← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2015:4018

Rolnummer: 22-000392-14 Parketnummer: 96-174044-12 Datum uitspraak: 25 september 2015 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 13 november 2013 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [plaats] (Suriname) op [dag] 1977, ten tijde van de behandeling ter terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde gedetineerd in HVB Unit 6, P.C. Scheveningen te 's-Gravenhage. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 11 september

  1. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken. Voorts is aan de verdachte ter zake van dat feit een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen opgelegd voor de duur van 9 maanden. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 27 mei 2012 te Krimpen aan den IJssel als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 795 microgram, in elk geval hoger dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en verdachte dit motorrijtuig heeft bestuurd zonder rijbewijs. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op of omstreeks 27 mei 2012 te Krimpen aan den IJssel als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 795 microgram, in elk geval hoger dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en verdachte dit motorrijtuig heeft bestuurd zonder rijbewijs. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op: overtreding van artikel 8, derde lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet
  2. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken. Tevens heeft zij geconcludeerd tot oplegging van 9 maanden ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft een personenauto bestuurd, onder invloed van alcohol, zonder dat hij beschikte over een daarvoor vereist geldig rijbewijs. Door aldus te handelen heeft hij (wederom) blijk gegeven van een grove veronachtzaming van de in het verkeer geldende regels. Het hof rekent het de verdachte zwaar aan dat hij onder invloed van alcohol in zijn auto is gestapt en aan het verkeer heeft deelgenomen. Het is een feit van algemene bekendheid dat het drinken van alcohol ertoe leidt dat iemand verminderd in staat is tot het besturen van een voertuig. Door zijn handelen heeft de verdachte de verkeersveiligheid ernstig geschaad en tevens blijk gegeven van een groot gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel ten aanzien van de veiligheid van zijn medeweggebruikers. Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 24 augustus 2015, waaruit blijkt dat de verdachte meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een soortgelijk feit. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen. Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt. In de omstandigheid dat blijkens voornoemd uittreksel Justitiële Documentatie aan de verdachte reeds bij arrest van dit gerechtshof van 24 februari 2010 een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 maanden is opgelegd, alsmede dat bij arrest van dit gerechtshof van 16 november 2009 aan hem een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van in totaal 5 jaren is opgelegd, ziet het hof aanleiding om aan de verdachte ter zake van het onderhavige feit geen ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen op te leggen. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals zij rechtens gelden dan wel golden. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht, als volgt: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken. Dit arrest is gewezen door mr. J.W. van Rijkom, mr. H.J. van Kooten en mr. W.B.M. Tomesen, in bijzijn van de griffier mr. S. Hartog-Zamani. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 25 september
  3. Mr. W.B.M. Tomesen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.