GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.169.522/01 Rolnummer rechtbank : C/10/457117 / HA ZA 14-835 arrest van 20 september 2016 inzake D.G. Investment B.V., voorheen h.o.d.n. Ambitious People Recruitment Amsterdam B.V., gevestigd te Amsterdam, appellante, hierna te noemen: AP, advocaat: mr. G.G.W.G. van der Valk-van den Bosch te Den Bosch, tegen De Nederlandse Energie Maatschappij B.V., gevestigd te Rotterdam, geïntimeerde, hierna te noemen: NLE, advocaat: mr. J.G.M. Roijers te Rotterdam. Het verdere verloop van het geding Voor het verloop van het geding tot 26 mei 2015 verwijst het hof naar zijn arrest van die datum. Bij dat arrest is een comparitie van partijen bepaald. Van die comparitie, die heeft plaatsgevonden op 4 september 2015, is een proces-verbaal opgemaakt dat zich bij de stukken bevindt. AP heeft bij memorie van grieven met producties zes genummerde grieven (per abuis zijn in de memorie van grieven twee van die grieven genummerd met IV) tegen het bestreden vonnis aangevoerd. NLE heeft bij memorie van antwoord met een productie de grieven bestreden. Vervolgens is door DGI een akte genomen en door NLE een antwoordakte. Ten slotte is arrest bepaald. Beoordeling van het hoger beroep Ade feiten 1.1. Met haar eerste grief maakt AP bezwaar tegen de weergave van de feiten in het door de rechtbank Rotterdam op 2 juli 2014 gewezen tussenvonnis. Het hof zal zelf eerst de feiten vaststellen die hij voor de beoordeling van het geschil van belang acht. Daarmee kan deze grief verder buiten bespreking blijven. Voor zover de door de rechtbank vastgestelde feiten niet zijn bestreden, zal ook het hof daarvan uitgaan. Het gaat in deze zaak kort gezegd om het volgende. 1.2. AP houdt zich bezig met de werving en selectie van personeel in sales en marketing. NLE is een aanbieder van gas en elektriciteit. 1.3. Vanaf 2010 heeft AP bij herhaling NLE ongevraagd telefonisch benaderd met mogelijke kandidaten voor een eventuele functie bij NLE. Daarop heeft NLE tot december 2012 steeds afwijzend dan wel niet bevestigend gereageerd. Ook benaderde AP medewerkers van NLE met de vraag of zij niet elders aan de slag zouden willen. 1.4. Het e-mailbericht van 11 december 2012 (productie 3 bij de inleidende dagvaarding) van […] , toentertijd werkzaam bij NLE, aan [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] ) van AP houdt voor zover van belang het volgende in: “Ja klopt, gaan op zoek naar iemand vast. Ik geef je gegevens door aan mijn vervanger.” 1.5. Op 15 januari 2013 heeft [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2] ), Principal Recruitment Consultant bij AP aan [betrokkene 3] (hierna: [betrokkene 3] ), toentertijd werkzaam als Online Manager bij NLE, een e-mailbericht (productie 4 bij de inleidende dagvaarding) gestuurd waarin staat vermeld: “Hartelijk dank voor het leuke gesprek van vanochtend. Ik heb de steekwoorden als bijlage toegevoegd, zodat je die er op na kunt slaan. Zoals besproken ontvang je vandaag een aantal kandidaten die volgens ons goed aansluiten op het functieprofiel, zodat jij vrijdag een mooie shortlist hebt waarmee je directie kan overtuigen van een mooie samenwerking met Ambitious People! Wij hebben vrijdag om 14.00 uur telefonisch contact om de voortgang te bespreken en een fysieke afspraak in te plannen. Nogmaals dank voor de tijd en bel als je vragen hebt!” Diezelfde dag heeft [betrokkene 3] per e-mailbericht (productie 5 bij de inleidende dagvaarding) aan [betrokkene 2] geantwoord: “We houden contact! Grt […] ” 1.6. Een dag later, op 16 januari 2013, heeft [betrokkene 2] het volgende per e-mailbericht (productie 6 bij de inleidende dagvaarding) aan [betrokkene 3] geschreven: “Bijgevoegd de brochure en leveringsvoorwaarden en brochure van Ambitious People. Wanneer lukt het jou terug te komen op de profielen? Ik ben benieuwd of je voldoende aansluiting ziet met de kandidaten.” 1.7. Op 21 januari 2013 heeft [betrokkene 2] een e-mailbericht (productie 7 bij de inleidende dagvaarding) aan [betrokkene 3] gestuurd, met de volgende inhoud: “Helaas kreeg ik je vrijdag niet te pakken. Ik heb het profiel van […] bijgevoegd voor de online positie. Zou je me deze ochtend op de hoogte willen stellen van de status? Hartelijk dank. [betrokkene 3] heeft op dezelfde dag per e-mailbericht aan [betrokkene 2] (productie 8 bij de inleidende dagvaarding) gereageerd: “Dank voor de profielen. Afgelopen vrijdag zaten we helemaal vol met andere onderwerpen. Ik zal het a.s. vrijdag bespreken met [betrokkene] . Laten we dan igg even contact hebben.” 1.8. [betrokkene 1] heeft per e-mailbericht van 19 februari 2013 (productie 9 bij de inleidende dagvaarding) het profiel van [naam 4] (hierna: [naam 4] ) aan [betrokkene 3] gestuurd. 1.9. Op 22 februari 2013 heeft [betrokkene 1] per e-mailbericht (productie 10 bij de inleidende dagvaarding) nogmaals de algemene voorwaarden van AP aan [betrokkene 3] gestuurd, waarbij zij voorstelt de volgende week even te bellen om die voorwaarden door te nemen. 1.10. In haar aan [betrokkene 1] gerichte e-mailbericht van 26 februari 2013 (productie 11 bij de inleidende dagvaarding) schrijft [betrokkene 3] : “Ik vind de kick back fee fors. Met name 27,5 %. Kun je hier nog wat aan doen? Ik kreeg namelijk zijn profiel ook binnen via een concullega en daar gelden beduidend lagere tarieven. Verder staat 10.00 in mijn agenda.” 1.11. Op 25 februari 2013 vraagt [betrokkene 1] per e-mailbericht aan [betrokkene 3] om de afspraak voor een gesprek op 28 februari 2013 met [naam 4] te bevestigen en om het functieprofiel toe te sturen. Dezelfde dag stuurt [betrokkene 3] per e-mailbericht het functieprofiel naar [betrokkene 1] en bevestigt de afspraak. Beide genoemde e-mailberichten zijn als productie 12 bij de inleidende dagvaarding gevoegd. 1.12. Op 28 februari 2013 heeft [naam 4] een sollicitatiegesprek gevoerd met NLE. 1.13. In haar e-mailbericht van 5 maart 2013 (productie 30 bij de memorie van grieven) schrijft [teamleider] , Teamleader Marketing Recruitment van AP (hierna: [teamleider] ), aan [betrokkene 3] : “Ik heb het met onze directie over gehad en normaliter keren wij deze korting alleen uit aan bedrijven waar wij al langer mee samenwerken, dus ook een aantal vacatures per jaar. Deze kan ik ook nu aan jullie voorstellen eenmalig als een introductiekorting van 15% wat neerkomt op een feepercentage van 23,5%. Ik hoor graag of je hiermee akkoord bent, zodat ik de opdrachtbevestiging kan maken.” 1.14. Op 8 maart 2013 antwoordt [betrokkene 3] per e-mailbericht (productie 31 bij de memorie van grieven) aan [teamleider] : “Dank voor je mail. Om met de deur in huis te vallen. Ik vind het percentage nog steeds te hoog en ga ervan uit dat mijn opdrachtgever hier ook niet mee akkoord gaat. Ik wil wel graag transparant zijn in het feit dat we volgende week woensdag een vervolgafspraak gepland hebben met [naam 4] .” Op dezelfde datum laat [teamleider] per e-mailbericht (productie 32 bij de memorie van grieven) aan [betrokkene 3] weten: “Mocht je opdrachtgever dat te hoog vinden, verneem ik graag op welk percentage wij elkaar tegemoet kunnen komen. Wel zou ik het prettig vinden als je het contact met [naam 4] via ons laat lopen, aangezien wij ook de intermediair rol hierin hebben en het eerste interview toen ook hebben ingepland.” 1.15. [betrokkene 5] , Recruitment Consultant van AP, schrijft in het aan [betrokkene 6] van NLE gerichte e-mailbericht van 15 maart 2013 (productie 13 bij de inleidende dagvaarding) onder meer: “Zoals telefonisch besproken bevestig ik hierbij het sollicitatiegesprek met [naam 4] aanstaande maandag 18 maart om 16.30 uur, bij jullie op kantoor: (…) Hierbij wil ik opmerken dat [naam 4] tot 16.00 uur een afspraak heeft in Den haag. Hij verwacht op tijd aanwezig te zijn, maar afhankelijk van de verkeerssituatie is hij mogelijk een paar minuten later. Ik zal na de sollicitatie contact met je opnemen om het sollicitatiegesprek met [naam 4] te bespreken. Mocht je nog vragen hebben, dan hoor ik het graag.” 1.16. Op 18 maart 2013 heeft [naam 4] een tweede sollicitatiegesprek gevoerd met NLE. Korte tijd na deze datum is hij in dienst getreden bij NLE. 1.17. In het e-mailbericht van [betrokkene 5] van AP aan [betrokkene] van NLE van 19 maart 2013 (productie 14 bij de inleidende dagvaarding) staat onder meer het volgende vermeld: “Begreep van [naam 4] dat hij met harald en eerder met jou en Marlies een aantal heel prettige gesprekken achter de rug heeft. In het geval jullie daar net zo over denken en hem graag aan boord willen halen zijn nog een aantal zaken van belang. Allereerst zijn Ambitious People en De Nederlandse Energie Maatschappij onderling nog niet tot overeenstemming gekomen. Voor deze functie hanteren wij (afhankelijk van het aanbod) een fee van 25% tot 35% over het eerste brutojaarsalaris inc. emolumenten. Zie ook onze bijgevoegde Algemene Voorwaarden. Nu hebben wij hier met [betrokkene 3] contact over gehad en wij hebben voor deze functie in eerste instantie een fee van 27,5% (…) geboden. Aangezien zij dat ook teveel vond, ligt er op dit moment aan aanbod van 23,5% (over het eerste brutojaarsalaris inc. emolumenten). Hier hebben wij nog geen bevestiging voor ontvangen. Zou jij hier nog even naar kunnen kijken (…)? Daarnaast stuur ik je hierbij alvast het arbeidsvoorwaardenpakket van [naam 4] , zodat je hem een passende aanbieding kan doen. Naam: [naam 4] (…) Salaris bruto basis p/m: €6.336,- Bonusregeling: max 45%; 50% op basis eigen performance en 50% op basis bedrijfsresultaat. Eigen performance afgelopen jaren gehaald. (…) [naam 4] heeft bij ons aangegeven dat hij graag een stapje in zijn salarispakket zou willen maken bij zijn volgende baan. (…)” 1.18. Per e-mailbericht van dezelfde datum (productie 34 bij de memorie van grieven) schrijft [teamleider] onder meer aan [betrokkene] : “Als wij wisten dat het zo ver uit elkaar lag, zouden wij in eerste instantie nooit de gesprekken met [naam 4] hebben ingepland om dergelijke situaties zoals nu te voorkomen. Ik snap dat je nooit akkoord was gegaan met 27%, onze eerste voorstel maar omgekeerd geldt dat ook voor ons w.b. 15%. Met de voorgestelde 20% lijkt het mij een goede middenweg om een zeer geschikte kandidaat als [naam 4] aan boord te halen. Wij zijn hierin zelfs bereid om de bonus uit dit pakket te schrappen bij het berekenen van de fee.” 1.19. AP heeft op 28 juni 2013 op grond van artikel 3.4 van de algemene leveringsvoorwaarden van AP aan NLE een factuur voor het bedrag van € 42.350,00 (€ 35.000,-- vermeerderd met BTW) gezonden. NLE heeft deze factuur onbetaald gelaten. 1.20. De algemene voorwaarden van AP luidden voor zover van belang als volgt: “3.1 Indien uit hoofde van de Overeenkomst tussen Opdrachtgever (…) en de door Opdrachtnemer voorgestelde kandidaat binnen een jaar na de eerste Introductie een overeenkomst tot stand komt waarbij de Aanstelling wordt ingevuld, is de Opdrachtgever verplicht hiervan binnen vijf werkdagen na totstandkoming van de overeenkomst met de Kandidaat c.q. ondertekening van de (arbeids)overeenkomst door partijen schriftelijk mededeling te doen aan Opdrachtnemer, onder toezending van de voorwaarden van de overeenkomst, zodat Opdrachtnemer het (…) verschuldigde honorarium in rekening kan brengen bij Opdrachtgever. (…)” (…) 3.4 Indien Opdrachtgever niet binnen vijf werkdagen na dagtekening van een schriftelijk verzoek hiertoe zijdens Opdrachtnemer overgaat tot toezending van salarisgegevens (…) teneinde Opdrachtnemer in de gelegenheid te stellen het door Opdrachtgever verschuldigde honorarium (…) (alsnog) in rekening te brengen bij Opdrachtgever, is Opdrachtgever (…) een gefixeerd honorarium verschuldigd aan opdrachtnemer van een bedrag groot € 35.000,-. (…) 5.7 Bij gebreke van stipte en volledige betaling door Opdrachtgever, is de Opdrachtgever verplicht alle bij de inning van de vordering te maken gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten te vergoeden aan Opdrachtnemer, waarbij de buitengerechtelijke kosten tenminste 15% van het achterstallige bedrag zullen bedragen. (…) 9.2 Alle geschillen (…) die naar aanleiding van deze Overeenkomst (…) tussen de Opdrachtgever en Opdrachtnemer mochten ontstaan, worden beslecht door de bevoegde rechter van de rechtbank te Amsterdam” Bprocedure in eerste aanleg en vorderingen in hoger beroep 2. In eerste aanleg heeft AP gevorderd dat NLE wordt veroordeeld tot betaling van het in artikel 3.4 van haar algemene voorwaarden genoemde gefixeerde honorarium subsidiair van een gebruikelijk of redelijk loon, een en ander te vermeerderen met kosten en rente. Hieraan heeft AP kort samengevat ten grondslag gelegd dat zij op grond van een tussen NLE en haar tot stand gekomen bemiddelingsovereenkomst [naam 4] bij NLE heeft aangebracht, dat NLE met [naam 4] een arbeidsovereenkomst heeft gesloten en dat AP op grond van de overeenkomst, alsmede de daarop toepasselijke algemene voorwaarden, recht heeft op betaling van honorarium. 3. NLE heeft in eerste aanleg een incident houdende exceptie van onbevoegdheid opgeworpen. Voorts heeft zij kort gezegd bestreden dat tussen AP en haar een overeenkomst tot stand is gekomen en (daarmee) dat de algemene voorwaarden toepasselijk zijn. 4. De rechtbank Amsterdam heeft in haar vonnis in de hoofdzaak en in het incident van 2 juli 2014 (hierna: het tussenvonnis) kort samengevat geoordeeld dat de algemene voorwaarden van AP niet van toepassing zijn op een eventuele rechtsverhouding tussen AP en NLE en de in die algemene voorwaarden vervatte bepaling omtrent forumkeuze evenmin. De rechtbank Amsterdam heeft zich in de beslissing in het incident onbevoegd verklaard van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen en heeft AP veroordeeld in de kosten van het incident. In de beslissing in de hoofdzaak heeft de rechtbank Amsterdam de zaak in de stand waarin zij zich bevond verwezen naar de rechtbank Rotterdam. 5. De rechtbank Rotterdam heeft in het bestreden eindvonnis de vorderingen van AP afgewezen en heeft daartoe kort samengevat overwogen dat het oordeel van de rechtbank Amsterdam dat de algemene voorwaarden, inclusief de daarin neergelegde forumkeuze, van AP niet van toepassing zijn op een eventuele rechtsverhouding tussen AP en NLE een uitdrukkelijk en zonder voorbehoud gegeven eindbeslissing is en dat er geen reden bestaat om daarop terug te komen, en voorts dat nu de hoogte van het loon een essentieel deel is van de overeenkomst en NLE het aanbod van AP op dit punt niet heeft aanvaard, er geen sprake is van een overeenkomst. 6. In hoger beroep vordert AP kort samengevat dat het hof het bestreden vonnis vernietigt en NLE opnieuw recht doende alsnog het in eerste aanleg gevorderde toewijst, met veroordeling van NLE in de kosten van het hoger beroep en in hetgeen AP reeds ter uitvoering van het bestreden vonnis aan NLE heeft voldaan. 7. Het hof ziet aanleiding de grieven twee tot en met zes gezamenlijk en per onderwerp te behandelen. Cbeoordeling van de tweede tot en met de zesde grief 8. In dit geding staan de volgende vragen centraal: - is tussen partijen een overeenkomst tot stand gekomen? - zijn de algemene voorwaarden van AP van toepassing? - heeft AP recht op betaling van loon, en zo ja op welk bedrag? Het hof zal deze vragen hierna bespreken en waar nodig beantwoorden. Is tussen partijen een overeenkomst tot stand gekomen? 9. AP betoogt in haar memorie van grieven dat NLE zich heeft gedragen alsof een bemiddelingsovereenkomst tot stand was gekomen en dat zij, AP, er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat hieruit de wil van NLE kon worden afgeleid om een zodanige overeenkomst aan te gaan. NLE bestrijdt dat een overeenkomst tot stand is gekomen. Het hof overweegt in dit verband als volgt. 10. De bemiddelingsovereenkomst is ingevolge artikel 7:425 BW de overeenkomst van opdracht waarbij de ene partij, de opdrachtnemer, zich tegenover de andere partij, de opdrachtgever, verbindt tegen loon als tussenpersoon werkzaam te zijn bij het tot stand brengen van een of meer overeenkomsten tussen de opdrachtgever en derden. Het aangaan van een bemiddelingsovereenkomst is vormvrij. Het bestaan van wilsovereenstemming daarover kan, met toepassing van de Haviltex-norm, (ook) afgeleid worden uit de gedragingen van partijen. 11. In verband met de vraag of tussen partijen in het onderhavige geding een bemiddelingsovereenkomst tot stand is gekomen, zijn naar het oordeel van het hof in het bijzonder de volgende feiten van belang: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.