Rolnummer: 22-005452-10 Parketnummers: 10-996550-05 en 10-994175-09 Datum uitspraak: 30 juni 2015 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 15 oktober 2010 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], thans [adres], GBA-adres: [adres]. 1Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 11 oktober 2011, 11 en 25 september 2012, 3 en 10 april, 23, 24 en 25 september en 17 oktober 2014, 3, 10, 17, 19, 24 en 31 maart, 14, 16, 21 en 23 april, 19, 21 en 28 mei en 16 juni 2015. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. 2Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1. en 2 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. 3Tenlastelegging Aan de verdachte is - na aanpassing van de omschrijving van de tenlastelegging op de voet van artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering en wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep - ten laste gelegd dat: 1. A. hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks de periode van 01 december 2002 tot en met 2 september 2004 te Schiedam en/of Rotterdam en/of (elders) in Nederland en/of in Frankrijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (raam)overeenkomst, met als datum 28 december 2002 en als opschrift `Overeenkomst’ (D-3), zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst en/of valselijk heeft doen en/of laten opmaken en/of vervalsen, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door een ander of anderen te doen gebruiken, immers heeft/hebben verdachte en of zijn mededader(
- s)opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid in die (raam)overeenkomst opgenomen: - onder 2.1 de tekst: `Als compensatie voor het nadeel dat [Vennootschap 3] lijdt nu zij geen uitvoering kan geven aan haar voornemen de hiervoor bedoelde technologie aan Taiwan te leveren zal [Vennootschap 1] zich op verzoek van [Vennootschap 3] jegens schuldeisers van [Vennootschap 3] en/of schuldeisers van de groepsmaatschappijen van [Vennootschap 3] garant stellen voor verplichtingen uit hoofde van geldleningen tot een minimum bedrag van EUR 100.000.000’ en/of - onder punt 2.2 de tekst: `[Vennootschap 3] kan een verzoek als bedoeld in artikel 2.1. doen tot twee jaar na de datum van deze overeenkomst. De verplichtingen waarvoor [Vennootschap 1] zich garant stelt zullen geen langere looptijd hebben dan tot drie jaar nadien.’, en/of - onder punt 1.3 de tekst: `Indien [Vennootschap 3] of enige huidige of toekomstige groepsmaatschappij het bepaalde in dit artikel overtreedt verbeurt zij een onmiddellijk opeisbare boete aan [Vennootschap 1] van EUR 100.000.000.’, en/of - als datum waarop die (raam)overeenkomst is ondertekend en/of gesloten: 28 december 2002, en/of - dat geschrift voorzien van zijn/hun handtekening(
- en)ter bevestiging van (de Juistheid van) de inhoud van dat geschrift; en/of B. hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks de periode van 01 december 2002 tot en met 27 februari 2003, te Schiedam en/of Rotterdam en/of (elders) in Nederland en/of in Frankrijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (raam)overeenkomst, met als datum 28 december 2002 en als opschrift `Overeenkomst’ (D-1234), zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst en/of valselijk heeft doen en/of laten opmaken en/of vervalsen, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door een ander of anderen te doen gebruiken, immers heeft/hebben verdachte en of zijn mededader(
- s)opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid in die (raam)overeenkomst opgenomen: - onder 2.1 de tekst: `Als compensatie voor het nadeel dat [Vennootschap 3] lijdt nu zij geen uitvoering kan geven aan haar voornemen de hiervoor bedoelde technologie aan Taiwan te leveren zal [Vennootschap 1] zich op verzoek van [Vennootschap 3] jegens schuldeisers van [Vennootschap 3] en/of schuldeisers van de groepsmaatschappijen van [Vennootschap 3] garant stellen voor verplichtingen uit hoofde van geldleningen tot een maximum bedrag van EUR 20.000.000’ en/of - onder punt 2.2 de tekst: `[Vennootschap 3] kan een verzoek als bedoeld in artikel 2.1. doen tot één jaar na de datum van deze overeenkomst. De verplichtingen waarvoor [Vennootschap 1] zich garant stelt zullen geen langere looptijd hebben dan tot drie jaar nadien.’, en/of - onder punt 1.3 de tekst: `Indien [Vennootschap 3] of enige huidige of toekomstige groepsmaatschappij het bepaalde in dit artikel overtreedt verbeurt zij een onmiddellijk opeisbare boete aan [Vennootschap 1] van EUR 10.000.000.’, en/of - als datum waarop die (raam)overeenkomst is ondertekend en/of gesloten: 28 december 2002, en/of - dat geschrift voorzien van zijn/hun handtekening(
- en)ter bevestiging van (de Juistheid van) de inhoud van dat geschrift; 2. hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks a)(D/1403) 5 november 2003 en/of b)(D/1409) 2 maart 2004 en/of c)(D/1413) 2 maart 2004 en/of d)(D/1426) 4 juni 2004, althans in of omstreeks de periode van 1 november 2003 tot en met 30 juni 2004 te Amsterdam en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) een of meerdere garantie(
- s)(en/of guarantee(s)) (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst en/of heeft doen en/of laten opmaken en/of vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
- s)(telkens) valselijk - immers opzettelijk in strijd met de waarheid – a)(D/1403) in een garantie (en/of guarantee), gedateerd 5 november 2003, opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk weergegeven -) - dat het [Vennootschap 1] zich garant stelt voor een lening ter hoogte van 25 miljoen euro van [Bank 1] aan [Vennootschap 4] en/of - dat hij (verdachte) zelfstandig bevoegd is tot het (besluiten tot het) afgeven en/of aangaan van de(
- ze)garantie en/of - de volgende passage (onder punt 12 van de garantie): "The person executing this guarantee on behalf of the Guarantor represents and warrants his authority to validly and bindingly act on behalf of the Guarantor in respect of this guarantee." en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van de inhoud van dat geschrift) en/of b)(D/1409) in een garantie (en/of guarantee), gedateerd 2 maart 2004, opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk weergegeven -) - dat het [Vennootschap 2] zich garant stelt voor een lening ter hoogte van 7,2 miljoen euro van [Bank 1] aan [Vennootschap 5] en/of - dat hij (verdachte) zelfstandig bevoegd is tot het (besluiten tot het) afgeven en/of aangaan van de(
- ze)garantie en/of - de volgende passage (onder punt 12 van de garantie): "The person executing this guarantee on behalf of the Guarantor represents and warrants his authority to validly and bindingly act on behalf of the Guarantor in respect of this guarantee." en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van de inhoud van dat geschrift) en/of c)(D/1413) in een garantie (en/of guarantee), gedateerd 2 maart 2004, opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk weergegeven -) - dat het [Vennootschap 2] zich garant stelt voor een lening ter hoogte van 6,4 miljoen euro van [Bank 1] aan [Vennootschap 6] en/of - dat hij (verdachte) zelfstandig bevoegd is tot het (besluiten tot het) afgeven en/of aangaan van de(
- ze)garantie en/of - de volgende passage (onder punt 12 van de garantie): "The person executing this guarantee on behalf of the Guarantor represents and warrants his authority to validly and bindingly act on behalf of the Guarantor in respect of this guarantee." en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van de inhoud van dat geschrift) en/of d)(D/1426) in een garantie (en/of guarantee), gedateerd 4 juni 2004, opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk weergegeven -) - dat het [Vennootschap 2] zich garant stelt voor een lening ter hoogte van 25 miljoen euro van [Bank 1] aan [Vennootschap 4] en [Vennootschap 7] en/of - dat hij (verdachte) zelfstandig bevoegd is tot het (besluiten tot het) afgeven en/of aangaan van de garantie en/of - de volgende passage (onder punt 12 van de garantie): "The person executing this guarantee on behalf of the Guarantor represents and warrants his authority to validly and bindingly act on behalf of the Guarantor in respect of this guarantee." en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van de inhoud van dat geschrift) zulks telkens met het oogmerk om dat/die geschrift(
- en)als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken zulks als dan niet terwijl hij bij het begaan van het/de genoemde feit(en), voor zover begaan vóór 1 januari 2004, gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid en/of middel hem door zijn ambt geschonken, immers handelde verdachte in zijn hoedanigheid van directeur van het [Vennootschap 1]; en/of hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks a)(D/1403) 5 november 2003 en/of b)(D/1409) 2 maart 2004 en/of c)(D/1413) 2 maart 2004 en/of d)(D/1426) 4 juni 2004, althans in of omstreeks de periode van 1 november 2003 tot en met 30 juni 2004, althans in 2003 en/of 2004 te Amsterdam en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt (van) en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft afgeleverd een of meer valse en/of vervalste garantie(
- s)(en/of guarantee(s)) (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware(
- n)dat/die geschrift(
- en)(telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruik maken hierin dat die garantie(
- s)(en/of guarantee(s)) is/zijn overgelegd bij en/of verstuurd aan a)[Bank 1] en/of [Vennootschap 4] en/of b)[Bank 1] en/of [Vennootschap 5] en/of c)[Bank 1] en/of [Vennootschap 6] en/of d)[Bank 1] en/of [Vennootschap 4] en [Vennootschap 7] en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat - (telkens) in strijd met de waarheid – a)(D/1403) in een garantie (en/of guarantee), gedateerd 5 november 2003, stond vermeld en/of was opgenomen - dat het [Vennootschap 1] zich garant stelt voor een lening ter hoogte van 25 miljoen euro van [Bank 1] aan [Vennootschap 4] en/of - dat hij (verdachte) zelfstandig bevoegd is tot het (besluiten tot het) afgeven en/of aangaan van de(
- ze)garantie en/of – de volgende passage (onder punt 12 van de garantie): "The person executing this guarantee on behalf of the Guarantor represents and warrants his authority to validly and bindingly act on behalf of the Guarantor in respect of this guarantee." en/of b)(D/1409) in een garantie (en/of guarantee), gedateerd 2 maart 2004, stond vermeld en/of was opgenomen - dat het [Vennootschap 2] zich garant stelt voor een lening ter hoogte van 7,2 miljoen euro van [Bank 1] aan [Vennootschap 5] en/of - dat hij (verdachte) zelfstandig bevoegd is tot het (besluiten tot het) afgeven en/of aangaan van de(
- ze)garantie en/of - de volgende passage (onder punt 12 van de garantie): "The person executing this guarantee on behalf of the Guarantor represents and warrants his authority to validly and bindingly act on behalf of the Guarantor in respect of this guarantee." en/of c)(D/1413) in een garantie (en/of guarantee), gedateerd 2 maart 2004, stond vermeld en/of was opgenomen - dat het [Vennootschap 2] zich garant stelt voor een lening ter hoogte van 6,4 miljoen euro van [Bank 1] aan [Vennootschap 6] en/of - dat hij (verdachte) zelfstandig bevoegd is tot het (besluiten tot het) afgeven en/of aangaan van de(
- ze)garantie en/of - de volgende passage (onder punt 12 van de garantie): "The person executing this guarantee on behalf of the Guarantor represents and warrants his authority to validly and bindingly act on behalf of the Guarantor in respect of this guarantee." en/of d)(D/1426) in een garantie (en/of guarantee), gedateerd 4 juni 2004, stond vermeld en/of was opgenomen - dat het [Vennootschap 2] zich garant stelt voor een lening ter hoogte van 25 miljoen euro van [Bank 1] aan [Vennootschap 4] en [Vennootschap 7] en/of - dat hij (verdachte) zelfstandig bevoegd is tot het (besluiten tot het) afgeven en/of aangaan van de garantie en/of - de volgende passage (onder punt 12 van de garantie): "The person executing this guarantee on behalf of the Guarantor represents and warrants his authority to validly and bindingly act on behalf of the Guarantor in respect of this guarantee." zulks als dan niet terwijl hij bij het begaan van het/de genoemde feit(en), voor zover begaan vóór 1 januari 2004, gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid en/of middel hem door zijn ambt geschonken, immers handelde verdachte in zijn hoedanigheid van directeur van het [Vennootschap 1]; 3. hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks a)(D/1410) 27 februari 2004 en/of b)(D/1414) 2 maart 2004 en/of c)(D/1427) 4 juni 2004, althans in of omstreeks de periode van 1 februari 2004 tot en met 30 juni 2004 te Amsterdam en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) een of meerdere certifica(a)t(
- en)en/of verklaring(
- en)(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst en/of heeft doen en/of laten opmaken en/of vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/ of zijn mededader(
- s)(telkens) valselijk - immers opzettelijk in strijd met de waarheid – a)(D/1410) in een certificaat en/of verklaring, gedateerd 27 februari 2004, opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk weergegeven-) - dat hij (verdachte) geen (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring nodig had van de raad van commissarissen van het [Vennootschap 2] voor het aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(
- s)en/of - de volgende passage (onder punt 5 van het certificaat): "5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of the supervisory board of the Guarantor." en/of - de volgende passage (onder punt 6 van het certificaat): 6. the undersigned does not have any direct or indirect interest in providing the Guarantees, the transactions contemplated thereby or the activities and transactions which the Guarantees serve to enable, except only for such interests as may result from his employment by the Guarantor in relation to the benefits the Guarantor may derive from providing the Guarantees. en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van de inhoud van dat geschrift) en/of b)(D/1414) in een certificaat en/of verklaring, gedateerd 2 maart 2004, opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk weergegeven -) - dat hij (verdachte) geen (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring nodig had van de raad van commissarissen van het [Vennootschap 2] voor het aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(
- s)en/of - de volgende passage (onder punt 5 van het certificaat): "5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of the supervisory board of the Guarantor." en/of - de volgende passage (onder punt 6 van het certificaat): 6. the undersigned does not have any direct or indirect interest in providing the Guarantees, the transactions contemplated thereby or the activities and transactions which the Guarantees serve to enable, except only for such interests as may result from his employment by the Guarantor in relation to the benefits the Guarantor may derive from providing the Guarantees. en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van de inhoud van dat geschrift) en/of c)(D/1427) in een certificaat en/of verklaring, gedateerd 4 juni 2004, opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk weergegeven -) - dat hij (verdachte) geen (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring nodig had van de raad van commissarissen van het [Vennootschap 2] voor het aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(
- s)en/of - de volgende passage (onder punt 5 van het certificaat): "5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of the supervisory board of the Guarantor. However, the members of de supervisory board of the Guarantor are aware of, and have not voiced any objection against, the Guarantor entering into the Guarantee." en/of - de volgende passage (onder punt 6 van het certificaat): 6. the undersigned does not have any direct or indirect interest in providing the Guarantees, the transactions contemplated thereby or the activities and transactions which the Guarantees serve to enable, except only for such interests as may result from his employment by the Guarantor in relation to the benefits the Guarantor may derive from providing the Guarantees. en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van de inhoud van dat geschrift) zulks telkens met het oogmerk om dat/die geschrift(
- en)als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken en/of hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks a)(D/1410) 27 februari 2004 en/of b)(D/1414) 2 maart 2004 en/of c)(D/1427) 4 juni 2004, althans in of omstreeks de periode van 1 februari 2004 tot en met 30 juni 2004, althans in 2003 en/of 2004 te Amsterdam en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt (van) en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft afgeleverd een of meerdere valse en/of vervalste certifica(a)t(
- en)en/of verklaring(
- en)(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware(
- n)dat/die geschrift(
- en)(telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruik maken hierin dat dat/die certifica(a)t(
- en)en/of verklaring(
- en)is/ zijn overgelegd bij en/of verstuurd aan a)[Advocatenkantoor 1] en/of [Bank 1] en/of [Vennootschap 4] en/of b)[Advocatenkantoor 1] en/of [Bank 1] en/of [Vennootschap 6] en/of c)[Advocatenkantoor 1] en/of [Bank 1] en/of [Vennootschap 4] en/of [Vennootschap 7] en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat - (telkens) in strijd met de waarheid - a)(D/1410) in een certificaat en/of verklaring, gedateerd 27 februari 2004, stond vermeld en/of was opgenomen - dat hij (verdachte) geen (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring nodig had van de raad van commissarissen voor het aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(
- s)en/of - de volgende passage (onder punt 5 van het certificaat): "5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of the supervisory board of the Guarantor." en/of - de volgende passage (onder punt 6 van het certificaat): 6. the undersigned does not have any direct or indirect interest in providing the Guarantees, the transactions contemplated thereby or the activities and transactions which the Guarantees serve to enable, except only for such interests as may result from his employment by the Guarantor in relation to the benefits the Guarantor may derive from providing the Guarantees. en/of b)(D/1414) in een certificaat en/of verklaring, gedateerd 2 maart 2004, stond vermeld en/of was opgenomen - dat hij (verdachte) geen (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring nodig had van de raad van commissarissen van het [Vennootschap 2] voor het - de volgende passage (onder punt 5 van het certificaat): "5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of the supervisory board of the Guarantor." en/of - de volgende passage (onder punt 6 van het certificaat): 6. the undersigned does not have any direct or indirect interest in providing the Guarantees, the transactions contemplated thereby or the activities and transactions which the Guarantees serve to enable, except only for such interests as may result from his employment by the Guarantor in relation to the benefits the Guarantor may derive from providing the Guarantees. en/of c)(D/1427) in een certificaat en/of verklaring, gedateerd 4 juni 2004, stond vermeld en/of was opgenomen - dat hij (verdachte) geen (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring nodig had van de raad van commissarissen van het [Vennootschap 2] voor het aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(
- s)en/of aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(
- s)en/of - de volgende passage (onder punt 5 van het certificaat): "5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of the supervisory board of the Guarantor. However, the members of de supervisory board of the Guarantor are aware of, and have not voiced any objections against the Guarantor entering into the Guarantee. en/of - de volgende passage (onder punt 6 van het certificaat): 6. the undersigned does not have any direct or indirect interest in providing the Guarantees, the transactions contemplated thereby or the activities and transactions which the Guarantees serve to enable, except only for such interests as may result from his employment by the Guarantor in relation to the benefits the Guarantor may derive from providing the Guarantees. 4. hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks a)(D/27en/of D/45) 26 en/of 27 februari 2003 en/of b)(D/28 en/of D/46) 25 februari 2004 en/of c)(D/29) 28 februari 2003 en/of d)(D/30) 27 februari 2004, althans in of omstreeks de periode van 26 februari 2003 tot en met 27 februari 2004, althans in 2003 en/of 2004 te Rotterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) (een) bevestigingsbrie(f)/(ven) (en/of zogeheten "letter(
- s)of representation") en/of (een) jaarrekening(
- en)en/of (een) jaarverslag(
- en)(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst en/of heeft doen en/of laten opmaken en/of vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
- s)(telkens) valselijk - immers opzettelijk in strijd met de waarheid – a)(D/27 en/of D/45) in een bevestigingsbrief en/of letter of representation, gedateerd 27 februari 2003, opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk weergegeven -) - dat bij het opmaken van de jaarrekening 2002 (van het [Vennootschap 1]) rekening is gehouden met alle bekende feiten en omstandigheden die van belang zijn voor het inzicht dat een jaarrekening beoogt te geven en/of (inhoudende) - dat alle activa, alsmede alle rechten die voor activering in aanmerking komen, met juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting, zijn opgenomen en/of - dat alle bekende voorwaardelijke en onvoorwaardelijke verplichtingen, ten behoeve van derden gegeven zekerheden en aangegane verbintenissen om activa niet te bezwaren, met de juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting daarbij zijn opgenomen en/of - dat alle bekende risico's (waaronder claims) voortvloeiend uit de bedrijfsvoering in de balans voldoende voorzieningen zijn getroffen of in de risicoparagraaf zijn vermeld en/of - dat eventuele gebeurtenissen na balansdatum, welke van invloed zijn op de waardering van activa en passiva toereikend zijn genomen en/of - dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling van de jaarrekening rekening moet worden gehouden en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van de inhoud van dat geschrift en/of b)(D/28 en/of D/46) in een bevestigingsbrief en/of letter of representation, gedateerd 25 februari 2004, opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk weergegeven -) - dat bij het opmaken van de jaarrekening 2003 (van het [Vennootschap 1]) rekening is gehouden met alle bekende feiten en omstandigheden die van belang zijn voor het inzicht dat een jaarrekening beoogt te geven en/of (inhoudende) - dat alle activa, alsmede alle rechten die voor activering in aanmerking komen, met juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting, zijn opgenomen en/of - dat alle bekende voorwaardelijke en onvoorwaardelijke verplichtingen, ten behoeve van derden gegeven zekerheden en aangegane verbintenissen om activa niet te bezwaren, met de juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting daarbij zijn opgenomen en/of - dat alle bekende risico's (waaronder claims) voortvloeiend uit de bedrijfsvoering in de balans voldoende voorzieningen zijn getroffen of in de risicoparagraaf zijn vermeld en/of - dat eventuele gebeurtenissen na balansdatum, welke van invloed zijn op de waardering van activa en passiva toereikend zijn genomen en/of - dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling van de jaarrekening rekening moet worden gehouden, en/of c)(D/29) in een jaarrekening en/of jaarverslag, gedateerd 28 februari 2003, opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk weergegeven -) - dat de jaarrekening (over het jaar 2002) een getrouw beeld geeft van de financiële positie op 31 december 2002 en van de baten en lasten over 2002 in overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en voldoet aan de wettelijke bepalingen inzake de jaarrekening zoals deze zijn opgenomen in het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995 en/of - dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling van de jaarrekening rekening moet worden gehouden en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van de inhoud van dat geschrift en/of d)(D/30) in een jaarrekening en/of jaarverslag, gedateerd 27 februari 2004, opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk weergegeven -) - dat de jaarrekening (over het jaar 2003) een getrouw beeld geeft van de financiële positie op 31 december 2003 en van de baten en lasten over 2003 in overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en voldoet aan de wettelijke bepalingen inzake de jaarrekening zoals deze zijn opgenomen in het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995 en/of - dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling van de jaarrekening rekening moet worden gehouden en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van de inhoud van dat geschrift) zulks telkens met het oogmerk om dat/die geschrift(
- en)als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; zulks al dan niet terwijl hij bij het begaan van het/de genoemde feit(en), voor zover begaan vóór 1 januari 2004, gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid en/of middel hem door zijn ambt geschonken, immers handelde verdachte in zijn hoedanigheid van directeur van het [Vennootschap 1]; en/of hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks a)(D/27 en/of D/45) 26 en/of 27 februari 2003 en/of 3 maart 2003 en/of b)(D/28 en/of D/46) 25 februari 2004 en/of 1 maart 2004 en/of c)(D/29) 28 februari 2003 en/of d)(D/30) 27 februari 2004 althans in of omstreeks de periode van 26 februari 2003 tot en met 1 maart 2004, althans in 2003 en/of 2004 te Rotterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt (van) en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft afgeleverd een of meer valse en/of vervalste bevestigingsbrie(f)/(ven) (en/of zogeheten "letter(
- s)of representation") en/of (een) jaarrekening(
- en)en/of (een) jaarverslag(
- en)(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware(
- n)dat/die geschrift(
- en)(telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruik maken hierin dat die bevestigingsbrie(f)/(ven) (en/of zogeheten "letter(
- s)of representation") en/of (een) jaarrekening(
- en)en/of (een) jaarverslag(
- en)is/zijn overgelegd bij en/of verstuurd aan a)de accountantsdienst Rotterdam (ADR) en/of [Getuige 9] en/of [Getuige 10] en/of b)de accountantsdienst Rotterdam (ADR) en/of [Getuige 9] en/of [Getuige 10] en/of c)de gemeenteraad en/of het college van Burgemeester en Wethouders van de [gemeente] en/of d)de gemeenteraad en/of het college van Burgemeester en Wethouders van de [gemeente] en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat - (telkens) in strijd met de waarheid - a)(D/27en/of D/45) in een bevestigingsbrief en/of letter of representation, gedateerd 27 februari 2003, stond vermeld en/of was opgenomen (- zakelijk weergegeven -) - dat bij het opmaken van de jaarrekening 2002 (van het [Vennootschap 1]) rekening is gehouden met alle bekende feiten en omstandigheden die van belang zijn voor het inzicht dat een jaarrekening beoogt te geven en/of (inhoudende) - dat alle activa, alsmede alle rechten die voor activering in aanmerking komen, met juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting, zijn opgenomen en/of - dat alle bekende voorwaardelijke en onvoorwaardelijke verplichtingen, ten behoeve van derden gegeven zekerheden en aangegane verbintenissen om activa niet te bezwaren, met de juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting daarbij zijn opgenomen en/of - dat alle bekende risico's (waaronder claims) voortvloeiend uit de bedrijfsvoering in de balans voldoende voorzieningen zijn getroffen of in de risicoparagraaf zijn vermeld en/of - dat eventuele gebeurtenissen na balansdatum, welke van invloed zijn op de waardering van activa en passiva toereikend zijn genomen en/of - dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling van de jaarrekening rekening moet worden gehouden en/of b)(D/28 en/of D/46) in een bevestigingsbrief en/of letter of representation, gedateerd 25 februari 2004, stond vermeld en/of was opgenomen (- zakelijk weergegeven -) - dat bij het opmaken van de jaarrekening 2002 (van het [Vennootschap 1]) rekening is gehouden met alle bekende feiten en omstandigheden die van belang zijn voor het inzicht dat een jaarrekening beoogt te geven en/of (inhoudende) - dat alle activa, alsmede alle rechten die voor activering in aanmerking komen, met juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting, zijn opgenomen en/of - dat alle bekende voorwaardelijke en onvoorwaardelijke verplichtingen, ten behoeve van derden gegeven zekerheden en aangegane verbintenissen om activa niet te bezwaren, met de juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting daarbij zijn opgenomen en/of - dat alle bekende risico's (waaronder claims) voortvloeiend uit de bedrijfsvoering in de balans voldoende voorzieningen zijn getroffen of in de risicoparagraaf zijn vermeld en/of - dat eventuele gebeurtenissen na balansdatum, welke van invloed zijn op de waardering van activa en passiva toereikend zijn genomen en/of - dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling van de jaarrekening rekening moet worden gehouden en/of c)(D/29) in een jaarrekening en/of jaarverslag, gedateerd 28 februari 2003, stond vermeld en/of was opgenomen (- zakelijk weergegeven -) - dat de jaarrekening (over het jaar 2002) een getrouw beeld geeft van de financiële positie op 31 december 2002 en van de baten en lasten over 2002 in overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en voldoet aan de wettelijke bepalingen inzake de jaarrekening zoals deze zijn opgenomen in het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995 en/of - dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling van de jaarrekening rekening moet worden gehouden en/of d)(D/30) in een jaarrekening en/of jaarverslag, gedateerd 27 februari 2004, stond vermeld en/of was opgenomen (- zakelijk weergegeven -) - dat de jaarrekening (over het jaar 2003) een getrouw beeld geeft van de financiële positie op 31 december 2003 en van de baten en lasten over 2003 in overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en voldoet aan de wettelijke bepalingen inzake de jaarrekening zoals deze zijn opgenomen in het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995 en/of – dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling van de jaarrekening rekening moet worden gehouden; zulks al dan niet terwijl hij bij het begaan van het/de genoemde feit(en), voor zover begaan vóór 1 januari 2004, gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid en/of middel hem door zijn ambt geschonken, immers handelde verdachte in zijn hoedanigheid van directeur van het [Vennootschap 1]; 5. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 september 2002 tot en met 31 augustus 2004, althans de periode van 28 december 2002 tot en met 31 augustus 2004 te Rotterdam en/of Amsterdam, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of valse hoedanigheid en/of door gebruik te maken van (een) (valse/vervalste) raamovereenkomst (D/3) en/of (een) (valse/vervalste) garantie(
- s)(o.a. D/1403, D/1409, D/1413, D/1426) en/of (een) (valse/vervalste) certifica(a)t(
- en)en/of verklaring(
- en)(o.a. D/1410, D/1414 en D/1427) en/of (een) (valse/vervalste) jaarrekening(
- en)en/of jaarverslag(
- en)(D/29 en D/30) en/of (een) (valse/vervalste) bevestigingsbrie(f)/(ven) (D/27 en/of D/45 en D/28 en/of D/46) en/of door informatie geheim en/of achter en/of verborgen te houden door een (of meer) listige kunstgre(e)p(
- en)en/of door een samenweefsel van verdichtsels, a)de [gemeente] en/of het [Vennootschap 1] en/of het [Vennootschap 2] (op valse gronden) heeft/hebben bewogen tot het aangaan van (een) schuld(
- en)en/of verplichting(
- en)voortvloeiend uit een raamovereenkomst en/of (een) garantie(s), althans heeft opgelicht, te weten voor (een) geldbedrag(
- en)(ter hoogte) van (totaal) ongeveer 138,5 miljoen euro en/of 135 miljoen euro (garanties [Vennootschap 1]) en/of 47,5 miljoen euro en/of 65,6 miljoen euro (garanties [Vennootschap 2]) en/of 100 miljoen euro (D/3) en/of 38,6 miljoen euro (D/1403 en/of D/1426, D/1409, D/1413) en/of b)de [Bank 1] en/of de [Bank 2] en/of een of meer bank(
- en)en/of financiële instelling(
- en)(op valse gronden) heeft/hebben bewogen tot het verstrekken van lening(
- en)aan (een) rechtsperso(o)n(
- en)van het [Concern] van [Medeverdachte 1], althans heeft opgelicht, te weten voor (een) geldbedrag(
- en)(ter hoogte) van (totaal) ongeveer 138,5 miljoen euro en/of 135 miljoen euro (leningen 2002/2003) en/of 47,5 miljoen euro en/of 65,6 miljoen euro (leningen 2004) en/of 100 miljoen euro en/of 38,6 miljoen euro ([Bank 1]) en/of 71 miljoen euro ([Bank 2]), hebbende verdachte en/of zijn mededader(
- s)toen en aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens) (zich voordoend als volledig vertegenwoordigings- en/of beslissingsbevoegde) a)- een (valse/vervalste) raamovereenkomst gesloten tussen het [Vennootschap 1] en [Vennootschap 9] en/of [Medeverdachte 1] (tot het garantstellen voor verplichtingen uit hoofde van geldleningen tot een minimumbedrag van 100 miljoen euro) en/of deze overeenkomst voorzien van een geantedateerde datum en/of (vervolgens) (een) - ( valse/vervalste) garantie(
- s)afgegeven, zonder (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring van het College van Burgemeester en Wethouders en/of de Raad van Commissarissen en/of - ( een) (valse/vervalste) certifica(a)t(
- en)en/of verklaring(
- en)ondertekend en/of afgegeven (ter bevestiging van zijn volledige vertegenwoordigings- en/of beslissingsbevoegdheid) en/of - een raamovereenkomst en/of (een) garantie(s)) en/of certifica(a)t(
- en)buiten de administratie van het [vennootschap 1] gehouden en/of verzuimd (deze geschriften) in de administratie van het [vennootschap 1] op te nemen en/of - ( daardoor) (een) jaarverslag(
- en)en/of jaarrekening(
- en)en/of (doen) laten opmaken, waarbij onjuiste en/of onvolledige gegevens (waaronder het niet vermelden van het bestaan van de raamovereenkomst en/of de garanties en/of de certificaten) zijn opgegeven en/of verstrekt en/of - ( een) bevestigingsbrie(f)/(ven) (en/of (zogenaamde) letter(
- s)op representation) ondertekend en/of afgegeven ter bevestiging van de getrouwheid van de jaarrekening(
- en)(2002 en/of 2003) en/of de verstrekking van alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en regelgeving, waarmee bij de opstelling van de jaarrekening rekening moet worden gehouden en/of - ( bewust) voornoemde handelingen en/of gedragingen niet gemeld aan en/of geheim en/of verborgen gehouden voor (personen binnen) de [gemeente] en/of het college van Burgemeester en Wethouders en/of de gemeenteraad en/of [Vennootschap 1] en/of [Vennootschap 2] en/of b)- een (valse/vervalste) raamovereenkomst gesloten tussen het [Vennootschap 1] en [Vennootschap 9] en/of [Medeverdachte 1] (tot het garantstellen voor verplichtingen uit hoofde van geldleningen tot een minimumbedrag van 100 miljoen euro) en/of (vervolgens) (een) (valse/vervalste) garantie(
- s)afgegeven, zonder (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring van het College van Burgemeester en Wethouders en/of de Raad van Commissarissen en/of - ( een) (valse/vervalste) certifica(a)t(
- en)en/of verklaring(
- en)ondertekend en/of afgegeven (ter bevestiging van zijn volledige vertegenwoordigings- en/of beslissingsbevoegdheid) waardoor a.
- a)de [gemeente] en/of het [Vennootschap 1] en/of het [Vennootschap 2] en/of b)de (genoemde) bank(
- en)en/of financiële instelling(
- en)(telkens) werd(
- en)bewogen tot afgifte van (voornoemde) geldbedrag(
- en)en of het aangaan van verplichting(
- en)en/of schuld(en); zulks al dan niet terwijl hij bij het begaan van het/de genoemde feit(en), voor zover begaan vóór 1 januari 2004, gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid en/of middel hem door zijn ambt geschonken, immers handelde verdachte in zijn hoedanigheid van directeur van het [Vennootschap 1]; 6. hij, in of omstreeks de periode van 01 februari 2001 tot en met 30 augustus 2004, te Rotterdam, althans in Nederland, en/of te Antwerpen althans in België, en/of te Zürich althans in Zwitserland, en/of te Curaçao, althans te Nederlandse Antillen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als (voormalig) ambtenaar van de [gemeente] en/of als werknemer en directeur in dienst van de rechtspersoon [Vennootschap 2] één of meer gift(
- en)en/of belofte(n), en/of dienst(
- en)heeft aangenomen van [Medeverdachte 1] en/of de vennootschap [Vennootschap 10] en/of de vennootschap [Vennootschap 11], en/of andere vennootschappen van het [Vennootschap 3] concern, welke gift(
- en)en/of belofte(n), en/of dienst(
- en)heeft/hebben bestaan in (onder meer), - het gebruik van een aan die [Medeverdachte 1] en/of die vennootschap [Vennootschap 10] toebehorend appartement, en de daar aanwezige inrichting en inventaris, aan [Appartement], zulks om niet, althans tegen een (aanmerkelijk) lagere vergoeding dan in overeenstemming was met de waarde en/of staat van dat appartement, in elk geval een niet zakelijke vergoeding, en/of - een geldbedrag van 45.359,55 euro aan hem, verdachte, op of omstreeks 16 maart 2001 betaald door of namens die vennootschap [Vennootschap 11], en/of door of namens [Medeverdachte 1], en/of - een geldbedrag van 667.000,- aan hem, verdachte, op of omstreeks 25 januari 2002 betaald door of namens die vennootschap [Vennootschap 11], en/of door of namens [Medeverdachte 1], en/of - een geldbedrag van 500.000,- aan hem, verdachte, op of omstreeks 13 november 2002 betaald door of namens die vennootschap [Vennootschap 11], en/of door of namens [Medeverdachte 1], en/of wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze gift(
- en)en/of belofte(n), en/of dienst(en), hem, verdachte, gedaan en/of verleend en/of aangeboden werd(
- en)ten einde hem te bewegen om in zijn functie van diensthoofd van het [Vennootschap 1] en/of als directeur van het [Vennootschap 2], al dan niet in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten, en/of wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze gift(
- en)en/of belofte(n), en/of dienst(en), hem, verdachte, gedaan en/of verleend en/of aangeboden werd(
- en)ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem in zijn functie van diensthoofd van het [Vennootschap 1] en/of als directeur van het [Vennootschap 2], al dan niet in strijd met zijn plicht, in zijn bediening was gedaan of nagelaten, te weten (onder meer) - het (al dan niet valselijk en/of onbevoegd) opmaken van een overeenkomst, gedateerd op 28 december 2002, waarbij het [Vennootschap 1] zich ten opzichte van schuldeisers van groepsmaatschappijen van [Vennootschap 11] garant stelde voor verplichtingen uit hoofde van geldleningen tot een minimum bedrag van 100.000.000,- (D3) en/of - het (al dan niet valselijk en/of onbevoegd) opmaken van een overeenkomst, gedateerd op 28 december 2002, waarbij het [Vennootschap 1] zich ten opzichte van schuldeisers van groepsmaatschappijen van [Vennootschap 11] garant stelde voor verplichtingen uit hoofde van geldleningen tot een maximum bedrag van 20.000.000,- (D 1234) en/of -het (onbevoegd) (doen of laten) opmaken en/of afgeven van één of meer garanties, te weten (onder meer) -de garantie d.d. 20 september 2002 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [Vennootschap 12] ten bedrage van 3.500.000,- euro (D-1604), en/of - de garantie d.d. 18 oktober 2002 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [Bank 3] ten bedrage van 10.000.000,- euro (D-1313), en/of - de garantie d.d. 3 maart 2003 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [Bank 4] ten bedrage van 23.040.657,- euro (D-1204), en/of - de garantie mei 2003 aan [Bank 4] door het [Vennootschap 1] ten bedrage van 23.012.500,- euro(D-1205), en/of - de garantie d.d.13 juni 2003 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [Bank 5] ten bedrage van 12.500.000,- euro (D-1101), en/of - de garantie d.d.13 juni 2003 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [Bank 5] ten bedrage van 12.500.000,- euro (D-1106), en/of -de garantie d.d. 12 september 2003 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [Bank 2] ten bedrage van 36.000.000,- euro (D-1701), en/of -de garantie d.d. 5 november 2003 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [Bank 1] ten bedrage van 25.000.000,- euro(D-1403), en/of -de garantie d.d. 24 december 2003 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [Bank 2] ten bedrage van 16.000.000,- euro (D 1716); - de garantie d.d. 2 maart 2004 afgegeven door het [Vennootschap 2] aan [Bank 1] ten bedrage van 7.200.000,- euro ( D -1409) en/of - de garantie d.d. 2 maart 2004 afgegeven door het [Vennootschap 2] aan [Bank 1] ten bedrage van 6.400.000,- euro (D-1413), en/of - de garantie d.d. 29 april 2004 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [Curator 2] ten bedrage van 4.893.440,- euro (D-1750), en/of - de garantie d.d. 29 april 2004 afgegeven door het [Vennootschap 2] aan [Curator 2] ten bedrage van 621.830,- euro, en/of -de garantie d.d. 10 mei 2004 afgegeven door het [Vennootschap 2] aan [Persoon 1] ten bedrage van 2.500.000,- euro(D-1850),en/of -de garantie d.d.10 mei 2004 afgegeven door het [Vennootschap 2] aan [Vennootschap 30] ten bedrage van 2.500.000,- euro (D-1900), en/of -de garantie d.d. 10 mei 2004 afgegeven door het [Vennootschap 2] aan [Vennootschap 31] ten bedrage van 2.500.000,- euro (D-1801), en/of -de garantie d.d. 4 juni 2004 afgegeven door het [Vennootschap 2] aan [Bank 1] ten bedrage van 25.000.000,- euro (D-1426), en/of -de garantie d.d. 4 juni 2004 afgegeven door het [Vennootschap 2] aan [Bank 2] ten bedrage van 19.000.000,- euro(D-3002), en/of -de garantie d.d. 9 juni 2004 afgegeven door het [Vennootschap 2] aan [Curator 2] ten bedrage van 4.893.440,- euro( D 1751), en/of het (telkens) niet, althans niet volledig en naar behoren informeren van het College van Burgemeester en Wethouders van de [gemeente] en/of van de (externe en/of interne) accountant en/of de administratie en/of de juridische afdeling van de [gemeente] en/of van de Raad van Commissarissen van het [Vennootschap 2] en/of de administratie en/of de juridische afdeling van het [Vennootschap 2] van het feit dat hij, verdachte, deze garanties zou afgeven en/of had afgegeven en/of (aldus) – in strijd met in artikel 50, eerste lid, Algemeen Rijksambtenarenreglement voor ambtenaren opgenomen betamelijkheidsnorm - een voorkeursbehandeling heeft gegeven aan [Medeverdachte 1] en/of de vennootschap [Vennootschap 10] en/of vennootschap [Vennootschap 11] en/of andere vennootschappen van het [Concern]; 4Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt. 5Geldigheid van de dagvaarding ter zake van feit 4 en feit 5 Standpunt verdediging De verdediging heeft de nietigheid van de gehele tenlastelegging ter zake van feit 4 bepleit, nu in de tenlastelegging niet is omschreven waarom de tekst van de betreffende in de tenlastelegging betrokken documenten niet juist is, en dus waaruit de valsheid bestaat. Tegen deze onduidelijke beschuldiging kan de verdachte zich niet of onvoldoende verweren. Het is niet voldoende duidelijk wat hem wordt verweten. Ter zake van feit 5 heeft de verdediging gesteld dat de dagvaarding nietig is voor wat betreft: “o.a.” in de derde regel van de derde alinea. Onduidelijk is immers op welke garantie hier wordt gedoeld. Standpunt Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft ter zake van feit 4 gesteld dat de verdediging dit verweer in eerste aanleg niet heeft gevoerd. Kennelijk begreep de verdachte waartegen hij zich had te verdedigen. De omschrijving van de tenlastelegging is voldoende feitelijk. De verdachte wordt immers telkens verweten dat hij opzettelijk in strijd met de waarheid in de genoemde documenten specifiek genoemde gegevens heeft opgenomen. Van nietigheid van de dagvaarding is geen sprake. Ter zake van feit 5 kan ten aanzien van de vermelding “o.a.”, indien uit de bewijsmiddelen niet blijkt van andere garanties dan de in de tenlastelegging genoemde, vrijspraak volgen. Beoordeling Op grond van artikel 261, eerste en tweede lid, Wetboek van Strafvordering (Sv) behelst de dagvaarding onder meer een opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd. Zij behelst tevens de vermelding van de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan. In de tenlastelegging van feit 4 is onder a), b),
- c)en
- d)een aantal documenten opgenomen. Volgens de steller van de tenlastelegging zijn die documenten valselijk opgemaakt of vervalst, omdat – in essentie - daarin in strijd met de waarheid in de tenlastelegging omschreven gegevens en stellingen zijn weergegeven. Daarmee is het verwijt dat de verdachte wordt gemaakt voldoende feitelijk omschreven: de opgenomen gegevens en stellingen zouden in strijd met de waarheid zijn. De verdediging kan niet worden gevolgd in de stelling dat bij meerdere ten laste gelegde gegevens specificatie in de tenlastelegging noodzakelijk is. Het is duidelijk dat de steller van de tenlastelegging de verdachte de valsheid of vervalsing van alle genoemde gegevens en stellingen verwijt. Daar komt bij, dat uit het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep is gebleken dat de verdachte weet waartegen hij zich te verdedigen heeft. Het hof stelt voorts vast dat in de tenlastelegging ter zake van feit 5 voorafgaand aan voornoemd citaat staat weergegeven: “(valse/vervalste) garanties(s)”. In het onderhavige procesdossier is sprake van een beperkt aantal garanties waarvan het Openbaar Ministerie stelt dat die vals of vervalst zijn. Uit de gevoerde verweren blijkt dat het de verdediging duidelijk is op welke garanties de steller van de tenlastelegging het oog heeft en dientengevolge waartegen de verdachte zich dient te verdedigen. Het citaat “o.a.” ziet slechts op enkele vindplaatsen van de betreffende garanties - die immers op nog meer plaatsen in het procesdossier zijn terug te vinden - en laat geen onduidelijkheid bestaan over het de verdachte gemaakte verwijt. De verweren worden verworpen. Een onderdeel van de tenlastelegging dat wel aan duidelijkheid te wensen overlaat en daardoor niet voldoet aan de eisen die artikel 261, eerste en tweede lid, Sv daaraan stelt, is de tekst in de tenlastelegging onder feit 5: “en/of een of meer bank(
- en)en/of financiële instelling(en)”. Op welke banken en/of financiële instellingen de tenlastelegging ziet, is hier zonder nadere toelichting – die ontbreekt – niet duidelijk, zeker niet in de context van een procesdossier waarin vele banken en financiële instellingen de revue passeren. Dit leidt tot de conclusie dat de tenlastelegging voor wat betreft de hiervoor geciteerde tekst nietig is. 6Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging Standpunt verdediging De verdediging heeft betoogd dat de onder feit 6 ten laste gelegde omkoping voor wat betreft de periode van 1 februari 2001 tot en met 31 december 2002 verjaard is, omdat artikel 362 (oud) van het Wetboek van Strafrecht (Sr) zelfs na stuiting een maximale verjaringstermijn kent van twaalf jaar en als gevolg daarvan de feiten in genoemde periode in ieder geval vóór 1 januari 2015 zijn verjaard. Het Openbaar Ministerie is mitsdien in zoverre niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte. Standpunt Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft gerepliceerd dat het feit niet is verjaard. Voor het misdrijf als strafbaar gesteld in artikel 363 Sr geldt een verjaringstermijn van twaalf jaar. De vervolging is binnen de twaalf jaren na het begin van het feit(encomplex) aangevangen. Beoordeling Het hof laat het verweer – dat betrekking heeft op de verjaring van het ten laste gelegde misdrijf van artikel 362 (oud) Sr – hier onbesproken, omdat het aan een beoordeling van dat gedeelte van de tenlastelegging niet zal toekomen. Ten overvloede zij overwogen dat het impliciet primair ten laste gelegde – gebaseerd op artikel 363 Sr – niet is verjaard, omdat de ter zake van dat artikel geldende verjaringstermijn van twaalf jaren na de stuiting ervan door daden van vervolging, niet is verstreken. 7Vrijspraken Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 2 en 5 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Rechtsopvatting ter zake van de feiten 1 en 2 Bij de beantwoording van de vraag of de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, Sr staat het volgende voorop. Onder een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, wordt verstaan een geschrift waaraan in het maatschappelijk verkeer betekenis voor het bewijs van enig feit pleegt te worden toegekend, de zogenaamde bewijsbestemming van het ten laste gelegde geschrift. Daarnaast dient het geschrift valselijk te zijn opgemaakt of vervalst en dient de verdachte hierop opzet, in voorwaardelijke zin hierbij inbegrepen, te hebben gehad. 7.1 Feit 1 Tenlastelegging Ter zake van het onder 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde wordt de verdachte kort samengevat verweten dat hij twee zogenaamde raamovereenkomsten, al dan niet in vereniging, opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid heeft opgemaakt of heeft doen of laten opmaken. Standpunt van het Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft zich bij requisitoir op het standpunt gesteld dat de verdachte zich aan het onder 1. eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde tezamen en in vereniging met de medeverdachte [Medeverdachte 1] schuldig heeft gemaakt. Hiertoe is - zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd: Voor de garanties is een onjuiste grondslag opgenomen; Beide elkaar uitsluitende overeenkomsten dateren van 28 december 2002; Op grond van het bestaan van andere (digitale) versies van dezelfde overeenkomst, in combinatie met aanwijzingen op grond van de bestandseigenschappen van de digitale versies van ‘de € 100 miljoen overeenkomst’, moet worden geconcludeerd dat deze versie van aanzienlijk latere datum dan 28 december 2002 dateert; Beide verdachten hebben de overeenkomsten ondertekend ter bevestiging van de juistheid van de inhoud ervan. Dit alles maakt dat beide, of in ieder geval één van beide overeenkomsten vals zijn (is). Beide verdachten wisten dat en hadden het vereiste opzet daartoe. Met hun handtekeningen onder de tekst van beide overeenkomsten bekrachtigden zij de juistheid van de inhoud daarvan. Zij hadden het oogmerk die overeenkomst(
- en)als echt te (doen) gebruiken. Bij repliek heeft het Openbaar Ministerie ter zake van de in de tenlastelegging geciteerde punten 2.2 en 1.3 van de overeenkomsten gesteld dat de overeenkomsten op deze punten vals zijn ten opzichte van elkaar. Standpunt van de verdediging Door de verdediging is - zakelijk weergegeven en samengevat - bepleit dat de inhoud van de raamovereenkomst en de deelovereenkomst juist is, er geen enkel bewijs is voor het tegendeel, dat deze juistheid wordt bevestigd door de documenten zelf, de verklaring van de verdachte en de medeverdachte [Medeverdachte 1], de historische context, de daarop te herleiden motieven, de verklaringen van derden en objectieve stukken in het dossier. Tot slot stelt de verdediging dat de overeenkomsten niet zijn geantedateerd. Beoordeling De in de tenlastelegging genoemde overeenkomsten behelzen in essentie dat het [Vennootschap 1] (verder: [Vennootschap 1]) zich jegens schuldeisers van de [Concern] garant zal stellen voor verplichtingen uit hoofde van geldleningen. Het [Vennootschap 1] doet dit “als compensatie voor het nadeel dat de [Concern] lijdt nu zij geen uitvoering kan geven aan het voornemen technologie [op het gebied van de constructie van onderzeeboten] aan Taiwan te leveren”. In de onder feit 1. sub A. genoemde overeenkomst is vermeld dat het [Vennootschap 1] zich garant stelt tot een minimumbedrag van 100 miljoen euro, terwijl de onder feit 1, sub B. genoemde overeenkomst spreekt van een maximumbedrag van 20 miljoen euro. Verder verschilt de inhoud van de overeenkomsten ten aanzien van het bedrag van het boetebeding (punt 1.3) en de termijn waarbinnen door [Vennootschap 3] om garantstelling kan worden verzocht (punt 2.2). Als datum waarop beide overeenkomsten zijn opgemaakt wordt daarin 28 december 2002 genoemd. De overeenkomsten zijn voor het [Vennootschap 1] ondertekend door de verdachte en voor [Vennootschap 11] door de medeverdachte [Medeverdachte 1]. Antedateren De onderzochte digitale bestandseigenschappen vormen - met name gelet op de inhoud van de rapporten van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) hierover - een aanwijzing voor de juistheid van het standpunt van het Openbaar Ministerie dat de € 100-miljoen overeenkomst is geantedateerd. Zij leveren echter op zichzelf daarvoor niet voldoende bewijs op. Verder geldt dat in dit geval aan een bewezenverklaring in ieder geval het volgende in de weg staat: Niet duidelijk is geworden hoe de aangetroffen uitgeprinte en ondertekende raamovereenkomst, waarop de tenlastelegging onder A. ziet, zich verhoudt tot de verschillende digitale bestanden die zijn onderzocht door het NFI; Getuige [Getuige 4] heeft verklaard dat zij begin 2003 reeds wist van een raamovereenkomst; een bedrag heeft ze daarbij niet genoemd; zij weet niet van het bestaan van een € 20-miljoen overeenkomst en verklaart dat het enige bedrag dat in haar hoofd zit € 100 miljoen is; [Getuige 5], destijds algemeen directeur van [Bank 4] en betrokken bij de lening aan [Vennootschap 17] van € 23 miljoen op 3 maart 2003, heeft verklaard dat hem in 2003 al bekend was dat de [Concern] tot een bedrag van € 100 miljoen kon trekken onder een raamovereenkomst met het [Vennootschap 1]. Een en ander in aanmerking nemend wordt het antedateren van de € 100-miljoen overeenkomst niet wettig en overtuigend bewezen geacht. Punt 2.1 van de overeenkomsten Aangezien op grond van het onderzoek ter terechtzitting als vaststaand kan worden aangenomen dat [Vennootschap 3] eind 2002 door van buiten komende oorzaken geen (verdere) uitvoering heeft kunnen geven aan de ontwikkeling en/of het verder uitvoeren van haar bedrijfsactiviteiten op het gebied van de productie en levering van onderzeeboten aan Taiwan, acht het hof niet onaannemelijk dat [Vennootschap 3] als gevolg daarvan nadeel heeft geleden en ook reeds leed op 28 december 2002, de datum van de raamovereenkomsten. Dit nadeel kan eveneens gelegen zijn in andere dan in directe financiële schade. Derhalve is naar ’s hofs oordeel niet bewezen dat de in de raamovereenkomsten opgenomen grondslag voor de garantstelling door het [Vennootschap 1] vals en dus in strijd met de waarheid is. De verdachte dient in zoverre te worden vrijgesproken. De punten 2.2 en 1.3 van de overeenkomsten Naar het oordeel van het hof valt niet in te zien dat de tekst onder 2.2 en 1.3 van de overeenkomsten op zichzelf beschouwd in strijd met de waarheid en dus vals is. Ten opzichte van elkaar zijn de overeenkomsten, wat deze teksten betreft, evenmin in strijd met de waarheid. Door de verdachte en de medeverdachte [Medeverdachte 1] is in dat verband verklaard dat de € 100-miljoen raamovereenkomst de ‘moederovereenkomst’ is, waarbij de parameters zijn vastgesteld waarbinnen eventuele hieruit voortvloeiende deelovereenkomsten moesten vallen. De € 20-miljoen overeenkomst is een uitvloeisel en een gedeeltelijke uitwerking van de moederovereenkomst. De € 20-miljoen overeenkomst is ook getoond bij het aanvragen van een concrete lening ([Bank 4]), aldus de verdachte. Dit laatste vindt bevestiging in de verklaring van de reeds genoemde getuige [Getuige 5]. Ook overigens kunnen de hiervoor samengevatte verklaringen van de verdachte en de medeverdachte naar het oordeel van het hof niet zonder meer als ongeloofwaardig terzijde worden geschoven. Daarvan uitgaande, is het niet onbegrijpelijk dat de bepalingen in de overeenkomsten betreffende het boetebedrag en de termijn van inroepbaarheid van de garantstelling kwantitatief van elkaar verschillen, in die zin dat voor wat betreft de punten 2.2 en 1.3 in de € 100-miljoen overeenkomst grotere getallen zijn opgenomen dan in de € 20-miljoen overeenkomst. Ook in dit opzicht kan dus niet worden geconcludeerd dat de raamovereenkomsten vals zijn, noch dat zij anderszins in strijd zijn met de waarheid. Bij deze stand van zaken behoeft het standpunt van het Openbaar Ministerie over de ondertekening van de ten laste gelegde stukken geen bespreking. De conclusie moet zijn dat feit 1 niet wettig bewezen is. De verdachte dient van dit feit te worden vrijgesproken. 7.2 Feit 2 Tenlastelegging Ter zake van het onder feit 2 eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde wordt de verdachte - kort samengevat - verweten dat hij vier garanties, al dan niet in vereniging, valselijk en in strijd met de waarheid heeft opgemaakt of heeft doen of laten opmaken. Onder het tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde wordt de verdachte verweten dat hij van deze vier garanties gebruik heeft gemaakt, ze voorhanden heeft gehad en/of heeft afgeleverd. De valsheid zou daarin bestaan dat in die garanties was opgenomen dat het [Vennootschap 1] of het [Vennootschap 2] (verder: [Vennootschap 2]) zich garant stelt voor een lening en hij, verdachte, daartoe zelfstandig bevoegd is. Door ondertekening van voornoemde garanties heeft de verdachte de inhoud van de garanties bevestigd. Standpunt van het Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft betoogd – kort samengevat - dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte de vier ten behoeve van de [Bank 1] verstrekte garanties vals heeft opgemaakt, door daarin op te nemen dat hij bevoegd was tot het afgeven van die garanties, op de wijze zoals telkens achter het 2e en het 3e gedachtestreepje is verwoord. De verdachte heeft vervolgens opzettelijk gebruik gemaakt van deze valse garanties door ze aan de [Bank 1] en aan de [Vennootschap 3]-vennootschappen over te leggen c.q. toe te sturen. Standpunt van de verdediging De verdediging heeft – kort samengevat - bepleit dat van een onjuistheid in de ten laste gelegde garanties geen sprake is. Voor zover de garantie D/1403 wel een onjuistheid vermeldt, heeft de verdachte geen opzet op die onjuistheid gehad. De verdachte dient derhalve integraal te worden vrijgesproken. Beoordeling De verdachte wordt in essentie verweten dat hij heeft verklaard bevoegd te zijn het [Vennootschap 2] te binden in het kader van de verstrekte garanties. Voorop staat dat in de betreffende garanties niet staat vermeld en deze er evenmin toe strekken, dat de verdachte - zoals ten laste is gelegd – “zelfstandig bevoegd is tot het (besluiten tot het) afgeven en/of aangaan van de(
- ze)garantie”. Van dit onderdeel van de tenlastelegging moet de verdachte daarom bij gebreke van wettig bewijs worden vrijgesproken. In de garanties als bedoeld in de tenlastelegging onder a, b, c en d is telkens onder punt 12. opgenomen: “The person executing this guarantee on behalf of the Guarantor represents and warrants his authority to validly and bindingly act on behalf of the Guarantor in respect of his guarantee.” Bij de beantwoording van de vraag of deze verklaring vals is, maakt het hof onderscheid tussen enerzijds het document D/1403 en anderzijds de documenten D/1409, D/1413 en D/1426, nu het eerstgenoemde document is opgemaakt op 5 november 2003 als gevolg waarvan de desbetreffende garantie zou zijn afgegeven namens het [Vennootschap 1], een (tak van dienst van een) bestuursorgaan, terwijl voor de overige garanties geldt dat zij zouden zijn afgegeven namens de naamloze vennootschap [Vennootschap 2]. D/1403 Het hof stelt voorop dat de burgemeester de gemeente in en buiten rechte vertegenwoordigt (art. 171 lid 1 Gemeentewet). Dit betekent voor privaatrechtelijke overeenkomsten dat indien het bevoegde orgaan binnen de gemeente heeft besloten tot het aangaan van een overeenkomst, de burgemeester vervolgens de bevoegdheid heeft dat besluit uit te voeren door de overeenkomst te ondertekenen. De burgemeester is bevoegd deze bevoegdheid in mandaat te geven (art. 171 lid 2 Gemeentewet). Op basis van de “Machtiging directeur [Vennootschap 1] door B&W d.d. 1 maart 2000” (de zogenaamde “Opsteltenbrief”) was de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 171 Gemeentewet jo. artikel 10:3 en artikel 10:12 Algemene wet bestuursrecht, gemachtigd het [Vennootschap 1] in en buiten rechte te vertegenwoordigen ten aanzien van privaatrechtelijke aangelegenheden die vallen binnen de taakstelling van het [Vennootschap 1]. Het “Integraal mandaat- en volmachtbesluit 2001” (hierna: IMV 2001) omvat de bevoegdheid van de directeur van het [Vennootschap 1] om in naam en onder verantwoordelijkheid van het college ter vervulling van de taak van het [Vennootschap 1] te beslissen. In artikel 08.03 van het Bijzonder Deel is – voor zover hier van belang – bepaald dat de directeur bevoegd is: “te beslissen omtrent het aangaan, uitvoeren, wijzigen en beëindigen van obligatoire overeenkomsten” Tussenconclusie Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat in de tijd waarin het [Vennootschap 1] een tak van dienst van de [gemeente] vormde, de verdachte bevoegd was het [Vennootschap 1] en daarmee de [gemeente] in civielrechtelijke zin te binden. Over het interne besluitvormingstraject dat voorafgaat aan de beslissing een dergelijke garantie af te geven en de bevoegdheden die de directeur [Vennootschap 1] in dat kader toekomen, vermeldt de garantie – anders dan de certificaten - niets. Dat in dat traject mogelijk bevoegdheden zijn overschreden, doet daarom bij de beoordeling van deze tenlastelegging niet ter zake. D/4109, D/1413 en D/1426 Uit artikel 2:130 Burgerlijk Wetboek, waarin de vertegenwoordiging van de naamloze vennootschap is geregeld, volgt in beginsel een onbeperkte en onvoorwaardelijke bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de bestuurder van de naamloze vennootschap. Uit de inschrijving in de Kamer van Koophandel en de Regeling bevoegdheden [Vennootschap 2] blijkt dat de verdachte alleen dan wel zelfstandig bevoegd was de vennootschap te vertegenwoordigen en aldus bevoegd was de vennootschap extern te binden. Voor zover in artikel 25.6 onder 1 in de statuten van het [Vennootschap 2] is bepaald dat bepaalde besluiten aan de goedkeuring van de Raad van Commissarissen zijn onderworpen, geldt dat dit het interne besluitvormingstraject betreft en geen beperking inhoudt op voornoemde bevoegdheid van de verdachte de vennootschap extern te binden. In de garanties is aldus niets vermeld dat strijdt met de aan de verdachte toekomende bevoegdheden. Over het interne besluitvormingstraject dat voorafgaat aan de beslissing een dergelijke garantie af te geven en de bevoegdheden die de verdachte in dat kader toekomen, vermeldt de garantie – anders dan de certificaten - niets. De verdachte was bevoegd de vennootschap extern civielrechtelijk te binden. Evenals bij de bespreking van de garantie afgegeven in de tijd van het [Vennootschap 1], geldt hier dat de vraag of in het interne voortraject mogelijk bevoegdheden zijn overschreden, bij de beoordeling van deze tenlastelegging niet ter zake doet. Het vorenstaande betekent dat wat de verdachte onder b, c en d derde gedachtestreepje ten laste is gelegd evenmin wettig kan worden bewezen. Conclusie ten aanzien van het onder feit 2, eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde De verdachte dient bij gebreke van wettig bewijs te worden vrijgesproken van het hem onder feit 2 als eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde. Conclusie ten aanzien van het onder feit 2, tweede cumulatief/alternatief Gelet op de conclusie ten aanzien van het eerste cumulatief/alternatief, kan het als tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde evenmin worden bewezen. Weliswaar heeft de verdachte van de garanties gebruik gemaakt, maar bewijs voor hun valsheid ontbreekt. Ook hiervan dient de verdachte te worden vrijgesproken. 7.3 Feit 5 Tenlastelegging Ter zake van het onder feit 5 ten laste gelegde – voor zover nog aan de orde - wordt, kort samengevat, de verdachte verweten dat hij deels in zijn hoedanigheid van ambtenaar, a.
- a)[gemeente], het [Vennootschap 1] en/of het [Vennootschap 2], en/of
- b)de [Bank 1] en/of de [Bank 2], heeft opgelicht. Rechtsopvatting Voor het antwoord op de vraag of uit door een verdachte gebezigde leugenachtige mededelingen kan worden afgeleid dat het slachtoffer door een samenweefsel van verdichtsels werd bewogen tot het aangaan van een schuld als bedoeld in art. 326 Sr, komt het aan op alle omstandigheden van het geval. Tot die omstandigheden behoren de vertrouwenwekkende aard, het aantal en de indringendheid van de (geheel of gedeeltelijk) onware mededelingen in hun onderlinge samenhang, de mate waarin de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid degene tot wie de mededelingen zijn gericht aanleiding had moeten geven de onwaarheid te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen en de persoonlijkheid van het slachtoffer (HR 15 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8600). Standpunt Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft zich voor wat betreft de ten laste gelegde oplichting van de [gemeente], het [Vennootschap 1] en [Vennootschap 2] geschaard achter de overwegingen van de rechtbank in haar vonnis en concludeert dat de handelingen van de verdachte en de geheimhouding ervan kwalificeren als listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels als gevolg waarvan zij zijn bewogen tot het aangaan van verplichtingen. Daarnaast meent het Openbaar Ministerie dat – anders dan de rechtbank heeft geoordeeld - ook de oplichting van een aantal geldverstrekkers kan worden bewezen. De verdachte heeft verborgen gehouden dat hij bezig was met een Alleingang en geen interne goedkeuring voor zijn handelen had verkregen. De verdachte wist dat wel en heeft op zijn minst de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij niet bevoegd was tot het afgeven van de garanties. Door in de garanties en certificates te verklaren dat hij wel bevoegd was, en deze te ondertekenen, heeft hij de banken bewogen tot het afgeven van kredieten aan het [concern]. Standpunt verdediging De verdediging heeft ten eerste betoogd dat de verdachte van het hem ten laste gelegde moet worden vrijgesproken, omdat het gerechtshof Amsterdam heeft geoordeeld dat de [gemeente] niet gehouden is tot nakoming van de garanties. Daarom is geen sprake van het bewegen tot afgifte. Daarnaast heeft de verdediging gesteld dat geen sprake is van valse raamovereenkomsten, garanties, certificaten/verklaringen, jaarrekeningen, jaarverslagen en bevestigingsbrieven. Voor zover een van de vorengenoemde documenten wel vals wordt geoordeeld, heeft de verdachte op die valsheid geen opzet gehad. Bovendien is niet bewezen dat met het gebruik van die documenten de [gemeente] en/of [Vennootschap 2] is/zijn bewogen tot het aangaan van een schuld of een verplichting, omdat op het gebruik door de verdachte geen actieve handelingen van een dezer partijen is gevolgd in de zin van het aangaan van schulden of verplichtingen. Van een schuld is overigens geen sprake. Een garantie kwalificeert niet als zodanig. Een eventuele verplichting kon met het regresrecht op de leningnemer worden afgewenteld. Van niet-melden aan B&W of [Vennootschap 2] is geen sprake geweest, slechts van vooralsnog niet melden. De garanties waren niet materieel en behoefden daarom niet te worden gemeld. De gemeente en [Vennootschap] wisten van het bestaan van (bepaalde) garanties en hebben niet ingegrepen. Van oplichting kan daarom geen sprake zijn. De banken hadden een onderzoeksplicht, waren telkens voldoende op de hoogte van alle relevante feiten en omstandigheden en zijn door de verdachte niet op het verkeerde been gezet. De banken zijn daarom niet opgelicht. Volgens de verdediging waren de documenten niet vals, bestond subsidiair geen causaal verband tussen de handelingen door de verdachte en het verstrekken van de lening en stond meer subsidiair in het algemeen de onderzoeksplicht van de bank eraan in de weg dat sprake kan zijn van door middel van misleiding bewegen tot het verstrekken van een lening. Beoordeling tenlastelegging feit 5
- a)Voorop staat, dat wil sprake kunnen zijn van oplichting als bedoeld in artikel 326, eerste lid, Sr, iemand moet zijn bewogen tot de afgifte van enig goed, tot het verlenen van een dienst, tot het ter beschikking stellen van gegevens, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld. Ten aanzien van de [gemeente], [Vennootschap 1] en/of het [Vennootschap 2] wordt de verwachte verweten dat hij die/dat bestuursorga(a)n(
- en)en/of die rechtspersoon heeft bewogen tot het aangaan van een schuld. Vraag is, of deze entiteiten daartoe zijn bewogen. Daarbij geldt, dat het steeds functionarissen van een bestuursorgaan of rechtspersoon zullen zijn die feitelijk zijn bewogen, en die deswege het – in dit geval – aangaan van een schuld hebben bewerkstelligd (vgl. prof. mr. J.W. Fokkens in Noyon/Langemeijer & Remmelink, commentaar op artikel 326 Sr). De verdachte trad op als vertegenwoordiger van het [Vennootschap 1] (en daarmee indirect de [gemeente]) en later het [Vennootschap 2]. De verdachte tekende de garanties namens deze entiteiten, maar zou – in de redenering van het Openbaar Ministerie – ook de functionaris moeten zijn geweest via wie voornoemde entiteiten zijn bewogen tot het verstrekken van de garanties en daarmee het aangaan van een schuld. Anderen waren daarbij immers niet betrokken; de verdachte heeft wat dit betreft alleen gehandeld. Met andere woorden: de tenlastelegging impliceert dat de verdachte op de ten laste gelegde wijze zichzelf als vertegenwoordiger van voornoemde entiteiten moet hebben bewogen tot het namens voornoemde entiteiten aangaan van een schuld. Het kunnen echter niet de ten laste gelegde feitelijke handelingen zijn die de verdachte hebben bewogen tot het namens de [gemeente], [Vennootschap 1] en/of het [Vennootschap 2] aangaan van een schuld, omdat – indien bewezen – de verdachte als vertegenwoordiger van voornoemde entiteiten wist van – kort samengevat – valsheid en geheimhouding. Daardoor kan hetgeen de verdachte onder feit 5
- a)is ten laste gelegd niet worden bewezen en dient hij daarvan te worden vrijgesproken. De overige verweren met betrekking tot feit 5
- a)behoeven gelet op het vorenstaande geen bespreking. Ten overvloede: de verweten gedragingen lijken eerder te passen in een tenlastelegging gebaseerd op – voor wat betreft het aangaan van een schuld door het [Vennootschap 2] – artikel 347 Sr. Zulks is de verdachte echter niet ten laste gelegd. Beoordeling tenlastelegging feit 5
- b)De verweren inhoudende dat de raamovereenkomsten en de certificaten, als genoemd in de tenlastelegging van de feiten 1, 3 en 5 niet vals of vervalst zijn, zijn (respectievelijk zullen) bij de bespreking van de feiten 1. en 3 (worden) beoordeeld. Uitkomst van die beoordeling is – kort samengevat – dat niet wettig kan worden bewezen dat de raamovereenkomsten vals of vervalst zijn, maar dat wel wettig en overtuigend is bewezen dat de certificaten vals zijn. Hetgeen de verdediging te dien aanzien heeft aangevoerd, behoeft hier geen verdere bespreking. Uitgangspunt bij de beoordeling van feit 5
- b)is derhalve dat van de ten laste gelegde middelen kan worden bewezen verklaard dat gebruik is gemaakt van valse certificaten. Vooraf zij opgemerkt, dat uit het requisitoir volgt dat het middel valse naam en/of valse hoedanigheid weliswaar in de tenlastelegging is opgenomen, maar niet behoort tot de verwijten die het Openbaar Ministerie de verdachte maakt. Dat stelt immers dat de verdachte geldverstrekkers heeft opgelicht door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels. Van dit onderdeel van de tenlastelegging zal de verdachte worden vrijgesproken. Ook valt in de tenlastelegging op, dat de verdachte ten aanzien van de onderdelen
- a)en
- b)onder feit 5 wordt verweten gebruik te hebben gemaakt van al dan niet valse of vervalste jaarrekeningen, jaarverslagen, bevestigingsbrieven en/of door geheim-, verborgen, en achterhouden van informatie, zonder dat die verwijten terugkeren in de feitelijke omschrijving van de aan de verdachte verweten handelingen onder b). Nu de verdachte zal worden vrijgesproken van de verwijten die hem ten aanzien van de meergenoemde raamovereenkomsten zijn gemaakt, luidt het resterende te beoordelen verwijt ten aanzien van feit 5 onder b), dat hij banken heeft bewogen tot het verstrekken van leningen door valse certificaten te ondertekenen en af te geven. Aan de hand van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep, wordt vastgesteld dat [Bank 1] en [Bank 2] leningen hebben verstrekt aan het [concern]. In dat kader zijn onder meer voornoemde certificaten overgelegd. Het zullen echter niet enkel die – als vals te kwalificeren – documenten zijn geweest die deze banken ertoe hebben gebracht de verzochte leningen te verstrekken. Naar het hof aannemelijk acht, zal aan de beslissing tot financiering een gedegen onderzoek ten grondslag liggen waarvan de certificaten slechts een onderdeel vormen. Deze redenering ligt kennelijk besloten in de overwegingen van de rechtbank waar zij oordeelde dat het causaal verband ontbrak tussen de valse certificaten en de afgifte van de leningen. Het hof ziet dat causaal verband evenmin. Daar komt bij, dat met de enkele – zij het herhaalde – leugen in de certificaten geen sprake is van de ten laste gelegde listige kunstgrepen of een samenweefsel van verdichtsels. Het de verdachte onder feit 5
- b)ten laste gelegde kan daarom niet worden bewezen. Hij dient ook daarvan te worden vrijgesproken. Conclusie ter zake van feit 5 De verdachte dient van het hem onder feit 5 ten laste gelegde te worden vrijgesproken. 8. Bewijsmotivering Rechtsopvatting ter zake van de feiten 3 en 4 Onder een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, wordt verstaan een geschrift waaraan in het maatschappelijk verkeer betekenis voor het bewijs van enig feit pleegt te worden toegekend; de zogenaamde bewijsbestemming van het ten laste gelegde geschrift. Daarnaast dient het geschrift valselijk te zijn opgemaakt of vervalst en dient de verdachte hierop opzet, in voorwaardelijke zin hierbij inbegrepen, te hebben gehad. Voorts dient de verdachte het oogmerk te hebben gehad om dit geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken. Volgens vaste jurisprudentie ziet het in artikel 225, eerste lid, Sr bedoelde oogmerk slechts op het gebruik van het valse of vervalste geschrift en niet ook op het vervalsen of valselijk opmaken zelf. Voor bewezenverklaring van dat oogmerk is beslissend of de verdachte de bedoeling had het desbetreffende geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of te doen gebruiken. Dat oogmerk kan dus bestaan ongeacht de vorm van het opzet die ten aanzien van het valselijk opmaken of vervalsen wordt aangenomen. (vgl. HR 29 augustus 2006 ECLI:NL:HR:2006:AX:6423 en HR 12 mei 1998, NJ 1998,694). Ter zake van het tweede lid van artikel 225 Sr geldt voorts dat volgens vaste jurisprudentie van gebruik maken van een vals of vervalst geschrift als ware het echt en onvervalst slechts sprake kan zijn indien het geschrift zelf, als middel tot misleiding, tegenover derden wordt gebruikt (vgl. HR 21 december 2004 ECLI:NL:HR:2004:AR4886) 8.1 Feit 3 Tenlastelegging Ter zake van het onder feit 3 eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde wordt de verdachte - kort samengevat - verweten dat hij drie certificaten, al dan niet in vereniging, valselijk in strijd met de waarheid heeft opgemaakt of heeft (doen en/of laten) opmaken. Met het tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde wordt de verdachte verweten dat hij van die certificaten gebruik heeft gemaakt, ze voorhanden heeft gehad en/of heeft afgeleverd. Standpunt Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft betoogd – kort samengevat - dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de inhoud van de certificaten in strijd is met het bepaalde in artikel 25.6 onder l van de Statuten van [Vennootschap 2], en daardoor vals. Standpunt verdediging De verdediging heeft - kort samengevat - bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken. Primair heeft zij zich op het standpunt gesteld dat van een onjuistheid in de ten laste gelegde certificaten geen sprake is. Voor zover de inhoud van de certificaten al onwaar zou zijn, heeft de verdachte op die onwaarheid geen opzet gehad. Vaststaande feiten en omstandigheden Op grond van het procesdossier en het onderzoek ter terechtzitting kan het volgende worden vastgesteld. In de door de verdachte op 27 februari 2004, 2 maart 2004 en 4 juni 2004 te Rotterdam ondertekende certificates is onder punt 5. het volgende opgenomen: “5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of the supervisory board of the Guarantor.” Alle voornoemde certificaten kennen als aanhef de volgende tekst: “The undersigned, Mr. [verdachte] […] hereby certifies that each of the following statements are true and correct and not misleading by omission on the date hereof and was (or, as the case may be: will
- be)so on the date that the Guarantees were or will be executed and delivered by the Guarantor;” Bij de verzelfstandiging van het [Vennootschap 1] en de overgang naar het [Vennootschap 2] op 1 januari 2004, zijn de statuten in werking getreden. In de statuten is in artikel 25.6 aanhef en onder l. het volgende opgenomen: “Voorzover die besluiten niet reeds zijn opgenomen in een door de raad van commissarissen goedgekeurde begroting inclusief investeringsplan, als in lid 5 bedoeld, of het bedrag, dat voor die besluiten in de begroting is opgenomen, overschrijdt, zijn aan de goedkeuring van de raad van commissarissen onderworpen besluiten van het bestuur omtrent: […] l. verbinden van de vennootschap voor schulden van anderen dan afhankelijke maatschappijen, hetzij door borgtocht, hetzij op andere wijze;” Voornoemde certificaten zijn opgesteld door de advocaat [Getuige 6]. Zij zijn gebruikt ter onderbouwing van de legal opinion van [advocatenkantoor 1] inzake de bevoegdheid van [verdachte] omtrent de garanties die afgegeven zijn ten behoeve van diverse leningen. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de verdachte verklaard dat hij destijds [het hof begrijpt: ten tijde van het afgeven van “de serie” garanties] artikel 26 [het hof begrijpt: 25], lid 6, onder l, van de statuten van [vennootschap 2] kende. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg voorts verklaard dat de certificaten werden opgesteld door een advocaat. Vervolgens volgden een soort van tekensessies. De verdachte kwam binnen, tekende en ging weer weg. Tijdens zo’n tekensessie werd hem het certificaat voorgehouden. De van belang zijnde punten werden voorgehouden en hem werd gevraagd of wat daar stond correct was. Vaststaat (en zulks is ook niet betwist) dat de besluiten tot het afgeven van meergenoemde garanties niet reeds waren opgenomen in een door de raad van commissarissen goedgekeurde begroting inclusief investeringsplan. Beoordeling Voornoemde certificaten zijn geschriften die tot bewijs dienen van – voor zover hier relevant en kort samengevat – de stelling dat de verdachte ten behoeve van de garanties geen toestemming nodig had van de raad van commissarissen. Met dat oogmerk heeft de verdachte de certificaten ook afgegeven. In het algemeen geldt dat de handtekening onder een document – in dit geval telkens een certificaat - de bevestiging vormt dat de inhoud daarvan juist is. Degene die het certificaat ondertekent, is degene die verantwoordelijk is voor de juistheid van de inhoud daarvan. In deze certificaten is dit uitgangspunt nog eens benadrukt door als aanhef op te nemen dat de verdachte ervoor instaat dat alle verklaringen in het certificaat “true and correct” zijn. Voor beantwoording van de vraag of hetgeen in bovengenoemde certificaten onder punt 5. is weergegeven, in strijd met de waarheid is, volstaat een eenvoudige vergelijking van de statuten met de certificaten. De verdachte verklaarde in de certificaten dat ten behoeve van de “execution and delivery” van de garanties niet de toestemming van de raad van commissarissen nodig was, terwijl uit voornoemde statuten onomwonden volgt dat die toestemming wel vereist was voor het verbinden van de vennootschap voor schulden van anderen dan afhankelijke maatschappijen. De garanties waarop de hier aan de orde zijn certificaten betrekking hebben, betreffen geen afhankelijke maatschappijen van het [Vennootschap 2]. Tussenconclusie Hetgeen onder punt 5. van de ten laste gelegde certificaten is opgenomen is in strijd met de waarheid. Beoordeling verzoek verdediging Het vorenstaande betekent ook dat het hof zich voldoende voorgelicht acht over de juridische beoordeling van de bevoegdheidskwestie. Het is daarom niet noodzakelijk de uitlevering te bevelen van de juridische notitie waarvan de verdediging heeft verzocht die aan het procesdossier toe te voegen (‘Juridische notitie JAR aan B&W uitleg verschil inzicht bevoegdheden overschrijding’ d.d. 1 september 2004). Op de ter zake van die notitie eerder genomen beslissing komt het hof daarom niet terug. Opzet Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de verdachte verklaard dat hij destijds op de hoogte was van artikel 26 [het hof begrijpt: 25].6 onder l van de Statuten. Ondanks deze wetenschap heeft de verdachte documenten ondertekend waar onder punt 5. was opgenomen dat het nemen van een besluit van het bestuur niet was onderworpen aan de goedkeuring van de raad van commissarissen. Reeds hieruit volgt het opzet op het valselijk doen opnemen van meergenoemde teksten in de ten laste gelegde documenten. De verdediging heeft betoogd dat de verdachte mocht vertrouwen op advocaat [Getuige 6], de opsteller van de certificaten. Advisering door een advocaat ontslaat de verdachte echter niet van zijn eigen verantwoordelijkheden, zeker niet nu de verdachte zelf jurist is, de bepalingen in de Statuten aan duidelijkheid weinig te wensen overlaten, de verdachte de inhoud ervan kende en glashelder is dat meergenoemde tekst in de certificaten met die Statuten strijdt. Bewijsverweren Door de verdediging is ter zake van punt 5 van de certificaten nog bepleit dat: a. de woorden ‘execution and delivery’ de bevoegdheid van de verdachte om de vennootschap naar buiten toe te vertegenwoordigen en te binden betreft en niet de interne besluitvorming binnen de vennootschap en, b. de garanties voortvloeien uit de raamovereenkomst van 28 december 2002 en derhalve niet aan goedkeuring onderhevig waren. Eén en ander maakt dat hetgeen is vermeld onder punt 5 niet in strijd met de waarheid is. Het hof oordeelt als volgt. Ad
- a)Anders dan bij de garanties, heeft de verdachte in de certificaten verklaard dat de toestemming van de raad van commissarissen niet nodig was. Ofschoon die niet nodig was om de vennootschap civielrechtelijk te binden, was die toestemming wel vereist alvorens de verdachte kon besluiten de vennootschap te binden. Diens mededeling dat die toestemming niet nodig was, is dus in zoverre in strijd met de waarheid. De mededeling dat hij bevoegd is de vennootschap te binden, is evenwel niet in strijd met de waarheid. Daarmee verschilt de tekst in de garanties wezenlijk van die in de certificaten. Het verweer wordt verworpen. Ad
- b)Dat sprake was van een omzetting van eerdere garanties, is het hof niet gebleken en is ook overigens niet aannemelijk geworden. Ten behoeve van de nieuwe garanties is verklaard dat de voorafgaande toestemming van de raad van commissarissen niet nodig was. Zoals hiervoor overwogen, is die mededeling in strijd met de waarheid. Conclusie Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat kan worden bewezen dat de verdachte het onder feit 3 eerste en tweede cumulatief heeft begaan. 8.2 Feit 4 Tenlastelegging Ter zake van het onder feit 4 eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde wordt de verdachte verweten dat hij documenten, te weten bevestigingsbrieven, ook wel genoemd letters of representation, jaarverslagen en jaarrekeningen valselijk in strijd met de waarheid, al dan niet in vereniging, heeft opgemaakt dan wel heeft doen of laten opmaken. Onder het tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde wordt de verdachte verweten dat hij van deze documenten gebruik heeft gemaakt, ze voorhanden heeft gehad en/of heeft afgelegd. Standpunt Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft betoogd - kort samengevat – dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte de bevestigingsbrief van 27 februari 2003 en de jaarrekeningen en jaarverslagen van het [Vennootschap 1] over het jaar 2002 en 2003 valselijk heeft opgemaakt, dan wel heeft laten opmaken door deze als juist te ondertekenen. Standpunt verdediging De verdediging heeft - kort samengevat - bepleit dat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken. Primair voert de verdediging hiertoe aan dat het ten laste gelegde niet in strijd met de waarheid is en dus niet vals. Het gebrek aan materialiteit dwingt tot die conclusie, evenals de gangbare opvattingen omtrent de risicoparagraaf ten aanzien van wat daarin wel of niet moet worden opgenomen, en ook overigens de kennelijke verdeeldheid van opinies over het al dan niet opnemen van meer of minder gevoelige gegevens in jaarverslag of jaarrekening. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat zo er al sprake zou zijn van een verplichting tot opname op welke wijze dan ook, de verdachte op de valsheid geen opzet heeft gehad. Immers, de financiële functionarissen en het College van B&W staan zelf op het standpunt dat opname van de betreffende garantie niet hoefde plaats te vinden. [verdachte] mocht er terecht van uitgaan dat geen sprake was van materialiteit, zoals hij aan de wethouder uitlegde. Mocht dat uitgangspunt achteraf juridisch onjuist blijken, dan blijft niettemin het gebrek aan oogmerk tot misleiding overeind. Meer subsidiair heeft de verdediging het standpunt ingenomen dat er geen sprake van oogmerk tot misleiding was om de ten laste gelegde documenten als echt en onvervalst te gebruiken, nu de verdachte ervan uitging dat de garanties bij de [gemeente]/[Vennootschap 1] bekend waren. Partiële vrijspraak ter zake van het eerste en tweede cumulatief/alternatief onder b. ten laste gelegde Ter zake van de bevestigingsbrief d.d. 25 februari 2004 constateert het hof dat het Openbaar Ministerie niet expliciet een bewezenverklaring heeft gevorderd. Vast staat dat op 25 februari 2004 [Getuige 7] als plaatsvervangend algemeen directeur het ten laste gelegde document heeft ondertekend. Niet is gebleken dat de verdachte bij het formuleren van de inhoud van dit document betrokken is geweest. Onder die omstandigheden ontbreekt het bewijs dat de verdachte deze bevestigingsbrief valselijk in strijd met de waarheid heeft opgemaakt dan wel hiervan gebruik heeft gemaakt, zodat de verdachte van het eerste en tweede cumulatief/alternatief onder b. ten laste gelegde partieel dient te worden vrijgesproken. Feiten en omstandigheden Binnen het [Vennootschap 1] was één hoofd van dienst, de verdachte. Hij was eindverantwoordelijk voor het [Vennootschap 1] en als hoofd van de tak van dienst eindverantwoordelijk voor het jaarverslag, [getuige 7] was zijn plaatsvervanger. Hij heeft verklaard dat het doel van het jaarverslag was om verantwoording af te leggen aan het gemeentebestuur. In het vertrouwelijk deel staan verder de verstrekte leningen en de risicoparagraaf vermeld. De jaarverslagen werden opgesteld door [getuige 8]; vervolgens besluit de directeur dat dit het jaarverslag is, aldus diezelfde [getuige 8]. Volgens de Algemene beheersverordening, artikel 22, lid 2, biedt het hoofd van dienst Burgemeester en Wethouders (hierna: B&W) een gedateerd en ondertekend jaarverslag aan. De jaarverslagen worden ten behoeve van het gemeentebestuur, waaronder B&W opgemaakt. Bevestigingsbrieven hebben als doel: de directie wijzen op haar verantwoordelijkheid voor het opstellen van de jaarrekening. Het gaat bij deze brieven om zaken die niet uit de administratie blijken. Bij brief van 27 februari 2003, ondertekend te Rotterdam op 26 februari 2003, heeft de verdachte als Algemeen Directeur, namens het [Vennootschap 1] aan de Accountantsdienst Rotterdam (hierna: ADR), in de persoon van de heer drs. [getuige 8] RA, geschreven: “In verband met uw controle van onze jaarrekening over 2002 bevestigen wij hierbij, dat bij het opmaken van deze jaarrekening rekening is gehouden met alle mij bekende feiten om [sic] omstandigheden die van belang zijn voor het inzicht dat de jaarrekening beoogt te geven. Dit houdt in dat in de jaarrekening 2002: - alle activa, alsmede alle rechten die voor activering in aanmerking komen, met juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting daarbij, zijn opgenomen; - alle ons bekende voorwaardelijke en onvoorwaardelijke verplichtingen, ten behoeve van derden gegeven zekerheden en aangegane verbintenissen om activa niet te bezwaren, met de juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting daarbij zijn opgenomen; - voor alle ons bekende risico’s (waaronder claims) voortvloeiend uit de bedrijfsvoering in de balans voldoende voorzieningen zijn getroffen of in de risicoparagraaf zijn vermeld; - eventuele gebeurtenissen na balansdatum welke van invloed zijn op de waardering van activa en passiva toereikend zijn opgenomen. Voorts zijn aan de ADR alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en regelgeving verstrekt, waarbij bij de opstelling van de jaarrekening rekening moet worden gehouden.” Op 28 februari 2003 heeft de verdachte de jaarrekening over de periode 31 december 2002 - 31 december 2001 (‘Balans Gemeentelijk’) ondertekend. In de accountantsverklaring, ondertekend door accountant [getuige 10] RA en de directeur van de Accountantsdienst Rotterdam [getuige 9] RA (verder ook: [getuige 9]), behorende bij de jaarrekening over het jaar 2002, van 28 februari 2003 staat vermeld dat de ondergetekenden van oordeel zijn dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de financiële positie op 31 december 2002 en van de baten en lasten over 2002 in overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en voldoet aan de wettelijke bepalingen inzake de jaarrekening zoals deze zijn opgenomen in het Besluit compatibiliteitsvoorschriften 1995. Op 27 februari 2004 heeft de verdachte de jaarrekening over de periode 31 december 2003 – 31 december 2002 (‘Balans Gemeentelijk’) ondertekend. In de accountantsverklaring, ondertekend door accountant [getuige 10] RA (verder ook: [getuige 10]) en de directeur van de Accountantsdienst Rotterdam [getuige 9] RA, behorende bij de jaarrekening van 28 februari 2003 staat vermeld dat de ondergetekenden van oordeel zijn dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de financiële positie op 31 december 2003 en van de baten en lasten over 2002 in overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en voldoet aan de wettelijke bepalingen inzake de jaarrekening zoals deze zijn opgenomen in het Besluit compatibiliteitsvoorschriften 1995. Beide accountantsverklaringen houden in dat de jaarrekening is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de directie van het [Vennootschap 1]. De jaarverslagen zijn opgesteld ten kantore te Rotterdam. De bevestigingsbrief over de jaarrekening 2002, waarvan de accountantsverklaring is gedateerd 28 februari 2003, is kennelijk verzonden op 27 februari 2003, en – gezien de bovenste stempel – is op 3 maart 2003 binnengekomen op het kantoor van ADR. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de verdachte erkend dat hij de raamovereenkomst en de garanties niet gemeld heeft in de bevestigingsbrief van 26/27 februari 2003, noch in de jaarrekening en de jaarverslagen gedateerd 28 februari 2003 en 27 februari 2004. Voorts heeft hij verklaard dat “er al een tijdje een lampje bij hem brandde”. Voorts heeft de verdachte verklaard dat hij de (raam)overeenkomst d.d. 28 december 2002 en de door hem namens het [vennootschap 1] gedurende 2002 en 2003 afgegeven garanties niet heeft gemeld aan de ADR, niet mondeling, niet middels de brief d.d. 27 februari 2003, noch op enig andere wijze. Zowel [getuige 11], registeraccountant van de ADR, [getuige 9] voornoemd als [getuige 10] voornoemd, zijn van mening dat de onderhavige garanties hadden moeten worden opgenomen in het jaarverslag als niet uit de balans blijkende verplichtingen. Beoordeling Voornoemde bevestigingsbrief en de jaarrekeningen en jaarverslagen zijn geschriften die tot bewijs dienen en van betekenis zijn voor het controleren van rechtshandelingen van het [Vennootschap 1] die niet uit de administratie blijken, respectievelijk voor het afleggen van verantwoording aan het gemeentebestuur. Met dat oogmerk heeft de verdachte de certificaten ook afgegeven. Het hof stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie het niet vermelden van relevante informatie ook valsheid in geschrift kan opleveren (vgl. HR 10 juni 1975, NJ 1975, 461). Het is genoegzaam komen vast te staan dat de verdachte melding had moeten maken van het bestaan van de raamovereenkomst d.d. 28 december 2002 in de jaarverslagen van 2002 en 2003. Door het niet melden van deze overeenkomst, heeft de verdachte in strijd met de waarheid en dus vals, verklaard dat voor alle bekende risico’s (waaronder claims) voortvloeiend uit de bedrijfsvoering in de balans voldoende voorzieningen zijn getroffen of in de risicoparagraaf zijn vermeld. Op grond van deze bevestiging is er derhalve op valse gronden een jaarrekening, onderdeel van het jaarverslag, over de jaren 2002 en 2003 afgegeven. De verdediging heeft betoogd dat van valsheid geen sprake is, omdat de afgegeven garanties niet in de jaarrekening of het jaarverslag hoefden te worden opgenomen. Zij waren immers niet materieel, aldus de verdediging. Zij heeft in dit kader de verklaring van getuige [getuige 10] aangehaald. Het hof stelt vast dat [getuige 9] heeft verklaard dat pas wanneer risico’s materieel zijn, deze moeten worden opgenomen in de risicoparagraaf. Niettemin verklaart [getuige 9] nadat hem de raamovereenkomst d.d. 28 december 2002 D/3 is getoond, dat hij hiervan niet op de hoogte is en dat bij nalezing hiervan deze overeenkomst had moeten worden opgenomen in de niet uit de balans blijkende verplichtingen. Wat ook zij van de gelaagde mening van getuige [getuige 9], het hof is met de getuigen [getuige 10] en [getuige 11] van oordeel dat de risico’s voortvloeiende uit de raamovereenkomst en de daarop gebaseerde garanties van dien aard waren dat zij in de jaarrekening en het jaarverslag behoorden te zijn opgenomen als niet uit de balans blijkende verplichtingen. Dat zij in hun hoedanigheid van garanties niet materieel waren tot het moment dat daarop door de betreffende financiers een beroep zou worden gedaan is een welhaast naïeve miskenning van de met dergelijke garanties samenhangende risico’s voor [vennootschap 1]. Opzet Ook de verdachte heeft geweten dat die risico’s substantieel waren, maar heeft ze desondanks niet gemeld. Hij heeft hierover ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat op enig moment toen de Fennek niet doorging en [Vennootschap 3] failliet ging, hem duidelijk werd dat het aflossen van de leningen buitengewoon lastig werd. Hij verklaarde: “Ik dacht dat het toen nog te redden was en heb de garanties voor mijzelf gehouden. Natuurlijk brandde het lampje bij mij al een tijdje”. Ofschoon de verdachte niet heeft gespecificeerd wat hij bedoelde met “een tijdje”, wordt uit diens verklaring duidelijk dat hij heeft geweten dat het in de risicoparagraaf niet noemen van met de garanties samenhangende risico’s opmerkelijk was. Hij heeft daarover verklaard: “Het beleid was erop gericht de afdracht in stand te houden. De risicoparagraaf van [vennootschap 1] was niet de meest ontwikkelde paragraaf, de risico’s werden beperkt weergegeven. Dan kun je namelijk nooit de balans opmaken, die afdracht indachtig. De risico’s waren aanmerkelijk, maar daar troffen we geen voorzieningen voor. Dat bespraken we, ook met de wethouder. Werden alle risico’s uitgebreid genoemd in de tak van dienst? Nee. Ook ik vind dit een opmerkelijke gang van zaken.” Ondanks dit bewustzijn en ondanks dat hij het zelf opmerkelijk vond, heeft de verdachte als hoofdverantwoordelijke er vanaf gezien genoemde risico’s op te nemen in de jaarrekening of het jaarverslag. Naar het oordeel van het hof is daarmee het opzet gegeven. De verdediging heeft in dit kader betoogd dat de verdachte mocht vertrouwen op [getuige 8]. Zij gaat er evenwel vanuit dat [getuige 8] op de hoogte was van de afgifte door de verdachte van garanties en de raamovereenkomst. Dat is door [getuige 8] ontkend. Hij heeft verklaard niet op de hoogte te zijn geweest van de afgegeven garanties en raamovereenkomst en dat indien hij het had geweten deze gemeld hadden moeten worden. 8.3 Feit 6 Tenlastelegging De verdachte wordt onder 6 – kort samengevat - verweten, dat hij zich in de periode van 1 februari 2001 tot en met 30 augustus 2004 heeft laten omkopen, door het aannemen van giften, dan wel beloften of diensten, van medeverdachte [Medeverdachte 1], dan wel (mede) van vennootschappen van [Medeverdachte 1], teneinde (al dan niet in strijd met zijn plicht) iets te doen of na te laten. Rechtsopvatting Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van de ten laste gelegde passieve ambtelijke omkoping als bedoeld in de artikelen 362 en 363 van het Wetboek van Strafrecht, dient wettig en overtuigend bewezen te kunnen worden dat de ambtenaar, op het moment dat hij een gift (dan wel een belofte of dienst) aanneemt, weet of redelijkerwijs vermoedt dat die gift hem is gedaan om hem te bewegen in de toekomst iets te doen of na te laten, of omdat hij in het verleden iets heeft gedaan of nagelaten. Het met die giften beoogde handelen of nalaten hoeft na het aannemen van giften door de ambtenaar niet daadwerkelijk te zijn gevolgd. De ambtenaar moet weten of redelijkerwijs vermoeden dat de gift de strekking heeft of had om hem te bewegen tot een bepaalde ambtshandeling. Het ambt van de ambtenaar moet hem tot die ambtshandeling in staat stellen. In artikel 362 Sr gaat het om het aannemen van giften, beloften of diensten die verband houden met een geoorloofde tegenprestatie van de ambtenaar. Artikel 363 Sr stelt strafbaar de ambtenaar die moet weten of vermoeden dat de door de omkoper beoogde tegenprestatie op zichzelf ongeoorloofd is. Standpunt Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft zich – verkort en zakelijk weergegeven - op het standpunt gesteld dat het gebruik van het appartement in Antwerpen en de betalingen aan de verdachte in maart 2001 en januari en november 2002, kunnen worden aangemerkt als giften. Onder invloed van deze giften heeft de verdachte aan medeverdachte [Medeverdachte 1] een voorkeursbehandeling gegeven en specifieke onzakelijke prestaties voor [Medeverdachte 1] en [Vennootschap 3] verricht. Bewezen kan worden dat de verdachte de genoemde giften heeft aangenomen, terwijl hij wist of minst genomen redelijkerwijs moest vermoeden, dat deze hem werden gedaan om hem te bewegen, in strijd met zijn plicht, in zijn ambtelijke bediening iets te doen of na te laten. Het Openbaar Ministerie concludeert dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan (passieve) omkoping als bedoeld in artikel 363 Sr. Standpunt verdediging De verdediging heeft zich – verkort en zakelijk weergegeven - primair op het standpunt gesteld dat geen sprake is geweest van giften aan de verdachte, gedaan in relatie tot zijn bediening als ambtenaar. De verdediging kwalificeert het gebruik van het appartement als een vriendendienst met een privékarakter. De betalingen voor een totaalbedrag van (afgerond) 1,2 miljoen euro zijn geen gift voor de verdachte, maar betalingen voor [getuige 16]. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de verdachte niet wist of redelijkerwijs vermoedde dat – voor zover als zodanig te kwalificeren - de gift bestaande uit het appartement in Antwerpen hem werd gedaan met betrekking tot zijn bediening als ambtenaar. Meer subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat de verdachte geen tegenprestaties heeft verricht. Niet bewezen kan worden dat [Vennootschap 3] een voorkeursbehandeling heeft genoten; de garanties en raamovereenkomst(
- en)zijn afgegeven teneinde op rationele en zorgvuldige wijze de belangen van de Rotterdamse haven te dienen. Daarnaast is ten aanzien van de raamovereenkomsten afgesproken dat iedereen die daarover geïnformeerd moest worden, daarover ook geïnformeerd mocht worden. Ten slotte heeft de verdediging zich meest subsidiair op het standpunt gesteld dat de verdachte niet in strijd met zijn plicht heeft gehandeld. Van handelen van de verdachte dat op zichzelf onrechtmatig is, is geen sprake geweest en artikel 50 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is door de verdachte niet overtreden. Op al deze gronden heeft de verdediging bepleit dat de verdachte van het hem onder 6 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van het appartement Op 30 april 1999 heeft [mevrouw 1], namens en voor rekening van de besloten vennootschap [vennootschap 10], een appartement gekocht aan de [appartement] (hierna: het appartement). De koopprijs bedroeg BEF tien miljoen zevenhonderdvijftigduizend BEF (omgerekend € 266.485,54); [ [mevrouw 1] (hierna: [mevrouw 1]) was destijds de partner van de verdachte; in het voorlopig koopcontract van het appartement, opgemaakt op 19 februari 1999, is [mevrouw 1] als koper van het appartement vermeld. Zij heeft het contract ook ondertekend; enig aandeelhouder van [Vennootschap 10] is, sinds de oprichting van de vennootschap in juli 1986, de medeverdachte [Medeverdachte 1], met een korte onderbreking tussen mei en november 1995. Tevens is [Medeverdachte 1] sinds de oprichting van de vennootschap enig bestuurder en directeur hiervan, tot 6 september 2004; de heer [getuige 12] (hierna: [getuige 12]), zijnde de (aankopend) makelaar van [Vennootschap 10], heeft verklaard dat begin 1999 het eerste contact over de aankoop van het appartement met de verdachte plaatshad. Bij de vervolgcontacten was [mevrouw 1] meestal ook aanwezig. Zij nam samen met de verdachte de beslissingen. Medeverdachte [Medeverdachte 1] is nooit bij een gesprek aanwezig geweest. De verdachte zou het appartement samen met [mevrouw 1] gebruiken als pied à terre. Dat [Medeverdachte 1] het appartement ook als pied à terre zou gaan gebruiken is nooit ter sprake gekomen. Met uitzondering van een eventueel telefonisch contact over de gegevens van de kopende partij, heeft [Medeverdachte 1] geen betrokkenheid gehad bij de aankoop van het appartement. De makelaar kan zich herinneren dat de verdachte graag kookte en daarom een goede keuken belangrijk vond. Dat is de reden geweest dat de verdachte de keuken zelf heeft uitgekozen, buiten de projectontwikkelaar om; de factuur voor de keuken is gericht aan [Vennootschap 10]. Uit een tweetal faxberichten van de verdachte aan [getuige 4], de secretaresse van [Medeverdachte 1], blijkt dat de verdachte actief betrokken was bij afspraken over het plaatsen en de betaling van de keuken; de heer [getuige 13], architect, heeft verklaard dat [verdachte] en [mevrouw 1] na de aankoop van het appartement opdracht hebben gegeven voor de inrichting ervan. [mevrouw 1] was zijn contactpersoon. De besprekingen gingen voornamelijk over de inrichting en over de planning van de uitvoering. De vraag was iedere keer wanneer het appartement af zou zijn. In het najaar van 1999 is contact geweest over de afwerking en de materialen, zoals de vloer, tegels, verlichting en het uitkiezen van het sanitair. Deze gesprekken vonden allemaal plaats met [mevrouw 1]. De contacten over de afwerking van het appartement (waaronder ook betreffende deuren, hang- en sluitwerk, kleurkeuze verf, stucwerk, keuze kranen) vonden ook steeds met [mevrouw 1] plaats. In juni 2000 werden de meubels in het appartement geplaatst en was [mevrouw 1] de toezichthoudende persoon. De architect kan zich verder nog herinneren dat na de oplevering, ergens in juli 2000, de verdachte speciaal vanuit Rotterdam naar Antwerpen was gekomen met de vraag om aan de achterkant van het appartement een speciaal volledig dicht donker gordijn te plaatsen, zodat hij beter zou kunnen slapen. De architect heeft medeverdachte [Medeverdachte 1] nooit gezien. [Medeverdachte 1] was geen contactpersoon van hem. [mevrouw 1] heeft verteld dat de factuur op naam van [Vennootschap 10] opgemaakt moest worden; uit een factuur d.d. 26 oktober 2000 van [vennootschap 48]), gericht aan [mevrouw 1], blijkt dat [mevrouw 1] eveneens betrokken was bij de aanschaf van douchedeuren voor het appartement. Op 2 november 2000 is van een bankrekening van [Vennootschap 10] het factuurbedrag van BEF 45.881 (NLG 2.506,41) overgeboekt naar een rekening op naam van [vennootschap 48]; kosten voor verlichting en meubilair in het appartement zijn eveneens door [vennootschap 10] voldaan; de syndicus van het [appartementgebouw], de heer [getuige 14], zijnde de vertegenwoordiger van de Vereniging van Eigenaars (VVE), heeft verklaard dat de verdachte zijn contactpersoon voor het appartement was. Hij heeft alleen de verdachte en [mevrouw 1] in relatie tot het appartement gezien. De verdachte is volgens hem bij iedere algemene vergadering van de Vereniging van Eigenaars aanwezig geweest. Bij zijn weten werd er niet door andere personen gebruik gemaakt van het appartement. Wanneer hem een tweetal foto’s van medeverdachte [Medeverdachte 1] worden getoond, verklaart de syndicus dat hij die persoon nog nooit heeft gezien; de maandelijkse bijdragen aan de VVE voor de gemeenschappelijke onkosten van het appartementencomplex zijn in 2001 en 2002 voor rekening van [Vennootschap 10] gekomen, almede kosten voor gebruik van water en elektriciteit in 2001 en abonnementskosten voor kabelcommunicatie in 2001 en 2002; een medebewoonster van het appartementencomplex heeft verklaard dat zij de verdachte en [mevrouw 1] als de bewoners van het appartement kent. Wanneer haar een tweetal foto’s van medeverdachte [Medeverdachte 1] wordt getoond, verklaart ze die persoon nog nooit te hebben gezien. Zijn gezicht komt haar wel bekend voor, maar dan van televisie of uit de krant; de makelaar, [getuige 12], heeft verklaard dat de verdachte hem een paar maanden voor de verkoop, in april 2002, heeft gebeld met de mededeling dat het appartement verkocht kon worden. Als reden gaf de verdachte op dat hij en [mevrouw 1] weinig in het appartement waren. Ze maakten er weinig gebruik van. De makelaar is vervolgens bij de verdachte langs gegaan om een prijsopgaaf te maken, waarna het appartement vrijwel direct daarna in de verkoop is gegaan. De verdachte was bij de verkoopactiviteiten de contactpersoon van de makelaar. Op 23 december 2002 is de verkoopakte bij de notaris verleden. Bij de verkoop van de woning is tevens een aantal roerende zaken mee verkocht (keuken met apparatuur, bureau en boekenkast). Dit is in onderling overleg tussen de verdachte en de koper bepaald. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de verdachte verklaard dat hij vanaf begin 2001 tot en met augustus 2002 in de weekenden in het appartement in Antwerpen heeft verbleven. Hij heeft er niet voor betaald. Wel betaalde hij het gas en licht en werd de poetsvrouw door hem betaald. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat het zijn idee was om af en toe in de weekenden in het appartement te verblijven. [Medeverdachte 1] had hem gevraagd de bouw van het appartement te begeleiden. De verdachte heeft verklaard dat hij wel op de bouw van het complex wilde wachten. Hij heeft met [Medeverdachte 1] afgesproken dat hij, met zijn toenmalige partner, de inrichting zou regelen. Op 2 december 2005 heeft medeverdachte [Medeverdachte 1], tijdens zijn verhoor als getuige door de FIOD, eveneens verklaard dat de verdachte de kosten voor gas, water en licht betaalde en de werkster. Als reden hiervoor heeft [Medeverdachte 1] genoemd: “[verdachte] wilde persé deze kosten betalen omdat hij alle schijn van belangenverstrengeling wilde tegengaan.” Ten aanzien van de geldbedragen - Op 10 februari 2000 heeft de verdachte een rekening geopend bij de [bank 7] te Zürich in Zwitserland en daarop een contant bedrag van 10.000 Zwitserse franken gestort. Het nummer van de bankrekening is [nummer]; de rekening is niet voor derden kenbaar op naam gesteld; - Vanaf een bankrekening van [Vennootschap 11], een op Curaçao gevestigde vennootschap van medeverdachte [Medeverdachte 1], is drie maal een bedrag overgeboekt naar genoemde rekening bij [bank 7], te weten: - op 16 maart 2001 een bedrag van (fl. 100.000,--, omgerekend:) € 45.359,55; - op 25 januari 2002 een bedrag van € 667.000,-- en - op 13 november 2002 een bedrag van € 500.000,--. In totaal levert dit een bedrag op van € 1.212.359,55; Bij geen van deze drie overboekingen is een omschrijving opgenomen op het overschrijvingsformulier of het rekeningafschrift van [bank 7]; Vanaf de genoemde [Bank 7]-rekening zijn diverse bedragen afgeschreven. In de periode van 8 juni 2001 tot en met 31 maart 2004 is acht maal contant geld opgenomen, voor een totaalbedrag van € 164.613,41. Tevens zijn er in de periode van 16 juli 2001 tot en met 17 februari 2003 eenentwintig afboekingen via een creditkaart geweest, voor een totaalbedrag van € 28.069,11. Voorts hebben in de periode van 21 december 2001 tot 3 juni 2004 acht overboekingen naar andere rekeningen plaatsgevonden voor een totaalbedrag van (voor zover hier van belang) € 222.621,59. Ook vinden op de rekening diverse depositotransacties plaats. De renteopbrengsten daarvan bedragen € 49.027,67. Ten slotte is op 31 juli 2003 voor een bedrag van € 193.086,74 aandelen Koninklijke Olie gekocht, die weer zijn verkocht op 18 mei 2004; de opbrengst hiervan (koerswinst en dividend) bedraagt€ 9.754,60; - Nadat in opdracht van de verdachte op 26 mei 2004 en 1 juni 2004 bedragen van € 500.000,--, respectievelijk (het dan resterende saldo van) € 517.520,-- (“transfer all the remaining money”) zonder omschrijving zijn overgemaakt van zijn rekening bij [Bank 7] naar een rekening van [getuige 16] bij de [bank 9] te Geneve, Zwitserland, heeft de verdachte [bank 7] op laatstgenoemde datum tevens verzocht zijn rekening op te heffen en al het relevante materiaal te vernietigen: “Please destroy all relevant material and close my account.” De rekening is per 6 juli 2004 opgeheven. Ten aanzien van de relatie tussen de verdachte en de medeverdachte [Medeverdachte 1]. Volgens medeverdachte [Medeverdachte 1] is de relatie tussen hem en het [Vennootschap 3]-concern enerzijds en de verdachte in zijn functie als directeur van het [vennootschap 2] anderzijds, in 1995 begonnen. [Medeverdachte 1] heeft daarover op 29 november 2005 als getuige bij de FIOD verklaard: “Mijn contacten met [verdachte] zijn begonnen in 1995 met de verkoop van de terreinen van Wilton Fijenoord aan de Baris groep. Toen hadden we weer een probleem met de overheid, de overheid dreigde de deal te saboteren omdat die dachten dat er mogelijk een probleem zou zijn met grondvervuiling. Dat probleem heeft de heer [verdachte] toen opgelost door met [vennootschap 1] de garantie af te geven dat [vennootschap 1] verantwoording nam voor het oplossen van de grondvervuiling. (…) Dit was mijn eerste contact met [verdachte]. In de periode tussen 1995 en 2000 hebben we, dat wil zeggen [verdachte] en ik, een aantal projecten opgepakt, zoals de sanering van de Wilton haven. [Vennootschap 3] en het [vennootschap 2] hebben de sale and lease back gerealiseerd van het dok van [vennootschap 45] en daarna de verkoop van [vennootschap 45] zelf aan Keppel. Bij beiden is het [vennootschap 2], hoofdzakelijk in de persoon van [verdachte], instrumenteel geweest.” De ‘sale and lease back’ van het dok van [vennootschap 45] en de verkoop van [vennootschap 45] aan Keppel, hebben plaatsgevonden in de periode van 2000 tot 2002. Over de banden tussen het [concern] en de [gemeente] c.q. [vennootschap 2], heeft [Medeverdachte 1] tijdens het verhoor op 29 november 2005 verder verklaard: “De [concern] was in groot Rotterdam een belangrijke kern van de maakindustrie. U vraagt me naar de relatie tussen [Vennootschap 3] en de [gemeente] cq [vennootschap 2]. [Vennootschap 3] had een nauwe samenwerking met de gemeente, de gemeente heeft veel gedaan om ons te ondersteunen.” De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 17 maart 2015 verklaard dat hij [Medeverdachte 1] heeft leren kennen in de jaren 1994/1995. In 1998 kwam hij weer met [Medeverdachte 1] in contact en in 1999 heeft hij met [Medeverdachte 1] afgesproken dat hij een deel van de bouw van het appartement op zich zou nemen. Verder heeft de verdachte verklaard: “Zakelijk was er tussen [Medeverdachte 1] en mij sinds 1999 alleen de lening voor [vennootschap 24].” Over deze lening heeft de heer [getuige 21] (hierna: [getuige 21]) op 13 mei 2013 bij de rechter-commissaris een verklaring afgelegd. [getuige 21] was van 1994 tot 1998 wethouder Economische en Sociale Zaken en van 1998 tot 1 april 2001 wethouder Economische Zaken en Haven, steeds bij de [gemeente]. [getuige 21] heeft verklaard dat hij met de verdachte en een collega naar Amerika is gereisd. Aanleiding voor het bezoek was onder meer de Maasvlakte en het aantrekken van grote klanten. [getuige 21] herinnert zich [Medeverdachte 1] in Amerika te hebben ontmoet. Aanleiding voor die ontmoeting was dat bij de uitbreiding van de Maasvlakte de gedachte aan een helikopterfabriek was opgekomen. Daarmee verbonden was de politieke discussie over de beperking van het vrachtverkeer op Schiphol en elders in Nederland. De verdachte heeft tegen [getuige 21] gezegd dat het interessant zou zijn om te kijken of ze daar ook niet iets van diversificatie zouden kunnen maken. [getuige 21] heeft bij het verhoor verder verklaard dat hij het voorstel voor de lening heeft verdedigd bij het College van Burgemeester en Wethouders. Tijdens de bespreking met PricewaterhouseCoopers op 16 september 2004, heeft de verdachte erkend dat hij, samen met [Medeverdachte 1], in Mesa, Arizona is geweest uit hoofde van de lening van het havenbedrijf ten behoeve van [vennootschap 24]. De getuige [getuige 18] heeft verklaard dat de verdachte opdracht heeft gegeven aan [getuige 22] om de lening te verstrekken. Bij het aangaan van de lening is niet de formele procedure gevolgd. Voor de lening was toestemming nodig van het College van Burgemeester en Wethouders en van de Gemeenteraad. Die was er niet bij het aangaan van de lening. Later is dit alsnog geformaliseerd en is de vereiste toestemming verkregen. De beoordeling door het hof Ten aanzien van het appartement De verdachte was in de periode dat hij van het appartement gebruik heeft gemaakt, te weten van begin 2001 tot en met (uiterlijk) augustus 2002, ambtenaar, namelijk hoofd van de gemeentelijke tak van dienst [Vennootschap 1]. Uit voormelde feiten en omstandigheden blijkt dat de verdachte en zijn toenmalige partner het appartement volledig naar hun smaak en inzicht hebben kunnen uitrusten en inrichten. De kosten hiervan, alsmede de aankoopkosten van het appartement, zijn voor rekening gekomen van [Vennootschap 10], van welk bedrijf medeverdachte [Medeverdachte 1] enig aandeelhouder en directeur was. Op basis van voormelde fe