Rolnummer: 22-002537-15 Parketnummer(s): 09-852043-14 Datum uitspraak: 17 juni 2016 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag economische kamer Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 4 juni 2015 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [plaats] (Indonesië) op [dag] 1956, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 3 juni 2016. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, met uitzondering van de op te leggen straf. Naar mening van de advocaat-generaal kunnen de door de rechtbank aan het voorwaardelijk gedeelte van de straf verbonden bijzondere voorwaarden komen te vervallen. Wel acht de advocaat-generaal een verplicht reclasseringscontact noodzakelijk. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte van het onder 1 (partieel), 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2 eerste en tweede cumulatief, 3 primair en 4 eerste en tweede cumulatief ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 189 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Aan het voorwaardelijk gedeelte van de straf zijn algemene en bijzondere voorwaarden verbonden zoals nader in het vonnis waarvan beroep omschreven. Voorts is het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven en is er beslist omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen en de vorderingen van de benadeelde partijen zoals nader in het vonnis omschreven. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep De verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 5, 6 en 7 was ten laste gelegd. Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en mitsdien mede gericht tegen deze in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissingen geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraken. Tenlastelegging Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en voor zover thans nog aan de orde - ten laste gelegd dat: 1:zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 december 2012 tot en met 14 februari 2013 te Naaldwijk, gemeente Westland, in elk geval in Nederland: - twee, althans een emailbericht aan [organisatie] d.d. 31 december 2012 en d.d. 30 januari 2013 en/of 1 februari 2013 met daarin het verzoek om mevrouw [verdachte]/een persoon mee te verzekeren op de basisverzekering van [persoon 1] (p. 139 en p. 380 dossier [persoon 1]) en/of - een emailbericht aan Digid d.d. 31 januari 2013 inhoudende de aanvraag van een nieuw Digid account op naam van [persoon 1] (p. 501-503 en 138 dossier [persoon 1]) en/of - een schuldbekentenis van [persoon 1] aan verdachte d.d. november 2012 (p.303 dossier [persoon 1]) en/of - een brief van [persoon 1] aan verdachte d.d. 27 december 2012 (p. 303 dossier [persoon 1]) en/of - een brief van [persoon 1] aan verdachte en anderen d.d. 21 januari 2013 (p. 304 dossier [persoon 1]) en/of - een testamentbrief van [persoon 1] aan verdachte d.d. 17 januari 2013 (p. 305 dossier [persoon 1]) zijnde (telkens) een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte toen en daar valselijk (telkens) dat emailbericht en/of die schuldbekentenis en/of die brieven opgesteld als ware deze geschreven door [persoon 1] en ondertekend met de naam van [persoon 1] en/of een handtekening die moest doorgaan voor die van die [persoon 1], zulks (telkens) met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst gebruiken of door anderen te doen gebruiken; 2:zij in of omstreeks de periode van 25 januari 2013 tot en met 1 februari 2013 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een televisie en/of één of meer bescheiden en/of een paspoort op naam van [persoon 1] uit perceel [adres 2], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (de erven van) [persoon 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s); en zij in of omstreeks de periode van 25 januari 2013 tot en met 1 maart 2013 te ’s-Gravenhage althans te Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een paspoort op naam van [persoon 1], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoon 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten bewaring onder zich had, wederrechtelijk heeft toegeëigend; 3:zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 juli 2013 tot en met 14 augustus 2013 te Wateringen, gemeente Westland en/of 's-Gravenhage en/of Rotterdam en/of Amersfoort, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen (een) geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoon 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder haar bereik te hebben gebracht door geld op te nemen uit geldautomaten en/of te betalen via betaalautomaten ten laste van de bankrekening van voornoemde [persoon 2] met gebruikmaking van de pinpas en de daarbij behorende pincode van die [persoon 2] zonder dat zij daartoe gerechtigd was; Althans indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen (subsidiair) dat zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 juli 2-13 tot en met 18 augustus 2013 te Wateringen, gemeente Westland en/of te Naaldwijk en/of te Rotterdam en/of Amersfoort, in elk geval in Nederland, meermalen in ieder geval eenmaal (een) geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoon 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke geldbedrag(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.