GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummers BK-14/00425 tot en met BK-14/00432 Uitspraak d.d. 24 juni 2015 in het geding tussen: [X] B.V. te [Z], belanghebbende, en de heffingsambtenaar van de gemeente Schagen, de heffingsambtenaar, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraken van de rechtbank Alkmaar van 9 december 2010, nummers 09/1860 LEGGW, 09/2127 LEGGW, 09/2128 LEGGW, 09/2618 LEGGW, 09/2619 LEGGW, 09/2443 LEGGW, 10/2235 LEGGW, 10/2236 LEGGW, betreffende na te melden aanslagen. Aanslagen, bezwaar en geding in eerste aanleg, hoger beroep Hof Amsterdam en cassatie 1.1. De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende de volgende aanslagen leges opgelegd die alle bij uitspraak op bezwaar zijn gehandhaafd: (Hof: BK-14/00425; Rb 09/1860) Bij aanslag van 27 september 2007 € 47.231,10 aan leges voor het (in 2007) in behandeling nemen van een aanvraag van een bouwvergunning tweede fase voor het realiseren van een researchcentrum op het perceel [A] te [Z]. (Hof: BK-14/00426; Rb 09/2127) Bij aanslag van 12 februari 2008 € 13.119,75 aan leges voor het (in 2007) in behandeling nemen van een aanvraag van een bouwvergunning tweede fase voor het uitbreiden van het bedrijf op het perceel [B] te [Z]. (Hof: BK-14/00427; Rb 09/2128) Bij aanslag van 14 oktober 2008 € 26.590,00 aan leges voor het (in 2008) in behandeling nemen van een aanvraag van een reguliere bouwvergunning voor de aanleg van een betonnen bufferbassin op het perceel [A] te [Z]. (Hof: BK-14/00428; Rb 09/2618) Bij aanslag van 20 maart 2009 € 39.375,00 aan leges voor het (in 2009) in behandeling nemen van een aanvraag van een bouwvergunning eerste fase voor het vergroten van een zaadverwerkingsbedrijf op het perceel [B] te [Z]. (Hof: BK-14/00429; Rb 09/2619) Bij aanslag van 12 mei 2009 € 159,50 aan leges voor het (in 2009) in behandeling nemen van een aanvraag voor een reguliere bouwvergunning. (Hof: BK-14/00430; Rb 09/2443) Bij aanslag van 14 oktober 2008 € 3.190,00 aan leges voor het (in 2008) in behandeling nemen van een aanvraag van een reguliere bouwvergunning voor de aanleg van een verkeerbrug op het perceel [A] te [Z]. (Hof: BK-14/00431; Rb 10/2235) Bij aanslag van 1 december 2009 € 39.375,00 aan leges voor het (in 2009) in behandeling nemen van een aanvraag van een reguliere bouwvergunning tweede fase voor het vergroten van een zaadverwerkingsbedrijf op het perceel [B] te [Z]. (Hof: BK-14/00432, Rb 10/2236) Bij aanslag van 29 januari 2010 € l3.970,00 aan leges voor het (in 2009) in behandeling nemen van een aanvraag van een reguliere bouwvergunning voor het plaatsen van een kas met watersilo's op het perceel [A] te [Z]. 1.2. Belanghebbende heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep bij de rechtbank Alkmaar ingesteld. De rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard. 1.3. Het gerechtshof te Amsterdam heeft bij uitspraken van 20 december 2012, nummers 11/00036 tot en met 11/00043, ECLI:Nl:GHAMS:2012:BY7918 de uitspraken van de rechtbank vernietigd, de beroepen gegrond verklaard, de uitspraken op bezwaar en de aanslagen vernietigd, met veroordeling van de heffingsambtenaar tot vergoeding aan belanghebbende van een bedrag aan proceskosten van € 2.641,78 en € 3.124 aan griffierechten. 1.4. De Hoge Raad heeft bij arrest van 18 april 2014, nummer 13/00469, ECLI:NL:HR:2014:938 het beroep in cassatie van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Schagen gegrond verklaard, de uitspraak van het Hof vernietigd voor zover deze de hiervoor onder 1.1 vermelde aanslagen betreft en het geding verwezen naar het Hof ter verdere behandeling en beslissing. Loop van het geding gerechtshof Den Haag 2.1. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk uit te laten naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad, van welke gelegenheid beide partijen gebruik hebben gemaakt. Partijen hebben vervolgens schriftelijk op elkaars uitlatingen gereageerd. 2.2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 13 mei 2015, gehouden te Den Haag. Beide partijen zijn ter zitting verschenen. Van het verhandelde ter zitting is door de griffier een proces-verbaal opgemaakt. Verordeningen 3.1. Ingevolge artikel 229, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet kunnen rechten worden geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. 3.2. De raad van de gemeente [C] heeft in zijn openbare vergaderingen van 7 november 2006, 6 november 2007 en 6 november 2008 de Verordening op de heffing en invordering van leges [C] 2007 respectievelijk de Verordening op de heffing en invordering van leges [C] 2008 en de Verordening op de heffing en invordering van leges [C] 2009 (hierna: de Verordening 2007, Verordening 2008, Verordening 2009) vastgesteld. Blijkens de inhoud van de gedingstukken zijn de Verordeningen op de wettelijk voorgeschreven wijze bekendgemaakt. De tekst van de Verordeningen behoort in kopie tot de stukken van het geding. 3.3. De Verordening op de heffing en invordering van leges [C] 2007 en de Tarieventabel houden voor zover van belang in: “Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam "leges" worden rechten geheven ter zake van het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten, genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel5 Tarieven 1. De leges worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. TARIEVENTABEL LEGESVERORDENING [C] 2007 VERSIE 2 behorende bij raadsbesluit van 7 november 2006 en bij de LEGESVERORDENING [C] 2007 HOOFDSTUK 5 BOUW- EN AANLEGVERGUNNINGEN, MELDINGEN Bouw-, aanleg-, sloop-, monumenten- en reclamevergunningen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. een lichte bouwvergunning: 2,45% van de bouwkosten met een minimum van 98,00 99,00 b. een reguliere bouwvergunning: 2,45% van de bouwkosten met een minimum van 98,00 99,00 c. een bouwvergunning eerste fase: 1,225% van de bouwkosten met een minimum van 98,00 99,00 d. een bouwvergunning tweede fase: 1,225% van de bouwkosten e. een gewijzigde bouwvergunning eerste fase op grond van artikel 56a, eerste lid van de Woningwet: 1,225% van de bouwkosten met een minimum van 98,00 99,00 verminderd met de in rekening gebrachte leges voor het in behandeling nemen van de primaire aanvraag, met dien verstande dat in elk geval € 198,00 is verschuldigd en dat geen restitutie van de in rekening gebrachte leges voor het in behandeling nemen van de primaire aanvraag plaatsheeft;” 3.4. De Verordening op de heffing en invordering van leges [C] 2008 en de Tarieventabel houden – voor zover van belang - het volgende in: “Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam "leges" worden rechten geheven ter zake van het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten, genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 5 Tarieven 1. De leges worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. TARIEVENTABEL LEGESVERORDENING [C] 2008 (versie 2,4,5) HOOFDSTUK 5 BOUW- EN AANLEGVERGUNNINGEN, MELDINGEN 5.2 Bouw-, aanleg-, sloop-, monumenten- reclamevergunningen of principeverzoeken 5.2.1.Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een lichte bouwvergunning, een reguliere bouwvergunning of een aanlegvergunning: a. € 0,00 tot € 250.000,00 € 0,00 + {2,90% x de bouwkosten} met een minimum van € 100,00 b. € 250.000,00 tot € 500.000,00 € 7.250,00 + {2,80% x (de bouwkosten - € 250.000,00)} c. € 500.000,00 tot € 750.000,00 € 14.250,00 + {2,70% x (de bouwkosten - € 500.000,00)} d. € 750.000,00 tot € 1.000.000,00 € 21.000,00 + {2,60% x (de bouwkosten - € 750.000,00)} e. € 1.000.000,00 tot 1.250.000,00 € 27.500,00 + {2,50% x (de bouwkosten - € 1.000.000,00)} f. € 1.250.000,00 tot € 1.500.000,00 € 33.750,00 + {2,40% x (de bouwkosten - € 1.250.000,00)} g. € 1.500.000,00 tot € 1.750.000,00 € 39.750,00 + {2,30% x (de bouwkosten - € 1.500.000,00)} h. € 1.750.000,00 tot € 2.000.000,00 € 45.500,00 + {2,20% x (de bouwkosten - € 1.750.000,00)} i. € 2.000.000,00 tot € 2.250.000,00 € 51.000,00 + {2, 1 0% x (de bouwkosten - € 2.000.000,00)} j. € 2.250.000,00 tot € 2.500.000,00 € 56.250,00 + {2,00% x (de bouwkosten - € 2.250.000,00)} k. € 2.500.000,00 tot € 2.750.000,00 € 61.250,00 + {1,90% x (de bouwkosten - € 2.500.000,00)} I. € 2.750.000,00 tot € 3.000.000,00 € 66.000,00 + {1,80% x (de bouwkosten - € 2.750.000,00)} m. € 3.000.000,00 tot € 3.250.000,00 € 70.500,00 + {1,70% x (de bouwkosten - € 3.000.000,00)} n. € 3.250.000,00 tot € 3.500.000,00 € 74.750,00 + {1,60% x (de bouwkosten - € 3.250.000,00)} o. € 3.500.000,00 tot € 3.750.000,00 € 78.750,00 + {1,50% x (de bouwkosten - € 3.500.000,00)} p. € 3.750.000,00 tot € 4.000.000,00 € 82.500,00 + {1,40% x (de bouwkosten - € 3.750.000,00)} q. € 4.000.000,00 tot € 4.250.000,00 € 86.000,00 + {1,30% x (de bouwkosten - € 4.000.000,00)} r. € 4.250.000,00 tot € 4.500.000,00 € 89.250,00 + {1,20% x (de bouwkosten - € 4.250.000,00)} s. € 4.500.000,00 tot € 4.750.000,00 € 92.250,00 + {1,1 0% x (de bouwkosten - € 4.500.000,00)} t. € 4.750.000,00 tot € 10.000.000,00 € 95.000,00 + {1,00% x (de bouwkosten - € 4.750.000,00)} u. voor aanvragen met bouwkosten van € 10.000.000,00 of meer wordt voor het bedrag dat meer bedraagt dan € 10.000.000,00 geen leges geheven. 5.2.2 Het tarief bedraagt voor een bouwvergunning eerste fase, een bouwvergunning tweede fase en een gewijzigde bouwvergunning eerste fase: a. € 0,00 tot € 250.000,00 € 0,00 + (1,45% x de bouwkosten) met een minimum van € 100,00 b. € 250.000,00 tot € 500.000,00 € 3.625,00 + {1 ,40% x (de bouwkosten - € 250.000,00)} c. € 500.000,00 tot € 750.000,00 € 7.125,00 + {1 ,35% x (de bouwkosten - € 500.000,00)} d. € 750.000,00 tot € 1.000.000,00 € 10.500,00 + (1,30% x {de bouwkosten - € 750.000,00)} e. € 1.000.000,00 tot 1.250.000,00 € 13.750,00 + {1,25% x (de bouwkosten - € 1.000.000,00)} f. € 1.250.000,00 tot € 1.500.000,00 € 16.875,00 + {1 20% x (de bouwkosten - € 1.250.000,00)} g. € 1.500.000,00 tot € 1.750.000,00 € 19.875,00 + {1,15% x (de bouwkosten - € 1.500.000,00)} h. € 1.750.000,00 tot € 2.000.000,00 € 22.750,00 + {1,1 0% x (de bouwkosten - € 1.750.000,00)} i. € 2.000.000,00 tot € 2.250.000,00 € 25.500,00 + {1,05% x (de bouwkosten - € 2.000.000,00)} j. € 2.250.000,00 tot € 2.500.000,00 € 28.125,00 + {1,00% x (de bouwkosten - € 2.250.000,00)} k. € 2.500.000,00 tot € 2.750.000,00 € 30.625,00 + {0,95% x (de bouwkosten - € 2.500.000,00)} I. € 2.750.000,00 tot € 3.000.000,00 € 33.000,00 + {0,90% x (de bouwkosten - € 2.750.000,00)} m. € 3.000.000,00 tot € 3.250.000,00 € 35.250,00 + {0,85% x (de bouwkosten - € 3.000.000,00)} n. € 3.250.000,00 tot € 3.500.000,00 € 37.375,00 + {0,80% x (de bouwkosten - € 3.250.000,00)} o. € 3.500.000,00 tot € 3.750.000,00 € 39.375,00 + {0,75% x (de bouwkosten - € 3.500.000,00)} p. € 3.750.000,00 tot € 4.000.000,00 € 41.250,00 + {0,70% x (de bouwkosten - € 3.750.000,00)} q. € 4.000.000,00 tot € 4.250.000,00 € 43.000,00 + {0,65% x (de bouwkosten - € 4.000.000,00)} r. € 4.250.000,00 tot € 4.500.000,00 € 44.625,00 + {0,60% x (de bouwkosten - € 4.250.000,00)} s. € 4.500.000,00 tot € 4.750.000,00 € 46.125,00 + {0,55% x (de bouwkosten - € 4.500.000,00)} t. € 4.750.000,00 tot € 10.000.000,00 € 47.500,00 + 0,50% x (de bouwkosten - € 4.750.000,00)} u. voor aanvragen met bouwkosten van € 10.000.000,00 of meer wordt voor het bedrag dat meer bedraagt dan € 10.000.000,00 geen leges geheven. 5.2.3. Voor een gewijzigde bouwvergunning eerste fase geldt dat de leges worden verminderd met de in rekening gebrachte leges voor het in behandeling nemen van de primaire aanvraag, met dien verstande dat in elk geval € 200,00 [vetgedrukt door hof] is verschuldigd en dat geen restitutie van de in rekening gebrachte leges voor het in behandeling nemen van de primaire aanvraag plaatsheeft.” 3.5. De Verordening op de heffing en invordering van leges [C] 2009 en de Tarieventabel houden voor zover van belang in: “Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam "leges" worden rechten geheven ter zake van het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten, genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 5 Tarieven 1. De leges worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorendetarieventabel. TARIEVENTABEL LEGESVERORDENING [C] 2009 VERSIE 1 behorende bij raadsbesluit van 4 november 2008 en bij de LEGESVERORDENING [C] 2009 HOOFDSTUK 5 BOUW- EN AANLEGVERGUNNINGEN, MELDINGEN 5.2.1 Bouw-, aanleg-, sloop-, monumenten- reclamevergunningen of principeverzoeken Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een lichte bouwvergunning, een reguliere bouwvergunning of een aanlegvergunning: a. € 0,00 tot € 250.000,00 € 0,00 + {2,90% x de bouwkosten} met een minimum van € 103,00 b. € 250.000,00 tot € 500.000,00 € 7.250,00 + {2,80% x (de bouwkosten - € 250.000,00)} c. € 500.000,00 tot € 750.000,00 € 14.250,00 + {2,70% x (de bouwkosten - € 500.000,00)} d. € 750.000,00 tot € 1.000.000,00 € 21.000,00 + {2,60% x (de bouwkosten - € 750.000,00)} e. € 1.000.000,00 tot 1.250.000,00 € 27.500,00 + {2,50% x (de bouwkosten - € 1.000.000,00)} f. € 1.250.000,00 tot € 1.500.000,00 € 33.750,00 + {2,40% x (de bouwkosten - € 1.250.000,00)} g. € 1.500.000,00 tot € 1.750.000,00 € 39.750,00 + {2,30% x (de bouwkosten - € 1.500.000,00)} h. € 1.750.000,00 tot € 2.000.000,00 € 45.500,00 + {2,20% x (de bouwkosten - € 1.750.000,00)} i. € 2.000.000,00 tot € 2.250.000,00 € 51.000,00 + {2,1 0% x (de bouwkosten - € 2.000.000,00)} j. € 2.250.000,00 tot € 2.500.000,00 € 56.250,00 + {2,00% x (de bouwkosten - € 2.250.000,00)} k. € 2.500.000,00 tot € 2.750.000,00 € 61.250,00 + {1,90% x (de bouwkosten - € 2.500.000,00)} I. € 2.750.000,00 tot € 3.000.000,00 € 66.000,00 + {1,80% x (de bouwkosten - € 2.750.000,00)} m. € 3.000.000,00 tot € 3.250.000,00 € 70.500,00 + {1,70% x (de bouwkosten - € 3.000.000,00)} n. € 3.250.000,00 tot € 3.500.000,00 € 74.750,00 + {1,60% x (de bouwkosten - € 3.250.000,00)} o. € 3.500.000,00 tot € 3.750.000,00 € 78.750,00 + {1,50% x (de bouwkosten - € 3.500.000,00)} p. € 3.750.000,00 tot € 4.000.000,00 € 82.500,00 + {1,40% x (de bouwkosten - € 3.750.000,00)} q. € 4.000.000,00 tot € 4.250.000,00 € 86.000,00 + {1,30% x (de bouwkosten - € 4.000.000,00)} r. € 4.250.000,00 tot € 4.500.000,00 € 89.250,00 + {1,20% x (de bouwkosten - € 4.250.000,00)} s. € 4.500.000,00 tot € 4.750.000,00 € 92.250,00 + {1,10% x (de bouwkosten - € 4.500.000,00)} t. € 4.750.000,00 tot € 10.000.000,00 € 95.000,00 + {1,00% x (de bouwkosten - € 4.750.000,00)} u. voor aanvragen met bouwkosten van € 10.000.000,00 of meer wordt voor het bedrag dat meer bedraagt dan € 10.000.000,00 geen leges geheven. 5.2.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een bouwvergunning eerste fase, een bouwvergunning tweede fase en een gewijzigde bouwvergunning eerste fase: 9. € 0,00 to! € 250.000,00 € 0,00 + (1 A5~10 x de bouvl/kosten) met een minimum van € 103,00 b. € 250.000,00 tot € 500.000,00 € 3.625,00 + {1,40% x (de bouwkosten - € 250.000,00)} c. € 500.000,00 tot € 750.000,00 € 7.125,00 + {1,35% x (de bouwkosten - € 500.000,00)} d. € 750.000,00 tot € 1.000.000,00 € 10.500,00 + (1,30% x {de bouwkosten - € 750.000,00)} e. € 1.000.000,00 tot 1.250.000,00 € 13.750,00 + {1,25% x (de bouwkosten - € 1,OOO.OOO,OO)} f. € 1.250.000,00 tot € 1.500.000,00 € 16.875,00 + {1,20% x (de bouwkosten - € 1.250.000,00)} g. € 1.500.000,00 tot € 1.750.000,00 € 19.875,00 + {1,15% x (de bouwkosten - € 1.500.000,00)} h. € 1.750.000,00 tot € 2.000.000,00 € 22.750,00 + {1,10% x (de bouwkosten - € 1.750.000,00)} i. € 2.000.000,00 tot € 2.250.000,00 € 25.500,00 + {1,05% x (de bouwkosten - € 2.000.000,00)} j. € 2.250.000,00 tot € 2.500.000,00 € 28.125,00 + {1,00% x (de bouwkosten - € 2.250.000,00)} k. € 2,500.000,00 tot € 2.750.000,00 € 30.625,00 + {0,95% x (de bouwkosten - € 2.500.000,00)} I. € 2.750.000,00 tot € 3.000,000,00 € 33.000,00 + {0,90% x (de bouwkosten - € 2.750.000,00)} m. € 3.000.000,00 tot € 3.250.000,00 € 35.250,00 + {0,85% x (de bouwkosten - € 3.000.000,00)} n. € 3.250.000,00 tot € 3.500.000,00 € 37.375,00 + {0,80% x (de bouwkosten - € 3.250.000,00)} o. € 3.500.000,00 tot € 3.750.000,00 € 39.375,00 + {0,75% x (de bouwkosten - € 3.500.000,00)} p. € 3.750.000,00 tot € 4.000.000,00 € 41.250,00 + {0,70% x (de bouwkosten - € 3.750.000,00)} q. € 4.000.000,00 tot € 4.250.000,00 € 43,000,00 + {0,65% x (de bouwkosten - € 4.000.000,00)} r. € 4.250.000,00 tot € 4.500.000,00 € 44.625,00 + {0,60% x (de bouwkosten - € 4.250,000,00)} s. € 4.500.000,00 tot € 4.750.000,00 € 46.125,00 + {0,55% x (de bouwkosten - € 4.500.000,00)} t. € 4.750.000,00 tot € 10.000.000,00 € 47.500,00 + 0,50% x (de bouwkosten - € 4.750.000,00)} u. voor aanvragen met bouwkosten van € 10.000.000,00 of meer wordt voor het bedrag dat meer bedraagt dan € 10.000.000,00 geen leges geheven. 5.2.3 Voor een gewijzigde bouwvergunning eerste fase geldt dat de leges worden verminderd met de in rekening gebrachte leges voor het in behandeling nemen van de primaire aanvraag, met dien verstande dat in elk geval € 206,00 [vetgedrukt door hof] is verschuldigd en dat geen restitutie van de in rekening gebrachte leges voor het in behandeling nemen van de primaire aanvraag plaatsheeft.” Vaststaande feiten Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde is, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, in hoger beroep het volgende komen vast te staan: 4.1. De aanslagen zijn opgelegd in overeenstemming met de voor de desbetreffende belastingjaren geldende gemeentelijke legesverordening en tarieventabel. 4.2. In een brief van belanghebbende aan het hoofd Publiekszaken van de gemeente [C] met datum 21 februari 2008 is ter onderbouwing van het bezwaar tegen de aanslagen bouwleges onder meer vermeld: ‘Ons principiële bezwaar tegen de aanslagen is dat de gemeente tot op heden niet heeft kunnen onderbouwen dat de aanslagen uit oogpunt van kostendekkendheid nodig zijn. (…) In de programmarekening 2006 is zelfs te lezen (…) dat een voordelig saldo van € 76.000,-- op de bouwleges behaald is. In totaal heeft de gemeente op het programma Wonen & Werken, het onderdeel van de begroting waaronder de bouwleges vallen, in 2006 een voordelig saldo van € 2.442.000,-- behaald. Deze cijfers stellen het principe van kostendekkendheid in een wat merkwaardig daglicht.’ 4.3. Belanghebbende heeft bij brief van 26 januari 2011 aan de gemeente [C] een verzoek ingediend op basis van de Wet openbaarheid van bestuur. Daarin heeft belanghebbende gevraagd om toezending van een kopie van de volgende stukken: ‘alle begrotingen c.q. ramingen betreffende de baten en lasten van de legesverordening, alsmede de overzichten van de uiteindelijk gerealiseerde baten en lasten, beiden over de jaren 2007, 2008, 2009 en 2010 en voorzien van de onderliggende bewijsstukken.’ 4.4. Op basis van het hiervoor bedoelde Wob-verzoek is door de gemeente informatie aan belanghebbende gezonden. Tot de gedingstukken behoren de programmabegrotingen, productramingen en programmarekeningen voor de onderhavige jaren. 4.5. In zijn verweerschrift met datum 10 maart 2010 heeft de heffingsambtenaar als bijlage D een kopie uit de productenbegroting 2007 van de gemeente [C] overgelegd waarin onder meer is vermeld: ‘Programma 6 Wonen, werken recreatie, Aandachtsveld Ontwikkeling wonen Productnummer E 126 (…) Product Bouw, woning, welstandsbeleid en beheer.’ Vermeld zijn onder meer de baten en lasten aangaande leges voor gebruiksvergunningen, diverse bouwvergunningen, sloopvergunningen, welstand, bodemonderzoek en informatieverstrekking voor de jaren 2005 (rekening), 2006 (begroting) en 2007 (begroting). Het in deze bijlage opgenomen resumé luidt als volgt: Resumé begroting raming raming raming 2007 2008 2009 2010 Totaal lasten 642.999 647.836 653.706 660.221 Totaal baten 638.529 638.529 638.529 638.529 Saldo - 4.470 9.307 15.177 21.692 4.6. Belanghebbende heeft in zijn nader stuk met datum 24 september 2012 (productie 9) onder meer het volgende vermeld: ‘Naar aanleiding van het beroep “aanslag leges (gemeentewet) 2007, 2008 en 2009” brengen wij de volgende stukken met toelichting in: - overzicht lasten en baten van product E126 van de Gemeente [C] (bijlage 1) (…) Samengevat is het niet inzichtelijk en op grond van welke criteria de lasten aan het product E126 worden toegewezen.’ 4.7. Tot de stukken van het geding behoort een door de heffingsambtenaar ter zitting van het gerechtshof Amsterdam overgelegd overzicht van baten en lasten dat betrekking heeft op de (primitieve) begroting zoals vastgesteld voorafgaand aan ieder van de belastingjaren 2007 tot en met 2010. Voor de belastingjaren 2007 tot en met 2009 waarop het geschil mede betrekking heeft, luidt dit overzicht, voor zover van belang, als volgt: 2007 2008 2009 Product lasten baten lasten baten lasten baten E084 Burgerlijke stand 51.354 3.900 85.282 3.900 64.250 3.900 E085 Huwelijksvoltrekking 9.847 17.000 6.989 17.000 9.078 15.000 E086 Identiteits- en rijbewijzen 171.390 156.600 219.816 162.350 266.300 184.300 E100 Structuur- en bestemmings- plannen 446.565 120.714 394.031 0 614.289 60.000 E126 Bouw, woning, welstand- beleid 642.999 638.529 795.150 795.150 860.439 860.439 E 153 Uitvoering bijzondere wetten 60.681 3.000 68.617 7.450 86.662 7.450 Totaal 1.382.836 939.743 1.569.885 985.850 1.901.018 1.131.089. Omschrijving geschil na verwijzing en standpunten van partijen 5.1. Partijen houdt verdeeld de vraag of de leges terecht aan belanghebbende in rekening zijn gebracht. Belanghebbende beantwoordt de vraag ontkennend en de Inspecteur in tegenovergestelde zin. 5.2. Belanghebbende heeft voor haar standpunt – zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd De gehanteerde heffingsmaatstaf leidt tot onredelijke en willekeurige belastingheffing in relatie tot de verrichte diensten. De legesverordeningen en bijbehorende tarieventabellen zijn strijdig met algemene rechtsbeginselen. De opbrengstlimiet voor de jaren 2007 tot en met 2009 is overschreden. De gemeente heeft onvoldoende voldaan aan haar stelplicht en bewijslast om aan te tonen dat zij geen winst maakt op de legesverordeningen (artikel 229b Gemeentewet). Alleen al op leges voor bouwvergunningen wordt een buitenproportionele winst behaald. De legesverordeningen dienen in ieder geval voor wat betreft de leges bouwvergunningen onverbindend te worden verklaard. Belanghebbende heeft in ruim drie jaar tijd voor een negental bouwvergunningen ruim € 200.000 aan leges moeten betalen. Belanghebbende stelt dat de bouwleges onevenredig hoog zijn en in geen verhouding staan tot de daarmee gepaard gaande kosten van de gemeente. Dit klemt des te meer, nu belanghebbende alle aanvragen met behulp van een deskundige heeft voorbereid. De bouwaanvragen zijn kant-en-klaar bij de gemeente aangeleverd en de bouwvergunningen zijn alle zonder 'slag of stoot' verleend. Er mag enig verband bestaan tussen de dienst en de hoogte van de leges. De heffingsambtenaar heeft geen inzicht in de directe en indirecte kosten gegeven. De doorbelastingen zijn onduidelijk. Er worden meerdere malen onder verschillende posten personeelslasten en stafkosten doorbelast. Ook de kostenpost bedrijfsvoering komt onder verschillende posten terug. Dit zonder enige onderbouwing of toelichting. Dit is zonder nadere toelichting onbegrijpelijk. De tarieven variëren te veel over de jaren. Voor de ramingen van de tarieven in de legesverordening zijn de cijfers uit de primitieve begroting van belang. Deze zijn verstrekt in het cijfermatige overzicht van de gemeente. Toegevoegd zijn de zogenaamde prestatie-indicatoren voor het product E126 uit de primitieve begroting. De indicatoren staan voor de geraamde af te geven vergunningen. Wat opvalt is dat de lasten stijgen van € 643.000 in 2007 naar € 795.000 in 2008 en naar € 860.000 in 2009 maar weer dalen in 2010 naar € 686.000. De prestatie-indicatoren blijven echter nagenoeg gelijk voor de betreffende jaren. Dit resulteert in verschillende opbrengsten per vergunning over de diverse jaren. Bijvoorbeeld de leges van reguliere bouwvergunning niet gefaseerd varieert van € 3.045 in 2007, € 3.911 in 2008, € 4.978 in 2009 en € 2.500 in 2010. Voor deze variatie is geen verklaring gevonden en lijkt ook niet logisch. De ramingen moeten inzichtelijk en duidelijk zijn en nauwkeurig zijn gedaan. Er wordt begroot op 100% kostendekkendheid terwijl dat volgens de ramingen helemaal niet kan. Het stijging van het gehanteerde percentage van 2,45 in 2007 naar 3 in 2009 is op zich al buitensporig hoog. De Verordeningen voldoen niet aan het beginsel van evenredigheid en ook niet aan het beginsel van gelijkheid. Duidelijk is dat 'bouwers' in de gemeente ongelijk worden behandeld. Een duurder bouwproject wordt zwaarder belast dan een goedkoper bouwproject, terwijl de beoordelingskosten en de kosten van de vergunningsverlening voor het duurdere bouwproject gelijk of zelfs lager zouden kunnen zijn. Dat de gemeente tracht om een groot deel van al haar gemeentelijke lasten te verhalen op enkele "grote bouwers" in de gemeente, is geen rechtvaardiging voor de gehanteerde tarieven. Zij worden niet naar rato van hun ongelijkheid ongelijk behandeld. De heffingsambtenaar heeft ook na cassatie onvoldoende inzicht verschaft in de ramingen en de gegevens waarop die berusten. Pas dan kan belanghebbende de ramingen voldoende gemotiveerd betwisten. Uit het cijfermatig overzicht van product E126 blijkt dat in de lasten de doorbelasting "VRO" de grootste kostenpost is: Voor de grote stijging van € 414.036 in 2007 naar € 724.245 in 2010 en van 64% naar 76% is geen verklaring gegeven. Des telling dat indirect via VRO lasten worden doorberekend voor kosten van voormalige bestuurders is ter zitting voor het Hof Den Haag ingetrokken. a. De leges voor de bouwvergunningen zijn mede gebaseerd op de begrote lasten van product E126. Deze lasten stijgen van € 642.999 in de begroting van 2007 naar € 757.009 in de begroting van 2009. Dit is een stijging van maar liefst € 114.010, zijnde bijna 20% in 2 jaar. Een dergelijke stijging is zonder nadere toelichting onbegrijpelijk. b. Een groot deel van deze lasten zijn de kosten van de afdeling VRO. Van deze afdeling wordt in 2007 37% aan product E126 toegerekend, in 2008 33% en in 2009 € 27%. Deze fluctuatie is zonder nadere toelichting onbegrijpelijk. c. Op basis van de personeelslasten en een door belanghebbende theoretisch aangenomen salarissom van € 60.000 per jaar per fte, geldt dat 4 tot 5 fte's worden toegerekend aan product E126. Dit is meer dan de werkelijke bezetting op het gemeentehuis. Dit is zonder nadere toelichting onbegrijpelijk. De heffingsambtenaar stelt dat bij de rekensom over het aantal fte's de salariskosten met personeelslasten zouden zijn verward. Dat is onjuist. Belanghebbende stelt de personeelslasten op gemiddeld € 60.000 per medewerker, hetgeen regulier is. De gemeente laat ook na om zelf aan te geven welke personeelslasten dan wel regulier zouden zijn per fte medewerker. d. Als de rekening (realisatie) van de lasten wordt afgezet tegen de begroting dan vallen de grote verschillen in 2008 en 2009 op. Dit is zonder nadere toelichting onbegrijpelijk. e. In de doorberekening van de lasten van de afdelingen is onduidelijk of dit terecht ten laste wordt gebracht van product E126. Dit is zonder nadere toelichting onbegrijpelijk. f. Samengevat is het verzochte inzicht niet verschaft en is niet duidelijk op grond van welke criteria de lasten aan het product E126 worden toegewezen. g. Er is geen overzicht c.q. inzicht of de totale baten en lasten van de legesverordening wel in evenwicht zijn. h. Bij de brief van belanghebbende d.d. 24 september 2012 is een raadsvoorstel gevoegd d.d. 18 december 2007, inhoudende het voorstel om met ingang van 1 januari 2008 de tarieven van bouw gerelateerde leges aan te passen en daarbij het model van de VNG te hanteren. In dit voorstel wordt een uurtarief gebruikt voor het vast stellen van de leges. Daartoe wordt aan de uren een tarief toegekend waarin alle overheadkosten zijn meegenomen. Het uurtarief bedraagt in totaal € 93,00, onderverdeeld in directe kosten ad € 51,00 en indirecte kosten ad € 42,00. Dat betekent een aandeel van 45% voor de indirecte kosten in het totale tarief. Bedrijfseconomisch is dit te hoog. Een onderbouwing op basis waarvan deze indirecte kosten worden toegerekend wordt niet gegeven. Dit is zonder nadere toelichting onbegrijpelijk. Het is niet redelijk om de heffingsambtenaar nu nog in de gelegenheid te stellen informatie te verstrekken. 5.3. De heffingsambtenaar houdt de verbindendheid van de heffing staande en voert onder handhaving van hetgeen eerder in de procedure is aangevoerd – kort samengevat – het volgende aan: Belanghebbende heeft bij een aantal posten twijfels geuit. De heffingsambtenaar heeft daarop naar vermogen gereageerd en de twijfel weggenomen. Gezien de ruime marges tussen de geraamde baten en de geraamde lasten is het op voorhand aannemelijk dat er geen sprake is van een mogelijke overschrijding van de opbrengstlimiet. 5.4. Voor een nadere uiteenzetting van de standpunten van partijen en de gronden waarop zij deze doen steunen verwijst het Hof naar de gedingstukken. Conclusies van partijen 6.1. Het hoger beroep van belanghebbende strekt tot vernietiging van de uitspraken van de rechtbank, de uitspraken op bezwaar en de aanslagen leges. 6.2. De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraken van de rechtbank. Oordeel van de rechtbank 7. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en daartoe het volgende overwogen, waarbij voor eiseres respectievelijk verweerder dient te worden gelezen belanghebbende onderscheidenlijk de heffingsambtenaar: ”5.1. De rechtbank overweegt dat de rechtspraak duidelijke richtlijnen biedt om te kunnen beoordelen of een gemeentelijke belastingverordening al dan niet verbindend is. De rechtbank wijst daartoe op de volgende arresten. 5.2. Uit het arrest van de Hoge Raad van 14 augustus 2009, gepubliceerd onder LJ-Nummer BI1943, volgt dat gemeenten op grond van artikel 219, tweede lid, van de Gemeentewet, behoudens het verbod op het hanteren van draagkracht als verdelingsmaatstaf en de in de wet gegeven nadere regelen, zelf invulling kunnen geven aan de in de belastingverordeningen op te nemen heffingsmaatstaven voor de gemeentelijke belastingen en rechten. Het staat hun in beginsel vrij die heffingsmaatstaven op te nemen die zich het beste' verstaan met het gemeentelijk beleid en de praktijk van de belastingheffing. Voor onverbindendverklaring is slechts plaats indien een regeling is getroffen die in strijd is met enig algemeen rechtsbeginsel. In dit arrest is voorts de lijn bevestigd dat het bij de toetsing aan de opbrengstlimiet van artikel 229b van de Gemeentewet niet gaat om het kostendekkingspercentage per dienst of groep van diensten, maar om de kostendekking van alle in de Legesverordening opgenomen diensten. Verder is in dit arrest, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 24 december 1997 met LJ-Nummer AA3345, herhaald dat tussen de hoogte van de geheven leges enerzijds en de omvang van de ter zake van gemeentewege verstrekte diensten dan wel de door de gemeente gemaakte kosten anderzijds geen rechtstreeks verband is vereist. 5.3. In het arrest van de Hoge Raad van 24 april 2009 met LJ-Nummer BI1968, dat ging over de beoordeling van de verbindendheid van een gemeentelijke rioolrechtverordening, zijn richtlijnen gegeven voor de bewijslastverdeling bij geschillen over de opbrengstlimiet bij gemeentelijke rechten. Die richtlijnen zijn ook van toepassing op dit geschil. De Hoge Raad heeft in voornoemd arrest onder meer het volgende overwogen: "3.2.1. [... ] Een geschil over, kort gezegd, limietoverschrijding (rechtbank: hiermee wordt hetzelfde bedoeld als de opbrengstlimiet) wordt procesrechtelijk hierdoor gekenmerkt dat niet de belanghebbende die het geschilpunt opwerpt, maar de heffingsambtenaar de partij is die beschikt over de gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van dat geschilpunt. Die omstandigheid leidt tot de hierna te omschrijven (verzwaarde) eisen aan de motivering die de heffingsambtenaar geeft voor zijn betwisting dat de limiet is overschreden. 3.2.2 Indien een belanghebbende aan de orde stelt of de in artikel 229b, lid 1, van de Gemeentewet bedoelde geraamde baten de in dat artikel bedoelde geraamde 'lasten ter zake' hebben overschreden, dient de heffingsambtenaar inzicht te verschaffen in de desbetreffende ramingen. 3.2.3 Indien de belanghebbende ten aanzien van één of meer posten in de raming in twijfel trekt of de post kan worden aangemerkt als een 'last ter zake', dient de heffingsambtenaar nadere inlichtingen over deze post(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.