GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummers BK-15/01012 en 15/01013 Uitspraak d.d. 6 april 2016 in het geding tussen: [X] , te [Z] , belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Den Haag, de Inspecteur, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 25 augustus 2015, nummer SGR 15/2102 en SGR 15/6314, betreffende de onder 1.1 vermelde navorderingsaanslagen en beschikkingen. Aanslagen, beschikkingen, bezwaar en geding in eerste aanleg 1.1. De Inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2009 navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen (IB/PVV) alsmede in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning onderscheidenlijk een bijdrage-inkomen van € 21.657. Bij gelijktijdig gegeven beschikkingen heeft de Inspecteur een vergrijpboete opgelegd van € 2.032 alsmede € 618 onderscheidenlijk € 158 aan heffingsrente in rekening gebracht. 1.2. Bij in een geschrift vervatte uitspraken op bezwaar heeft de Inspecteur het bezwaar tegen de boetebeschikking geheel toegewezen, het bezwaar tegen de aanslagen en de beschikkingen heffingsrente gedeeltelijk toegewezen, de boetebeschikking vernietigd, de aanslagen verminderd tot aanslagen naar een belastbaar inkomen uit werk en woning onderscheidenlijk bijdrage-inkomen van € 8.020 en de beschikkingen heffingsrente dienovereenkomstig gewijzigd. 1.3. Belanghebbende heeft tegen de uitspraken op bezwaar betreffende de navorderingsaanslagen en de beschikkingen heffingsrente beroep bij de rechtbank ingesteld. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Loop van het geding in hoger beroep 2.1. Belanghebbende is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. In verband daarmee is door de griffier een griffierecht geheven van € 123. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. 2.2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 24 februari 2016, gehouden te Den Haag. De gemachtigde van belanghebbende heeft per fax bericht dat hij en belanghebbende niet ter zitting aanwezig zullen zijn en heeft daarbij niet om uitstel van de zitting verzocht. De Inspecteur is verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt. Vaststaande feiten Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde gaat het Hof in hoger beroep uit van de door de rechtbank onder 1 tot met 5 van haar uitspraak vermelde feiten, waarbij de rechtbank belanghebbende als eiser en de Inspecteur als verweerder heeft aangeduid. 3. “ 1. Op 23 maart 2009 heeft de politie een inval gedaan in de woning aan het adres [Y] te [Z] . In de woning, waar eiser op dat moment aanwezig was, is een hennepkwekerij aangetroffen met 240 hennepplanten (de hennepkwekerij). De woning is eigendom van een zus en zwager van eiser die op dat moment in [A] woonden. Tevens wordt door een medewerker van [B] BV namens [C] BV ( [C] ) aangifte gedaan van diefstal van elektriciteit en gas over de periode van 8 november 2008 tot en met 23 maart 2009. 2. Bij het uitlezen van de mobiele telefoon die eiser op het moment van zijn aanhouding in zijn bezit had, zijn onder meer de volgende berichten aangetroffen: 17-2-2009 Regelaar voor een afzuig kist, zonder termostaat [sic] 17 -2-2009 Misschien kan je er 2 meenemen, voor resreve [sic] ( ... ) 21-3-2009 Nee is helemaal klote, volgende keer gaat het beter dat beloof ik je 3. Eiser is op 13 april 2011 door de politierechter veroordeeld voor medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C van de Opiumwet gegeven verbod, te weten het aanwezig hebben van hennep. Deze veroordeling is op 27 april 2011 onherroepelijk geworden. De ontnemingsvordering tegen eiser is door het Openbaar Ministerie ingetrokken. 4. Eiser heeft geen uitnodiging tot het doen van aangifte inkomstenbelasting/premie zorgverzekeringen 2009 (IB/PVV) ontvangen. Eiser heeft ook niet zelf verzocht om een dergelijke uitnodiging. Verweerder heeft geen aanslag IB/PVV en geen aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zvw over het jaar 2009 opgelegd. 5. Verweerder heeft aan eiser navorderingsaanslagen IB/PVV en Zwv opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning respectievelijk een bijdrage-inkomen van € 21.657 alsmede bij beschikking een vergrijpboete. Bij uitspraak op bezwaar heeft verweerder het belastbaar inkomen uit werk en woning respectievelijk het bijdrage-inkomen wegens een lagere geschatte opbrengst uit de hennepkwekerij en de vermoedelijke betrokkenheid van een tweede persoon verminderd tot op € 8.020, de heffingsrentebeschikkingen dienovereenkomstig verminderd en de vergrijpboete vernietigd.” Omschrijving geschil in hoger beroep en standpunten van partijen 4.1. In geschil is of de navorderingsaanslagen en de beschikkingen heffingsrente terecht zijn opgelegd, onderscheidenlijk gegeven. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend, de Inspecteur bevestigend. 4.2. Belanghebbende stelt zich op het standpunt in het geheel geen inkomsten te hebben genoten uit de hennepteelt. Hij stelt dat hem uitsluitend een taakstraf is opgelegd vanwege zijn aanwezigheid in de woning waarin een hennepkwekerij is aangetroffen. Zou hij wel inkomsten hebben genoten dan zou, aldus belanghebbende, de Officier van Justitie ongetwijfeld een ontnemingsvordering hebben ingesteld. 4.3. De Inspecteur heeft het standpunt van belanghebbende onder verwijzing naar zijn verweerschrift in eerste aanleg gemotiveerd bestreden. 4.4. Voor de gronden waarop partijen hun standpunten doen steunen verwijst het Hof naar de stukken van het geding. Conclusies van partijen 5.1. Het hoger beroep van belanghebbende strekt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, vernietiging van de uitspraken op bezwaar, vernietiging van de navorderingsaanslagen en van de beschikkingen heffingsrente. 5.2. De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank. Oordeel van de rechtbank 6. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en daartoe het volgende overwogen waarbij zij belanghebbende als “eiser” en de Inspecteur als “verweerder” heeft aangeduid: “(…) 9. De rechtbank stelt voorop dat de bewijslast voor de stelling dat eiser inkomsten uit de hennepkwekerij heeft genoten op verweerder rust. In dat verband heeft verweerder gewezen op (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.