijn onvoldoende voor de beoordeling van die aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking. (…) Omdat uw aanvraag niet compleet is, wordt op grond van het bepaalde in artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht de wettelijke beslistermijn onderbroken vanaf de datum van verzending van deze brief. De beslistermijn begint weer te lopen op de dag waarop de gevraagde gegevens zijn ontvangen. De ontbrekende gegevens dienen uiterlijk 21-09-2011 in ons bezit te zijn. Uw aanvraag wordt op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling gesteld als wij de gegevens niet binnen deze termijn in zijn geheel hebben ontvangen. (…)" 2.2 [X], die niet meer voldoende vertrouwen had in [O], heeft zich gewend tot [Y] met het verzoek de taak van [O] over te nemen. Vanaf omstreeks 1 september 2011 heeft [Y] zich beziggehouden met de verbetering van het bouwplan en (onder meer) de vervaardiging van de daarvoor noodzakelijke tekeningen. De opdracht van [X] aan [Y] is verwoord in een op 22 november 2011 gedateerde brief van [X], die mede is ondertekend door [Y], waarin onder meer is bepaald: "(...) In essentie komen de werkzaamheden op het navolgende neer: 1.) Een beoordeling van, kort gezegd, 'het plan [O]', waaronder een beoordeling van de door [O] in het kader van de vergunningsaanvraag bij de gemeente ingediende tekeningen en stukken. 2.) Het aandragen van suggesties ter verbetering van 'het plan [O]'. 3.) Het op tekeningen uitwerken van, kort gezegd. 'het verbeterde plan'. 4.) Het verzorgen, deels met inschakeling van derden (waaronder onze constructeur […]) van de ten behoeve van de vergunningsaanvraag benodigde informatie en stukken. 5.) Onder punt 4 valt het reageren op de opmerkingen van de gemeente in de door haar aan [X] I toegezonden lijsten, het beantwoorden van de vragen in die lijsten en het verzorgen, deels met inschakeling van derden, en bezorgen van de door de gemeente gevraagde informatie, tekeningen en stukken. Het aldus er voor zorg dragen dat de vergunningsaanvraag compleet wordt voorzien van alle informatie en stukken die de gemeente wenst en bij de gemeente worden ingediend, zodat de gemeente de vergunningsaanvraag voortvarend in behandeling kan nemen. Enigerlei algemene voorwaarden zijn niet van toepassing, waaronder voorwaarden van de BNA. Evenmin kan door jou en/of je kantoor een beroep worden gedaan op (auteurs)rechten op grond van BNA voorwaarden, noch op grond van enigerlei wet- en regelgeving. Tijdens ons telefoongesprek van gisteren zijn jij en ik betreffende de door jou en je kantoor verrichtte hier bedoelde werkzaamheden afgesproken dat jij en je kantoor hiervoor 225 uur in rekening zullen brengen (…) in totaal € 18.742,50. Bovenop de urenvergoeding zoals onder het vorige aandachtspuntje bedoeld, kan je de kosten van derden die jij en je kantoor hebben gemaakt bij ons in rekening brengen. (…)" 2.3 Nadat het college op verzoek van [X] de termijn voor de reactie en de indiening van stukken als bedoeld onder 2.1 had verlengd tot uiterlijk 22 november 2011, heeft [Y] op of kort na 22 november 2011 informatie en stukken ten behoeve van de aanhangige vergunningsaanvraag namens [X] bij het college ingediend. 2.4. Op 14 december 2011 vond in verband met de vergunningsaanvraag een bespreking plaats bij de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Aan de zijde van [X] waren daarbij aanwezig de heer [Z] (middellijk bestuurder van [X]), mr. Van Tilborg (advocaat van [X]) en de heer [S] (middellijk bestuurder van [Y]). Op 16 december 2011 schreef de heer [D] namens het college: "(...) Naar aanleiding van ons gesprek d.d. 14 december bevestig ik de afspraak om deze aanvraag om omgevingsvergunning als afgehandeld te beschouwen. Zoals besproken heb ik de aanvraag opnieuw laten inboeken. Het kenmerk van deze nieuwe aanvraag is 11-878N. Deze nieuwe aanvraag (alleen activiteit bouwen) valt onder de reguliere procedure en zal worden behandeld door mijn collega […]. Daarnaast kwam ik zojuist tot de ontdekking dat ik niet eerder had opgemerkt dat het bestemmingsplan een dubbelbestemming "archeologisch waardevol gebied" kent. Allereerst mijn excuses hiervoor. Dit betekent dat u naast de omgevingsvergunning voor bouwen ook nog een omgevingsvergunning nodig heeft voor het uitvoeren van werkzaamheden in de grond om op die manier de archeologische waarde te beschermen. (…)" 2.5 Op 16 januari 2012 heeft het college [X] per brief verzocht om nadere gegevens respectievelijk bescheiden omdat de vergunningsaanvraag 11-878N nog vragen opriep althans niet voldoende gedocumenteerd was. Het college heeft [X] tot en met 13 februari 2012 gegeven om ontbrekende gegevens of bescheiden aan te leveren. 2.6 Nadat [Y] (onder meer) op 19 januari 2012 met [X] per e-mail contact had gehad over de inhoud van de brief van het college van 16 januari 2012, heeft zij gegevens en bescheiden vervolgens binnen de door het college gestelde termijn aangeleverd, waarna de omgevingsvergunning op 5 april 2012 is verleend. 2.7 [Y] heeft in verband met bovengenoemde werkzaamheden aan [X] facturen gezonden voor een totaalbedrag van € 22.931,30. [X] heeft deze facturen onbetaald gelaten. 2.8 Nadat [X] bij verstekvonnis van 9 augustus 2012 was veroordeeld aan [Y] te voldoen € 24.121,30 met de wettelijke handelsrente over € 22.931,30 vanaf 26 april 2011 alsmede de wettelijke handelsrente over € 1.190,- vanaf 24 juli 2012, dit alles tot een maximum van € 25.000.-- (en voorts tot betaling van de proceskosten), is [X] op 13 september 2012 tegen dat vonnis in verzet gekomen. De kantonrechter heeft de zaak bij vonnis van 21 maart 2013 verwezen naar de kamer voor civiele zaken, nu de vorderingen in conventie en in reconventie een totaal beloop van meer dat € 25.000,-- hadden. 2.9 Bij verzetdagvaarding vorderde [X] – samengevat – vernietiging van het verstekvonnis van 9 augustus 2012 en afwijzing van het door [Y] gevorderde. In reconventie vorderde [X] – na vermeerdering van haar eis bij akte ter comparitie: een verklaring voor recht dat [Y] jegens [X] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen welke voortvloeien uit de tussen partijen gesloten overeenkomst en dientengevolge verplicht is de schade te vergoeden die [X] daardoor heeft geleden of nog zal tijden; [Y] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 55.185,-- exclusief BTW althans (indien het beroep op verrekening in conventie slaagt) van € 32.253,70, zijnde de reeds geleden schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het instellen van de vordering: een verklaring voor recht dat een legesnota, mocht deze nog worden ontvangen voor de aanvraag van een omgevingsvergunning die medio juli 2011 is ingediend, voor rekening van [Y] komt; een verklaring voor recht dat [Y] geen beroep kan doen op auteursrechten zoals overeengekomen in de opdrachtbevestiging van 22 november 2011; [Y] te veroordelen aan [X] te voldoen een bedrag van € 22.209,75 wegens gemaakte interne kosten en kosten aan juridische ondersteuning; [Y] te veroordelen tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten; [Y] te veroordelen tot vergoeding van de overige schade, op te maken bij staat. Verder vorderde [X], in conventie en in reconventie, veroordeling van [Y] in de kosten van het geding. 2.10 [X] heeft, na daartoe verkregen toestemming van de voorzieningenrechter, tot zekerheid van haar vordering conservatoir beslag laten leggen onder zichzelf als schuldeiser van [Y]. 2.11 [Y] heeft na verwijzing haar vordering in conventie gewijzigd en vorderde € 22.931,30 verhoogd met de wettelijke handelsrente vanaf 26 april 2012, en een bedrag groot € 1.190,-- inclusief BTW wegens gemaakte buitengerechtelijke kosten. Voorts vorderde ze de veroordeling van [X] in de proceskosten. 2.12 Bij het bestreden vonnis heeft de rechtbank in conventie het verzet gegrond verklaard, maar alleen ten aanzien van de toegewezen wettelijke handelsrente over de buitengerechtelijke kosten en de vermeerderde eis van [Y] toegewezen, met veroordeling van [X] in de proceskosten. De eis in reconventie werd afgewezen, met veroordeling van [X] in de kosten. 3.1 In het principaal hoger beroep vordert [X] de vernietiging van het in conventie en reconventie gewezen bestreden vonnis en opnieuw rechtdoende in conventie de afwijzing van de vorderingen van [Y] en in reconventie de veroordeling van [Y] om aan [X] te betalen een bedrag van primair in totaal € 61.007,28 aan (vertragings- en gevolg)schade, vermeerderd met wettelijke rente, met vermindering van het bedrag dat in conventie wordt verrekend met de vordering van [Y] alsmede een verklaring voor recht dat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.