← Nederland

ECLI:NL:GHDHA:2016:3188

Rolnummer: 22-001580-16 Parketnummer: 09-009267-16 Datum uitspraak: 15 september 2016 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Den Haag van 23 maart 2016 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1998, [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 1 september

  1. Het onderzoek heeft plaatsgevonden achter gesloten deuren. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde. De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 29 december 2015 te 's-Gravenhage opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, kenmerk BENW/2015.2105 gedaan krachtens artikel 172a van de gemeentewet, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift, door de burgemeester van 's-Gravenhage, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen tussen 18 december 2015 09.00 uur tot 18 maart 2016 09.00 uur niet mocht bevinden in het gebied dat wordt omgeven door de straten Zoutkeetsingel-Loosduinseweg-Monstersestraat-De Heemstraat-Hobbemaplein-Hobbemastraat-Vaillantlaan-Vaillantplein alsmede in de gedeelten van deze straten die de grens vormen van het gebied, immers bevond hij, verdachte, zich op 29 december 2015 omstreeks 18:55 uur opzettelijk op de [adres], althans op een openbare weg of plaats gelegen in voornoemd gebied. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op of omstreeks 29 december 2015 te 's-Gravenhage opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, kenmerk BENW/2015.2105 gedaan krachtens artikel 172a van de gemeentewet, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift, door de burgemeester van 's-Gravenhage, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen tussen 18 december 2015 09.00 uur tot 18 maart 2016 09.00 uur niet mocht bevinden in het gebied dat wordt omgeven door de straten Zoutkeetsingel-Loosduinseweg-Monstersestraat-De Heemstraat-Hobbemaplein-Hobbemastraat-Vaillantlaan-Vaillantplein, alsmede in de gedeelten van deze straten die de grens vormen van het gebied, immers bevond hij, verdachte, zich op 29 december 2015 omstreeks 18:55 uur opzettelijk op de[adres], althans op een openbare weg of plaats gelegen in voornoemd gebied. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op: Opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en de verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft niet voldaan aan een ambtelijk bevel door het aan hem opgelegde gebiedsverbod te overtreden. Door deze opstelling van de verdachte heeft de verdachte ervan blijk gegeven geen respect te hebben voor het ambtelijk gezag. Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 18 augustus 2016, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen. Voorts heeft het hof acht geslagen op een omtrent de verdachte opgemaakte rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 18 juli 2016, waarin door de Raad is geadviseerd om aan de verdachte een taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen. Het hof kan zich vinden in het rapport en maakt de conclusies daarvan tot de zijne. Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 77a, 77g, 77h, 77m, 77n en 184 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen jeugddetentie. Dit arrest is gewezen door mr. J.A.C. Bartels, mr. M. Moussault en mr. H.A. Holthuis, in bijzijn van de griffier mr. S. Imami. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 15 september
  2. Mr. H.A. Holthuis is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.