GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.179.055/01 Rolnummer rechtbank : 3776018 CV EXPL 15-2491 arrest van 6 december 2016 inzake [appellant], wonende te Rotterdam, appellant, hierna te noemen: [appellant], advocaat: mr. W. Suttrop te Rotterdam, tegen [geïntimeerde], wonende te Hendrik Ido Ambacht, geïntimeerde, hierna te noemen: [geïntimeerde], advocaat: mr. A.L. Mijnssen te Amersfoort. De verdere loop van het geding Voor het verloop van het geding tot 24 november 2015, verwijst het hof naar zijn tussenarrest van die datum. Bij dat tussenarrest heeft het hof een comparitie van partijen gelast. Deze comparitie heeft op 29 januari 2016 plaatsgevonden ten overstaan van mr. Verbeek. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt. Bij memorie van grieven (met producties) heeft Suttrop drie grieven aangevoerd. Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] de grieven bestreden. Ten slotte hebben partijen arrest gevraagd. Mr. Verbeek maakt in verband met werkzaamheden elders geen deel uit van de combinatie die dit arrest wijst. Beoordeling van het hoger beroep 1. De door de rechtbank in het bestreden vonnis van 22 mei 2014 onder "De vaststaande feiten" vastgestelde feiten zijn door partijen niet bestreden, zodat ook het hof daarvan zal uitgaan. 2. Het gaat in deze zaak om het volgende. 2.1 Op 10 april 2014 omstreeks 17:30 uur heeft er een ongeval plaatsgevonden op het fietspad van de Tuinenburgstraat te Rotterdam, waarbij [geïntimeerde] als bestuurder van een fiets tegen de hond van [appellant] is gereden. [geïntimeerde] is daarbij ten val gekomen, als gevolg waarvan hij lichamelijk letsel heeft opgelopen. [geïntimeerde] is met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht en de politie heeft zijn fiets thuisgebracht. [geïntimeerde] is vanaf het ongeval tot 2 juni 2014 geheel en tot 21 augustus 2014 gedeeltelijk arbeidsongeschikt geweest. 2.2 Van het ongeval is door de politie een registratie gemaakt met de volgende inhoud: "Hoofdincident: Registratienummer : 201456199 Maatschappelijke klasse : Verkeersongeval met letsel Datum/tijdstip kennisname : Donderdag 10 april 2014 te 17:24 uur Pleegdatum/tijd : Op donderdag 10 april 2014 te 17:24 uur Plaats voorval : C.D. Tuinenburghstraat 0, Rotterdam Soort locatie : Openbare weg/-water Betrokken personen: De heer E. [appellant] De heer C.J. [geïntimeerde] Toelichting bij incident: Verbalisanten kregen een melding van een verkeersongeval op het fietspad langs de Rijksweg A16. Nabij de C.D. Tuinenburgstraat te Rotterdam zou een man met de fiets zijn gevallen. Ter plaatse bleek de heer C.J. [geïntimeerde] inderdaad op zijn hoofd te zijn gevallen. Betrokken E. [appellant] stond er, samen met zijn hond, ook bij. De heer [appellant] zou vanaf de dijk naar het fietspad zijn gelopen. De heer [appellant] zou van plan zijn geweest zijn hond aldaar aan te lijnen. Hiermee was de heer [appellant] echter net te laat, want toen kwam de heer [geïntimeerde] aangefietst. De heer [geïntimeerde] kwam vervolgens in aanraking met de hond en is hierdoor gevallen. De heer [geïntimeerde] is ter plaatse onderzocht en had mogelijk een hersenschudding, daar hij erg in de war was. De heer [geïntimeerde] wist o.a. het jaartal niet meer. Aan de heer [geïntimeerde] zijn de gegevens van de tegenpartij meegegeven, zodat deze aan zijn verzekering konden worden overhandigd. De betrokken fiets leek zo goed als geen schade te hebben en is door verbalisanten naar de woning van de heer [geïntimeerde] gebracht." 2.3 Bij brief van 24 april 2014 heeft de gemachtigde van [geïntimeerde] [appellant] aansprakelijk gesteld en vergoeding van de door hem geleden schade gevorderd. [appellant], die ter zake van dit ongeval niet verzekerd is, heeft de door [geïntimeerde] gestelde toedracht van het ongeval betwist en aansprakelijkheid afgewezen. 2.4 Bij brief van 8 juli 2014 schreef de politie Rotterdam aan de gemachtigde van [geïntimeerde]: "Op uw verzoek heb ik contract opgenomen met de betrokken verbalisanten. Zij hebben mij gemeld dat beide betrokken personen, de heren [geïntimeerde] en [appellant], hebben verklaard dat de hond losliep. Verbalisanten constateerden voorts zelf dat de hond van de heer [appellant] verse schaafwonden op zijn poten had. De heer [geïntimeerde] maakte in eerste instantie een verwarde indruk op de verbalisanten en was later beter aanspreekbaar." 2.5 Bij inleidende dagvaarding vorderde [geïntimeerde] – zakelijk weergegeven –
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.