GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Uitspraak : 19 oktober 2016 Zaaknummer : 200.195.086/01 Rekestnummer rechtbank : FA RK 15-4944 en FA RK 15-9869 Zaaknummer rechtbank : C/10/478803 en C/10/490210 [appellante] , wonende te [woonplaats] , verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de vrouw, advocaat mr. C.N.M. Schep te Oud-Beijerland, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats] , verweerder in hoger beroep, hierna te noemen: de man, advocaat voorheen mr. L.M.H. Nelissen te Houten, thans mr. M.V. Scheffer te Utrecht. PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP De vrouw is op 15 juli 2016 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 19 april 2016 van de rechtbank Rotterdam, hierna: de bestreden beschikking. Dit hoger beroep is bij het hof ingeschreven onder zaaknummer 200.195.086/02. Daaraan voorafgaand heeft de vrouw op 8 juli 2016 een verzoek tot schorsing van de werking van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van die beschikking ingediend, ingeschreven bij dit hof onder zaaknummer 200.195.086/01. De man heeft op 12 september 2016 een verweerschrift tegen het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad ingediend. Bij brief van 13 september 2016 heeft het hof partijen gevraagd of zij ermee kunnen instemmen, dat het hof de zaak voor wat betreft het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad op de stukken zal beslissen. Bij brieven van respectievelijk 20 september 2016 en 23 september 2016 hebben partijen verklaard daarmee in te stemmen. PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking heeft de rechtbank de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en heeft de rechtbank, voor zover voor het hof ten aanzien van dit verzoek van belang acht, voorts, onder meer en uitvoerbaar bij voorraad: partijen bevolen over te gaan tot verdeling van hun gemeenschap ten overstaan van een notaris; indien partijen binnen acht dagen na de inschrijving van de beschikking in de registers van de burgerlijke stand zich niet over de keuze van een notaris zullen hebben verstaan, benoemd tot notaris ten overstaan van wie de werkzaamheden van de verdeling zullen geschieden: [naam] , notaris ter standplaats Rotterdam of diens waarnemer of opvolger; bepaald dat partijen voor de gekozen of benoemde notaris te dien einde moeten verschijnen op door deze te bepalen tijd en plaats; benoemd tot onzijdige persoon om de man, indien hij mocht weigeren voor de notaris te verschijnen, of verschenen zijnde, mocht weigeren aan de verdeling mede te werken te vertegenwoordigen en hetgeen hij mocht ontvangen te beheren: mevrouw [naam] te Maassluis; benoemd tot onzijdige persoon om de vrouw, indien zij mocht weigeren voor de notaris te verschijnen, of verschenen zijnde, mocht weigeren aan de verdeling mede te werken te vertegenwoordigen en hetgeen zij mocht ontvangen te beheren: [naam] te Rotterdam. Het meer of anders verzochte is afgewezen. Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Voorts staat vast dat de echtscheidingsbeschikking op 30 mei 2016 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP 1. In geschil is thans de werking van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de bestreden beschikking ten aanzien van de beslissingen, zo begrijpt het hof, die de rechtbank heeft genomen over de verdeling van de huwelijksgemeenschap. 2. De vrouw verzoekt de uitvoerbaarverklaring bij voorraad in eerste aanleg van de bestreden beschikking te schorsen conform artikel 360 lid 2 Rv , althans een zodanige beslissing te nemen als het hof in goede justitie zal vermenen te behoren. 3. De man bestrijdt het beroep en verzoekt het hof de vrouw in haar verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, althans het verzoek van de vrouw af te wijzen, alsmede de vrouw te veroordelen in de kosten van de procedure, het salaris van de advocaat van de man daarin begrepen, als nader te specificeren. 4. De vrouw voert ten aanzien van dit verzoek het volgende aan: de vrouw wenste een notaris wiens standplaats meer centraal in Nederland is gelegen; de man ging niet akkoord met de door haar voorgestelde notaris; hij heeft notaris [naam] benaderd; deze deelde de vrouw mee dat, indien zij niet zou verschijnen op een afspraak, de in de beschikking benoemde onzijdig persoon zou worden benaderd; de vrouw maakt zich zorgen over het kostenaspect van de verdelingsprocedure; zij vreest dat geen van partijen de kosten van de notaris zal kunnen betalen; de vrouw wil de bestreden beschikking aan het gerechtshof voorleggen omdat zij meent dat er meer speelt dan alleen een verdelingsvraagstuk en alleen met een uitspraak van het hof de verdeling kan worden vastgesteld; partijen zijn er zelf de afgelopen drie jaren niet in geslaagd om tot een sluitende verdeling van de gemeenschap te komen; er spelen nog andere rechtsvragen, zoals over de betaling van de woonlasten van de gezamenlijke woning en een schuld die, in de visie van de vrouw, verknocht is aan de man; tussen partijen bestaat geen overeenstemming over de peildatum aangaande de omvang en de waarde van de gemeenschap; de vrouw heeft niet de verwachting dat partijen elkaar in een oplossing gaan vinden en daarom heeft zij een uitspraak van het hof nodig om tot een verdeling van de gemeenschap te komen; de vrouw meent dan ook dat de notaris zijn werkzaamheden moet staken en gestaakt moet houden; de vrouw heeft inmiddels hoger beroep ingesteld tegen de bestreden beschikking. 5. De man voert verweer en voert daarin het volgende aan: de vrouw voert geen feiten en omstandigheden die bij de bestreden beschikking niet in aanmerking konden worden genomen doordat deze zich na de bestreden beschikking zouden hebben voorgedaan; van een juridische of feitelijke misslag is geen sprake; de vrouw heeft in haar echtscheidingsverzoek gevraagd om ter zake de verdeling een notaris en onzijdige personen te benoemen zodat de bestreden beschikking op dit punt conform het verzoek van de vrouw is; dat de vrouw daar nu op terugkomt is geen grond voor een schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad; de vrouw heeft geen belang bij het argument over de standplaats van de notaris; Rotterdam ligt voor beide partijen centraal; de man heeft er belang bij dat de notaris aan het werk kan gaan zodat er een definitief einde komt aan alle procedures; de suggestie van de vrouw, dat er meer speelt dan alleen een verdelingsvraagstuk, klopt niet. De rechtbank heeft de problematiek betreffende [naam] wel meegenomen in haar beslissing en ook de problematiek aangaande de betaling van de woonlasten van de voormalige echtelijke woning is al in de procedure in eerste aanleg aan de orde gekomen. 6. Het hof stelt voorop dat een partij die een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking heeft verkregen in beginsel bevoegd is deze te executeren, ook indien tegen de beschikking hoger beroep is ingesteld. Bij de beoordeling van de vraag of, in afwijking van voornoemd uitgangspunt, de tenuitvoerlegging van een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking moet worden geschorst, worden de navolgende maatstaven aangelegd (vgl. Hoge Raad 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:688 en 30 mei 2008, nr. 07/12668, ECLI:NL:HR:2008:BC5012): (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.