GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer: 200.179.443/01 Zaak-rolnummer rechtbank: 3892222 CV EXPL 15-1689 Arrest van 18 oktober 2016 in de zaak van Watersportvereniging “De Put”, gevestigd te Korendijk, appellante, hierna te noemen: WSV De Put, advocaat: mr. D. Timmerman te Zeist, tegen Stichting Scouting Korendijk, gevestigd te Korendijk, geïntimeerde, hierna te noemen: Scouting Korendijk,advocaat: mr. P.A. de Lange te Barendrecht. Het geding Bij exploot van 26 oktober 2015 is WSV De Put in hoger beroep gekomen van het tussenvonnis van 30 juli 2015 van de rechtbank Rotterdam, kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht (hierna: de kantonrechter). Het hof (de rolraadsheer) heeft bij beslissing van 8 december 2015 de zaak verwezen naar de rol van 22 december 2015 voor akte aan de zijde van WSV De Put. Hierop heeft WSV De Put een akte uitlaten over ontvankelijkheid met producties genomen, waaronder een brief van 28 september 2015 van de kantonrechter waarin deze verlof verleent van het tussenvonnis tussentijds hoger beroep in te stellen. Vervolgens heeft WSV De Put bij memorie van grieven (met producties) acht grieven tegen het vonnis aangevoerd, welke grieven Scouting Korendijk bij memorie van antwoord (met producties) heeft bestreden. Daarna heeft WSV De Put een akte uitlaten producties genomen waarop Scouting Korendijk bij antwoordakte met producties heeft gereageerd. Ten slotte hebben partijen hun stukken overgelegd voor arrest. De beoordeling van het hoger beroep 1. De door de kantonrechter vastgestelde feiten zijn niet geschil. Ook het hof zal daarvan uitgaan. Het gaat in deze zaak om het volgende. a. WSV De Put is sinds 31 mei 2013 eigenaar van een perceel grond, met belendend water, gelegen te Goudswaard aan het adres Nieuwendijk 6. Voordien was de provincie Zuid-Holland eigenaar en bestond er een pachtovereenkomst tussen de provincie en WSW De Put. Op het perceel exploiteert WSW De Put een jachthaven. b. Een gedeelte van de jachthaven (oppervlakte ongeveer 975 m²) is door WSV De Put verhuurd aan Scouting Korendijk. c. Scouting Korendijk huurt het gedeelte van het perceel, dat bestaat uit een stuk grond en een deel van het water, sinds 1990. Scouting Korendijk betaalt € 50,- huur per jaar. d. Een schriftelijke huurovereenkomst uit 1990 tussen WSW De Put als verhuurder en Scouting Korendijk als huurder houdt onder meer in: “Artikel III. Duur van de overeenkomst De overeenkomst wordt aangegaan voor de tijdsduur van vijf jaar met het recht van huurder deze termijn telkenmale met vijf jaar te verlengen. Een en ander laat onverlet het recht van verhuurder om onder gebruikmaking van de hem toekomende bevoegdheid op grond van artikel 1302 van het Burgerlijk Wetboek de huurovereenkomst na ommekomst van een vijfjarige periode dan wel binnen een zodanige periode via een rechterlijke tussenkomst te doen ontbinden indien en voor zover daartoe door huurder aanleiding mocht worden gegeven. Artikel IV. Huursom. De huur wordt berekend op basis van het aantal van de diensten van de huurder gebruik makende “leden” c.q. “zeeverkenners”. Voor het eerste jaar ingaande 1 januari 1988 bedraagt de huursom f 2,- “per lid” en loopt vervolgens met f 2,- “per lid” per jaar op totdat, vanaf het vijfde huurjaar, het maximum van f 10,- “per lid” zal zijn bereikt; Als peildatum voor het aantal “leden” in de zin van deze bepaling geldt 1 januari van het betreffende kalenderjaar. Huurder machtigt verhuurder hierbij om desgewenst het voor de vaststelling van het aantal leden relevante deel van zijn administratie te doen verifieeren door een door en voor rekening van verhuurder aan te wijzen accountant. De door huurder jaarlijks verschuldigde huur dient uiterlijk op 1 juli van het betreffende jaar op een door verhuurder daartoe aan huurder kenbaar gemaakte wijze te zijn voldaan.” e. Een brief van de secretaris van Scouting Korendijk van 3 mei 1993 aan de penningmeester van WSV De Put vermeldt onder meer: “Huursom: Gelet op het huurcontract, akte-datum 24 augustus 1990, geregistreerd in reg.4, onder nr.: 4.013554.001 te Rotterdam, is de Stichting Scouting Korendijk Zeeverkennersgroep SUANEBLAKE, met ingang van 1 januari 1992 en volgende jaren een bijdrage van f 10,-per geregistreerde zeeverkenner verschuldigd.” f. Een brief van de secretaris van WSV De Put, [secretaris 1], van 1 januari 1996 houdt onder meer in: “Op uitdrukkelijke wens van de provincie is uiteindelijk augustus 1990 tussen watersportvereniging “De PUT” als verhuurder en de Stichting Scouting Korendijk als huurder een huurcontract getekend voor een gedeelte van de door verhuurder gepachte jachthaven. Het door de stichting gehuurde beslaat een oppervlakte van plm. 975 m2, tegen een jaarlijkse huursom van f 10,- per zeeverkenner (dit bedrag geldt vanaf 1992).” g. Op 5 november 2012 heeft WSW De Put een e-mail aan de Provincie Zuid-Holland gezonden. Daarin laat WSW De Put onder andere weten dat het erop lijkt dat zij niet onder het contract uit kan, de huurder kan het contract opzeggen en de verhuurder heeft geen rechten, terwijl het contract al 22 jaar substantieel geld kost. h. Bij brief van 15 mei 2013 heeft WSV De Put aan Scouting Korendijk de huur opgezegd en ontruiming aangezegd tegen 31 december 2014. 2. De vorderingen van WSV De Put strekken tot beëindiging van de huurovereenkomst met Scouting Korendijk. Scouting Korendijk heeft zich in haar verweer beroepen op de regeling omtrent de duur van de huurovereenkomst in artikel III van de schriftelijke huurovereenkomst, hierboven vermeld onder 1 sub d. Deze overeenkomst zoals deze is overgelegd is niet door partijen getekend. Scouting Korendijk stelt zich op het standpunt dat de overeenkomst destijds wèl door partijen is getekend. Tussen partijen is in geschil of zij in hun huurovereenkomst ook genoemde regeling in artikel III zijn overeengekomen. De kantonrechter heeft (terecht en in hoger beroep ook niet bestreden) overwogen dat het tegenover de gemotiveerde betwisting door WSV De Put in beginsel aan Scouting Korendijk is om dit te bewijzen, nu zij zich op de rechtsgevolgen daarvan beroept. De kantonrechter heeft Scouting Korendijk voorshands geslaagd geacht in het leveren van dat bewijs om redenen als uitgewerkt in het tussenvonnis onder 4.7. WSV De Put is toegelaten tot het leveren van tegenbewijs. Hiertegen zijn de grieven van WSV De Put gericht, die zich lenen voor gezamenlijke behandeling. 3. Bij de beantwoording van de vraag of een feitelijk vermoeden ten gunste van de stelling van Scouting Korendijk dat genoemde regeling in artikel III van de schriftelijke huurovereenkomst kan worden aangenomen, is het volgende van belang. (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.